Beste lezer,
Vandaag een essay over die verjaardag waar iedereen de nieuwe vriend van tante een eikel vond en niemand het zei, tot het portier van de auto dichtviel.
In het kort. Iets weten is één ding; weten dat de ander het ook weet, is iets heel anders. Zolang niemand het hardop zegt, kan iedereen doen alsof er niets aan de hand is, en dat houdt families, vriendschappen en zelfs dictaturen overeind. Liegen tegen jezelf en beleefd liegen tegen anderen zijn twee kanten van hetzelfde spaarsysteem: ze besparen ons ruzie en pijnlijke herzieningen. De mens liegt dus niet ondanks dat hij een groepsdier is, hij liegt omdat hij er een is. Wie de waarheid wel uitspreekt, is soms een lastpak die op andermans kosten scoort, en soms de enige die een vastgelopen groep in beweging krijgt.
De conclusie: eerlijkheid is pas moedig als ze iets kost, en op sociale media kost ze niets meer.
Wanneer heb jij voor het laatst hardop gezegd wat de hele kamer dacht?
Peter Koopman
Voormalig sportdocent, maar vooral amateur-antropoloog van de menselijke illusie — gespecialiseerd in de kruising tussen biologie, gedrag, macht, zelfbedrog en ons absurde verlangen naar validatie.
De rekening van het kind
Pinker, Trivers en de economie van de beleefde leugen
Verjaardag in Amersfoort, zaterdagmiddag, een kring van twaalf stoelen. Tante Ria heeft haar nieuwe vriend meegenomen. Hij heet Ronald, houdt binnen zijn bodywarmer aan en legt binnen tien minuten uit waarom klimaatwetenschap een verdienmodel is. Twaalf mensen denken hetzelfde. Niemand zegt het. Er wordt knikkend naar de bitterballen gekeken, iemand vraagt of hij van ver moest komen, en de middag glijdt ongeschonden voorbij. Op de terugweg in de auto barst het los. “Wat een eikel.” “Ja hè? Ik dacht dat ik de enige was.”
Aan die laatste zin wijdt Steven Pinker een heel boek. In When Everyone Knows That Everyone Knows… (Scribner, 2025) onderscheidt hij private kennis (ik weet het), gedeelde kennis (we weten het allebei, maar ik weet niet of jij het weet) en common knowledge: iedereen weet het, iedereen weet dat iedereen het weet, en zo verder tot in het oneindige. Dat laatste is geen kwestie van meer informatie. De informatie in die verjaardagskring was compleet. Wat ontbrak was de zekerheid dat de ander haar ook had, en wist dat jij haar had. Eén uitgesproken zin had Ronald tot publiek feit gemaakt, en dan moet er iets gebeuren: Ria verdedigt hem, Ria schaamt zich, of de band met Ria loopt een deuk op. Zwijgen was goedkoper.
Pinker noemt dat rationele hypocrisie. Beleefde leugens, versluierde steekpenningen (“kunnen we dit hier afhandelen, agent?”), seksuele toespelingen (“wil je boven nog koffie?”), diplomatieke omtrekkende bewegingen. Het werkt omdat het verschil tussen weten en officieel weten echt bestaat. Een aanbod dat nooit is uitgesproken, kan worden afgeslagen zonder dat de relatie opnieuw moet worden gedefinieerd. Pinker werkte dat al uit met Martin Nowak en James Lee in “The logic of indirect speech” (PNAS, 2008): indirecte taal geeft de spreker ontkenbaarheid en de ontvanger een nooduitgang. Iedereen weet wat “koffie” betekent. Zolang niemand weet dat iedereen het weet, overleeft de vriendschap de avond.
Het boek is goed. Dat zeg ik eerst, want de rest wordt minder vriendelijk.
Twee verdiepingen van hetzelfde huis
Wat Pinker onderbelicht laat, is de verdieping eronder. Robert Trivers, die in maart van dit jaar op 83-jarige leeftijd overleed (Pinker schreef een in memoriam voor Quillette), betoogde decennialang dat zelfbedrog geen defect is maar gereedschap. In The Folly of Fools (2011) en in zijn artikel met William von Hippel in Behavioral and Brain Sciences(2011) is de redenering simpel: wie zijn eigen leugen gelooft, lekt minder signalen, hoeft geen dubbele boekhouding bij te houden en liegt met overtuiging. Je bedriegt jezelf om de ander beter te bedriegen.
Leg Trivers en Pinker naast elkaar en je ziet één systeem op twee niveaus. Zelfbedrog voorkomt dat ik weet dat ik het weet. De beleefde leugen voorkomt dat wij weten dat we het weten. Het ene knipt de recursie door binnen het hoofd, het andere tussen hoofden. Beide besparen kosten: die van een zelfbeeld dat herzien moet worden en die van een relatie die opnieuw onderhandeld moet worden. Een organisme dat energie spaart waar het kan, doet dat ook met waarheid. Het slaat haar op, liefst in de kelder, en haalt haar pas boven als het rendement de moeite loont.
