Beste lezer,
Vandaag een essay over de brief die je nog niet hebt geopend.
In het kort. Het brein houdt een boekhouding bij van wat het weten kost, en die boekhouding wint het vaak van het belang van het weten. Het ongeopende saldo, de uitslag die je laat overgaan, de beelden van de verloren partij die je niet wilt zien: het zijn geen slapheden maar berekeningen, waarin hoop een rendement oplevert. Daar heeft mijn eigen mensbeeld, het organisme zonder bestuurder, weinig moeite mee. Maar het essay kijkt ook naar waar dat beeld wringt. De berekening is zo redelijk dat er toch een kleine boekhouder in zit, en ze wordt op de verkeerde plek toegepast: wie niets kan veranderen doet verstandig niet te kijken, wie wel kan handelen doet er verkeerd aan.
Het slot is praktisch: de remedie is geen wilskracht, maar een ander die de envelop openmaakt.
Open vandaag het bericht waar je al een tijd omheen loopt, en kijk hoe lang het echt duurde.
Peter Koopman
Voormalig sportdocent, maar vooral amateur-antropoloog van de menselijke illusie — gespecialiseerd in de kruising tussen biologie, gedrag, macht, zelfbedrog en ons absurde verlangen naar validatie.
Even niet kijken
Je banksaldo staat in een app die je al elf dagen niet hebt geopend. Je weet dat de app er is, je weet waar je telefoon ligt, je weet dat het openen drie seconden kost. Toch blijft het scherm donker, want in je hoofd staat het bedrag nog op een prettig getal en dat getal is je lief. De huisarts belt over de uitslag en je laat het één keer overgaan. De belastingbrief ligt ongeopend tussen de pizzafolders. Niemand noemt dit stompzinnig, we noemen het “even rust”. Het is boekhouding: pijn wordt afgeschreven voordat ze binnenkomt, en de factuur, de rente, de boete, de gemiste behandelmarge, wordt doorgeschoven naar een ander tijdstip-ik.
Dat dit een patroon is en geen eigenaardigheid van jou, blijkt uit de cijfers van mensen die er geld aan verdienen. Scandinavische beleggers logden minder vaak in op hun rekening nadat de beurs was gedaald, en vaker nadat hij was gestegen.¹ De koers veranderde niet door het wegkijken; alleen het moment van weten verschoof. Wie bij een dreigende uitslag weinig middelen heeft om met de uitkomst om te gaan, vermijdt de informatie het hardst.² Mensen met een erfelijk risico op Huntington, een ziekte waar niets aan te doen valt, laten zich verrassend zelden testen.³ Studenten gaven liever geld uit dan dat ze hun soa-uitslag hoorden.⁴ En wie denkt dat dit alleen over de ziekenboeg gaat, kijkt naar het nieuws: ruim een derde van de mensen in tientallen landen zegt het nieuws soms of vaak bewust te mijden.⁷
De verklaring die het goed doet op verjaardagen is zwakke wil. Dat is een slechte verklaring, want het wegkijken is niet zwak. Het verwachtingsgevoel, de hoop dat het goed is of de angst dat het slecht is, heeft zelf een waarde, positief of negatief, en wie het bericht opent, ruilt die waarde in voor de werkelijkheid.⁵ Zolang het saldo ongezien is, kan het nog van alles zijn, en je betaalt je dagelijkse dosis opluchting uit een bedrag dat je niet kent. Vermijden is geen kortsluiting maar rendement. Het organisme koopt hoop, en de leverancier is zijn eigen onwetendheid.
Hier zit mijn mensbeeld in een zijstraat. Geen bestuurder die besluit dat de brief mag blijven liggen; een rekensysteem dat de verwachte pijn van het weten tegen de verwachte baat afweegt, en dat voor het besef dat er al een antwoord is geleverd. Daarna volgt het verhaal: ik had het druk, ik kwam er nog niet aan toe. Niemand heeft de afweging gezien, ook de afweger niet. De ongeopende envelop is de uitkomst van een berekening die door niemand is uitgevoerd, en het verhaal erachter is de persvoorlichter.
Tot daar steunt de literatuur het beeld. Dan wordt het lastig, op twee plekken.
De eerste plek is dat het organisme hier niet dom of verzwakt blijkt maar rekent met een nutsfunctie die redelijk is. Er bestaan drie redenen om iets wel of niet te willen weten: de informatie helpt je te handelen, ze helpt je de wereld te begrijpen, of ze voelt goed of slecht.⁶ De derde weegt in de praktijk vaak zwaarder dan de eerste twee. Dat is dan ook geen bug maar een keuze, in de zin dat er een logica achter zit: wie bij Huntington niets kan veranderen en alleen angst oogst, doet er verstandig aan niet te kijken. Mijn bestuurderloze organisme krijgt hiermee een huurder, een kleine boekhouder met één criterium: voel ik me er beter of slechter door? Dat is niet de bestuurder die ik wegstuurde. Het is wel een bewoner die ik had moeten benoemen.
