De stille bouwer – Waarom u nooit getraind, geleerd of opgebouwd hebt wat u denkt

De stille bouwer - Waarom u nooit getraind, geleerd of opgebouwd hebt wat u denkt

De stille bouwer, een tweede voorproefje

Beste lezer,

Er loopt een man rond in mijn gym die acht jaar lang aan zijn lichaam heeft gewerkt en die er heilig van overtuigd is dat hij de bouwer is. Hij heeft een schema, een voedingsplan, een trainingslog. Hij weet precies wat hij wil. En zijn lichaam, dat al die jaren niets anders heeft gedaan dan zijn eigen biologische rekensom maken, kijkt daar onbewogen naar.

Gisteren stuurde ik u Wat klaarstond, het eerste essay uit een paar dat hoort bij het boek waar ik aan werk, Het Organisme aan de Roulettetafel. Dat eerste stuk ging over wat er met u gebeurt op het moment dat denken stopt. Dit tweede essay gaat over het omgekeerde: wat er met u gebeurt op de momenten dat denken juist heel veel aanwezig is, maar waar het uiteindelijk niets uitmaakt.

De titel is De stille bouwer. De vraag die het stelt is eenvoudig: wie traint hier eigenlijk wie? Wie leert hier een taal? Wie bouwt hier een karakter, een gewoonte, een lichaam? Het antwoord is, vermoedelijk, niet wie u dacht.

De twee essays vormen samen een soort tweeluik. Het ene laat zien wat er overblijft als denken wegvalt. Het andere laat zien hoe weinig denken er eigenlijk nodig was om u te maken tot wie u bent. Beide wijzen naar dezelfde stille acteur achter de schermen, die in mijn boek het organisme heet, en die volgens mij interessanter is dan vrijwel alle verhalen die de mens over zichzelf vertelt.

Veel leesplezier. Tegenspraak welkom.

Met hartelijke groet,

Peter Koopman

De stille bouwer

Waarom u nooit getraind, geleerd of opgebouwd hebt wat u denkt

In een gym in een Hollandse kustplaats staat een man van veertig op een stairclimber. Hij heeft acht jaar krachttraining achter zich. Zijn bankdruk is honderdveertig kilo. Zijn armen hangen niet meer ontspannen langs zijn lichaam. Sinds drie weken besloot hij zijn conditie te verbeteren. Vijf keer per week veertig minuten op de stairclimber, na zijn gewone training. Hij is trots op zijn discipline.

Vandaag krijgt hij honderdtwintig kilo op de bank niet meer omhoog.

Hij is verbaasd. Boos zelfs. Hij was juist méér met zijn lichaam bezig dan ooit. Hoe kan een lichaam dat extra aandacht krijgt, slechter presteren dan een lichaam dat met rust werd gelaten?

Het antwoord is eenvoudig, en het is precies het tegenovergestelde van wat hij denkt. Hij heeft zijn lichaam niet beter behandeld. Hij heeft zijn lichaam andere instructies gegeven. En zijn lichaam, dat al die jaren al precies hetzelfde doet, heeft die instructies opgevolgd. Het organisme is begonnen spiermassa af te breken, omdat spiermassa onder cardiobelasting ballast is. Niet uit kwaadwillendheid. Uit economie. Spier kost energie in rust, kost energie tijdens dragen, en levert weinig rendement als hij zelden onder maximale last komt te staan.

De man dacht dat hij zijn conditie aan het opbouwen was naast zijn kracht. Het organisme dacht: deze trekkracht is niet meer rendabel. En het breekt af wat het niet kan rechtvaardigen. De cijfers op de bankdrukstang volgen vanzelf.

De man dacht dat hij zijn lichaam bestuurde. Het lichaam was hem allang voorbij.

Wie traint wie

De taal waarmee mensen over hun lichaam spreken bevat een verborgen claim. Ik train mijn benen. Ik bouw mijn schouders op. Ik werk aan mijn rug. Ik moet mijn core nog aanpakken. In elk van deze zinnen staat een ‘ik’ tegenover een lichaam dat als object wordt behandeld. De spreker is de bouwer, het lichaam is het materiaal.

Dat klopt niet. De spreker bouwt niet. De spreker herhaalt een beweging. Wat daarna gebeurt, gebeurt niet door hem maar door iets in hem dat zonder overleg beslist.

Stel u voor wat er biologisch werkelijk gebeurt wanneer iemand een gewicht optilt. Eerst is er een signaal vanuit de hersenen naar de spier. De spier trekt samen. Bij voldoende belasting ontstaan microscheurtjes in de spiervezels, kleine beschadigingen aan het contractiele apparaat. De spier signaleert dit aan het immuunsysteem. Er volgt een ontstekingsreactie. Satellietcellen, een soort stamcellen van het spierweefsel, worden geactiveerd. Aminozuren worden aangevoerd. Een eiwitsynthese komt op gang die over uren tot dagen het weefsel herstelt.

