Beste lezer,
Vandaag een essay over iets dat je bij jezelf zult herkennen zodra je erop let: je lichaam bereidt zich voor op gevaar dat er nog niet is, lang voordat het zover komt.
In het kort. Het lichaam stelt zich vooraf in op verwachte druk, niet pas achteraf als reactie, en die voorbereiding kost energie ook als de dreiging uitblijft. Datzelfde patroon speelt op elke schaal: wie iemand anders probeert te overtuigen, doet dat meestal om zelf zeker te worden, niet omdat hij dat al is. Groepen doen het nog groter met gedeelde overtuigingen, geloof, ideologie, wetenschap, die allemaal hetzelfde werk doen: gedrag coördineren zonder dat iedereen de argumenten zelf nog hoeft na te rekenen. Wetenschap wijkt daar maar op één punt van af, ze mag zichzelf tegenspreken. En wie een van die gedeelde overtuigingen hardop doorprikt, wordt zelden bedankt, want hij tast niet een mening aan maar de bescherming die de hele groep eraan ontleent.
De conclusie is onaangenaam voor wie zichzelf graag boven het patroon plaatst: ook de ontmaskeraar overtuigt uit dezelfde behoefte als ieder ander, alleen andersom gericht.
Vraag jezelf af wanneer je voor het laatst iemand overtuigde omdat je zelf nog twijfelde.
Peter Koopman
Voormalig sportdocent, maar vooral amateur-antropoloog van de menselijke illusie — gespecialiseerd in de kruising tussen biologie, gedrag, macht, zelfbedrog en ons absurde verlangen naar validatie.
Adem voor de dreiging er is
Het lichaam stelt zich in voordat de klap valt. Niet als reactie op een dreiging, maar als voorbereiding op een dreiging die nog moet komen. Geen vaste thermostaat die corrigeert na afwijking, een systeem dat de eigen interne waarden verschuift op basis van wat het verwacht. Hartslag gaat omhoog voordat de wedstrijd begint. Cortisol is al gestegen bij het zien van de zaal waarin het gevecht plaatsvindt. Spieren worden doorbloed voordat er een stoot is uitgedeeld. De tegenstander hoeft nog niet eens binnen te zijn. Het lichaam heeft de rekening al gemaakt en betaalt vast een deel vooruit.
Die vooruitbetaling heeft een prijs, en de prijs is los te zien van de dreiging zelf. Een systeem dat voortdurend voorbereid is op gevaar dat niet komt, slijt evengoed als een systeem dat echt gevaar heeft doorstaan. Sporters die maandenlang trainen voor een partij die op het laatste moment wordt afgelast, blijken in de weken erna vaker geblesseerd te raken dan sporters die de partij wel vochten. De opbouw zelf was al het gevaar. Wat hier gebeurt is geen aanpassing achteraf, het is boekhouding vooraf, en de rekening staat los van of de gebeurtenis waarvoor betaald werd, ooit plaatsvindt.
Een niveau hoger gebeurt hetzelfde, alleen heet het geen fysiologie meer. Het heet overtuigen. Wie een ander probeert te winnen voor een standpunt, doet dat zelden uit overtuiging; hij doet het uit twijfel die een omweg zoekt. De instemming van de ander werkt als bewijs voor de eigen zaak, ook al is het geen bewijs; het is consensus, en consensus voelt hetzelfde aan als bewijs zolang niemand het verschil toont. Een religieuze groep die een concrete voorspelling ziet mislukken, trekt zich zelden terug. Ze werven feller. De wereld ging niet onder op de aangekondigde datum, en het antwoord daarop was niet twijfel maar herhaling van de boodschap aan wie nog niet overtuigd was. Elke nieuwe bekeerling repareert wat de mislukking beschadigde, niet in de wereld, maar in het hoofd van de werver.
