Het Eerlijke Oor en de Gekochte Draak – Over markeringen en de lege bestuurdersstoel

Het Eerlijke Oor en de Gekochte Draak - Over markeringen en de lege bestuurdersstoel

Het Eerlijke Oor en de Gekochte Draak

Beste Lezer,

Bijgaand een kort essay dat ik vanochtend heb opgezet. Het gaat over markeringen op het lichaam, het eerlijke signaal van een bloemkooloor tegenover de gekochte tatoeage, en de vraag wie er nu eigenlijk kiest: de mens of zijn morfologie.

Het staat los, maar het is familie van het identiteitshoofdstuk uit Het Organisme. De slotzin haakt bewust in de ondertitel.

Ik ben benieuwd of de redenering op eigen benen staat zonder het boek eronder. Lees het vooral als losse proef, niet als hoofdstuk.

Groet,

Peter Koopman

Het Eerlijke Oor en de Gekochte Draak

Over markeringen en de lege bestuurdersstoel

De kooi draagt iets besmettelijks. Wie er lang genoeg in staat, raakt gemerkt. Eerst de oren, dan de neus, dan de huid. Het lichaam neemt de vorm aan van de plek waar het zich ophoudt, en op een dag herken je het beroep aan het karkas. Een boksneus. Een bloemkooloor. Een rug vol inkt die niemand om uitleg heeft gevraagd.

Het ligt voor de hand om te denken dat de mens een sport kiest en zich daarna versiert om te tonen waar hij bij hoort. Dat is de prettige versie, de versie met een stuur erin. De werkelijkheid loopt andersom. Het lichaam wordt gekozen, sorteert zichzelf, en de versiering komt achteraf om een keuze te vieren die nooit is gemaakt.

Het oor liegt niet

Begin bij het eerlijke signaal. Een bloemkooloor is niet te koop. Je kunt het niet lenen, niet faken, niet bestellen bij een studio in de stad. Het ontstaat doordat kraakbeen jaar na jaar tegen een mat wordt geschuurd tot het bloedt, opzwelt en verhardt. De prijs is betaald in pijn en tijd, niet in geld. Precies daarom gelooft de kenner het.

Zahavi noemde dit het handicapprincipe. Een signaal is geloofwaardig naarmate het duurder is om te vervalsen. De pauw met de absurde staart zegt: ik ben zo sterk dat ik me deze last kan veroorloven. Het bloemkooloor zegt hetzelfde in een andere taal. Ik heb genoeg klappen overleefd om dit oor te verdienen. Geen leugen overleeft die prijs.

De tatoeage staat aan de andere kant van de streep. Die is te koop. Een middag, wat geld, wat pijn die je zelf hebt ingekocht. Het signaal is goedkoop te vervalsen, dus de connaisseur leest het oor en niet de draak. De huid kan opscheppen. Het kraakbeen kan dat niet.

Let ook op het kraakbeen tegenover de zaal. Het oor is de eerlijke prijs achteraf, betaald in de wedstrijd waar de klap wel terugkomt. Het vertoon in de training is de goedkope reclame vooraf. Wie op de pads de sterren van de hemel slaat, bewijst alleen dat hij weet hoe een camera werkt, want de tegenstander zit thuis. Veblen noemde dat opvallende verspilling. De nutteloosheid is niet een gebrek aan het signaal, ze is het signaal: energie zichtbaar verbranden zonder opbrengst toont dat je je die verspilling kunt veroorloven. De atleet die in de training extra hard puft, verbrandt status, geen vet. En hij gelooft zelf dat hij zich voorbereidt, want een vertoner die weet dat hij opschept, vertoont minder overtuigend. Het brein verkoopt het imponeren aan de eigenaar als noodzakelijke arbeid, precies zodat hij zichzelf niet verraadt.

De wei kiest de stier

Nu de onaangename kant. Je kiest geen sport. Je morfologie sorteert je en je noemt het achteraf een keuze.

