Beste lezer,
Vandaag een essay over de goeroe, de influencer en de lijsttrekker, en over de vraag wie wie eigenlijk maakt.
In het kort. Iemand wordt een leider doordat anderen naar hem kijken, en mensen kijken vooral naar wie anderen al bekijken. Wie bovenaan eindigt, is dus voor een groot deel toeval dat zichzelf versterkt. Daarna gaat het publiek de leider vormen: het applaudisseert voor meer zekerheid en een scherpere vijand, en hij levert. Het gevaarlijkst is de goeroe die zelf gelooft wat hij zegt. Toch wordt niet iedereen met aandacht een goeroe; daar hoort iemand bij die van een stille zaal rustig wordt in plaats van nerveus. En een partij wordt pas een sekte als vertrekken je je vrienden kost.
De conclusie: de volgers maken de goeroe en de goeroe maakt zijn volgers, en de telefoon heeft die kring miljoenen keren groter gemaakt.
Let vanavond eens op je duim. Die stemt vaker dan jij.
Peter Koopman
Voormalig sportdocent, maar vooral amateur-antropoloog van de menselijke illusie — gespecialiseerd in de kruising tussen biologie, gedrag, macht, zelfbedrog en ons absurde verlangen naar validatie.
De kudde drijft de herder
Over goeroes, lijsttrekkers en de aandacht die ze maakt
Midden jaren zestig stond ik als zestienjarige in een kring jongens rond een man in een wit pak met een zwarte band. Hij liet ons weten dat zijn handen dodelijke wapens waren. Niemand vroeg om een demonstratie. Dat hoefde ook niet. Twintig paar ogen deden het werk: hoe stiller wij luisterden, hoe dodelijker zijn handen werden. Ik heb die man nooit iemand zien doden. Wel heb ik hem zien groeien. Hij groeide met de kring.
Zestig jaar later kijk ik naar een docuserie over Bentinho Massaro, de Nederlandse spirituele influencer die in het Amerikaanse woestijnstadje Sedona een gemeenschap om zich heen verzamelde, en ik zie dezelfde kring. Groter, digitaal, met betere belichting. Het patroon is ouder dan de camera.
Een gave van beneden
Het woord charisma komt uit de theologie. Het betekende een genadegave, van boven geschonken. Toen de sociologie het woord overnam, draaide ze de richting om: charisma bleek een gave van beneden. Het bestaat zolang anderen het erkennen en verdampt zodra ze daarmee stoppen. Een profeet zonder publiek is een man die in het park in zichzelf praat. Met publiek is hij dezelfde man, met dezelfde woorden, in hetzelfde park. Alleen de bankjes zijn bezet.
Waarom bezetten we die bankjes? Omdat we een soort zijn die van anderen leert, en wie van anderen leert, moet kiezen wie hij nadoet. Kiezen kost tijd en energie, en het organisme bespaart op allebei. De vuistregel die de evolutie ons daarvoor meegaf, is even goedkoop als doeltreffend: doe na wie al door anderen wordt nagedaan. Eerbied wordt zo een ruilmiddel. Je geeft aandacht en ontzag, en krijgt daarvoor nabijheid tot iemand van wie je aanneemt dat hij iets weet wat jij niet weet. Of hij het werkelijk weet, controleer je niet. Dat hebben de anderen al gedaan, denk je. De anderen denken hetzelfde over jou.
Hetzelfde liedje, een andere winnaar
Hoe weinig de kwaliteit van de uitverkorene daarbij uitmaakt, bleek in 2006 uit een experiment dat elke goeroe zou verontrusten, als goeroes zich lieten verontrusten. Onderzoekers lieten duizenden mensen onbekende nummers van onbekende bands beluisteren en downloaden, verdeeld over een reeks van elkaar gescheiden werelden. In sommige werelden zag je hoe vaak anderen een nummer al hadden gedownload, in andere niet. Waar de keuzes van anderen zichtbaar waren, werden de hits gigantisch en verdwenen de flops uit beeld. Alleen won in elke wereld een ander nummer. Dezelfde liedjes, dezelfde soort luisteraars, en toch een andere winnaar. De beste nummers deden het zelden slecht en de slechtste zelden goed; daartussen kon alles. Wie tegenwerpt dat een liedje geen leider is, ziet over het hoofd dat het mechanisme nooit naar het product kijkt, alleen naar de rij ervoor: de eerste tien volgers van een goeroe letten niet op hem, ze letten op elkaar.
Vervang de liedjes door mannen met een boodschap en je hebt de godsdienstgeschiedenis in één middag nagespeeld. De goeroe is geen uitverkorene. Hij is het vak waarop het balletje viel, en dat balletje rolde daarheen omdat de eerste spelers keken waar de anderen hun fiches neerlegden.
De herder wordt gedreven
Tot hier lijkt de goeroe passief, een winnend lot dat zichzelf niet heeft getrokken. Dat klopt half. Aandacht maakt de goeroe niet alleen; ze schrijft hem ook. Elke applausgolf is een correctie op de tekst. Het publiek beloont meer zekerheid, meer grootheid en een scherpere vijand, en de goeroe levert, zonder dat iemand dat ooit zo heeft besloten. De verschuiving gaat in stapjes die elk afzonderlijk niet opvallen. Na tien jaar staat er een man op het podium die de jongen van tien jaar eerder niet zou herkennen. De kudde drijft de herder, en de herder noemt dat leiderschap.
Daaronder ligt een tweede laag. Mensen zijn twijfelaars op zoek naar zekerheid, en de goeroe is daarop geen uitzondering. Hij is er de uiterste vorm van. Wie anderen overtuigt, overtuigt eerst zichzelf; elke nieuwe volger is een spiegel die terugzegt dat hij gelijk heeft. Daarom is de oprechte goeroe gevaarlijker dan de oplichter. De oplichter weet waar de grens ligt, want hij heeft haar zelf getrokken. De gelovige kent geen grens. Bedrog werkt het best wanneer de bedrieger het zelf gelooft, omdat zelfbedrog de kleine signalen uitwist die een leugenaar verraden: het trillende ooglid, de halve seconde aarzeling. De zekerste stem in de zaal hoort bij de man die het minst van zichzelf weet.
De lijsttrekker als lot
In de politiek draait dezelfde machine, alleen is het decor van marmer. Een kandidaat die genoeg ophef veroorzaakt, krijgt zendtijd die hij nooit had kunnen betalen. In de eerste maanden van de Amerikaanse voorverkiezingen van 2016 werd de gratis media-aandacht voor Donald Trump geschat op bijna twee miljard dollar, voor een groot deel geleverd door zenders die hem verachtten. Zijn tegenstanders schreeuwden tegen hem en schreeuwden daarmee voor hem. Verontwaardiging is ook aandacht, en aandacht vraagt niet met welk gevoel ze gegeven wordt.
Toch is een partij niet zonder meer een sekte, en het verschil zit niet in de inhoud. Het zit in de prijs van de uitgang. Wie een partij verlaat, verliest een lidmaatschapskaart. Wie een gemeenschap rond een goeroe verlaat, verliest vaak zijn vrienden, zijn familie en het enige verhaal dat de wereld nog verklaarde. De parlementaire democratie is een saai stelsel van remmen: termijnen, coalities, een pers die terugbijt. Die saaiheid is niet gering te schatten, want ze houdt het vertrek goedkoop. Pas wanneer een partij één lid kent en vertrekken verraad heet, schuift ze op richting sekte. Daarvoor hoeft niemand van mening te veranderen. Alleen de deur moet zwaarder worden.
Zuurstof en vonk
Wie hieruit afleidt dat het publiek de goeroe volledig maakt, maakt het zich te makkelijk. Zonder zuurstof geen brand, dat is waar. Er hangen echter miljoenen kubieke meters zuurstof boven elke stad, en het meeste daarvan brandt niet. Niet iedereen die aandacht krijgt, wordt goeroe. Er hoort een ontvankelijkheid bij: een onverwoestbaar gevoel van eigen gelijk, en de neiging aandacht niet als geschenk te ervaren maar als iets wat je toekomt. De meeste mensen die een zaal stil krijgen, worden daar nerveus van. De goeroe wordt er rustig van. Bij hem werkt de spiegel niet als correctie, wel als bevestiging.
Schuld is in deze lus een onhandig begrip, omdat het een begin veronderstelt. De goeroe vormt zijn volgers en de volgers vormen hun goeroe. Wat er eerst was, de kip of het applaus, is geen vraag die het organisme zich stelt. Het reageert op wat beloond wordt en vertelt achteraf wat het wilde.
De compound in de broekzak
Nieuw is alleen de schaal. Een goeroe heeft geen afgelegen terrein meer nodig om zijn volgers af te zonderen; het algoritme doet de selectie. Het vindt de eenzame om drie uur ’s nachts, de net gescheiden, de man die zijn werk kwijt is, en serveert hem de stem die het zekerst klinkt. Die stem neemt hem zijn nachtrust af en zijn twijfel erbij. De ronselaar van vroeger stond op straat met folders. Zijn opvolger zit in elke broekzak en slaapt nooit.
Politici hebben die les sneller geleerd dan wie ook. De grens tussen influencer en lijsttrekker wordt de komende jaren niet vager, ze verdwijnt. Het gevoel dat iemand die jou niet kent jou toch begrijpt, wordt het nieuwe partijlidmaatschap. De contributie wordt in minuten betaald.
De kring jongens rond die zwarte band is dus nooit opgeheven. Hij is uitgedijd tot miljoenen mensen die alleen op de bank zitten en toch samen kijken, elk in de veronderstelling toeschouwer te zijn. Niemand heeft Massaro ooit gekozen, en toch heeft iedereen die bleef kijken gestemd. Met de duim. Om drie uur ’s nachts.
Literatuur
Max Weber, Wirtschaft und Gesellschaft (1922), over charismatisch gezag als erkenning door volgers.
Joseph Henrich & Francisco Gil-White, “The evolution of prestige”, Evolution and Human Behavior 22 (2001).
Joseph Henrich, The Secret of Our Success (2016).
Matthew Salganik, Peter Dodds & Duncan Watts, “Experimental study of inequality and unpredictability in an artificial cultural market”, Science 311 (2006).
Robert Trivers, The Folly of Fools (2011).
Gurwinder Bhogal, “The Perils of Audience Capture” (essay, 2022).
Eric Hoffer, The True Believer (1951).
Eileen Barker, The Making of a Moonie (1984).
Alexandra Stein, Terror, Love and Brainwashing (2017).
Herbert Simon, “Designing Organizations for an Information-Rich World” (1971).
De Influencer Goeroe, docuserie, HBO Max (2026).