35 graden en een aap die het beter wist
Beste lezer,
Het is warm. Op televisie verschijnen experts.
Dat bracht me bij een kuifmangabey in Beekse Bergen, een gracht die geen gracht bleek, en de vraag wie er eigenlijk iets verkoopt als de zekerheid zo groot is.
Dit essay gaat over intellectuele luiheid, klimaatpristers, Semmelweis, en waarom de aap aan de overkant zat terwijl de verzorger nog stond te kijken met zijn clipboard.
En over wat er gebeurt als je acht miljard mensen hebt die elk meer willen dan hun ouders hadden, en niemand dat hardop durft te zeggen.
Veel leesplezier en als u in de zon gaat ‘goed smeren’
Hartelijke groet,
Peter Koopman
De regendans van de experts
Over intellectuele luiheid in tijden van zekerheid
Het is 35 graden. Op televisie verschijnen mensen met titels om uit te leggen wat er aan de hand is. Ze zijn het niet helemaal eens over de details, maar over de toon wel: dit is ernstig, dit is uw schuld, en alleen zij begrijpen hoe erg het is.
Intussen heeft een kuifmangabey in Beekse Bergen de gracht gezwommen die hem gevangen moest houden. Zijn verzorgers wisten zeker dat hij dat niet kon. De literatuur zei het. De ervaring bevestigde het. De gracht was geen gracht meer; het was een vaststaand feit.
Hij zat aan de overkant.
Dit zijn twee verhalen over hetzelfde mechanisme. Niet het klimaat, niet de aap, maar de expert die zijn model verwart met de werkelijkheid, en daarna verbaasd is als de werkelijkheid het niet terugverwart.
Klimaat verandert. Dat is wat het doet.
IJstijden bestaan. Warme periodes bestaan. Het klimaat van de Sahara was ooit een savanne met rivieren en nijlpaarden. De Rijn heeft ooit door een drooggevallen Noordzee gelopen. Dit zijn geen kwesties van mening; het zijn geologische feiten die iedereen kent die er iets over heeft gelezen.
Het woord klimaat is niet uitgevonden om iets stabiels te beschrijven. Het beschrijft variatie over tijd. Wie verbaasd is dat het klimaat verandert, heeft het woord niet begrepen, of hij verkoopt iets.
Wat we nu meemaken is mogelijk versneld door menselijke activiteit. Dat is een plausibele hypothese, ondersteund door correlaties die serieus genomen moeten worden. Maar correlatie is niet hetzelfde als beleid, en beleid is precies waar de belangen zitten.
De CO2-curven over de laatste ijskernen zijn robuust. Wat minder robuust is: de zekerheid waarmee beleidsmakers, journalisten en activisten over vijftig jaar durven te spreken. