Drie keer tikken

Drie keer tikken

Beste lezer,

Vandaag een essay over iets wat u vanochtend waarschijnlijk al gedaan hebt: een handeling uitvoeren op een manier die u ooit hebt afgekeken, zonder dat u weet waarom die manier zo is.

In het kort. Zet een kind voor een doorzichtige doos met een snoepje erin en laat het zien hoe een volwassene eerst zinloos met een stokje tegen de bovenkant tikt voordat hij de grendel opendoet. Het kind tikt netjes mee, ook al ziet het door de wand heen dat het nergens voor nodig is. Een chimpansee slaat dat tikken over. In dat kleine proefje is de aap dus slimmer. Toch is het die kopieerdrift die de mens ver heeft gebracht, want veel oude technieken werken pas als je alle stappen volgt, ook de stappen waarvan het nut zich pas na jaren laat zien. De prijs is dat we net zo trouw de onzin bewaren, er een regel van maken, en boos worden op wie hem overslaat. Tegenwerping die ik serieus neem: misschien is het meekopiëren geen denkfout maar een manier om erbij te horen. Dat maakt het niet beter, want beide komen via dezelfde weg binnen.

De conclusie: we schrappen nooit iets omdat we doorzien dat het niets doet, alleen omdat we de uitkomst een keer met eigen ogen zien.

Kijk vandaag eens naar één procedure op uw werk en vraag wie er ooit aan durfde te komen.

Peter Koopman

Voormalig sportdocent, maar vooral amateur-antropoloog van de menselijke illusie — gespecialiseerd in de kruising tussen biologie, gedrag, macht, zelfbedrog en ons absurde verlangen naar validatie.

 

Drie keer tikken

Zet een kind van vier voor een doorzichtige plastic doos met een snoepje erin. Het kijkt naar een volwassene die eerst drie keer met een stokje tegen de bovenkant tikt, dan een grendel opzijschuift en het snoepje pakt. Het kind doet alles na. Ook het tikken, terwijl het dwars door de wand heen kan zien dat dat stokje nergens op aangrijpt. Een chimpansee die precies dezelfde vertoning krijgt, slaat het tikken over en gaat rechtstreeks naar de grendel.¹ In die doos is de aap de slimste van de twee. Toch zit de chimpansee nog altijd in het bos.

De eerste reflex is geruststelling: kinderen zijn nu eenmaal kinderen. Die reflex klopt niet. Train kinderen expliciet in het herkennen van overbodige handelingen, laat ze eerst oefenen met het aanwijzen van domme stappen, en ze kopiëren de domme stap daarna nog steeds.² Volwassenen doen het niet minder; ze doen het nauwkeuriger.³ En het is geen afwijking bij westerse kinderen die opgroeien tussen de gebruiksaanwijzingen. San-kinderen in de Kalahari, zonder school en zonder laboratorium in de buurt, kopiëren met dezelfde trouw.⁴

Dan het onderdeel dat het pas echt onaangenaam maakt. Het blijft niet bij nadoen. Laat een kind een handeling zien inclusief de zinloze stap, en laat daarna iemand anders die stap overslaan. Het kind protesteert. Niet met “dat kan handiger”, maar met de toon van een grensrechter: zo hoort het niet.⁵ Binnen één demonstratie is een willekeurige beweging veranderd in een voorschrift, en heeft de leerling zichzelf benoemd tot handhaver.

Wie hier alleen een mankement ziet, kijkt niet ver genoeg. De wereld waarin dit brein is ontstaan hangt van technieken aan elkaar waarvan de werking onzichtbaar is. Bittere cassave zit vol cyanogene verbindingen. De bewerking in het Amazonegebied vraagt raspen, wassen, dagenlang laten staan, koken, en die latere stappen lijken stuk voor stuk overbodig, want na de eerste behandeling smaakt het spul prima. Wie ze overslaat wordt niet ziek. Hij wordt twintig jaar later ziek, aan zijn zenuwstelsel, en legt dat verband nooit. Hetzelfde geldt voor het koken van maïs met as of kalk, zonder welke bewerking de niacine onopneembaar blijft en de eter pellagra krijgt.⁶ Geen enkele generatie kan dat doorzien, en geen enkele generatie hoeft dat ook.

