Eén is een mens, duizend is een

Eén is een mens, duizend is een

Beste lezer,

Vandaag een essay over iets waar niemand graag aan wordt herinnerd: één kind onder het puin brengt ons in beweging, duizend doden verderop niet.

In het kort. Ons medeleven telt geen mensen; het meet verhoudingen, net als onze ogen en oren dat doen met licht en geluid. Daardoor voelt het redden van vierduizend mensen uit een kleine groep waardevoller dan het redden van dezelfde vierduizend uit een grote, en zakt onze bereidheid om te helpen al bij het tweede slachtoffer. Cijfers erbij zetten helpt niet; die maken mensen aantoonbaar zuiniger. Dat is geen karakterfout van deze tijd, maar de afstelling van een systeem dat nooit met meer dan een paar honderd mensen te maken had. Er valt wel wat af te dingen: het effect van dat ene gezicht is in later onderzoek kleiner gebleken dan de collectefolders doen geloven, al staat de schaalblindheid zelf overeind.

De conclusie is onaangenaam: wat we ons geweten noemen, is een meetinstrument dat boven de vier cijfers niets meer aanwijst.

Kijk morgen eens waar uw verontwaardiging vandaan komt, en tel de gezichten.

Peter Koopman

Voormalig sportdocent, maar vooral amateur-antropoloog van de menselijke illusie — gespecialiseerd in de kruising tussen biologie, gedrag, macht, zelfbedrog en ons absurde verlangen naar validatie.

 

 

Eén is een mens, duizend is een noemer

Een meisje van zes ligt onder een ingestort huis en het halve land maakt geld over. Dezelfde week sterven elders een paar duizend mensen van de honger, en niemand reikt naar zijn telefoon. De gebruikelijke verklaring luidt: media, afstand, cultuur, huidskleur. Die verklaringen zijn te vleiend. Het is rekenkunde, en het rekenwerk is fout op een manier die geen enkel moreel stelsel overleeft.

Psychologen in Oregon legden proefpersonen twee hulpprogramma’s voor. In het ene werden 4500 vluchtelingen gered uit een kamp van elfduizend. In het andere dezelfde 4500 uit een kamp van een kwart miljoen. Gelijk aantal levens, gelijke kosten. De eerste optie werd stelselmatig waardevoller gevonden. Het gevoel meet geen mensen; het meet een breuk. Zodra de noemer groeit zakt de uitslag, hoe hard de teller ook schreeuwt.

Het wordt nog ongemakkelijker. De daling begint niet bij duizend, en ook niet bij honderd. Onderzoek met foto’s van hongerende kinderen vond dat de bereidheid om te geven al afneemt bij het tweede kind. Twee. Wie één gezicht ziet voelt iets; wie er twee ziet voelt minder dan de helft daarvan, en dat is geen retorische overdrijving maar een gemeten curve.

Dan het aardigste experiment uit dit vakgebied. Eén groep proefpersonen kreeg een brief over Rokia, een meisje uit Mali, met foto erbij. Een tweede groep kreeg de cijfers over honger in de Sahel. Een derde groep kreeg allebei. Die derde groep gaf ongeveer de helft van wat de eerste gaf. Het toevoegen van ware, relevante, verontrustende informatie maakte mensen zuiniger. Wie vooraf werd aangezet tot rekenen, gaf eveneens minder. Nadenken maakt hier niet royaler; het schakelt de motor uit die het geld in beweging bracht.

Hersenscans bij mensen die via een microkredietsite echt geld uitlenen laten zien waar de knop zit. De activiteit in het beloningssysteem bij het zien van het gezicht voorspelt of er geld gaat. De omvang van de nood voorspelt niets.

De verklaring ligt niet in moraal, wel in zintuiglijkheid. Elk zintuig dat we hebben werkt op verhoudingen. Een kaars erbij in een donkere kamer is een verschil; een kaars erbij in de zon is niets. Geluid, gewicht, licht, allemaal logaritmisch. Het affectsysteem dat wij ons geweten noemen is op dezelfde leest geschoeid. Het is een zintuig, en zintuigen verzadigen.

Daar zit ook de reden. Geen enkele voorouder heeft ooit voor het probleem gestaan hoe hij tweehonderdvijftigduizend mensen moest afwegen tegen elfduizend. De groepen waarin de machinerie werd afgesteld telden tientallen tot hooguit enkele honderden leden. Er is nooit selectiedruk geweest op een teller. Wel op een instrument dat snel en heftig uitslaat bij één gezicht binnen bereik. Dat instrument hebben we nog steeds, en we vragen het nu om de wereld te wegen.

De hulpindustrie weet dit al veertig jaar en handelt ernaar. Daarom staat er een kind op de folder en geen grafiek. Dat is geen manipulatie om de manipulatie; het is wat er overblijft als je een defect meetinstrument moet bedienen om geld los te krijgen. De prijs betaal je verderop, bij de verdeling. Het geld gaat naar de zaak met het beste gezicht en niet naar de zaak met de meeste doden.

