Even lange lijnen

Even lange lijnen

Beste lezer,

Iedereen kent de gedachte dat je pas overeind blijft zolang je het gevoel hebt dat je iets voorstelt. Dit essay neemt die gedachte serieus en draait haar dan om.

In het kort. Het gevoel dat je iets voorstelt is minder verbeelding dan het lijkt: wie laag op de ladder staat, leeft korter. Het gevoel dat je leven betekenis heeft, houdt je aantoonbaar langer op de been, al is niet helemaal duidelijk wat oorzaak is en wat gevolg. Maar datzelfde verhaal is precies waarvoor mensen in loopgraven gaan liggen en hun dochters vermoorden om de eer. En wie denkt erboven te staan omdat hij het doorziet, vergist zich: weten dat twee lijnen even lang zijn, maakt niet dat je ze even lang ziet.

De illusie die je in leven houdt, is dezelfde waarvoor je sterft, en doorzien helpt niet. Meet de lijnen maar na, en kijk dan nog eens.

Peter Koopman

 

 

Even lange lijnen

 

De illusie dat je iets voorstelt, dat je iets betekent, houdt je in leven. De zin klinkt als een tegeltje en is gevaarlijker dan hij eruitziet, want hij stopt twee dingen in één adem die zich verschillend gedragen.

Iets voorstellen is rang. Wie dat wil afdoen als verbeelding, moet eens kijken naar Britse ambtenaren. Wie lager in de hiërarchie staat, sterft eerder, ook als je roken, cholesterol en bloeddruk wegrekent. Bij bavianen op de Keniaanse savanne ziet het er niet anders uit: lage rang, chronisch stresshormoon, slechtere afweer, dichtslibbende vaten. Het gevoel dat je iets voorstelt is minder een waan dan een meetwaarde. Het lichaam houdt de ranglijst bij, ook als het hoofd doet alsof die niet bestaat.

Iets betekenen is van een andere orde. Daar zit de fictie. Een brein dat zijn eigen einde kan voorzien, zit met een probleem dat een wortel of een eik niet kent. Het ziet de kuil, en morgen moet het toch opstaan. Wat het daartegenover zet is een verhaal: dat het ertoe doet, dat er iets van overblijft, dat het ergens deel van is. Een familie, een volk, een vak, een god, een plank met je naam op de rug van een boek. Die verhalen zijn waar noch onwaar. Ze werken.

En ze werken meetbaar. Wie zegt een doel in het leven te hebben, leeft gemiddeld langer. In een groot Amerikaans cohort van vijftigplussers lag de sterfte bij de laagste scores op zingeving ruim twee keer zo hoog als bij de hoogste. Zo bezien is het tegeltje gewoon epidemiologie.

Zo bezien. Want wie gezond is, maakt plannen, en wie ziek wordt, raakt ze kwijt. De ziekte kan het doel opeten voordat het doel iets kon beschermen. Dan is zingeving geen levensverzekering, maar een bijwerking van het nog niet dood zijn. En het bekendste psychologische bewijs dat mensen zich uit doodsangst aan hun wereldbeeld vastklampen, bleef in een grote herhalingsstudie niet overeind. De theorie leest prachtig. Het lab is minder onder de indruk.

Geef de zin toch het voordeel van de twijfel. Stel dat hij klopt, dat de illusie van betekenis je overeind houdt. Dan volgt er iets wat op geen enkel tegeltje staat.

Niemand blaast zich op voor een zinloos leven.

Wie in de loopgraaf ligt, ligt daar voor iets. Het vaderland, de kameraden, de eer van de familie, het paradijs, de revolutie. De man die zijn dochter vermoordt omdat ze de familie te schande maakt, handelt niet uit gebrek aan betekenis, maar uit een overschot. Eerwraak, martelaarschap, heilige oorlog: dat is zingeving op volle sterkte. Het verhaal dat je ’s ochtends je bed uitkrijgt, is hetzelfde verhaal dat je ’s middags in een greppel legt.