Daarmee valt het sentimentele beeld om van de mens als eerlijk wezen dat onder druk soms liegt. Andersom klopt beter. De mens liegt niet ondanks zijn sociale aard, hij liegt erdoor. Hoe meer relaties je onderhoudt, hoe meer je verliest bij een uitgesproken waarheid en hoe groter het budget voor diplomatieke vaagheid. Kluizenaars liegen weinig. Ze hebben ook weinig verjaardagen.
Kevin Simler en Robin Hanson trokken die lijn in The Elephant in the Brain (2018) door naar onderwijs, zorg en liefdadigheid: we doen dingen om andere redenen dan we zeggen, en we zorgen dat we die redenen zelf niet al te scherp zien. Pinker levert de speltheoretische bovenbouw op hun kelder.
Waar de gladde rekensom haakt
De ontvangst was overweldigend. The Economist, The Times, Bill Gates, en op Pinkers eigen website drie Nobelprijswinnaars economie. Bij zo’n unanimiteit mag je je afvragen of de recensenten zelf common knowledge aan het fabriceren waren: iedereen weet dat je Pinker prijst, dus prijst iedereen Pinker. Michael Munger, econoom aan Duke, merkt in The Independent Review (najaar 2026) droog op dat Pinker Timur Kuran niet citeert. Dat is meer dan een gemiste voetnoot. Kuran legde in Private Truths, Public Lies (1995) precies het mechanisme bloot dat Pinker nu populariseert: preference falsification, mensen die publiek iets anders verkondigen dan ze privé denken, tot één zichtbare barst het hele bouwwerk laat instorten. Boekarest, 21 december 1989. Ceaușescu spreekt een verplichte massabijeenkomst toe, de menigte begint te joelen, de staatstelevisie valt weg, en vier dagen later staat de dictator voor een vuurpeloton. Dat regime was niet zwak geworden. Het was alleen zichtbaar geworden hoe zwak het al was.
De eigenlijke bron ligt nog dieper. Thomas Schelling liet in The Strategy of Conflict (1960) zien dat coördinatie draait om focal points, keuzes waarvan iedereen verwacht dat iedereen ze maakt. Michael Chwe liet in Rational Ritual (2001) zien dat rituelen, parades en Super Bowl-reclames bestaan om common knowledge te produceren. Pinker leunt zwaar op Schelling, dat geeft Munger hem na. Wie het boek leest zonder die voorgeschiedenis, denkt een nieuwe theorie in handen te hebben. Het is een voortreffelijke catalogus van een oude.
Het tweede bezwaar weegt zwaarder. Pinkers model is een rekenmodel. Het behandelt de beleefde leugen als strategische keuze van een actor die de kosten van onthulling afweegt. Zo voelt het niet, en zo werkt het ook niet. Blozen, plaatsvervangende schaamte, het fysieke ongemak van een eerste date: dat zijn geen berekeningen maar alarmsystemen. Pinker behandelt blozen en lachen zelf als signalen die common knowledge afdwingen, en dat is het eerlijkste deel van zijn boek, want daar erkent hij dat het lichaam de rekenmeester verraadt. Robert Frank zag het al in Passions Within Reason (1988): emoties werken als commitment devices juist omdat je ze niet naar believen kunt inzetten. Het meeste werk in rationele hypocrisie wordt niet door de ratio gedaan maar door een limbisch systeem dat liever zwijgt dan bloost. Het woord rationeel is er achteraf opgeplakt, als een etiket op een fles die zichzelf heeft gevuld. Rowan Williams schreef in The Guardian dat Pinker moeite heeft met alles in ons morele leven dat zich niet tot redenering laat terugbrengen. Een oud-aartsbisschop die een psycholoog op zijn blinde vlek voor de psyche wijst; het heeft iets.
Het kind als parasiet
Dan de ongemakkelijke vraag, die ik ook mezelf moet stellen. Als hypocrisie het smeermiddel is, wat is dan de man die zand in de machine strooit? George Carlin, Pat Condell, de columnist die op die verjaardag wél zegt dat Ronald een eikel is?
Het sterkste tegenargument: hij is een parasiet. Hij profiteert van een stelsel dat anderen onderhouden. Zijn eerlijkheid kost hem weinig en levert status op, terwijl de rekening wordt betaald door de mensen die daarna met Ria verder moeten. Erger nog: Carlin stond niet op een plein in Boekarest maar in een zaal vol mensen die een kaartje hadden gekocht om het met hem eens te zijn. Het publiek lacht omdat het het al wist. Lachen maakt common knowledge, zegt Pinker, maar in een theater wordt vooral common knowledge gevierd die er al was. De criticaster oogst. Hij zaait zelden.