Dat verklaart iets over waarom mensen die zeker klinken, zelden zeker zijn. Zekerheid die zichzelf hoeft te verdedigen door anderen te overtuigen, is zekerheid die intern nog niet stabiel staat. De drift naar gelijkdenkenden is dan geen sociale behoefte in de gewone zin, warmte zoeken, erbij horen, het is een economische maatregel. Instemming van buiten is goedkoper dan bewijs van binnen, en een brein dat voortdurend rekent met beperkte energie neemt de goedkope route zodra die zich voordoet. Niemand zoekt bewust naar bevestiging. Het systeem stabiliseert zichzelf langs de weg van de minste weerstand, en die weg loopt toevallig via de instemming van de buurman.
Hier ligt een makkelijk misverstand op de loer, en het verdient een correctie voordat het de rest van het betoog ondermijnt. Dat overtuigen een spiegelfunctie heeft, betekent niet dat elke overtuiging inhoudsloos is of dat elke twijfelaar per definitie ongelijk heeft. Een arts die een patiënt overtuigt van een behandeling kan tegelijk gelijk hebben en zichzelf via die overtuiging geruststellen dat de diagnose klopte. Het mechanisme en de waarheidswaarde van de claim lopen door elkaar heen zonder elkaar uit te sluiten. Wat verandert is de reden waarom iemand de moeite neemt om te overtuigen in plaats van de conclusie voor zichzelf te houden. Gelijk hebben is zelden voldoende reden om te zwijgen. De behoefte aan bevestiging is dat wel.
Groepen doen op grotere schaal wat individuen op kleine schaal doen, met meer geduld en minder zichtbare urgentie. Een gedeeld wereldbeeld, religieus, politiek, wetenschappelijk, coördineert het gedrag van een grote hoeveelheid mensen zonder dat iedereen de argumenten zelf nog hoeft te controleren. Dat is de winst. Je hoeft de kosmologie niet zelf te bewijzen om er comfort aan te ontlenen, je hoeft de klimaatmodellen niet zelf te kunnen narekenen om er beleid op te baseren. Beide functioneren als afkorting op individuele verwerking, en beide bufferen tegen een wereld die anders onhanteerbaar chaotisch zou aanvoelen.
Hier wringt iets dat de meeste mensen liever niet uitspreken. Als een gedeeld wereldbeeld werkt omdat het coördineert, niet omdat het waar is, dan valt de wetenschap in dezelfde categorie als het geloof waar ze zichzelf graag tegenover stelt. Beide zijn instrumenten die gedrag richting geven. Het verschil zit niet in de functie, het zit in het mechanisme. Wetenschap draagt een zelfcorrigerend scharnier in zich, een ingebouwde verplichting om de eigen claims aanvechtbaar te houden, gebrekkig toegepast, regelmatig gecorrumpeerd door precies de instituten die het scharnier zouden moeten smeren, maar aanwezig als principe waar religie en ideologie dat principe missen. Dat maakt wetenschap niet minder een collectief gedeeld model dat gedrag coördineert ongeacht de actuele waarheidswaarde van een specifieke claim. Het maakt haar een fictie met een noodrem, geen fictie zonder gewicht.
De weerstand tegen die vergelijking zit doorgaans niet in de logica maar in het gevoel van verlies dat ze oproept. Wie wetenschap in dezelfde categorie plaatst als geloof, lijkt daarmee de deur open te zetten voor elke willekeurige overtuiging om zich even geldig te wanen. Dat is een misverstand van dezelfde orde als het vorige. Categorie zegt iets over functie, niet over kwaliteit. Twee bruggen kunnen allebei bruggen zijn zonder allebei even sterk te zijn, en het scharnier van falsificatie is precies het verschil dat de ene brug draagkracht geeft die de andere mist. De vergelijking neemt wetenschap niets af. Ze plaatst haar terug in de familie van instrumenten waar ze nooit uit is weggeweest, alleen met een aantekening over waarom dit specifieke instrument beter tegen belasting kan.
