Met eigen ogen

Met eigen ogen

Trouwe Lezer

Een bouwvakker springt op een spijker van vijftien centimeter die dwars door zijn laars steekt. Hij gilt, krijgt morfine, en als de laars eraf gaat blijkt de spijker keurig tussen zijn tenen door te zijn gegaan. Geen wond, wel pijn. Dat geval uit een Brits medisch tijdschrift is het vertrekpunt van het essay van vandaag.

De lijn loopt van de schijnbeweging in de boksring via een footballwedstrijd uit 1951 en de geheugenexperimenten van Elizabeth Loftus naar de recentste neurowetenschap, die het brein beschrijft als een voorspellingsmachine. Zien is gokken; voelen ook. Wie “ik zag het met mijn eigen ogen” zegt, vertelt iets over zichzelf, niet over de gebeurtenis.

De adder: het stuk laat het niet bij “iedereen ziet maar wat”. Het model werkt namelijk uitstekend, precies daarom vertrouw je het waar het faalt. En de expert komt er slechter vanaf dan de beginner, wat weinig experts prettig zullen vinden.

Lees het voordat je de volgende keer weer zo zeker weet wat je gezien hebt.

Peter Koopman

Voormalig sportdocent, maar vooral amateur-antropoloog van de menselijke illusie — gespecialiseerd in de kruising tussen biologie, gedrag, macht, zelfbedrog en ons absurde verlangen naar validatie.

 

Met eigen ogen

De schijnbeweging bestaat omdat je brein lui is. Een goede bokser gooit geen linkse hoek naar je hoofd; hij gooit een suggestie, en jouw hersenen maken hem af. Je dekt je kaak, je oogleden sluiten al, en de echte stoot landt in je lever, precies waar je verwachting geen wacht had gezet. Dat is geen zwakte van de ongetrainde man, het is het ontwerp. Het brein wacht niet op de zintuigen, het loopt erop vooruit, en de zintuigen mogen alleen corrigeren als het verschil groot genoeg is om de moeite te lonen. Dezelfde machine zit achter de ooggetuige die onder ede zweert, de scheidsrechter die de overtreding zag, de echtgenoot die precies weet wat er gezegd werd. Ze liegen niet. Ze zagen wat ze verwachtten, en de zekerheid kwam gratis mee.

Het idee dat waarneming een voorspelling is en geen registratie, heet in de cognitieve neurowetenschap predictive processing 1. De kern is simpel en onaangenaam. De hersenen bouwen voortdurend een model van wat er de komende fractie van een seconde gaat gebeuren, en sturen dat model naar beneden, richting de zintuigen. De zintuigen sturen niet de wereld terug, alleen het verschil tussen model en wereld. Klopt de voorspelling, dan gebeurt er niets; klopt hij niet, dan meldt zich een foutsignaal en wordt het model bijgesteld. Wat jij “zien” noemt, is de voorspelling zelf, met hier en daar een correctie. Een neurowetenschapper noemde het een gecontroleerde hallucinatie [3], en dat is geen provocatie, dat is een beschrijving. Het brein fotografeert niet; het gokt, en het betaalt zichzelf uit.

Dat dit meer is dan een elegante theorie, weten we al zeventig jaar uit de praktijk. In 1951 speelden Princeton en Dartmouth een grimmige footballwedstrijd, en toen onderzoekers achteraf dezelfde film aan studenten van beide universiteiten lieten zien, telden die letterlijk andere overtredingen, van andere spelers, met een andere ernst [4]. Niemand loog. Twee groepen keken naar één film en zagen twee wedstrijden. Twee decennia later liet Elizabeth Loftus proefpersonen een aanrijding bekijken en vroeg hoe hard de auto’s reden toen ze elkaar “raakten” of “verpletterden”. Het werkwoord bepaalde de snelheid, en een week later herinnerde de groep met “verpletterden” zich glasscherven die er nooit waren geweest [5]. De vraag was geen vraag meer; de vraag was een voorspelling, en het geheugen vulde hem in.

Waarom zit een organisme zo in elkaar? Omdat wachten duur is. Wie een tijger pas ziet nadat alle pixels binnen zijn, heeft een prachtig scherp beeld en geen nageslacht. Voorspellen is sneller dan waarnemen, en goedkoper ook, want een goed model hoeft alleen uitzonderingen te verwerken. Het theoretische kader hierachter stelt dat een levend systeem niets anders doet dan verrassing minimaliseren [1]. Dat klinkt abstract totdat je beseft wat het betekent voor zekerheid. Zekerheid is niet het gevoel dat je de waarheid te pakken hebt. Zekerheid is het gevoel dat je model niet is tegengesproken. Die twee lijken op elkaar zolang de wereld meewerkt, en de wereld werkt verrassend vaak mee, want de meeste dagen lijken op gisteren.

