Een uur lang iemand zijn – Over wat de duurste dienst van Las Vegas werkelijk verkoopt

Een uur lang iemand zijn - Over wat de duurste dienst van Las Vegas werkelijk verkoopt

De duurste dienst

Beste lezer,

In een legaal bordeel buiten Las Vegas staat een dienst op de menukaart die twintigduizend dollar kost en geen seks bevat. Hij heet de Witte Walvis. Justin R. Garcia bespreekt hem in The Intimate Animal en concludeert dat dit aantoont hoe diep de menselijke behoefte aan intimiteit reikt.

Ik denk dat hij iets anders ziet en het niet goed benoemt.

In bijgaand essay zet ik Garcia naast Bernstein, Milrod, Goffman, Aron, Perel en Foucault, en kom uit op een minder vriendelijke diagnose. Wat de Witte Walvis verkoopt is iets ouders en eerlijkers dan intimiteit. Een uur lang iemand zijn in andermans ogen, met de garantie dat die ogen welwillend zijn. Een markt waarin we allemaal opereren, alleen tegen verschillende prijzen.

De stamgast aan het Kerkplein die de barvrouw drie euro fooi geeft voor zijn week koopt hetzelfde. Het verschil is alleen het prijskaartje.

Peter Koopman

 

Een uur lang iemand zijn

Over wat de duurste dienst van Las Vegas werkelijk verkoopt

Er zit een man in een café aan het Kerkplein die elke vrijdagavond op dezelfde kruk schuift, twee biertjes drinkt, en met de barvrouw praat over zijn week. Hij is begin zestig, weduwnaar, en hij vertelt haar dingen die hij verder aan niemand vertelt. Zij weet zijn naam, zijn dochters, het merk van zijn auto, en ze knikt op de juiste momenten. Hij geeft haar drie euro fooi, betaalt zijn twee biertjes, en gaat naar huis. Hij denkt dat hij van haar houdt, op een rustige manier. Zij denkt dat hij een aardige stamgast is die goed afrekent. Beide zijn waar. Geen van beide is volledig.

Ik kijk naar deze man en ik denk: hij weet niet dat hij in een markt opereert. De vrijdagavond is zijn week. Zonder die twee biertjes en die knikkende vrouw verdwijnt hij in de stilte van zijn huis. Hij betaalt voor zijn eigen blijvend bestaan, en de prijs is laag genoeg dat hij hem niet als een prijs hoeft te zien.

In een woestijn buiten Las Vegas staat een legaal bordeel met een menukaart waarop de duurste dienst geen seks bevat. Hij heet de Witte Walvis, kost twintigduizend dollar, en biedt wat aanbieders de Girlfriend Experience noemen. Knuffelen. Praten. De illusie dat de vrouw die je betaalt je werkelijk graag mag. Justin R. Garcia bespreekt het in The Intimate Animal en concludeert dat dit aantoont hoe diep de menselijke behoefte aan intimiteit reikt. Ik denk dat hij de verkeerde naam gebruikt voor wat hij ziet. De man die de Witte Walvis koopt, koopt geen intimiteit. Hij koopt de stamgast op de kruk, in luxe-uitvoering. Wat beide kopen is hetzelfde. Een uur lang iemand zijn in andermans ogen.

*  *  *

De sociologie heeft hier al woorden voor, alleen verwijst Garcia er niet naar. Elizabeth Bernstein publiceerde in 2007 Temporarily Yours, een veldonderzoek onder sekswerkers en hun klanten in San Francisco, Stockholm en Amsterdam. Haar conclusie. De moderne klant van het hogere segment koopt geen lust meer. Hij koopt wat zij bounded authenticity noemt: een begrensde echtheid binnen contractuele afspraken. De vrouw doet alsof ze hem leuk vindt, hij doet alsof hij het gelooft, en beide weten dat het binnen de afgesproken tijd valt. De handel zit in de performance van wederzijdse waardering. Het lichamelijke is bijzaak geworden.

Christine Milrod, onderzoeker van de Amerikaanse online escort-markt, vond in haar studies dat de klanten van de Girlfriend Experience overwegend getrouwde, middelbare, hoogopgeleide mannen zijn met bovengemiddelde inkomens. Hun seksuele leven thuis is niet altijd de bottleneck. Wat zij missen is het gevoel begeerd te worden, niet het gevoel zelf te begeren. Zij willen het tijdelijk bezit kopen van een vrouw die hen niet alleen verdraagt maar werkelijk waardeert. Dat deze waardering betaalde fictie is doet er minder toe dan men zou verwachten.

