Je hersenen zijn niet gebouwd om gelijk te hebben. Ze zijn gebouwd om gelijk te krijgen.
Beste lezer,
Je kent het scenario. Een discussie loopt uit de hand, feiten worden over en weer gegooid, en aan het eind heeft niemand van mening veranderd, terwijl beide partijen zich net iets zekerder voelen dan aan het begin. Dat is geen slechte avond. Dat is een systeem dat werkt zoals het is ontworpen.
In het essay hieronder ga ik in op wat cognitiewetenschappers Hugo Mercier en Dan Sperber al in 2011 lieten zien: redeneren is evolutionair geen instrument om waarheid te vinden, het is een wapen om een sociaal gevecht te winnen. Dat verklaart waarom feitencorrecties soms averechts werken, waarom een jury weleens slimmer is dan een individuele rechter, en waarom aanbevelingsalgoritmes dit mechanisme niet hebben veroorzaakt, alleen hebben losgelaten op een schaal die de evolutie nooit heeft voorzien.
Lees het hieronder, en reken vooral niet op mij om je van mening te laten veranderen.
Dat is, zoals je zo dadelijk leest, niet waar dit soort tekst voor is gemaakt.
Peter Koopman
Gelijk krijgen
Waarom nadenken niet voor waarheid is uitgevonden
Een echtpaar staat een halfuur te bekvechten over welke afslag ze hadden moeten nemen. Allebei hebben ze een waterdicht verhaal klaar waarom de ander de kaart verkeerd las. Geen van beide verhalen kwam uit nadenken over de route, ze kwamen achteraf, gebouwd om het eigen gelijk overeind te houden. Herkenbaar, onschuldig, en precies het patroon dat de cognitiewetenschappers Hugo Mercier en Dan Sperber in 2011 tot een ongemakkelijke claim omsmeedden. Het menselijk redeneervermogen, zo betogen ze, is niet ontworpen om waarheid te vinden; het is ontworpen om gelijk te krijgen.
De claim is evolutionair alleen een verrassing zolang je uitgaat van de gangbare aanname dat een groter brein automatisch een betere waarheidsmachine oplevert. Kijk je naar redeneren als sociaal wapen, dan valt alles op zijn plek. Mensen zijn, in de woorden van antropoloog Robin Dunbar, een diersoort die is opgeklommen via coalities en status binnen de groep, niet via solitaire jacht op feiten. Wie in een debat het gelijk aan zijn kant krijgt, wint bondgenoten en aanzien. Dat is een speltheoretische wedstrijd, geen wetenschappelijk experiment, en het brein dat daarvoor is gebouwd gedraagt zich dienovereenkomstig.
Mercier en Sperber onderbouwen die claim met een lastig te negeren observatie. Zet iemand alleen voor een logisch probleem en de score is bedroevend, decennia aan cognitief onderzoek laten dat zien. Zet diezelfde persoon in een discussie waarin hij moet winnen, en plotseling is hij messcherp in het vinden van gaten in andermans argumenten. De bevestigingsbias, ooit gezien als een storing in het systeem, wordt in hun lezing een instelling van het systeem: myside bias, het overtuigend maken van je eigen kant, niet het vinden van de waarheid. Dat verklaart waarom mensen slecht zijn in het corrigeren van hun eigen redenering en uitstekend in het afbreken van die van een ander. Geen bug. Precies waarvoor het gereedschap gemaakt is.
Er zit een uitzondering in hun eigen theorie, en die uitzondering is het enige opbeurende nieuws in dit hele verhaal. Wanneer een groep mensen met tegengestelde argumentatieve motoren elkaar daadwerkelijk moet overtuigen, in een setting waarin ieders argument wordt getoetst door anderen die zelf ook willen winnen, ontstaat er iets dat lijkt op waarheidsvinding als bijproduct. Juryberaad werkt daarom soms beter dan een individuele rechter. Peer review werkt daarom soms beter dan een genie alleen in een kamer. De waarheid komt er niet uit omdat iemand plotseling onbevooroordeeld wordt. Ze komt eruit omdat de vooroordelen van de één de blinde vlekken van de ander opvullen.
Zet diezelfde argumentatieve motoren in een omgeving waar niemand meer hoeft te winnen van een aanwezige tegenstander, waar iedereen tegelijk zendt en niemand controleert, en het opbeurende scenario stort in. Brendan Nyhan en Jason Reifler lieten in 2010 zien dat het corrigeren van foute politieke overtuigingen met feiten soms averechts werkt: mensen die worden gecorrigeerd, klemmen zich juist vaster aan de oorspronkelijke fout, het zogeheten backfire effect. Eerlijkheid gebiedt hier een kritische kanttekening. Thomas Wood en Ethan Porter konden dat effect in 2019 in een grootschaligere set experimenten niet systematisch reproduceren; feiten corrigeerden meestal wel de feitelijke overtuiging, al bleef de onderliggende houding vaak onaangeroerd. Over hoe hard het effect precies terugslaat is de wetenschap het dus oneens. Over de richting van het onderliggende mechanisme, dat argumenten dienen om een positie te verdedigen in plaats van hem te toetsen, bestaat veel minder onenigheid.
De geschiedenis biedt genoeg schaalmodellen van hetzelfde mechanisme. De showprocessen in Moskou in de jaren dertig, waarin verdachten hun eigen denkbeeldige misdaden met verbazingwekkend gedetailleerde argumenten bekenden, zijn een extreme versie van een gewone menselijke reflex: onder druk een verhaal bouwen dat de groep tevredenstelt, niet een verhaal dat klopt. Sociale media hebben dat mechanisme niet uitgevonden. Ze hebben het van een dorpsplein naar een wereldwijd podium getild, zonder de correctiemechanismen die een jury of een wetenschappelijk tijdschrift wel heeft ingebouwd.
De vraag die daaruit volgt is niet of mensen redelijker kunnen worden gemaakt. Dat is een verkeerde vraag, gebaseerd op het beeld van redeneren als een kapotte waarheidsmachine die met de juiste cursus te repareren valt. De vraag die er wel toe doet is welke sociale omgevingen het argumentatieve wapen dwingen tot iets dat op waarheidsvinding lijkt, en welke omgevingen het juist ongebreideld laten schieten. Aanbevelingsalgoritmes die zijn geoptimaliseerd op engagement selecteren precies de omgeving waarin niemand hoeft te winnen van een concrete tegenstander en iedereen alleen zijn eigen kant hoeft te voeden. Dat is geen technisch mankement dat een update kan oplossen. Het is de argumentatieve motor die precies doet waarvoor de evolutie hem heeft gebouwd, nu alleen zonder rem.
Literatuur
Dunbar, R. I. M. (1996). Grooming, gossip, and the evolution of language. Harvard University Press.
Mercier, H., & Sperber, D. (2011). Why do humans reason? Arguments for an argumentative theory. Behavioral and Brain Sciences, 34(2), 57–74.
Mercier, H., & Sperber, D. (2017). The enigma of reason. Harvard University Press.
Nyhan, B., & Reifler, J. (2010). When corrections fail: The persistence of political misperceptions. Political Behavior, 32(2), 303–330.
Wood, T., & Porter, E. (2019). The elusive backfire effect: Mass attitudes’ steadfast factual adherence. Political Behavior, 41(1), 135–163.
