Jacht op de vagina

Jacht op de vagina

Beste lezer,

Een 81-jarige man vermoordde zijn 72-jarige vrouw omdat ze geen seks meer met hem wilde. De rechtbank noemde het femicide. De evolutiebioloog noemt het een datapoint.

In het bijgevoegde essay neem ik het nieuws als aanleiding voor iets breder: waarom de vagina evolutionair gezien het meest begeerde object ter wereld is, welk paradox de bezitster daarmee opzadelt, en waarom dit patroon, op alle gradaties van intensiteit, zo consistent is dat de extreme variant ons eigenlijk niet zou moeten verrassen.

Trivers, Buss, Daly en Wilson leveren de onderbouw. De Drentse gepensioneerde levert het voorbeeld.

Blijf gezond,

Peter Koopman

Jacht op de vagina

Over het kostbaarste bezit en de mannen die het niet kunnen loslaten

Een 81-jarige man uit Drenthe vermoord zijn 72-jarige vrouw omdat ze geen seks meer met hem wil. Hij dumpt haar lichaam in het Noord-Willemskanaal, plastic zak over haar hoofd, en wordt de volgende dag aangehouden. De rechtbank geeft hem tien jaar. Het OM had veertien gevraagd.

Zijn verklaring: er was iets bij hem geknapt.

Ja. Dat klopt. Er knapte iets. Al 3,8 miljard jaar geleden, toen evolutie besloot dat het reproduceren van genen het enige was wat telde, en al het rest bijzaak. Sindsdien loopt de factuur op.

Het meest begeerde object ter wereld

Laten we beginnen met het biologische basisgegeven, want alles daarna vloeit eruit voort. De vagina is, vanuit evolutionair perspectief, de toegangspoort tot voortplanting. En omdat voortplanting de maatstaf is waaraan evolutie alles afweegt, heeft dit anatomische detail een waarde gekregen die alle andere aardse rijkdommen overstijgt. Diamanten, olie, cryptovaluta; niets haalt het. De marktwaarde van toegang tot een vrouw is, in de valuta van evolutionaire drang, letterlijk oneindig.

Robert Trivers legde in 1972 de grondslag. Zijn theorie van ongelijke ouderlijke investering is sindsdien zo goed bevestigd dat ze saai is geworden: vrouwen investeren per nakomeling astronomisch meer dan mannen. Negen maanden zwangerschap, borstvoeding, jaren opvoeding tegenover een paar minuten en een beetje energie. Die asymmetrie produceert direct een asymmetrie in strategie. Vrouwen selecteren, mannen concurreren. Vrouwen zijn schaars, mannen zijn goedkoop. Zo simpel is het, en zo ingewikkeld zijn de gevolgen.

David Buss, die dertig jaar lang aan niets anders heeft gedacht, formuleert het ongenadig: mannen zijn geëvolueerd om seksuele toegang te zoeken, te claimen en te verdedigen. In zijn boek When Men Behave Badly (2021) documenteert hij cross-cultureel hoe dit patroon zich uitdrukt in surveillance, controle, jaloezie en, als dat allemaal niet werkt, geweld. De Drentse gepensioneerde is geen uitzondering. Hij is een datapoint.

De bezitster in een paradox

Nu komt het interessante gedeelte, en het ook enigszins tragikomische.

De vrouw bezit iets wat mannen willen. Dat geeft haar, in theorie, aanzienlijke macht. Ze kan selecteren, weigeren, onderhandelen. Ze staat aan het hoofd van de transactie. Evolutionair gezien is ze de rechter, niet de verdachte.

Maar datzelfde bezit maakt haar tot doelwit. En om zich te beschermen tegen de mannen die haar doelwit maken, heeft ze de hulp nodig van, jawel, mannen. Vader, broer, echtgenoot, de staat met zijn politie en rechtbanken: allemaal mannelijk georganiseerde instituties die als buffer moeten dienen tegen andere mannen.

Barbara Smuts beschreef dit mechanisme al in 1992. Vrouwen die bescherming zoeken bij individuele mannen doen dat niet vanuit naïviteit, maar als rationele strategie in een omgeving die ze zelf niet hebben gecreëerd. Het is de architectuur van het probleem die de oplossing dicteert, ook al is die oplossing structureel onbevredigend.

Of, in gewone mensentaal: je bent eigenaar van iets kostbaars, de dieven komen van buiten, maar de beveiliging wordt ook geleverd door potentiële dieven. Welkom bij de menselijke seksualiteit.

De eigendomsgedachte

Terug naar Drenthe. De rechtbank noemde het femicide: het doden van een vrouw omdat ze vrouw is. Juridisch correct en maatschappelijk nuttig als categorie. Biologisch gezien is de beschrijving preciezer: dit is wat er gebeurt als een organisme dat decennialang heeft geloofd dat het exclusief eigenaarschap had over een lichaam, geconfronteerd wordt met de intrekking van dat eigenaarschap.