Teela Sanders documenteerde in Paying for Pleasure (2008) hetzelfde patroon in de Britse escort-markt. Klanten beschrijven hun favoriete sekswerker met dezelfde woorden waarmee men een vriendin beschrijft. Slim, warm, attent, lijkt mij echt te begrijpen. Sanders constateert droog dat deze beschrijvingen technisch correct zijn voor de duur van de boeking en daarbuiten niet bestaan. De vrouwen zelf zijn meestal goed in hun werk en daar hoort exact deze indruk wekken bij.

Wat verkopen deze vrouwen dan eigenlijk? Geen seks. Ook geen intimiteit in de Sternbergiaanse zin van wederzijdse zelfonthulling. Wat zij verkopen is gespiegelde positieve waardering, gericht op één persoon, voor een afgesproken duur. De klant koopt het tijdelijke recht om de moeite waard te zijn. Twintigduizend dollar voor het topsegment, vijfhonderd voor het middensegment, drie euro fooi en twee biertjes voor de bodem. Dezelfde dienst, andere verpakking.

Erving Goffman beschreef in The Presentation of Self in Everyday Life (1959) dat sociaal leven werkt als theater met een frontstage en een backstage. Vooraan wordt de rol gespeeld, achterin gerookt en geklaagd. Het bordeel is een commercieel gemaximaliseerde frontstage waar achter de coulissen alleen lege wachtkamers, kleedhokjes en boekhouding liggen. De klant betaalt om die backstage niet te zien. Zijn fantasie kan alleen in stand blijven zolang hij gelooft dat de voorkant ook de achterkant is, dat zij hem werkelijk leuk vindt en niet alleen tussen twee afspraken door professioneel functioneert. Garcia ziet het toneel en noemt het een woonkamer. Hij heeft het toneelstuk goed gezien, maar de verkeerde productiekosten betaald.

*  *  *

Garcia haalt vervolgens de zelfverruimingstheorie aan van Arthur en Elaine Aron, een psychologenpaar dat in 1986 begon met onderzoek naar wat er gebeurt als mensen verliefd worden. Hun model. De geliefde wordt opgenomen in het zelf. Haar hulpbronnen, identiteit, perspectief, sociale netwerk en herinneringen worden mede de mijne. Het zelf groeit. De Inclusion of Other in the Self Scale is een veelgebruikt meetinstrument dat eenvoudig vraagt: hoe overlappen jullie? Twee cirkels die elkaar nauwelijks raken tot twee cirkels die bijna samenvallen.

Het werk is solide. Het instrument is gevalideerd. De voorspellende waarde voor relatietevredenheid is gerepliceerd. Het probleem zit in de naam. Zelfverruiming suggereert groei, vermenigvuldiging, openheid. Het suggereert dat liefde een edele expansie is van het ik richting de wereld. Beschrijf je het mechanisme functioneel, dan dient zich een ander woord aan. Annexatie.

Het zelf annexeert wat het kan. Mensen, objecten, statussen, prestaties. William James zag dit al in 1890. Zijn beschrijving van het Material Self in The Principles of Psychology luidt dat het zelf van een man de totale som is van alles wat hij van zichzelf kan noemen, niet alleen zijn lichaam en zijn psychische krachten, maar zijn kleren en zijn huis, zijn vrouw en zijn kinderen, zijn voorouders en vrienden, zijn reputatie en werken, zijn land en jachtbox, zijn paard, zijn jacht en bankrekening. Russell Belk gaf het in 1988 een nieuwe naam, extended self, en publiceerde data over hoe mensen hun bezittingen ervaren als verlengstuk van hun identiteit. Hetzelfde fenomeen, andere terminologie.

De geliefde wordt opgegeten door het zelf. Dat is geen lieflijke metafoor maar een functionele beschrijving van wat verliefdheid doet. De ander wordt eigendom van mijn betekenisgeving. Haar lof telt zwaarder dan die van anderen omdat ze van mij is. Haar kritiek snijdt dieper om dezelfde reden. Wanneer zij vertrekt voelt het als amputatie, niet omdat ik haar verlies maar omdat ik mezelf verlies, althans het deel dat ik in haar had ondergebracht.

Ernest Becker beschreef in The Denial of Death (1973) wat hij immortality projects noemde. Mensen bouwen voortdurend aan symbolische verlengstukken van zichzelf die hun sterfelijkheid moeten ontkennen. Kinderen, prestaties, geld, status, een naam die blijft hangen, een liefde die transcendent voelt. De geliefde is bij uitstek geschikt als immortality project. Door haar te bezitten, of door haar te dienen, deel je in iets dat groter aanvoelt dan jezelf. Wanneer de Witte Walvis-klant kort de illusie koopt dat een mooie jonge vrouw hem werkelijk waardeert, koopt hij een aandeel in een goedkoop immortality project. Een uur lang is hij de moeite waard, en de moeite waard te zijn is het dichtste wat een sterfelijk dier aan onsterfelijkheid kan komen.