Terug naar de ring, want daar wordt de theorie hard. Een geoefende vechter leest heupen en schouders, niet de vuist; hij ziet de stoot voordat die vertrekt, en onderzoek naar anticipatie in slagsporten laat zien dat expertise precies daaruit bestaat: eerder voorspellen op minder informatie [6]. Dat is zijn kracht, en het is exact zijn zwakte. Wie snel voorspelt, is sneller te misleiden door iemand die weet wat hij leest. De schijnbeweging werkt beter op de expert dan op de beginner, omdat de beginner nog wacht op de stoot en de expert allang aan het antwoorden is. Training verkleint de voorspellingsfout waar het model sterk is en vergroot de klap waar het faalt. De expert is niet blind waar hij weinig weet; hij is blind waar hij het meeste weet.

Dat het brein zelfs pijn voorspelt in plaats van meet, is misschien het meest ontluisterende voorbeeld. Een bouwvakker sprong op een spijker van vijftien centimeter die dwars door zijn laars stak, gilde het uit en kreeg op de eerste hulp zware pijnstilling. Toen de laars eraf ging, bleek de spijker keurig tussen zijn tenen door te zijn gegaan; er was geen wond [7]. Pijnonderzoekers gebruiken die casus al dertig jaar om uit te leggen dat pijn een output van de hersenen is, een voorspelling van bedreiging, en geen input van weefselschade [8]. Het lichaam voelde niet wat er was; het voelde wat er had moeten zijn. Wie denkt dat “voelen” eerlijker is dan “zien”, heeft dus geen betere bron, alleen een minder controleerbare.

Dit alles zou een aardig neurologisch weetje blijven als de maatschappij er niet op gebouwd was. De rechtszaal draait op ooggetuigen, en jury’s en rechters wegen vooral hun stelligheid. Precies die stelligheid is het minst informatieve onderdeel van de verklaring, want stelligheid meet de pasvorm van het model, niet de gebeurtenis. De scheidsrechter die “het duidelijk zag” en de videoscheidsrechter die het anders zag, kijken naar dezelfde beelden met verschillende voorspellingen; de ruzie erover is voorspelbaar, in de letterlijke zin. En thuis, aan de keukentafel, staan twee mensen tegenover elkaar die allebei precies weten wat er gezegd is, allebei met eigen oren, allebei oprecht. Ze hebben allebei gelijk over hun model en allebei ongelijk over de wereld.

De laatste stap is de vervelendste. Als waarneming een voorspelling is, dan is ook de waarnemer die beweert gekeken te hebben een product van dezelfde machine. Er zit geen bestuurder achter het stuur die de beelden controleert; er zit een model dat zichzelf een bestuurder voorspelt. De evolutiebioloog Robert Trivers wees er al op dat zelfbedrog goedkoop is en sociaal winstgevend: wie zichzelf overtuigt, overtuigt anderen beter, en hoeft zijn eigen data nooit in te zien [9]. Zekerheid zonder toegang tot de bron is geen defect van het systeem, het is de businesscase.

Betekent dit dat niets echt is en iedereen maar wat ziet? Nee, en dat tegenargument is te goedkoop om te laten liggen. Het model wordt voortdurend gecorrigeerd; daarom loop je niet tegen muren en vang je een bal. De correctie werkt uitstekend wanneer de wereld hard genoeg terugpraat. Het probleem zit in alle situaties waarin de wereld fluistert: een gezichtsuitdrukking, een halve zin, een overtreding in het strafschopgebied, een auto die “raakte” of “verpletterde”. Daar wint de voorspelling, en daar klinkt hij het luidst. Behandel “ik zag het met mijn eigen ogen” daarom als wat het is: geen mededeling over de gebeurtenis, maar een mededeling over de spreker. En wees niet te trots om het ook op jezelf toe te passen, want de lever weet al hoe dat afloopt.

Literatuur

[1] Friston, K. (2010). The free-energy principle: a unified brain theory? Nature Reviews Neuroscience, 11(2), 127–138.

[2] Clark, A. (2016). Surfing Uncertainty: Prediction, Action, and the Embodied Mind. Oxford University Press.

[3] Seth, A. (2021). Being You: A New Science of Consciousness. Faber & Faber.

[4] Hastorf, A. H., & Cantril, H. (1954). They saw a game: a case study. Journal of Abnormal and Social Psychology, 49(1), 129–134.

[5] Loftus, E. F., & Palmer, J. C. (1974). Reconstruction of automobile destruction: an example of the interaction between language and memory. Journal of Verbal Learning and Verbal Behavior, 13(5), 585–589.

[6] Müller, S., & Abernethy, B. (2012). Expert anticipatory skill in striking sports: a review and a model. Research Quarterly for Exercise and Sport, 83(2), 175–187.

[7] Fisher, J. P., Hassan, D. T., & O’Connor, N. (1995). Minerva. BMJ, 310, 70.

[8] Moseley, G. L., & Butler, D. S. (2017). Explain Pain Supercharged. Noigroup Publications.

[9] Trivers, R. (2011). The Folly of Fools: The Logic of Deceit and Self-Deception in Human Life. Basic Books.

 

Ook interessant voor jou!