Dat argument is raak, en ik geef het voor een deel toe. Veel eerlijkheid is ijdelheid in werkkleding. Wie roept dat de keizer naakt is terwijl de keizer al drie jaar dood is, is geen held maar een archivaris.
Toch schiet het tekort, om een reden die Mark Granovetter in 1978 vastlegde in zijn drempelmodel van collectief gedrag. Ieder mens heeft een drempel: het aantal anderen dat eerst moet bewegen voor hij meedoet. Zit er niemand met drempel nul in de groep, dan gebeurt er niets, hoe breed de onvrede ook is. Het kind in het sprookje heeft drempel nul, omdat het niet weet wat de waarheid kost. De eerste jouwer in Boekarest had drempel nul, of had simpelweg te veel op. Zonder die ene komt de cascade niet op gang.
En common knowledge alleen is geen garantie voor actie. Kyle Thomas, Peter DeScioli, Julian De Freitas en Pinker lieten in 2016 zien dat het klassieke omstandereffect van Latané en Darley juist opduikt wanneer iedereen weet dat iedereen weet dat er hulp nodig is. Dan wacht ieder op de ander, want die voelt zich toch ook verplicht? Common knowledge van het probleem levert zo collectief lijntrekken op. Iemand moet zich uit dat evenwicht losrukken, en dat is zelden de meest beleefde persoon in de kamer.
De criticaster is dus parasiet noch held. Hij is een drempelwaarde, en zijn nut hangt af van de drempels om hem heen. In een kring waar iedereen Ronald al dom vindt, is hij overbodig en een tikje lomp. In een organisatie waar iedereen weet dat het project mislukt maar niemand het als eerste durft te zeggen, is hij het goedkoopste reddingsmiddel dat er bestaat. Hoe duurder de waarheid, hoe waardevoller wie haar goedkoop uitspreekt; hoe goedkoper de uitspraak, hoe minder de waarheid waard lijkt.
Daar zit de vooruitblik. Sociale media hebben de productiekosten van common knowledge naar nul gedrukt. Justine Sacco had in 2013 zo’n 170 volgers toen ze een slechte grap tweette; toen haar vliegtuig landde, was ze wereldnieuws, en kort daarna haar baan kwijt. Het mechanisme dat een dictator velt, velt nu een pr-medewerker. Als iedereen drempel nul krijgt omdat meeschreeuwen niets kost, is de eerlijke criticaster geen correctie meer maar één stem in een koor dat niet weet waarom het zingt. De beleefde leugen verandert dan van hypocrisie in de laatste vorm van privacy: de ruimte waarin je iets kunt weten zonder dat het meteen een publiek feit wordt.
Ik vermoed dat we over tien jaar niet klagen over te veel beleefdheid, maar over te weinig. En dat Ronald dan een podcast heeft.
Bronnen
- Pinker, S. (2025). When Everyone Knows That Everyone Knows…: Common Knowledge and the Mysteries of Money, Power, and Everyday Life. Scribner. stevenpinker.com
- Pinker, S., Nowak, M. A., & Lee, J. J. (2008). The logic of indirect speech. PNAS, 105(3).
- Thomas, K. A., DeScioli, P., De Freitas, J., & Pinker, S. (2016). Recursive mentalizing and common knowledge in the bystander effect. Journal of Experimental Psychology: General, 145(5). PubMed
- Munger, M. C. (2026). Review van When Everyone Knows That Everyone Knows. The Independent Review, 31(2). independent.org
- Williams, R. (29 september 2025). Review in The Guardian. pdf via stevenpinker.com
- Pinker, S. (2026). The Many Roots of Our Suffering: Reflections on Robert Trivers (1943-2026). Quillette. quillette.com
- Trivers, R. (2011). The Folly of Fools. Basic Books.
- Von Hippel, W., & Trivers, R. (2011). The evolution and psychology of self-deception. Behavioral and Brain Sciences, 34(1).
- Kuran, T. (1995). Private Truths, Public Lies: The Social Consequences of Preference Falsification.Harvard University Press.
- Schelling, T. C. (1960). The Strategy of Conflict. Harvard University Press.
- Chwe, M. S.-Y. (2001). Rational Ritual: Culture, Coordination, and Common Knowledge. Princeton University Press.
- Simler, K., & Hanson, R. (2018). The Elephant in the Brain. Oxford University Press.
- Frank, R. H. (1988). Passions Within Reason. Norton.
- Granovetter, M. (1978). Threshold models of collective behavior. American Journal of Sociology, 83(6).
- Latané, B., & Darley, J. M. (1970). The Unresponsive Bystander: Why Doesn’t He Help? Appleton-Century-Crofts.
