Over de toga, de aap en het apparaat dat ze allebei in stand houdt
Beste lezer,
Sommige vragen worden zo weinig gesteld dat ze gevaarlijk worden om hardop uit te spreken.
Wat is menselijk?
Niet als slogan voor politici, hulpinstanties en talkshows. Werkelijk. Waar begint menselijkheid en waar houdt zij op? Geldt zij altijd? Voor iedereen? Ook voor de verkrachter, de moordenaar, de sadist? Of blijkt onze moraal vooral een luxeproduct van veiligheid, overvloed en groepsbelang?
In dit essay krab ik de dunne laag beschaving open waaronder hetzelfde tribale organisme schuilgaat dat ooit rond kampvuren bepaalde wie binnen de stam viel en wie niet.
Geen geruststellend verhaal.
Geen morele verdoving.
Wel een poging eerlijk te kijken naar de spanning tussen empathie, groepsbescherming, rechtspraak, hypocrisie en geweld.
De moderne mens is niet humaner dan zijn voorouder. Hij is alleen beter aangekleed. En hij heeft een industrie opgetuigd die hem daar dagelijks van overtuigt.
Met vriendelijke groet,
Peter Koopman
Wat is menselijk?
Of: de toga over de aap
Een vraag die nauwelijks nog gesteld wordt is misschien de belangrijkste van allemaal:
wat is menselijk?
Niet in de sentimentele betekenis. Niet de soort menselijkheid die als lauw cappuccinoschuim over talkshows en beleidsstukken wordt gegoten. Echt. Rauw. Functioneel. Biologisch. Sociaal.
Wat bedoelen we eigenlijk wanneer we zeggen: dat is onmenselijk?
Het afgelopen jaar was er landelijke verontwaardiging over de verkrachting en moord op de zeventienjarige Liza. De verdachte, van wie nog altijd onzekerheid bestaat over identiteit en herkomst, zou volgens zijn advocaten stemmen in zijn hoofd hebben gehoord. Daarom wordt hij onderzocht in het Pieter Baan Centrum. Daarom sleept de rechtsgang zich voort. Daarom zal een proces waarschijnlijk pas in 2027 plaatsvinden.
Ondertussen kost dit alles de samenleving honderdduizenden euro’s.
Verblijfskosten van rond de achthonderd euro per dag. Plus psychiaters, psychologen, advocaten, rechters, beveiliging, rapportages, observatieperiodes, verlengingen, contra-expertises en een compleet juridisch-therapeutisch apparaat dat zichzelf draaiende houdt rondom de dader.
Geld dat niet wordt besteed aan kankerbehandelingen voor kinderen. Niet aan woningen. Niet aan preventie van de volgende moord.
En precies daar begint de ongemakkelijke vraag.
Waarom?
Waarom investeren wij enorme middelen in iemand die een meisje heeft verkracht en vermoord? Waarom spreken wij over humane behandeling van een individu dat zelf elke vorm van menselijkheid heeft vernietigd in een ander?
Het nette antwoord luidt: omdat wij een rechtsstaat zijn.
Maar dat antwoord ontwijkt de diepere kwestie:
voor wie bestaat die rechtsstaat eigenlijk?
De toga over de aap
De mens verkoopt zichzelf graag als rationeel en moreel verheven wezen. In werkelijkheid is hij een tribaal organisme met een dunne culturele laklaag. Een primaat in een colbert. Een aap met een titel.
Wij spreken over universele mensenrechten, maar ons zenuwstelsel werkt nog steeds op oeroude groepsmechanismen:
wij tegenover zij,
veilig tegenover bedreigend,
eigen kring tegenover buitenstaander.
Dat zie je overal.
Een sterfgeval in de eigen straat voelt existentieel. Tienduizend doden ver weg worden statistiek. Een vermoorde dochter activeert woede. Een abstract juridisch principe activeert bureaucratie.