Dat herstel kan op twee manieren. Het organisme kan precies het oude weefsel terugbouwen. Of het kan iets meer terugbouwen dan er was, een marge, een extra reserve voor de volgende keer dat dezelfde belasting verschijnt. Dat tweede heet hypertrofie en is wat in de volksmond doorgaat voor ‘spieropbouw’.

De cruciale vraag is: wie besluit of het organisme die extra marge legt of niet?

Niet de sporter. De sporter is allang uit de gym, doet de boodschappen of slaapt. Het besluit ligt bij een verzameling biologische factoren waarop hij vrijwel geen invloed heeft. Hormonale staat, met name testosteron, groeihormoon en insuline. Eiwitvoorraad. Slaapkwaliteit van die nacht. Algemene stressbelasting. Leeftijd. Genetisch profiel. Mate van herstel vanaf de vorige training. Aanwezigheid van andere stressoren in het lichaam, zoals een verkoudheid of een conflict op het werk.

Geen enkele van deze factoren is op het moment van trainen bewust regelbaar. De sporter levert één variabele: de herhaalde beweging onder belasting. De rest doet het organisme. Of doet het organisme niet.

Wie dat eenmaal ziet, kan een gym niet meer onbevangen binnenlopen. Wat hij ziet is geen verzameling mensen die hun lichaam vormen. Het is een verzameling mensen die iets herhalen, in de hoop dat hun organisme er iets mee doet. En dat hopen is geen modus van regie. Het is een modus van onderhandeling met een systeem dat hen niet hoeft te antwoorden.

De werkwoorden liegen

Wat in de gym extreem zichtbaar wordt, geldt overal. De Nederlandse taal, en niet alleen die, hangt vol werkwoorden die een bouwer veronderstellen waar er geen bouwer is.

Trainen. Opbouwen. Vormen. Kweken. Ontwikkelen. Werken aan. Investeren in. Aanleggen. Cultiveren. Het zijn allemaal werkwoorden van constructie. Ze suggereren dat er een actor is die iets maakt. Maar wie nauwkeurig kijkt naar wat er feitelijk gebeurt, ziet steeds dezelfde structuur: herhaalde input plus een systeem dat op die input reageert volgens regels die de actor niet kent en niet beheerst.

Niemand leert een taal. Mensen worden herhaald blootgesteld aan klanken, woorden, zinnen en grammaticale patronen. Hun systeem, in dit geval een complex van neurale netwerken in de hersenen plus motorische circuits in het strottenhoofd en de mond, vormt geleidelijk verwachtingen en automatismen. Op een gegeven moment komen woorden eruit zonder dat erover wordt nagedacht. De spreker zegt: ik heb Engels geleerd. Eerlijker zou zijn: er is Engels in mij gevormd.

Niemand bouwt een relatie. Twee mensen herhalen interacties met elkaar. Hun systemen vormen verwachtingspatronen rond elkaar. Wat begint als bewuste keuze om aardig te zijn, wordt door tienduizend herhalingen automatisme. Op een gegeven moment is het patroon klaar, en functioneert de relatie als een ingesleten routine waar weinig nadenken meer aan te pas komt. Tot een conflict het patroon onderbreekt, en beide partijen ontdekken dat ze niet wisten hoe ingesleten het was geworden.

Niemand vormt zijn karakter. Mensen herhalen gedrag in bepaalde situaties. Het organisme stolt rond die herhalingen. Wie zes jaar lang elke ochtend om zes uur opstaat, wordt vanzelf een vroege opstaander. Niet omdat hij dat besloot. Omdat het organisme zich aanpast aan herhaalde belasting. Cortisolritme verschuift. Melatonine-afgifte verschuift. Op een gegeven moment wordt hij wakker zonder wekker en denkt: ik ben veranderd. Hij is niet veranderd. Hij is herhaaldelijk wakker geworden, en het organisme heeft de rest gedaan.

De illusie is steeds dezelfde. De actor denkt dat er een verband zit tussen zijn intentie en de uitkomst. Tussen de wil om iets te bereiken en het bereiken ervan. Dat verband is veel zwakker dan hij denkt. Wat er wel is, is herhaling. En een systeem dat op die herhaling reageert volgens regels die de actor niet kent.

Het cartesiaanse misverstand

Krachtsport is om een specifieke reden de hedendaagse vluchtheuvel van het dualisme. Nergens anders ervaart de mens zo overtuigend dat hij een geest is met een lichaam, in plaats van een lichaam dat zichzelf voor geest houdt.