Aron beschrijft het mechanisme neutraal. Verruiming klinkt gezond. Annexatie klinkt gewelddadig. De werkelijkheid zit ertussenin. Het zelf is een hongerig orgaan dat zijn grenzen aftast en wat het pakken kan opslokt. Wanneer twee organismen elkaar wederzijds annexeren ontstaat wat we liefde noemen. Wanneer één de ander annexeert zonder wederkerigheid ontstaat wat we obsessie noemen. Wanneer geen van beide annexeert ontstaat wat we vluchtige seks noemen. De Witte Walvis biedt een gecontroleerde, eenzijdige annexatie. De klant mag de vrouw voor een uur opnemen in zijn zelf. Zij blijft buiten haar eigen annexatie, dat is haar professionaliteit.

*  *  *

Esther Perel verstoort het beeld dat Garcia schetst nog op een andere manier. In Mating in Captivity (2006) beschrijft zij wat decennia therapie-ervaring haar leerden: seksueel verlangen en intimiteit werken elkaar vaker tegen dan dat ze samen oplopen. Het paar dat alles deelt, alles bespreekt, alles weet van elkaar, verliest meestal het verlangen voor elkaar. Verlangen voedt zich aan afstand, mysterie, onbekendheid, niet aan nabijheid en vertrouwdheid. Geen romantische klacht. Een klinische observatie die zij staaft met talloze gevalsbeschrijvingen.

Wat betekent dit voor de Witte Walvis? Iets ongemakkelijks. De man die voor twintigduizend dollar een vriendin-ervaring koopt, koopt iets dat geconstrueerd is om als intimiteit aan te voelen terwijl alle Perelse voorwaarden voor verlangen aanwezig zijn. Hij weet niets van haar werkelijke leven. Zij blijft mysterieus. Hun ontmoeting is begrensd, zeldzaam, gemarkeerd door luxe. Het hele decor is zo opgebouwd dat zij voor hem onbereikbaar genoeg blijft om begeerlijk te blijven, terwijl ze dichtbij genoeg komt om hem het gevoel van uitverkorenheid te geven.

Dat is een combinatie die in een normaal huwelijk vrijwel onmogelijk is. Het bordeel verkoopt dus niet alleen aandacht. Het verkoopt het onmogelijke kruispunt van verlangen en intimiteit, gecreëerd door professionele afstandbewaring. Perel noemt dit het paradoxale verlangen naar veiligheid en avontuur in één persoon. In de echte wereld krijg je het ene of het andere. In het bordeel krijg je beide, voor een uur, mits je kunt betalen.

De keerzijde. De man verlaat het bordeel en gaat naar huis naar zijn vrouw met wie hij twintig jaar getrouwd is. Daar is hij weer in de zone van vertrouwdheid zonder verlangen. Hij vergelijkt onbewust en de vergelijking valt niet uit in haar voordeel. De aankoop van de Witte Walvis bevredigt hem op de korte termijn en ondergraaft hem op de lange termijn. Hij koopt zijn eigen ontevredenheid mee in.

*  *  *

Foucault leverde ons het beeld van het Panopticum: de gevangenis waarin elke gevangene zich constant gezien voelt door een onzichtbare bewaker. Zijn punt was dat de moderne mens dit beeld geïnternaliseerd heeft. We bewaken onszelf, voortdurend, omdat we voortdurend de blik van een veronderstelde ander voelen. Surveillance noemde hij dat, niet als overheidshandeling maar als psychisch grondpatroon.

In het bordeel met de Witte Walvis vindt iets opmerkelijks plaats. De man koopt een gepersonifieerd panopticum dat hem positief evalueert. De vrouw is zijn betaalde bewaker, en zij is geprogrammeerd om alles wat hij zegt en doet goed te keuren. Hij betaalt voor een uur waarin de blik van de ander welwillend is, en die welwillendheid bevestigt zijn waarde. Geen subtiel filosofisch punt. Precies wat er gebeurt.

De normale mens leeft in een sociale wereld waarin hij constant wordt geëvalueerd door collega’s, partners, kinderen, buren. Sommige van die evaluaties zijn positief, sommige negatief, de meeste onverschillig. Hij bouwt een zelfbeeld op uit het gemiddelde van die evaluaties, gefilterd door zijn eigen wensdenken. Wat hij in het bordeel koopt is een uur waarin het gemiddelde naar boven wordt gemanipuleerd. Hij koopt de tijdelijke garantie dat de spiegel hem terugkijkt zoals hij gezien wil worden.

