Het conflictmechanisme – Vijf lagen in elke gewelddadige interactie

Het conflictmechanisme - Vijf lagen in elke gewelddadige interactie

Jaren in de ring en tientallen jaren aan de zijlijn ervan leren je één ding: wat mensen denken dat er gebeurt in een gevecht en wat er werkelijk gebeurt liggen ver uit elkaar.

Dat geldt voor een bokspartij. Het geldt evengoed voor een veldslag, een bedrijfsovername of een politieke coalitie die uiteenvalt zodra de gemeenschappelijke vijand is verslagen.

Het bijgevoegde essay beschrijft het conflictmechanisme in vijf lagen, van scannen en misleiden tot de narratieve reconstructie die altijd volgt op de uitkomst. Schaalinvariant, descriptief, zonder de romantiek die dit soort analyses gewoonlijk verpest.

Wie de structuur herkent, kijkt anders. Naar de ring, naar het nieuws, naar zichzelf.

Peter Koopman

AfafA Gym, Zandvoort

 

Het conflictmechanisme

Vijf lagen in elke gewelddadige interactie

Inleiding

Er is een merkwaardige constante in gewelddadige interactie. Een bokser die een opening ziet en toeslaat, een verkenningseenheid die een vijandelijke positie omsingelt, een staat die een coalitie aangaat om een concurrent te verzwakken: de schaal verschilt met enkele ordes van grootte, maar wie goed kijkt ziet hetzelfde mechanisme. Niet als metafoor. Als mechanica.

Dit kader beschrijft dat mechanisme in vijf lagen. Ze lopen simultaan, niet sequentieel. Ze gelden voor elk organisme, elke groep en elke institutie die in conflict treedt met een ander systeem. De beschrijving is uitdrukkelijk descriptief: het gaat om wat er feitelijk gebeurt, niet om wat er zou moeten gebeuren.

De vijf lagen

Scannen

Informatie is nooit volledig en altijd vertekend. Dat is geen tijdelijk probleem dat met betere inlichtingen te verhelpen valt; het is structureel. Clausewitz noemde het de mist van de oorlog. Wat hij niet zei, maar wat de neurologie inmiddels bevestigt, is dat de mist voor een groot deel van binnenuit komt.

Het organisme verwerkt omgevingsinformatie continu, grotendeels onder de bewuste drempel. Wat het registreert wordt gefilterd door wat het al gelooft, door de infectie die het draagt: het idee, de ideologie, de groepsidentiteit die zijn perceptie kleurt. Twee soldaten in dezelfde loopgraaf zien letterlijk een andere situatie, afhankelijk van training, verwachting en de verhalen die ze zichzelf vertellen over de aard van de vijand.

Scannen is ook zelf een tactisch instrument. Wat je laat zien bepaalt wat de ander scant. Dat leidt direct naar de tweede laag.

Vertroebelen

Misleiding is geen bijproduct van conflict; het is een kernfunctie. Sun Tzu bouwde er een heel boek op. Maar de psychologie voegt iets toe dat Sun Tzu niet formaliseerde: de meest effectieve misleiding is die waarbij de actor zichzelf gelooft.

Trivers beschreef zelfbedrog als evolutionair functioneel. Wie zijn eigen narratief volledig internaliseerde projecteert het geloofwaardiger. De commandant die oprecht gelooft in zijn eigen superioriteit is moeilijker te lezen dan de commandant die weet dat hij bluffet. Het organisme dat zichzelf misleidt is een betere misleider.

Dit betekent dat vertroebelen niet alleen tussen actoren werkt maar ook intern. Het idee dat een organisme draagt, de infectie in de letterlijke zin van een neuraal patroon dat van buiten naar binnen is gemigreerd, kleurt wat het projecteert net zo goed als wat het waarneemt. De soldaat die sterft voor de natie is niet hypocriet; hij is geinfecteerd met een idee dat zijn eigen conatus heeft overschreven.

Inzetten

Het moment van volledige commitment is het meest misverstandene element in conflictanalyse. Het wordt beschreven als beslissing, als de uitkomst van calculatie en afweging. Libet liet in de jaren tachtig zien dat de bewuste beslissing later komt dan de neurale voorbereiding van de handeling. Soon en Haynes confirmeerden dit tot zeven seconden verschil. De gok is al genomen voor het organisme weet dat het een gok neemt.

Wat dit voor conflict betekent: de ervaring van beslissen is post-hoc. Het organisme ervaart zijn inzet als berekend, als de uitkomst van een analyse. Dat gevoel is overtuigend en functioneel noodzakelijk: een organisme dat de volledige onzekerheid van zijn inzet erkent aarzelt, en wie aarzelt verliest de opening. De illusie van controle is de brandstof voor commitment.

Pascal Boyer en Jesse Bering hebben laten zien dat organismen hun eigen overlevingskans systematisch overschatten in gevaarlijke situaties. Evolutionair geselecteerd: wie realistisch inschatte hoe groot de kans was om te sterven bij een aanval, deed de aanval niet. Reproductief ongunstig in een omgeving waar aanvallen soms de enige optie was.

Affordance benutten

Gibson’s ecologische psychologie levert hier het juiste begrip. Een affordance is geen eigenschap van de omgeving alleen; het is een mogelijkheid die bestaat in de relatie tussen organisme en omgeving op een specifiek moment. Een opening in de dekking van een tegenstander is geen objectief feit. Ze bestaat alleen voor een organisme dat snel genoeg is om er iets mee te doen, en dat de opening percipieert als opening.