Wie die noodrem hardop aanwijst bij een andere fictie, een religieuze, een ideologische, een sociale norm die niemand meer navertelt maar iedereen naleeft, wordt zelden bedankt voor de scherpte. Iemand die een gedeeld wereldbeeld doorprikt, bedreigt geen mening van een ander. Hij bedreigt de coördinatiefunctie voor de hele groep eromheen, en dat wordt gevoeld als een aanval, ook als de ontmaskering feitelijk correct is, misschien juist dan des te scherper. De rol die zo iemand krijgt toebedeeld is een oude rol, veel ouder dan de wetenschap die haar pas laat beschrijft: hij wordt de gemeenschappelijke vijand die de rust herstelt door zelf uitgestoten te worden. Niet omdat hij ongelijk heeft. Omdat hij zichtbaar maakt wat alleen werkt zolang niemand ernaar kijkt.
Vandaar het mijden dat elke ontmaskeraar vroeg of laat treft. Geen morele afkeuring in de klassieke zin, maar functieverlies dat de omgeving voelt en bestraft met dezelfde reflex waarmee een lichaam een vreemd eiwit afstoot. De groep reageert niet op de inhoud van wat gezegd is, ze reageert op het feit dat de luifel een scheur heeft gekregen, en een scheur in de luifel is voor iedereen eronder een probleem, ongeacht of het regent.
Wie ontmaskert, ontsnapt niet aan het patroon dat hij blootlegt. De aandrang om anderen te overtuigen dat de illusie een illusie is, is dezelfde aandrang als die van de gelovige die feller wervt na een mislukte voorspelling, alleen andersom gericht. Overtuigen dat een illusie slechts een illusie is, blijft overtuigen. Met dezelfde spiegelfunctie: de eigen zekerheid stabiliseren via de instemming van een ander. Ook wanneer de inhoud van de boodschap ontmaskering heet in plaats van geloof. Wie dat niet erkent, herhaalt het patroon zonder het te zien, en noemt dat inzicht.
De vier lagen zijn één beweging op verschillende schalen. Anticiperen op druk, kosten besparen op verwachte verrassing, met welk instrument het ook lukt: hormonen op celniveau, overtuiging op individueel niveau, gedeelde ficties op groepsniveau, uitstoting van wie de fictie blootlegt op het niveau waar de groep zichzelf beschermt. Het verschil tussen een cortisolpiek voor een partij en een gelovige die harder wervt na een mislukte voorspelling is schaal, geen categorie. Er zit geen regisseur achter een van de vier lagen die besluit dit te doen. Er is alleen gedrag dat zichzelf bijstelt op wat nog moet gebeuren, op elk niveau tegelijk, zonder dat een van de niveaus weet heeft van de andere drie.
Dat maakt het onmogelijk om ergens buiten het patroon te gaan staan om het patroon te beoordelen. Wie beweert de illusie doorzien te hebben, spreekt vanuit dezelfde economie als degene wiens illusie hij ontmaskert, met dezelfde behoefte aan een gehoor dat instemt en dezelfde kosten wanneer dat gehoor wegblijft. Het inzicht verandert de positie niet, het beschrijft haar alleen preciezer. Zoveel winst is er, en niet meer dan dat.
Ergens in een zaal staat nu iemand die over twintig minuten moet vechten. Niets is gebeurd. Het lichaam heeft al besloten dat het wel gaat gebeuren, en ademt daar alvast naar, met dezelfde blinde precisie waarmee een gelovige zijn god vasthoudt na een mislukte voorspelling, en een wetenschapper zijn model bijstelt na een mislukte toets.
Literatuur
Sterling, P. (2012). Allostasis: A model of predictive regulation. Physiology & Behavior.
McEwen, B.S. (1998). Protective and damaging effects of stress mediators: allostatic load. New England Journal of Medicine.
Trivers, R. (2011). Deceit and Self-Deception: Fooling Yourself the Better to Fool Others.
Festinger, L., Riecken, H., & Schachter, S. (1956). When Prophecy Fails.
Festinger, L. (1954). A theory of social comparison processes. Human Relations.
Durkheim, É. (1912). Les formes élémentaires de la vie religieuse.
Merton, R.K. (1942). The normative structure of science (CUDOS).
Popper, K. (1959). The Logic of Scientific Discovery.
Girard, R. (1972). La violence et le sacré. Berger, P. (1967). The Sacred Canopy.