Moraal blijkt dan vaak geen objectieve waarheid maar een passende verklaring achteraf. Eerst voelt het organisme afkeer, angst, agressie of empathie. Daarna produceert het bewustzijn een verhaal dat sociaal acceptabel klinkt.
We moeten humaan blijven.
Het recht moet zijn beloop hebben.
Wij zijn beschaafd.
Drie zinnen die alles betekenen en niets.
De empathie-asymmetrie
Mensen geloven graag dat empathie schaalbaar is. Dat is niet zo.
Onderzoek van Paul Slovic toont al decennia hetzelfde patroon. Eén identificeerbaar slachtoffer mobiliseert miljoenen. Tweehonderdduizend slachtoffers mobiliseren een artikel op pagina zeven. Hij noemt het psychic numbing. Hoe groter het leed, hoe minder het organisme er nog iets mee kan.
Dit is geen morele tekortkoming. Dit is hoe de hardware werkt.
Henri Tajfel liet in zijn minimal group experiments zien hoe weinig er nodig is om mensen tegen elkaar op te zetten. Verdeel een groep willekeurig in blauw en rood. Binnen een uur discrimineert blauw tegen rood, zonder enige inhoudelijke reden. Geen geschiedenis, geen taal, geen religie. Alleen kleur.
Dat is de werkelijke basis waarop alle latere ideologieën worden gebouwd. Niet andersom.
Bowles en Gintis noemen het parochial altruism: wij zijn diep coöperatief, maar bijna uitsluitend binnen de eigen groep. Diezelfde coöperatie maakt buitenstaanders kwetsbaarder, niet veiliger. De empathie waarmee ik mijn buurman help is exact dezelfde empathie waarmee ik zijn vijand kan vermoorden.
Wie dat begrijpt, begrijpt waarom universele moraal nooit echt universeel wordt. Hij wordt gepredikt door mensen wier groep groot genoeg is om zich die luxe te veroorloven.
De dunne laklaag
Beschaving is geen natuurwet.
Beschaving bestaat zolang er voldoende energie, veiligheid en overschot is om haar te onderhouden. Zodra schaarste, angst of dreiging toenemen verandert moraal opmerkelijk snel van vorm.
Hongersnood maakt humanisten zeldzaam.
Bosnië, 1992. Buren die dertig jaar samen koffie dronken stonden binnen weken met geweren tegenover elkaar. Rwanda, 1994. Honderd dagen, achthonderdduizend doden, voornamelijk met machetes en houwelen. Geen technologische barbarij maar handwerk. Tussen mensen die elkaars kinderen kenden.
Christopher Browning beschrijft in Ordinary Men hoe een Duits politiebataljon van middelbare reservisten, geen ideologische fanaten maar gewone vaders en winkeliers, in Polen tienduizenden Joden doodschoot. Niet omdat ze het wilden. Omdat de groep het deed en zij niet wilden afvallen.
De conclusie is onaangenaam. Het probleem is zelden de monsterlijke uitzondering. Het probleem is de gemiddelde mens onder de juiste omstandigheden.
Wij zijn niet veiliger geworden door morele vooruitgang. Wij zijn veiliger geworden door welvaart, politie en koelkasten. Haal er één weg en het organisme schakelt terug naar standaardinstellingen.
Het juridisch-therapeutisch complex
Terug naar Liza.
Rond elke ernstige zaak ontstaat een ecosysteem. Forensische psychiaters die rapporteren. Advocaten die contra-expertises aanvragen. Onderzoekers die observaties verlengen. Beveiligers die patiënten begeleiden. Bestuurders die rapportages bestuderen. Rechters die termijnen verschuiven.
Niemand van deze mensen is kwaadaardig. De meesten doen hun werk integer. Maar het systeem als geheel heeft één eigenschap die niemand bewust ontworpen heeft: het belonen van vertraging.