De lange jongen wordt naar het basketbalveld geduwd voordat hij weet wat hij wil. Hij steekt boven de rest uit, krijgt complimenten, wordt beloond, blijft hangen. De gedrongen jongen met een laag zwaartepunt vindt zichzelf terug op de mat of onder in de scrum. Niemand koos. Het lichaam paste, en de omgeving deed de rest.

De sportwetenschap heeft daar een net woord voor, anthropometrische zelfselectie, wat zoveel betekent als: de bouw beslist en het brein verzint er een verhaal bij. Sapolsky zou de vrije keuze hier ongeveer zo dik schatten als het laagje inkt waarover we het hadden. Bourdieu zag het breder. De habitus, de neerslag van een omgeving in een lichaam, gaat niet alleen in het hoofd zitten maar in de spieren, de houding, het kraakbeen. De stier kiest de wei niet. De wei past bij de stier, en de stier meent dat hij is gaan grazen uit vrije wil.

De ring van de fokstier

Dan de versiering die wél een keuze lijkt, en daar wordt het komisch.

Een ring door de neus betekende altijd hetzelfde. Hieraan kun je mij leiden. Ik laat me sturen. Ik ben getemd. Het is het oudste onderwerpingsmerk dat de veehouderij kent. Vandaag draagt een meisje van negentien diezelfde ring als teken van autonomie. Kijk, ik bepaal zelf wat er met mijn lichaam gebeurt. De mal van de onderwerping, gedragen als embleem van vrijheid, en niemand die de grap ziet.

Dat is geen toeval maar een patroon. Elke generatie kaapt het symbool van de vorige en draait de betekenis om. De punk deed het met de veiligheidsspeld. De drift eronder is mimese, Girard in zuivere vorm. Men ziet het bij de een, wil het bij de ander, en doopt het achteraf individualiteit. Daar zit de grootste leugen van het hele circus. Tienduizend mensen met dezelfde markering, ieder overtuigd dat juist hij de uitzondering is.

Twee verlangens vallen hier samen in één gebaar. De drang om eruit te springen en de drang om erbij te horen, met hetzelfde stukje metaal in dezelfde neus. Het organisme lost die tegenstrijdigheid niet op. Het draagt hem, glanzend, in het gezicht.

De handtekening van niemand

Hier komt alles bij elkaar.

Het oor overkwam hem. De lengte overkwam hem. De boksneus overkwam hem. Niets daarvan koos hij. De omgeving sorteerde een lichaam dat zij niet had gemaakt, en het lichaam gehoorzaamde een aanleg die het niet had aangevraagd.

De tatoeage is het enige merk dat de drager zelf zet. Het enige moment waarop hij doet alsof hij aan het stuur zit. En juist daarom is het zo onthullend. De inkt zegt niets over wie hij is. Ze is een handtekening onder een contract dat een ander opstelde. Het organisme tekent voor ontvangst en denkt dat het de auteur is.

Daar staat de hele zaak. Het eerlijke merk is het lichaam dat de wereld op je achterliet, zonder te vragen. Het gekochte merk is het organisme dat zichzelf wijsmaakt dat het de baas was. Beide wijzen naar dezelfde plek. Een lege bestuurdersstoel, keurig beschilderd, zodat niemand merkt dat er niemand zit.

Literatuur

Bourdieu, P. (1979). La Distinction. Critique sociale du jugement. Minuit.

DeMello, M. (2000). Bodies of Inscription. Duke University Press.

Gell, A. (1993). Wrapping in Images. Tattooing in Polynesia. Oxford University Press.

Girard, R. (1961). Mensonge romantique et vérité romanesque. Grasset.

Sapolsky, R. (2017). Behave. The Biology of Humans at Our Best and Worst. Penguin.

Tinbergen, N. (1951). The Study of Instinct. Oxford University Press.

Trivers, R. (2011). The Folly of Fools. The Logic of Deceit and Self-Deception in Human Life. Basic Books.

Veblen, T. (1899). The Theory of the Leisure Class. Macmillan.

Zahavi, A. & Zahavi, A. (1997). The Handicap Principle. Oxford University Press.

Ook interessant voor jou!