Zo bezien is het kind met het stokje verstandiger bezig dan de chimpansee met zijn snoepje. Het zet in op de aanname dat de demonstrateur weet wat hij doet en dat de wereld dieper is dan zij eruitziet. Die gok won. Hij leverde pijlgif, kajaks en navigatie over de open oceaan, zonder dat ergens in de keten iemand de theorie hoefde te snappen. Kopiëren zonder begrip is dan geen zwakte; het is de enige beschikbare vorm van overdracht.

De rekening ligt ernaast op tafel. Hetzelfde kanaal dat de cyanidespoeling doorgeeft, geeft het tikken door. Het organisme heeft geen zeef die de werkzame stap van de decoratieve scheidt, en die zeef kan het ook niet bouwen: kon het zien welke stap werkt, dan had het de hele truc niet nodig gehad. Dus bewaart het beide, met gelijke toewijding, en met gelijke verontwaardiging jegens wie afwijkt.

Daar komt het ritueel vandaan. Geritualiseerd gedrag put uit hetzelfde systeem dat bij dwangstoornissen doorslaat: aandacht voor volgorde, herhaling, precisie, en een vaag maar dwingend gevoel dat er iets misgaat als er een stap wordt gemist.⁷ Dat gevoel is geen bijgeloof dat je eruit kunt praten. Het is een alarm dat afgaat bij afwijking van de geleerde reeks, ongeacht of die reeks ergens op slaat. Kijk daarna nog eens naar een veiligheidsprotocol, een inwerkprocedure of een vergaderritueel en tel hoeveel stappen er ooit zijn geschrapt. Toevoegen doet niemand pijn. Schrappen vraagt om een handtekening onder de bewering dat het vorige niet nodig was, maar wie zet die?

Er is een tegenargument dat sterker is dan mij lief is. Misschien kopieert het kind de zinloze stap niet uit causale verwarring, maar uit sociale aansluiting: nadoen is een manier om te zeggen dat je erbij hoort, en de precisie van de kopie is een lidmaatschapsbewijs.⁸ Dat verklaart waarom kinderen selectiever kopiëren bij een onverschillige demonstrateur en trouwer bij iemand die contact zoekt. Prima. Het redt het geruststellende verhaal alleen niet, het maakt het erger. Als het lidmaatschapssignaal en het werkzame recept via dezelfde leiding binnenkomen, dan is er per definitie geen moment waarop het organisme kan kiezen welk van de twee het overneemt. De imitatie is één beweging, de functies zijn twee, en het onderscheid bestaat alleen in de hoofden van onderzoekers die de doos zelf hebben gebouwd.⁹

Ik heb dit jarenlang van dichtbij bekeken in de sportzaal. Traditionele vechtkunst is een museum van stappen die niemand kan uitleggen en iedereen verdedigt: de volgorde waarin de band wordt geknoopt, de hand die bij een bepaalde beweging naar de heup terugkeert, de buiging naar een lege muur. Vraag waarom, en je krijgt nooit “geen idee”. Je krijgt ademhaling, discipline, respect, of heupinzet. De vraag levert altijd een antwoord op, want het apparaat dat het antwoord maakt is niet aangesloten op het apparaat dat de handeling heeft opgeslagen.

En toen werd de doos doorzichtig. Vanaf het moment dat stijlen tegen elkaar in de kooi stonden en de uitkomst niet meer door een jury met dezelfde achtergrond werd beoordeeld, verdween binnen twee decennia de helft van het repertoire. Geen debat, geen ontmaskering, geen enkele meester die toegaf dat het tikken nergens toe diende. Alleen de zichtbaarheid van het resultaat, en de rest volgde vanzelf.

