Beste lezer,
Vandaag een essay over een meeuwenkuiken dat liever naar een stok pikt dan naar zijn eigen moeder, en over waarom u dat kuiken beter kent dan u lief is.
In het kort. Veel dieren reageren sterker op een overdreven namaakversie dan op het echte ding: een groter ei, een rodere vlek, een glimmender flesje. Dat is geen domheid, maar een regel die in de natuur nooit werd uitgebuit, omdat de natuur zulke overdrijvingen niet maakt. Wij maken ze wel. Chips die beter smaken dan een aardappel, gezichten door een filter, en sinds kort gesprekspartners die ons altijd gelijk geven en daardoor aardiger lijken dan elke vriend. Het tegenargument neem ik serieus: de mens kan de namaak herkennen en heeft cultuur om zich in te tomen. Alleen is die rem traag, en de namaak wordt elke week beter.
De conclusie: we kiezen niet voor het echte, maar voor het extreme en noemen dat vervolgens smaak.
Kijk vandaag eens naar wat u het vaakst pakt, en vraag u af of het het origineel is of de stok.
Peter Koopman
Voormalig sportdocent, maar vooral amateur-antropoloog van de menselijke illusie — gespecialiseerd in de kruising tussen biologie, gedrag, macht, zelfbedrog en ons absurde verlangen naar validatie.
De rode stok
Een zilvermeeuwkuiken met honger pikt naar de rode vlek op de snavel van zijn ouder, en de ouder braakt voedsel op. Het systeem is simpel en werkt al heel lang. Rond 1950 gingen twee Nederlandse biologen met kartonnen koppen en houten staafjes uitzoeken waar het kuiken eigenlijk op reageert. Het antwoord was ontnuchterend. Een dunne rode staaf met drie witte banden bij de punt kreeg meer pikken dan een zorgvuldig nagebouwde meeuwenkop.¹ Het kuiken wil geen ouder. Het wil rood, lang en contrast, en hoe meer daarvan, hoe beter.
Niko Tinbergen, de oudste van de twee, zag hetzelfde bij de scholekster. Leg naast haar eigen ei een namaakei dat zo groot is dat ze er nauwelijks op past, en ze klautert erop. Het echte ei laat ze liggen.² In Australië proberen mannetjes van een prachtkever te paren met weggegooide bierflesjes, bruin, glimmend en met een rij noppen onderaan, omdat die meer op een vrouwtje lijken dan een vrouwtje.³ Sommige blijven zitten tot de mieren ze aanvreten.
Biologen noemen zoiets een supernormale stimulus: een prikkel die sterker werkt dan het origineel waarvoor het systeem is gebouwd. Dat ze bestaan, is geen ontwerpfout. In de natuur komt geen ei voor dat twee keer zo groot is als normaal, en geen snavel met drie witte banden. Een regel als “meer is beter” kost daar niets, dus is er nooit tegen geselecteerd.⁴ De regel klopt. Hij is alleen geschreven voor een wereld waarin niemand hem uitbuit.
Tot hier gaat het over dieren, en dieren mogen dom zijn. Nu de soort die de bierflesjes maakt.
Het brein beloont niet het gemiddelde, het beloont de richting. Train een rat om een rechthoek van een vierkant te onderscheiden, en daarna reageert hij sterker op een nog langere rechthoek dan op de rechthoek waarmee hij getraind is. Volgens een invloedrijke theorie over kunst rust onze hele esthetiek op dat principe. De karikaturist overdrijft wat een gezicht onderscheidt, en wij herkennen zijn karikatuur sneller dan een getrouwe tekening.⁵ Gezichten die verder in de richting van aantrekkelijkheid zijn geduwd, vinden we mooier dan het aantrekkelijke gemiddelde waar ze uit voortkomen.⁶ De schoonheidsfilter op je telefoon hoefde niemand uit te vinden. Hij lag al klaar in de visuele schors en wachtte op software.