De tweede plek is de context. Mensen vermijden niet altijd. Naarmate er iets aan te doen valt, kijken ze eerder, en bij zware bedreigingen zonder uitweg vermijden ze meer.² Dat past bij mijn beeld, want het betekent dat de omgeving bepaalt wat het organisme doet. Maar het ondergraaft de neiging om vermijding als een eigenschap van mensen te beschouwen: ze is een functie van wat er te halen valt. Het saldo is een voorbeeld van waar de berekening faalt. Er valt wel iets aan te doen, juist daarom doet kijken zoveel pijn, en het organisme past toch de logica van de onveranderbare ziekte toe. Een stuk eigen biologie dat Huntington niet van een achterstallige aanmaning onderscheidt.
In de gevechtssporten kennen we dit als de opname van de verloren partij. De vechter weet dat de beelden bestaan. Hij weet dat het om dat ene moment in ronde twee gaat, de handen die zakten en de hook die hij zag aankomen. Hij kijkt niet, want de herinnering aan een kleine misrekening doet minder zeer dan het beeld ervan. Zijn trainer zegt dat hij het moet zien. De vechter die kijkt, wint de volgende keer; die niet kijkt, verliest dezelfde partij nog eens.
De remedie is dus geen wilskracht, want de wil zat er nooit in. Ze zit in de omgeving: een vast uur op zondag waarop het saldo wordt geopend, een andere persoon die de brief openmaakt, de afspraak dat de beelden samen worden bekeken. Het ongeopende bericht is een rekensom met één gevoel erin, en wie de som wil veranderen, verandert het gevoel dat erin zit. Zet de envelop op het bord van iemand anders en hij is binnen een minuut open.
Noten
- Scandinavische beleggers logden minder vaak in op hun rekening nadat de markt was gedaald, en vaker na een stijging: Karlsson, Loewenstein & Seppi (2009).
- Vermijding neemt toe bij dreigende informatie en weinig herstelmogelijkheden, en af wanneer er iets aan te doen valt: Golman, Hagmann & Loewenstein (2017); Sweeny, Melnyk, Miller & Shepperd (2010).
- Mensen met een erfelijk risico op Huntington laten zich zelden testen, en leven daarna op basis van hun eigen verwachting: Oster, Shoulson & Dorsey (2013).
- Studenten waren bereid te betalen om hun soa-uitslag niet te hoeven weten: Ganguly & Tasoff (2017).
- Verwachtingsgevoel is zelf een bron van nut of angst, en informatie kan dus netto kosten: Kőszegi (2003).
- Drie motieven om iets wel of niet te willen weten: handelingswaarde, begrip en gevoel: Sharot & Sunstein (2020).
- Ruim een derde van de ondervraagden in tientallen landen mijdt soms of vaak bewust het nieuws: Newman, Fletcher, Robertson, Ross Arguedas & Nielsen (2024).
Literatuur
Ganguly, A., & Tasoff, J. (2017). Fantasy and dread: The demand for information and the consumption utility of the future. Management Science, 63(12), 4037-4060.
Golman, R., Hagmann, D., & Loewenstein, G. (2017). Information avoidance. Journal of Economic Literature, 55(1), 96-135.
Karlsson, N., Loewenstein, G., & Seppi, D. (2009). The ostrich effect: Selective attention to information. Journal of Risk and Uncertainty, 38(2), 95-115.
Kőszegi, B. (2003). Health anxiety and patient behavior. Journal of Health Economics, 22(6), 1073-1084.
Newman, N., Fletcher, R., Robertson, C. T., Ross Arguedas, A., & Nielsen, R. K. (2024). Reuters Institute digital news report 2024. Reuters Institute for the Study of Journalism.
Oster, E., Shoulson, I., & Dorsey, E. R. (2013). Optimal expectations and limited medical testing: Evidence from Huntington disease. American Economic Review, 103(2), 804-830.
Sharot, T., & Sunstein, C. R. (2020). How people decide what they want to know. Nature Human Behaviour, 4(1), 14-19.
Sweeny, K., Melnyk, D., Miller, W., & Shepperd, J. A. (2010). Information avoidance: Who, what, when, and why. Review of General Psychology, 14(4), 340-353.
