Het spiegelbeeld van “De onderhandelaar in je bloedbaan”
Beste smulpaap,
Vijfendertig jaar geleden werd me op de UvA verteld dat je boven je basale stofwisseling kon eten zonder aan te komen, zonder dat iemand kon uitleggen waarom. Dat soort onopgeloste feiten blijft hangen als een steen in je schoen.
Het antwoord lag al klaar, in gevangenisonderzoek uit de jaren zestig en een tweelingstudie uit 1990, en het is het exacte spiegelbeeld van het vorige essay: dezelfde onderhandelaar die weigert je extra sportinspanning zomaar bij het totale verbruik op te tellen, weigert ook je extra bord eten zomaar als vet weg te zetten.
Wie hier de vrijbrief in leest om onbeperkt te blijven eten, heeft de bandbreedte van dat systeem niet goed gelezen. Een onderhandelaar wint de meeste gevechten, maar niet allemaal.
De rekening wordt ook nu niet door jou opgemaakt. Ze lag al klaar voordat je aan tafel ging.
Veel leesplezier,
Peter Koopman
De onderhandelaar aan de andere kant van de tafel
Het spiegelbeeld van “De onderhandelaar in je bloedbaan”
Vijfendertig jaar geleden hoorde ik op de UvA voor het eerst dat je boven je basale stofwisseling kon eten zonder in gewicht toe te nemen, en dat niemand precies wist waarom. Ik onthield het zoals je een onopgeloste puzzel onthoudt. Niet actief, maar hij bleef ergens in een kastje liggen, wachtend op een antwoord dat maar niet kwam. Nu, decennia later, blijkt dat antwoord al die tijd al te bestaan. Het lag alleen in een ander vakgebied dan waar ik zocht.
We rekenden toen in kilocalorieën alsof het geld op een spaarrekening was. Eet je duizend kilocalorieën boven je onderhoud, dan komt daar netjes honderd tot honderdvijftig gram vet bij, week in week uit, tot je op een dag stopt met tellen en de rekening klopt. Zo simpel is het lichaam niet, en dat wisten onderzoekers eigenlijk al voordat ik geboren werd.
Eind jaren zestig liet een Amerikaanse endocrinoloog gevangenen in Vermont vrijwillig fors overeten, tot ze twintig tot vijfentwintig procent zwaarder werden. De hoeveelheid extra voedsel die daarvoor nodig was, lag stelselmatig hoger dan de rekensom voorspelde. Sommige deelnemers moesten tienduizend kilocalorieën per dag naar binnen werken om nog maar een fractie van de verwachte kilo’s aan te komen.[1] Iets in hun lichaam at de winst op voordat die als vet kon landen.
Twintig jaar later kwam de precisie die dat eerste onderzoek nog miste. Twaalf paar identieke tweelingen kregen honderd dagen lang duizend kilocalorieën extra per dag, onder streng toezicht, en de gewichtstoename verschilde tot een factor drie tussen de tweelingparen onderling, maar was opvallend gelijk binnen elk paar.[2] Dat wijst op een sterk erfelijke buffer. Niet iedereen onderhandelt met evenveel onderhandelingsmacht, maar wie een sterke hand heeft, speelt die consequent uit.
Mijn eigen vermoeden van destijds, dat het misschien aan de opname zelf lag, blijkt niet helemaal naast de kwestie te zitten, alleen wel de kleinste speler in het verhaal. Bij structurele overvoeding stijgt het energieverlies via de ontlasting met hooguit een paar procent, iets meer bij een dieet vol hele noten of onbewerkte vezels waar de voedselmatrix zelf de vertering bemoeilijkt. Een reëel effect, maar te klein om het gat tussen voorspelde en werkelijke gewichtstoename te dichten. De hoofdverklaring ligt niet bij de poort naar binnen, maar bij wat erbinnen gebeurt nadat de poort al gepasseerd is.
Waar zit die buffer? Voor een deel in de stofwisseling zelf. Bij overvoeding stijgt het rustmetabolisme meer dan je zou verwachten op basis van de nieuwe, zwaardere lichaamsmassa alleen, een effect dat al in de jaren zeventig bij ratten werd teruggevoerd op bruin vetweefsel: weefsel dat calorieën niet omzet in beweging of celopbouw, maar simpelweg in warmte verbrandt.[3] Mensen hebben minder bruin vet dan ratten, maar het onderliggende principe, calorieën vergeten laten verdampen in plaats van laten neerslaan als vet, is bij ons net zo goed aanwezig.
Het grootste deel van de buffer zit echter niet in de biochemie, maar in gedrag dat je niet als gedrag herkent. Het heeft zelfs een naam: NEAT, non-exercise activity thermogenesis. Het onbewuste friemelen, rechtop gaan zitten, ijsberen, van houding wisselen, het neemt allemaal toe zodra iemand meer binnenkrijgt dan hij nodig heeft.[4] Wie moeiteloos honderden extra kilocalorieën per dag wegfriemelt zonder het te merken, wint stilletjes een deel van het gevecht dat een ander, met exact hetzelfde bord eten, gewoon verliest.