Martin Daly en Margo Wilson schreven in 1988 het standaardwerk Homicide. Hun bevinding: de meest voorspelbare context voor partnermoord is de situatie waarin een man de controle over een vrouw verliest, of dreigt te verliezen. Scheiding, afwijzing, het nemen van een andere partner. De frequentie van de zin als ik haar niet kan hebben, dan niemand in moordzaken is statistisch opmerkelijk. Het is geen wanhoop. Het is bezitsclaim.

De 81-jarige in kwestie had 45 jaar huwelijk achter de rug. Dat is 45 jaar van een stilzwijgend contract dat, in zijn beleving, seksuele beschikbaarheid includeerde. Toen zijn vrouw dat contract opzegde, knapte er iets. Dat iets was niet zijn geduld. Het was zijn wereldbeeld.

Testosteron, leeftijd en rigide schema’s

Men zou denken: 81 jaar, testosteron al lang geslonken, wat is het probleem nog? Maar zo werkt het niet. Testosteron daalt inderdaad. De cognitieve en emotionele schema’s die er in vijftig jaar huwelijk omheen zijn gebouwd, dalen niet mee.

Integendeel. Naarmate andere bronnen van status, controle en identiteit wegvallen, kan het gevoel van recht op seksuele beschikbaarheid van de partner juist rigider worden. Het is het laatste domein. De man die op zijn 40ste nog een carriere had, vrienden, lichamelijke kracht, maatschappelijke positie, heeft op zijn 81ste misschien alleen nog dit over: het idee dat zijn vrouw hem toebehoort.

Dat is geen psychologische aberratie. Het is het eindstation van een culturele trein die al eeuwen rijdt.

De statistiek die niemand wil horen

Jaarlijks worden wereldwijd naar schatting 50.000 vrouwen gedood door partners of ex-partners. In Nederland is huiselijk geweld de meest voorkomende vorm van ernstig geweld. De dader is in het overgrote deel van de gevallen mannelijk, het slachtoffer vrouwelijk. Dit is zo consistent, zo cross-cultureel, zo bestand gebleken tegen welvaart, opleiding en wetgeving, dat het moeilijk als toeval te beschouwen is.

Het punt is niet dat alle mannen gevaarlijk zijn. Dat zijn ze niet, en de meeste mannen met precies dezelfde evolutionaire bedrading reguleren die adequaat. Het punt is dat de bedrading bestaat, en dat de culturele en institutionele systemen die als dempers werken, niet voor iedereen even goed functioneren. Leeftijd, isolement, verlieservaring en de erosie van alternatieve identiteiten kunnen die dempers uitschakelen.

De man in Drenthe was geen monster. Hij was een organisme dat zijn regulerende systeem kwijtraakte op het moment dat het er het meest toe deed.

Wat de wetenschap zegt en wat we ermee doen

Buss, Daly, Wilson, Smuts, Trivers. Ze zeggen allemaal hetzelfde, met iets andere woorden en in iets andere disciplinaire registers: seksuele jaloezie en bezitsclaims op vrouwen zijn de meest consistente predictoren van letaal partnergeweld. De wetenschap is hier niet onduidelijk.

Wat onduidelijk is, is wat je ermee doet. Want de evolutionaire verklaring is geen excuus, maar wel een mechanisme. En mechanismen kun je alleen beïnvloeden als je ze begrijpt. Campagnes die mannen vragen aardig te zijn, missen de biologie volledig. Wetgeving die daders straft doet iets, maar houdt het mechanisme niet op. Cultuurverandering werkt, maar langzaam en ongelijkmatig.

De eerlijke conclusie is dat we een evolutionaire erfenis beheren die we niet hebben gekozen en niet eenvoudig kunnen herprogrammeren. Dat is ongemakkelijk, maar het is wat het is. Wie dat ongemak wegsnoert achter makkelijke taal over toxische masculiniteit of patriarchaat als bewuste ideologie, begrijpt het probleem half.

Het vonnis

Tien jaar cel. Hij is 81. Reken maar mee: hij komt vrij op zijn 91ste, als hij dat haalt. De symbolische werking van het vonnis is groter dan de praktische.

Zijn vrouw is 72 en dood.

Na 45 jaar huwelijk, een leven samen, vermoord omdat ze nee zei. Nee tegen seks. Een woord dat ze het recht had te zeggen, juridisch en moreel, en dat haar het leven kostte.

Dat is het schandaal. Niet dat een oude man doorgedraaid is; dat gebeurt. Het schandaal is dat dit patroon, op alle gradaties van intensiteit, zo alomtegenwoordig is dat de extreme variant ons verrast. Alsof we de lagere gradaties niet dagelijks zien: de man die zijn vrouw controleert, haar vriendschappen saboteert, haar bewegingsvrijheid inperkt, haar seksualiteit beheert. Dezelfde bedrading, lagere spanning, minder nieuws.

 

Robert Trivers, ‘Parental investment and sexual selection’ (1972). 

David Buss, When Men Behave Badly (2021). 

Martin Daly & Margo Wilson, Homicide (1988). 

Barbara Smuts, ‘Male Aggression Against Women: An Evolutionary Perspective’ (1992). 

UNODC, Gender-related killing of women and girls (2023).

Ook interessant voor jou!