Dit verklaart waarom twee actoren in dezelfde situatie radicaal verschillende kansen zien. De affordance is perceptueel en capaciteitsafhankelijk. Wat het organisme gelooft, de infectie die het draagt, bepaalt mede wat het ziet. Een ideologisch gedreven actor ziet mogelijkheden die een puur rationele calculator mist, en omgekeerd.

Het concept vervangt ook het romantische idee van shaping, van de veldheer die de situatie naar zijn hand zet. Shaping is voor een groot deel post-hoc reconstructie: de winnaar beschrijft zijn pad als strategie, de verliezer als pech. De affordance was er of ze was er niet; of het organisme haar zag en kon benutten hing af van factoren die grotendeels buiten zijn controle lagen.

Narratief construeren

Dit is de laag die vrijwel alle bestaande conflictmodellen weglaten, en het is de laag die het meeste verklaart over hoe conflict zich reproduceert.

Na de interactie, soms al tijdens, construeert het organisme een verhaal waarin het de auteur was van de uitkomst. Bij winst: strategie, inzicht, superieure voorbereiding. Bij verlies: pech, verraad, overmacht. Taleb heeft uitgebreid beschreven hoe mensen causale verhalen construeren over uitkomsten die voor een groot deel door ruis werden bepaald. De narratieve laag is de uitkomst van dat mechanisme.

De functie van het narratief is niet historische accuratesse. De functie is het intact houden van het geloof in eigen regie, want dat geloof is de voorwaarde voor de volgende inzet. Seligman’s aangeleerde hulpeloosheid laat zien wat er gebeurt als dat geloof duurzaam wordt vernietigd: het organisme stopt met handelen, ook als de situatie later verandert.

Het narratief is ook de motor van coalitievorming. Groepen consolideren rond gedeelde interpretaties van wat er is gebeurd en waarom. Die interpretaties zijn zelden accuraat en altijd strategisch. Ze bepalen wie vriend is en wie vijand, wie schuld draagt en wie recht heeft op herstel. Zo bereidt de vijfde laag de eerste laag van het volgende conflict voor.

Schaalinvariantie

Het mechanisme is schaalinvariant. Een macrofaag die een pathogeen identificeert, omsingelt en neutraliseert doorloopt functioneel hetzelfde proces als een verkenningseenheid die een vijandelijke positie uitschakelt, als een staat die een concurrent economisch verzwakt. De tijdschaal en de complexiteit van de coalities verschillen; het mechanisme niet.

Spinoza beschreef dit in andere termen. Elk ding streeft naar zelfbehoud naar de mate van zijn vermogen, de conatus, en dat geldt voor cellen, individuen en staten gelijkelijk. Coalities zijn instrumenteel: ze bestaan zolang samenwerking meer oplevert dan competitie, en vallen uiteen zodra die verhouding kantelt. Wie bondgenoten vertrouwt nadat de gemeenschappelijke vijand is verslagen, heeft Spinoza niet gelezen of de geschiedenis niet.

De aanvulling die de moderne biologie levert: de conatus opereert niet alleen op het niveau van het biologische individu. Ideeën hebben hun eigen persistentiestreven. Ze zijn beter dan biologische organismen in het overschrijven van individueel zelfbehoud, omdat ze precies bieden wat het organisme nodig heeft om commitment te genereren: betekenis, toekomstperspectief, de zekerheid dat de gok de moeite waard is.

Wat het model niet doet

Het model voorspelt geen uitkomsten. Het beschrijft de structuur, niet de competentie van de actoren. Een incompetente vechter doorloopt dezelfde vijf lagen als een competente; hij doet het slechter. Wie dit kader gebruikt als handleiding voor winnen begaat de fout die Taleb beschrijft: het verwarren van begrip van een systeem met controle over dat systeem.

Het model is ook geen moreel oordeel. Het beschrijft wat er feitelijk gebeurt in gewelddadige interactie, op elk schaalniveau. De beoordeling van wat wenselijk is, valt buiten het kader. Dat is niet bescheidenheid; het is methodologische discipline. Een instrument dat alles wil verklaren verklaart niets.

 

Kernreferenties

Boyd, J. (1987). A Discourse on Winning and Losing. OODA-loop als informatiecyclus in conflict.

Boyer, P. (2001). Religion Explained. Ideeën als parasitaire patronen op evolutionaire cognitieve systemen.

Clausewitz, C. von (1832). Vom Kriege. De mist en de wrijving als structurele eigenschappen van oorlog.

Damasio, A. (1994). Descartes’ Error. Somatische markers en de rol van affect in beslissingen.

Dawkins, R. (1976). The Selfish Gene. Memen als replicerende informatiepatronen.

Gibson, J.J. (1979). The Ecological Approach to Visual Perception. Affordances als relationele mogelijkheden.

Kahneman, D. (2011). Thinking, Fast and Slow. Systeem 1 en 2; overschatting van eigen controle.

Keegan, J. (1976). The Face of Battle. De kloof tussen soldatervaring en historische reconstructie.

Libet, B. (1983). Time of conscious intention to act. Neurale voorbereiding voor bewuste beslissing.

Seligman, M. (1975). Helplessness. Aangeleerde hulpeloosheid als gevolg van verlies van regie-ervaring.

Soon, C.S. & Haynes, J.D. (2008). Unconscious determinants of free decisions. Zeven seconden voor de bewuste beslissing.

Spinoza, B. (1677). Ethica. Conatus als zelfbehoudstreven op elk niveau van organisatie.

Taleb, N.N. (2007). The Black Swan. Post-hoc narrativering van toeval als causale verklaring.

Trivers, R. (2011). The Folly of Fools. Zelfbedrog als evolutionair functioneel mechanisme

Ook interessant voor jou!