De moderne tegenhanger van dit alles staat in onze broekzak. Iedere keer dat iemand een foto van zijn lunch op Instagram zet, opent hij een klein bordeel met een gratis menukaart. Likes vervangen de welwillende blik. De algoritmische timeline is de menukaart. De gebruiker betaalt niet in dollars maar in aandacht, in tijd, in het opofferen van zijn vermogen om alleen te zijn. Het mechanisme is identiek. Hij koopt zijn waarneembaarheid in andermans ogen, alleen is de prijs verspreid over kleinere transacties en is de illusie hard genoeg verpakt dat ze niet meer als illusie voelt. De gebruiker van sociale media is de man uit het Vegas-bordeel, met een budget van vijftig euro per maand voor een telefoonabonnement, en de schaal van zijn afhankelijkheid is alleen maar groter omdat de transactie continu is.

Foucault zou hier glimlachen, geloof ik, en opmerken dat de man die de Witte Walvis koopt geen libertijn is. Hij is een trouwe burger van het surveillance-regime, die simpelweg een upgrade koopt van zijn dagelijkse blik-economie. De vrijheid die hij koopt is de vrijheid om gezien te worden zoals hij graag gezien wordt. Dat is iets anders dan de vrijheid om niet gezien te worden, of om gezien te worden zoals hij werkelijk is.

*  *  *

De stamgast aan het Kerkplein loopt naar huis met zijn jas dichtgetrokken tegen de wind. Hij heeft drie euro fooi gegeven, vergeten of het er twee of vier waren, en hij denkt aan wat de barvrouw zei over zijn nieuwe trui. Hij voelt zich, voor zover hij dat nog voelt, een man met een leven. Twaalfduizend kilometer verderop verlaat een andere man een bordeel buiten Las Vegas, stapt in een gehuurde auto, en rijdt richting zijn hotel met de geur van duur parfum in zijn neus en een kassabon in zijn binnenzak van twintigduizend dollar. Hij voelt zich, voor zover hij dat nog voelt, een man met een leven.

Justin R. Garcia ziet in dat tweede tafereel het bewijs dat mensen behoefte hebben aan intimiteit. Ik denk dat hij iets simpelers ziet en het niet goed benoemt. Beide mannen hebben een uur lang iemand betaald om hen werkelijk te zien, of de illusie daarvan goed genoeg te ensceneren. Ze hebben hun bestaan ingehuurd. Tegen de tijd dat ze in bed liggen is de huur verlopen.

Het ongemakkelijke aan deze diagnose is niet dat ze hard is. Het is dat ze geen uitweg biedt die niet dezelfde markt verlengt. Een man kan zijn vrouw vragen hem vaker te bewonderen, en zal het verschil tussen vrijwillige en geforceerde bewondering subiet voelen. Hij kan therapie nemen en betalen voor een professional die hem werkelijk lijkt te begrijpen voor vijftig minuten per week. Hij kan inloggen op een dating-app en zich verzekeren dat er nog vrouwen zijn die naar hem swipen. Elk van die opties is een variant van dezelfde transactie, alleen met andere prijskaartjes en andere fictieve elementen. De Witte Walvis is geen pathologie. Ze is gewoon de meest eerlijke prijsstelling van een markt waar iedereen in opereert.

Bronnen

Aron, A. & Aron, E. N. (1986). Love and the Expansion of Self: Understanding Attraction and Satisfaction. New York: Hemisphere.

Becker, E. (1973). The Denial of Death. New York: Free Press.

Belk, R. W. (1988). Possessions and the Extended Self. Journal of Consumer Research, 15(2), 139-168.

Bernstein, E. (2007). Temporarily Yours: Intimacy, Authenticity, and the Commerce of Sex. Chicago: University of Chicago Press.

Foucault, M. (1975). Surveiller et punir: Naissance de la prison. Paris: Gallimard.

Garcia, J. R. (2025). The Intimate Animal.

Goffman, E. (1959). The Presentation of Self in Everyday Life. New York: Doubleday.

James, W. (1890). The Principles of Psychology. New York: Henry Holt and Company.

Milrod, C. & Monto, M. A. (2012). The Hobbyist and the Girlfriend Experience: Behaviors and Preferences of Male Customers of Internet Sexual Service Providers. Deviant Behavior, 33(10), 792-810.

Perel, E. (2006). Mating in Captivity: Unlocking Erotic Intelligence. New York: HarperCollins.

Sanders, T. (2008). Paying for Pleasure: Men Who Buy Sex. Cullompton: Willan Publishing.

Sternberg, R. J. (1986). A triangular theory of love. Psychological Review, 93(2), 119-135.

Ook interessant voor jou!