De bodybuilder spreekt over zijn lichaam in de derde persoon. Mijn benen waren niet mee vandaag. Mijn rug doet het goed deze week. Ik moet mijn schouders nog aanpakken. Alsof hij iemand anders meenam naar de gym. De spiegel bevestigt het beeld. Daar staat een instrument, en hij is de instrumentalist.

Descartes zou applaudisseren. Vierhonderd jaar na zijn beroemde onderscheid tussen de res cogitans, de denkende substantie, en de res extensa, de uitgebreide substantie, springlevend in elke serieuze sportschool ter wereld. De geest die het lichaam bestuurt. De wil die de spier vormt. De denker die het materiaal kneedt.

Maar het instrument bestaat niet. Wat hij ziet is geen lichaam dat door hem wordt bestuurd. Het is een organisme dat hem ook produceert. Zijn discipline, zijn motivatie, zijn gevoel van regie, het komt allemaal voort uit datzelfde organisme. De testosteronspiegel die hem maakte dat hij vandaag wilde trainen. De dopaminehuishouding die hem genot gaf bij de vorige goede set. De insuline die zijn herstel deze week heeft gestuurd. De slaap die hem mentaal scherp houdt. Allemaal gevolgen van een organisme dat niet alleen het lichaam is, maar ook de drijfveer die er volgens hem boven zou staan.

De bestuurder die meent het lichaam te besturen, wordt zelf door dat lichaam opgehoest. Wat hij voor zijn wil aanziet, is een bijproduct. Wat hij voor zijn karakter aanziet, is een patroon. Wat hij voor zichzelf aanziet, is een organisme dat zichzelf voor een ik houdt.

Dat is geen filosofisch spel. Dat is hoe hersenscans, hormoonmetingen en gedragsobservaties al decennia laten zien dat de mens werkt. De fysiologische werkelijkheid en de fenomenologische zelfervaring lopen mijlenver uit elkaar. De zelfervaring voelt als regie. De fysiologische werkelijkheid laat zien dat regie achteraf wordt geproduceerd door precies het systeem dat zegt te regeren.

Wat dit betekent voor wie iets wil veranderen

Hieruit volgt een reeks praktische conclusies die de meeste zelfhulp en de meeste opvoedingsliteratuur lijnrecht tegenspreekt.

Eerst over kinderen. Ouders denken doorgaans dat ze hun kinderen iets bijbrengen door hen uit te leggen wat belangrijk is. Wees aardig. Eet je groente. Doe je best op school. Wees eerlijk. In werkelijkheid leren kinderen vrijwel niets van wat hun ouders zeggen. Ze leren bijna alles van wat hun ouders herhaaldelijk doen, in hun aanwezigheid, onder verschillende omstandigheden. Een ouder die dagelijks tegen zijn kind zegt dat je rustig moet praten maar zelf bij elke irritatie scherper wordt, brengt zijn kind geen rust bij. Hij brengt zijn kind bij dat onder druk de stem omhooggaat. De boodschap is niet de uitleg. De boodschap is de herhaling.

Daarom is de meeste opvoeding teleurstellend. Ouders proberen via systeem 2 te onderwijzen, terwijl het organisme van het kind in werkelijkheid leert via systeem 1, via de duizenden herhalingen die hij om zich heen ziet. Wat de ouder is, neemt het kind over. Niet wat de ouder zegt te zijn.

Dan over gewoontes. De moderne zelfhulpcultuur is geobsedeerd door het ‘aanleren’ van goede gewoontes. Dagelijks mediteren. Vroeg opstaan. Cold plunges. Dankbaarheidsdagboek. De boeken zijn vol van technieken om jezelf te disciplineren. Maar discipline is een prefrontaal verschijnsel. Het werkt op de korte termijn omdat systeem 2 dan beschikbaar is. Op de lange termijn is het organisme nog steeds niet veranderd, want het organisme verandert pas wanneer iets duizend keer wordt herhaald onder vergelijkbare omstandigheden. Wie tien dagen op rij om half zes opstaat met inzet van wilskracht, heeft geen vroege opstaander gemaakt. Hij heeft systeem 2 tien dagen op rij overbelast en zal in week drie waarschijnlijk terugvallen.

Verandering vereist niet wilskracht. Verandering vereist herhaling die zo onopvallend wordt dat ze geen wilskracht meer kost. Dat duurt veel langer dan de zelfhulpboeken suggereren, en het werkt alleen wanneer de herhaling ingebed raakt in een context die haar afdwingt. De man die om half zes opstaat omdat zijn werk in een ander land begint, wordt vanzelf een vroege opstaander. De man die om half zes opstaat omdat hij erover gelezen heeft, niet.