Snelle afhandeling levert minder uren op. Minder uren betekent minder facturen. Minder facturen betekent minder banen. Het apparaat selecteert dus, volkomen Darwiniaans, voor procedures die zichzelf verlengen.
Foucault zag dit veertig jaar geleden al. Wat zich aandient als humanisering van de straf is in werkelijkheid de uitbreiding van een nieuw soort macht: de macht van de behandelaar over het lichaam, het denken en de tijd van de gestrafte. De fysieke martelpraktijk is vervangen door observatie, classificatie en verlenging. Dat heet vooruitgang.
Misschien is het dat ook. Maar het is geen onschuldige vooruitgang.
De dader is niet alleen een morele kwestie geworden. Hij is een productiemiddel. En een gemeenschap die dat hardop uitspreekt wordt onmiddellijk uitgemaakt voor cynisch.
Wat zegt dat over de gemeenschap?
Wie hoort bij de groep
Als mensen zeggen dat is onmenselijk, bedoelen zij meestal: dat botst met de morele afspraken van mijn groep.
Wie behoort tot die groep?
Een samenleving die zegt dat iedereen altijd binnen de morele cirkel valt, krijgt vroeg of laat problemen met extreme daders. Een samenleving die bepaalt dat sommigen erbuiten vallen, opent de deur naar ontsporing.
Het begint altijd overzichtelijk:
alleen de monsters.
Daarna verschuift de definitie.
De crimineel.
De ketter.
De verrader.
De afwijkende.
De politieke vijand.
De verkeerde stam.
Geschiedenis is grotendeels een archief van groepen die overtuigd waren van hun morele superioriteit terwijl zij anderen uitsloten, vernederden of vernietigden. De Inquisitie geloofde in zielen. De Jakobijnen geloofden in deugd. De nazi’s geloofden in volksgezondheid. Stalin geloofde in vooruitgang. Iedereen geloofde dat zij de goeden waren.
Iedereen had ongelijk.
Cultuur als alibi
Eén westerse vader die zijn dochter vermoordt is een monster en haalt het journaal.
Dezelfde daad in een ander cultureel kader heet eerwraak, en haalt het journaal pas wanneer een journalist ergens een statistiek opduikt.
De inhoud van de daad is identiek. Alleen het frame verschilt.
Wat dat laat zien is niet dat moraal cultureel gelijkwaardig is. Het laat zien dat onze morele afkeer selectief functioneert, en dat wij die selectiviteit liever niet onderzoeken. Want zodra je dat doet, raak je twee dogma’s tegelijk: je raakt de heilige cirkel van de eigen groep, en je raakt de heilige cirkel van de groep die je niet mag bekritiseren omdat dat oncomfortabel ligt.
Zo ontstaat de moderne paradox. Wij zijn moreel verontwaardigd over alles, behalve over de dingen waarover wij niet verontwaardigd mogen zijn. Een steniging in een ver land is een ingewikkelde culturele context. Een steniging in onze straat zou een misdaad tegen de menselijkheid zijn.
De steen is dezelfde.
Het hoofd is dezelfde.
Alleen het dorp verschilt.
De moderne paradox
Hoe universeler een moraal zichzelf presenteert, hoe sterker veel mensen voelen dat hun eigen groep vervaagt.
Zonder groep geen loyaliteit.
Zonder grens geen gemeenschap.
Maar zonder begrenzing van groepsdenken ontstaat barbarij.
De mens balanceert permanent tussen twee onmogelijkheden. Te veel tribalisme leidt tot geweld. Te veel abstract universalisme leidt tot ontbinding. Wie het ene predikt om het andere te vermijden bouwt onvermijdelijk aan zijn tegenpool.
Dat is geen pessimisme. Dat is hoe het organisme werkt.