Dit systeem werkt symmetrisch. Houd iemand kunstmatig tien procent onder zijn gewicht, en zijn metabolisme daalt disproportioneel: tot vijftien procent onder wat je op basis van de nieuwe, lichtere massa zou verwachten.[5] Hetzelfde budget dat naar boven meeveert, veert ook naar beneden mee. Er is geen setpoint dat star wordt verdedigd, zoals de oude fysiologieboeken beweerden. Er is een bandbreedte die voortdurend wordt herberekend, in beide richtingen, door een systeem dat allang een besluit heeft genomen voordat de weegschaal iets registreert.
Dat is exact de onderhandelaar uit de vorige aflevering van dit verhaal, alleen nu aan de andere kant van de tafel. Waar extra beweging niet zomaar bovenop het totale verbruik wordt gestapeld, wordt extra voedsel niet zomaar bovenop de totale opslag gestapeld. Geen bucket die vult of leegt naar rato van wat erin gaat, maar een begroting die zich voortdurend vooruit aanpast aan wat waarschijnlijk nodig zal zijn, in plaats van achteraf te registreren wat al gebeurd is.[6] Precies het beeld waarmee De Grote Ficties het organisme neerzette: geen simpele machine die optelt en aftrekt, maar een energiebeperkt voorspellend systeem dat binnen een marge herverdeelt, ook als die marge dit keer van de andere kant wordt getest.
Dat verklaart ook waarom calorieën tellen zo hardnekkig overeind blijft als methode, ondanks dat het bovenstaande het al decennia ondermijnt. Het is dezelfde soort fictie als “sporten om af te vallen”: een collectief gedeeld model dat gedrag coördineert, los van de vraag of het klopt. Weegschalen, voedingsapps en caloriewaarschuwingen op verpakkingen doen allemaal alsof een kilocalorie een vast, overdraagbaar muntstuk is, terwijl het lichaam allang een eigen wisselkoers hanteert die per dag, per persoon en per seizoen verschuift.
Toch is dit geen vrijbrief. De buffer is groot, maar niet onuitputtelijk, en niet bij iedereen even groot. De tweelingstudie liet juist zien hoe ongelijk die onderhandelingsmacht verdeeld is: sommige mensen houden een groot deel van een overschot buiten hun vetcellen, anderen verliezen dat gevecht vrijwel meteen. Houd een overschot lang genoeg vol, jaren in plaats van maanden, en de compensatie raakt uitgeput. Precies dat maakt de obesitasepidemie van de afgelopen decennia lastig te verzoenen met dit verhaal: als het budget zo goed meebeweegt, waarom is een groot deel van de westerse bevolking dan toch zwaarder geworden? Het aannemelijkste antwoord is dat de omgeving sneller is veranderd dan het systeem kan bijbenen. Permanente overvloed, voedsel dat calorierijker en minder verzadigend is dan waarvoor het systeem ooit werd gekalibreerd, en een leefstijl waarin zelfs de NEAT-buffer amper nog wordt aangesproken omdat er structureel weinig ruimte overblijft om in te friemelen. De onderhandelaar wint de meeste gevechten. Tegen een permanent overvoede omgeving verliest hij op termijn ook een paar.
Vijfendertig jaar nadat iemand mij vertelde dat overeten zonder aankomen kon, zonder te kunnen zeggen waarom, kan ik het antwoord eindelijk zelf geven. Niemand loog. Er was gewoon nog niemand die de juiste kast had opengetrokken. Het feit lag al die tijd niet in een geheim, maar in een tijdschrift uit 1990, tussen twaalf tweelingparen die zwaarder werden, ieder op zijn eigen tempo, terwijl de rekening ondertussen ergens anders werd opgemaakt dan op de weegschaal.
Noten
- Sims E.A. e.a., “Endocrine and Metabolic Effects of Experimental Obesity in Man,” Recent Progress in Hormone Research, 1973 (verslag van de overvoedingsexperimenten in de staatsgevangenis van Vermont, eind jaren zestig).
- Bouchard C., Tremblay A., Després J.P. e.a., “The Response to Long-Term Overfeeding in Identical Twins,” New England Journal of Medicine, 1990.
- Rothwell N.J. & Stock M.J., “A Role for Brown Adipose Tissue in Diet-Induced Thermogenesis,” Nature, 1979.
- Levine J.A., Eberhardt N.L. & Jensen M.D., “Role of Nonexercise Activity Thermogenesis in Resistance to Fat Gain in Humans,” Science, 1999.
- Leibel R.L., Rosenbaum M. & Hirsch J., “Changes in Energy Expenditure Resulting from Altered Body Weight,” New England Journal of Medicine, 1995.
- Sterling P., “Allostasis: A Model of Predictive Regulation,” Physiology & Behavior, 2012; zie noot 9 in “De onderhandelaar in je bloedbaan” voor de volledige allostase-referentie.