Dat is het onprettige aan de hele zaak. Het stokje verdwijnt niet doordat iemand bedenkt dat het niets doet. Het verdwijnt als de wand doorzichtig wordt, en zelfs dan blijft de helft van de zaal tikken, met een verklaring erbij.

 

Noten

  1. Chimpansees laten causaal irrelevante handelingen weg zodra de werking van het apparaat zichtbaar is, kinderen van drie en vier nemen ze over: Horner & Whiten (2005).
  2. Overimitatie houdt stand nadat kinderen getraind zijn in het herkennen van overbodige handelingen, en wordt beter verklaard door normleren dan door een fout in causaal redeneren: Lyons, Young & Keil (2007); Kenward, Karlsson & Persson (2011).
  3. Volwassenen kopiëren irrelevante handelingen met hogere getrouwheid dan jonge kinderen: McGuigan, Makinson & Whiten (2011).
  4. Hetzelfde patroon bij San-kinderen in de Kalahari, buiten de westerse onderzoekscontext: Nielsen & Tomaselli (2010).
  5. Kinderen protesteren normatief tegen wie de overbodige stap overslaat, in plaats van hem te corrigeren op doelmatigheid: Keupp, Behne & Rakoczy (2013).
  6. Cassavebewerking en nixtamalisatie van maïs als recepten waarvan het nut pas na jaren of generaties zichtbaar wordt, en die alleen overleven door imitatie zonder begrip: Henrich (2016).
  7. Ritueel gedrag put uit hetzelfde voorzorgssysteem dat bij dwangstoornissen ontspoort, met aandacht voor volgorde en herhaling en een gevoel van dreiging bij afwijking: Boyer & Liénard (2006).
  8. Overimitatie als sociale affiliatie in plaats van causale verwarring, met selectiviteit afhankelijk van de houding van de demonstrateur: Over & Carpenter (2012).
  9. Imitatie en innovatie als twee leermechanismen die elkaar in de weg zitten, met ritueel en techniek als uitersten van hetzelfde kopieergedrag: Legare & Nielsen (2015).

Literatuur

Boyer, P., & Liénard, P. (2006). Why ritualized behavior? Precaution systems and action parsing in developmental, pathological and cultural rituals. Behavioral and Brain Sciences, 29(6), 595-613.

Henrich, J. (2016). The secret of our success: How culture is driving human evolution, domesticating our species, and making us smarter. Princeton University Press.

Horner, V., & Whiten, A. (2005). Causal knowledge and imitation/emulation switching in chimpanzees (Pan troglodytes) and children (Homo sapiens). Animal Cognition, 8(3), 164-181.

Kenward, B., Karlsson, M., & Persson, J. (2011). Over-imitation is better explained by norm learning than by distorted causal learning. Proceedings of the Royal Society B, 278(1709), 1239-1246.

Keupp, S., Behne, T., & Rakoczy, H. (2013). Why do children overimitate? Normativity is crucial. Journal of Experimental Child Psychology, 116(2), 392-406.

Legare, C. H., & Nielsen, M. (2015). Imitation and innovation: The dual engines of cultural learning. Trends in Cognitive Sciences, 19(11), 688-699.

Lyons, D. E., Young, A. G., & Keil, F. C. (2007). The hidden structure of overimitation. Proceedings of the National Academy of Sciences, 104(50), 19751-19756.

McGuigan, N., Makinson, J., & Whiten, A. (2011). From over-imitation to super-copying: Adults imitate causally irrelevant aspects of tool use with higher fidelity than young children. British Journal of Psychology, 102(1), 1-18.

Nielsen, M., & Tomaselli, K. (2010). Overimitation in Kalahari Bushman children and the origins of human cultural cognition. Psychological Science, 21(5), 729-736.

Over, H., & Carpenter, M. (2012). Putting the social into social learning: Explaining both selectivity and fidelity in children’s copying behavior. Journal of Comparative Psychology, 126(2), 182-192.

Ook interessant voor jou!