De moderne staat probeert deze spanning te beheersen met procedures, instituties en wetten. Soms met succes. Vaker met de illusie van succes. Het PBC houdt de moordenaar vast en de samenleving op afstand. Niet omdat het probleem is opgelost, maar omdat het buiten zicht is geraakt. Beschaving als geur die je over een lichaam spuit dat eigenlijk gewassen had moeten worden.
Slot
De mens is geen voltooid moreel project. Hij is een dier dat geleerd heeft zijn tanden te poetsen voor het interview.
Zolang er overschot is gedraagt hij zich beschaafd. Zolang de koelkast vol is praat hij over rechten. Zolang hij niet hoeft te kiezen tussen zijn kind en het kind van een vreemde, gelooft hij oprecht dat hij beide gelijk waardeert.
Haal het overschot weg.
Haal de koelkast weg.
Dwing hem te kiezen.
De aap komt tevoorschijn. Hij was er altijd al. De toga hing er alleen overheen.
Er is geen humaniteit. Alleen omstandigheden waarin het organisme zich humaan kan veroorloven te lijken.
Literatuurlijst
Filosofie, moraal en politieke orde
Thomas Hobbes — Leviathan. Over orde, geweld, angst en de noodzaak van staatsmacht.
Carl Schmitt — The Concept of the Political. Klassiek werk over vriend-vijanddenken als fundament van politiek en groepsvorming.
Michel Foucault — Discipline and Punish. Analyse van strafsystemen, disciplinering en institutionele macht.
René Girard — Violence and the Sacred. Over zondebokmechanismen, geweld en sociale cohesie.
Friedrich Nietzsche — On the Genealogy of Morality. Over moraal als historisch en psychologisch machtsproduct.
Evolutie, gedrag en menselijke natuur
Robert Sapolsky — Behave. Monumentaal overzicht van de biologische, neurologische en sociale oorzaken van menselijk gedrag.
Frans de Waal — Chimpanzee Politics. Tribalisme, macht, coalities en empathie bij primaten.
Richard Dawkins — The Selfish Gene. Evolutionaire mechanismen achter gedrag, samenwerking en competitie.
David Buss — Evolutionary Psychology. Evolutionaire verklaringen voor agressie, seksualiteit en groepsgedrag.
Jonathan Haidt — The Righteous Mind. Moraal als intuïtief groepsmechanisme en post-hoc rationalisatie.
Empathie, groep en de grenzen van moraal
Paul Slovic — Psychic Numbing and Genocide. Hoe empathie afneemt naarmate het aantal slachtoffers toeneemt.
Henri Tajfel — Social Identity Theory. Minimal group experiments en de oorsprong van wij-zij denken.
Samuel Bowles & Herbert Gintis — A Cooperative Species. Parochial altruism: coöperatie binnen de groep, vijandigheid daarbuiten.
Joshua Greene — Moral Tribes. De botsing tussen tribale moraal en universele ethiek.
Beschaving, instituties en groepsdynamiek
Norbert Elias — The Civilizing Process. Geweld verdwijnt niet, het wordt cultureel gereguleerd en verplaatst.
Erving Goffman — The Presentation of Self in Everyday Life. Sociale interactie als performance en reputatiemanagement.
Christopher Boehm — Hierarchy in the Forest. Reverse dominance en menselijke egalitaire tendensen.
Christopher Browning — Ordinary Men. Hoe gewone mannen onder groepsdruk massamoordenaars werden.
James Waller — Becoming Evil. Sociale en psychologische mechanismen achter genocide.
Zygmunt Bauman — Modernity and the Holocaust. Hoe moderne bureaucratie en rationaliteit massaal geweld mogelijk maken.
Cynische anatomie van de moderne mens
George Carlin — Brain Droppings. Cynische dissectie van hypocrisie, moraal en maatschappelijke illusies.
Pat Condell — Diverse essays en videocommentaren. Over groepsdenken, ideologie en culturele hypocrisie.
Gustave Le Bon — The Crowd. Klassiek werk over massa’s, irrationaliteit en collectieve emotie.