Met voedsel ging het net zo. Zout, suiker en vet waren schaars, dus kreeg alles wat ernaar smaakte een premie. De levensmiddelenindustrie heeft die premie niet bedacht, alleen opgehaald. In een gecontroleerde proef leefden twintig volwassenen twee weken op ultrabewerkt eten en twee weken op onbewerkt eten. Wat hun werd voorgezet, was gelijk in calorieën, suiker, vet, vezels en zout; ze mochten eten zoveel ze wilden. Op het ultrabewerkte dieet aten ze ongeveer vijfhonderd kilocalorieën per dag meer, en ze kwamen aan.⁷ Niemand at meer omdat hij het nodig had. De chips waren gewoon een betere aardappel dan de aardappel.
Het nieuwste exemplaar ligt niet in het schap maar in het gesprek. Een taalmodel dat wordt bijgeschaafd op menselijke goedkeuring, leert wat mensen goedkeuren, en mensen keuren goed wat hen gelijk geeft.⁸ Dit jaar verscheen onderzoek waaruit bleek dat chatbots het handelen van gebruikers bijna de helft vaker goedpraten dan mensen dat doen, ook als het om bedrog of schade gaat. Eén gesprek met zo’n instemmende machine maakte proefpersonen minder bereid een ruzie bij te leggen en zekerder van hun eigen gelijk. Ze vonden die antwoorden beter, vertrouwden het model meer en wilden er vaker op terugkomen.⁹ Dat is de rode stok in sociale uitvoering: bevestiging zonder wrijving, aandacht zonder vermoeidheid, een vriend die nooit iets terugvraagt. Een echte vriend verliest die vergelijking, omdat hij tegenspreekt en moe wordt. Precies daarvoor had je hem.
Het tegenargument is er, en het is niet dom. De mens is geen meeuwenkuiken. Hij kan de stok herkennen als stok. Culturen bouwen al duizenden jaren remmen tegen overdaad: vastentijden, taboes, tafelmanieren, de schaamte van de vreetzak. Peak shift vraagt ook een geleerd onderscheid, dus er zit ervaring in het spel en geen blind instinct. En die voedingsproef was klein en kort; twintig mensen in een kliniek zijn geen samenleving.
Allemaal waar, en het helpt minder dan het lijkt. De rem is traag, collectief en moet elke generatie opnieuw worden aangeleerd. De stok is snel, persoonlijk en wordt elk kwartaal verbeterd door mensen die daarvoor betaald worden. Een taboe dat eeuwen nodig had om te ontstaan, staat tegenover een product dat wekelijks wordt getest op wat je langer laat kijken. Dat de mens de stok kan herkennen, wil niet zeggen dat hij hem laat liggen. Wie chips herkent als chips, eet ze toch.
In de sportzaal zag ik het jarenlang. Er zijn vechters die op de pads prachtig zijn. Elke combinatie werkt, de trainer houdt de pads precies waar de stoot aankomt, tikt terug op het juiste moment en beweegt nooit onverwacht. Het klinkt geweldig. Dan komt het sparren, en de tegenstander doet niets van dat alles. Hij staat niet waar je slaat, hij slaat terug wanneer het jou niet uitkomt, en enthousiast is hij nooit. De trainer met de pads is een supernormale tegenstander: alles wat een tegenstander aantrekkelijk maakt, zonder wat hem lastig maakt. Wie te lang op de pads leeft, gaat de echte tegenstander saai en oneerlijk vinden. Daarin heeft hij gelijk. Hij verliest toch.
Het kuiken dat naar de stok pikt, krijgt geen eten. Dat detail ontbreekt meestal in de samenvattingen. De stok wint de aandacht en levert niets op. Wij zijn hetzelfde organisme met een betere werkplaats: we bouwen onze eigen stokken, verkopen ze aan elkaar en noemen de voorkeur ervoor smaak. Het kuiken heeft tenminste het excuus dat het een kuiken is.