Het scherpste voorbeeld blijft de foto van de Syrische jongen op het Turkse strand, september 2015. Zoekgedrag en donaties aan het Zweedse Rode Kruis schoten binnen enkele dagen omhoog met een factor van tientallen. Binnen ongeveer een maand stonden ze weer op het oude niveau. De sterfte op de Middellandse Zee liep in die maand onverminderd door. Eén jongen deed meer dan het cijfer ooit deed, en precies even lang als het gevoel meeging.

Draai het om en je hebt het recept voor onverschilligheid. Wie wil dat mensen niet reageren, vervangt gezichten door aantallen. Geen boze samenzwering; het is de standaardinstelling van elk groot apparaat. Dossiernummers, streefcijfers, doelgroepen, nevenschade. De filosofe die het proces tegen Eichmann bijwoonde zag geen monster maar een ambtenaar, en dat is precies het punt. Verdoving hoeft niet te worden toegediend. Ze ontstaat vanzelf zodra de noemer groot genoeg is.

Nu de kanttekening, want zonder kanttekening is dit stuk een preek. Een meta-analyse van het identificeerbare-slachtoffereffect vindt een bescheiden effect dat sterk afhangt van de omstandigheden: wie het slachtoffer is, of er schuld in het spel is, hoe de vraag wordt gesteld. Het gezichtseffect is dus minder almachtig dan de folders suggereren. De schaalongevoeligheid zelf staat steviger, teruggevonden in tientallen domeinen, van geredde vogels bij olierampen tot de waardering van muziek. Men kan mij ook tegenwerpen dat ik hier voor de rekenmachine pleit, en dat wie de rekenmachine laat beslissen bij de kille jongens van het effectief altruïsme eindigt. Dat verwijt klopt half. Koud is een eigenschap van het instrument, niet van de uitkomst. De vraag is wie er rekent, en of degene zelf in de uitkomst zit.

In de ring is dit allemaal netjes geregeld. De tegenstander voor je neus bestaat; de twintig op de tribune bestaan niet, en zo hoort het. Aandacht heeft een reikwijdte, en een vechter die dat vergeet ligt op de mat. Binnen de touwen heet die beperking concentratie. Buiten de touwen heet dezelfde beperking medeleven en delen we er lintjes voor uit.

Dan het ongemakkelijke deel. Het instrument reageert op een gezicht, en gezichten zijn sinds kort onbeperkt en gratis te fabriceren. Wie een zaak wil laten leven hoeft geen slachtoffer meer te vinden; hij genereert er een, met naam, met ogen, met een verhaal dat precies de goede snaar raakt. Het schaarse goed was nooit het lijden. Het was altijd het gezicht, en dat raakt nu op.

 

Literatuur

Arendt, H. (1963). Eichmann in Jerusalem: A Report on the Banality of Evil. Viking Press.

Bauman, Z. (1989). Modernity and the Holocaust. Cornell University Press.

Bloom, P. (2016). Against Empathy: The Case for Rational Compassion. Ecco.

Dunbar, R. I. M. (1992). Neocortex size as a constraint on group size in primates. Journal of Human Evolution, 22(6), 469-493.

Fetherstonhaugh, D., Slovic, P., Johnson, S. M., & Friedrich, J. (1997). Insensitivity to the value of human life: A study of psychophysical numbing. Journal of Risk and Uncertainty, 14(3), 283-300.

Genevsky, A., Västfjäll, D., Slovic, P., & Knutson, B. (2013). Neural underpinnings of the identifiable victim effect: Affect shifts preferences for giving. Journal of Neuroscience, 33(43), 17188-17196.

Hsee, C. K., & Rottenstreich, Y. (2004). Music, pandas, and muggers: On the affective psychology of value. Journal of Experimental Psychology: General, 133(1), 23-30.

Kogut, T., & Ritov, I. (2005). The singularity effect of identified victims in separate and joint evaluations. Organizational Behavior and Human Decision Processes, 97(2), 106-116.

Lee, S., & Feeley, T. H. (2016). The identifiable victim effect: A meta-analytic review. Social Influence, 11(3), 199-215.

Slovic, P. (2007). “If I look at the mass I will never act”: Psychic numbing and genocide. Judgment and Decision Making, 2(2), 79-95.

Slovic, P., Västfjäll, D., Erlandsson, A., & Gregory, R. (2017). Iconic photographs and the ebb and flow of empathic response to humanitarian disasters. PNAS, 114(4), 640-644.

Small, D. A., Loewenstein, G., & Slovic, P. (2007). Sympathy and callousness: The impact of deliberative thought on donations to identifiable and statistical victims. Organizational Behavior and Human Decision Processes, 102(2), 143-153.

Västfjäll, D., Slovic, P., Mayorga, M., & Peters, E. (2014). Compassion fade: Affect and charity are greatest for a single child in need. PLoS ONE, 9(6), e100115.

Ook interessant voor jou!