Dan over identiteit. Wie ben je werkelijk, is de vraag die de moderne mens zichzelf graag stelt. Op vakantie, in therapie, tijdens een levensfase die hapert. Het antwoord ligt niet in zelfreflectie. Zelfreflectie levert het verhaal dat systeem 2 over u maakt. Wie u werkelijk bent, blijkt uit wat u onder druk doet zonder na te denken, plus wat u in alle stilte herhaalt zonder erover na te denken. Die twee samen vormen het organisme dat u bent. De rest is decoratie.

De prijs van dit inzicht

Wie dit doorheeft, verliest iets. De vanzelfsprekendheid van eigen regie. Het idee dat discipline werkt omdat hij gedisciplineerd is. Het idee dat zijn lichaam zijn project is. Het idee dat hij überhaupt een hij is, los van het organisme dat hem voortbrengt.

Het is niet onschuldig om te beseffen dat uw motivatie deels een hormonale toestand is. Dat uw karakter deels een patroon is dat door uw omgeving werd ingelegd. Dat uw discipline werkt zolang het organisme samenwerkt, en wegvalt zodra slaap, voeding of stress dat niet meer ondersteunen. Dat uw beste eigenschappen verdwijnen in een burn-out, en dat uw slechtste eigenschappen onder vermoeidheid zonder waarschuwing vooraan komen te staan.

Veel mensen die dit beseffen, raken kort uit balans. Daarna gebeurt er meestal iets vreemds. Ze gaan gewoon door. De training verandert nauwelijks. Het werk verandert nauwelijks. De relaties veranderen nauwelijks. Alleen het verhaal eromheen wordt anders. Stiller. Minder triomfantelijk. Iets meer respect voor het apparaat dat hen al die jaren heeft gedragen, en dat hen vermoedelijk zal blijven dragen totdat het besluit dat het niet meer rendabel is.

Sommigen vinden dit beeld vernederend. Het is dat niet. Het is alleen eerlijker dan het romantische zelfbeeld dat de moderne cultuur verkoopt. De mens is geen geest die toevallig in een lichaam zit. De mens is een organisme dat geest produceert, in dezelfde mate waarin de spiermassa produceert: door herhaling, onder de juiste biologische condities, volgens regels die het organisme zelf bepaalt.

Wat overblijft, wanneer dit eenmaal is doorgedrongen, is een ander soort respect voor het lichaam. Niet als instrument. Niet als tempel. Maar als de stille bouwer die u al uw jaren maakt, en die u, vermoedelijk, op een dag rustig zal afbreken zoals hij u heeft opgebouwd.

De stille bouwer

De man in de gym is intussen klaar met zijn stairclimber-experiment. Hij heeft het na een paar weken laten varen. Zijn bankdrukcijfers zijn weer aan het stijgen. Hij vertelt niet veel meer over zijn projecten. Hij doet ze gewoon.

Hij is iets veranderd, niet in zijn training, wel in zijn verhouding tot wat hij doet. Hij gebruikt minder vaak het werkwoord ‘opbouwen’. Hij zegt eerder dat hij ergens mee bezig is, dat hij iets aan het uitproberen is. Hij weet dat zijn lichaam de uitkomst bepaalt, en dat hij alleen de input levert.

Dat klinkt als een nederlaag voor het ego. Het is eerder een opluchting. Want zolang iemand denkt dat hij zijn lichaam bouwt, draagt hij de last van elke tegenslag persoonlijk. Elke spier die niet groeit is zijn falen. Elke gewoonte die niet beklijft is zijn zwakte. Elke poging die mislukt is zijn schuld.

Zodra hij beseft dat hij niet de bouwer is, valt die last weg. Wat hij kan, is herhalen. Wat het organisme doet, doet het organisme. Geen reden om jezelf te prijzen wanneer het werkt. Geen reden om jezelf te straffen wanneer het niet werkt. Wel reden om door te gaan, omdat doorgaan de enige variabele is waar u over beschikt.

De spier groeit niet omdat u het wilde.

Ze groeit omdat het organisme rekende.

U trainde niet. U herhaalde.

De rest deed de stille bouwer.

Schoenfeld, B.J. (2010). The mechanisms of muscle hypertrophy and their application to resistance training. Journal of Strength and Conditioning Research, 24(10), 2857-2872.

Sterling, P. (2020). What Is Health? Allostasis and the Evolution of Human Design. MIT Press.

Damasio, A. (1999). The Feeling of What Happens. Harcourt.

Wegner, D. (2002). The Illusion of Conscious Will. MIT Press.

Gazzaniga, M. (2011). Who’s in Charge? Free Will and the Science of the Brain. Ecco.

Sapolsky, R. (2017). Behave: The Biology of Humans at Our Best and Worst. Penguin Press.

Bandura, A. (1986). Social Foundations of Thought and Action. Prentice-Hall.

Duhigg, C. (2012). The Power of Habit. Random House.

Ook interessant voor jou!