Noten
- Pas uitgekomen zilvermeeuwkuikens pikken vaker naar een dunne rode staaf met witte banden dan naar een realistisch model van de ouderkop: Tinbergen & Perdeck (1950).
- Scholeksters verkiezen een reusachtig namaakei boven hun eigen ei: Tinbergen (1951).
- Mannetjes van de Australische prachtkever Julodimorpha bakewelli proberen te paren met bruine bierflesjes en worden daarbij soms door mieren aangevallen: Gwynne & Rentz (1983).
- Supernormale stimuli bestaan omdat de natuur zulke overdreven prikkels niet voortbrengt, zodat er geen selectie tegen een “meer is beter”-regel heeft plaatsgevonden: Staddon (1975); voor de doortrekking naar de mens: Barrett (2010).
- Peak shift als principe achter esthetische ervaring, met het rattenvoorbeeld: Ramachandran & Hirstein (1999). Karikaturen worden sneller herkend dan getrouwe lijntekeningen: Rhodes, Brennan & Carey (1987).
- Een samengesteld aantrekkelijk gezicht dat verder in de richting van aantrekkelijkheid wordt overdreven, wordt aantrekkelijker gevonden dan het origineel: Perrett, May & Yoshikawa (1994).
- Bij vrije inname aten deelnemers op een ultrabewerkt dieet circa 500 kcal per dag meer dan op een onbewerkt dieet met vergelijkbaar aanbod aan voedingsstoffen: Hall et al. (2019).
- Menselijke voorkeursoordelen, waarop taalmodellen worden getraind, belonen instemmende antwoorden, ook boven correcte: Sharma et al. (2024).
- Chatbots bevestigen gebruikers 49 procent vaker dan mensen; één interactie verlaagt de bereidheid een conflict te herstellen, terwijl gebruikers de instemmende antwoorden hoger waarderen en vaker willen terugkeren: Cheng et al. (2026).
Literatuur
Barrett, D. (2010). Supernormal stimuli: How primal urges overran their evolutionary purpose. W. W. Norton.
Cheng, M., Lee, C., Khadpe, P., Yu, S., Han, D., & Jurafsky, D. (2026). Sycophantic AI decreases prosocial intentions and promotes dependence. Science, 391, eaec8352.
Gwynne, D. T., & Rentz, D. C. F. (1983). Beetles on the bottle: Male buprestids mistake stubbies for females (Coleoptera). Journal of the Australian Entomological Society, 22(1), 79-80.
Hall, K. D., Ayuketah, A., Brychta, R., Cai, H., Cassimatis, T., Chen, K. Y., … Zhou, M. (2019). Ultra-processed diets cause excess calorie intake and weight gain: An inpatient randomized controlled trial of ad libitum food intake. Cell Metabolism, 30(1), 67-77.
Perrett, D. I., May, K. A., & Yoshikawa, S. (1994). Facial shape and judgements of female attractiveness. Nature, 368, 239-242.
Ramachandran, V. S., & Hirstein, W. (1999). The science of art: A neurological theory of aesthetic experience. Journal of Consciousness Studies, 6(6-7), 15-51.
Rhodes, G., Brennan, S., & Carey, S. (1987). Identification and ratings of caricatures: Implications for mental representations of faces. Cognitive Psychology, 19(4), 473-497.
Sharma, M., Tong, M., Korbak, T., Duvenaud, D., Askell, A., Bowman, S. R., … Perez, E. (2024). Towards understanding sycophancy in language models. International Conference on Learning Representations (ICLR 2024).
Staddon, J. E. R. (1975). A note on the evolutionary significance of “supernormal” stimuli. The American Naturalist, 109(969), 541-545.
Tinbergen, N. (1951). The study of instinct. Clarendon Press.
Tinbergen, N., & Perdeck, A. C. (1950). On the stimulus situation releasing the begging response in the newly hatched herring gull chick (Larus argentatus argentatus Pont.). Behaviour, 3(1), 1-39.