Je leeft voor wat je voorstelt, en je sterft voor wat het betekent.

Hier zit de omkering, en ze is niet symmetrisch. Het kleine, dagelijkse gebruik van de illusie, opstaan, werken, zorgen, verlengt levens met een paar jaar. Het grote, collectieve gebruik beëindigt ze bij miljoenen. Dezelfde motor die een weduwnaar nog tien jaar in zijn moestuin laat staan, stuurt achttienjarigen met een bajonet een weiland in. Het organisme voelt het verschil niet. Het krijgt in beide gevallen hetzelfde signaal: dit doet ertoe.

Dan ligt de uitgang voor de hand. Als betekenis een illusie is die zowel redt als doodt, hoef je haar alleen te doorzien. De cynicus, de filosoof, de essayist: zij staan erboven. Zij zien het spel. Zij laten zich niet in de greppel leggen.

Pak een vel papier en teken twee even lange lijnen. Zet aan de uiteinden van de ene pijlpunten naar binnen, aan de andere pijlpunten naar buiten. De tweede lijkt langer. Meet ze na. Ze zijn gelijk. Kijk opnieuw. De tweede lijkt nog steeds langer.

Het weten dringt niet door tot het zien. Met karakter heeft dat weinig te maken, met bouw alles. Waarneming draait op een eigen circuit dat zich niets aantrekt van wat je hebt geleerd. Denkfouten gedragen zich net zo. Mensen herkennen vooroordelen feilloos bij anderen en zien ze niet bij zichzelf. Het ongemakkelijke deel: wie slimmer is en meer over denkfouten weet, heeft die blinde vlek niet minder. In sommige metingen zelfs meer. Kennis over de illusie wordt een nieuw instrument om haar te verdedigen.

Met betekenis gaat het niet anders. Wie verklaart dat zin een fictie is, heeft haar hooguit gezien. Waarnemen is iets anders dan bevatten, en bevatten iets anders dan loskomen. De man die zegt dat het allemaal verzonnen is, zegt dat met de stem van iemand die iets heeft ontdekt. Hij stelt iets voor: de doorziener. Hij heeft een betere stoel in dezelfde zaal, en hij betaalt hem met dezelfde munt.

Daarmee valt de laatste uitweg weg. De illusie houdt je overeind. Het is dezelfde illusie waarvoor je sterft. En het doorzien ervan verandert niets aan de lengte van de lijnen.

Wat overblijft is gedrag. Een organisme dat opstaat, eet, traint en schrijft, en daar achteraf een reden bij vertelt. De reden is het verhaal. Het gedrag was er eerst.

Ik was zestien toen mij werd verteld dat mijn handen dodelijke wapens konden worden. Het werd met overtuiging verkocht, en ik kocht het met overtuiging. Zestig jaar later weet ik hoe het zit. Een vuist is een vuist, een tikspel is een tikspel, en op straat gelden andere regels. Ik heb het nagemeten, zoals je lijnen nameet.

En elke ochtend maak ik toch nog een keer een vuist, en kijk ernaar.

Literatuur

Alimujiang, A. e.a. (2019). Association between life purpose and mortality among US adults older than 50 years. JAMA Network Open.

Becker, E. (1973). The Denial of Death.

Klein, R. e.a. (2022). Many Labs 4: Failure to replicate mortality salience effect with and without original author involvement. Collabra: Psychology.

Marmot, M. (2004). The Status Syndrome.

Müller-Lyer, F. C. (1889). Optische Urteilstäuschungen. Archiv für Physiologie.

Pronin, E., Lin, D. & Ross, L. (2002). The bias blind spot. Personality and Social Psychology Bulletin.

Sapolsky, R. (2004). Why Zebras Don’t Get Ulcers.

West, R., Meserve, R. & Stanovich, K. (2012). Cognitive sophistication does not attenuate the bias blind spot. Journal of Personality and Social Psychology.

Zapffe, P. W. (1933). Den sidste Messias.

Ook interessant voor jou!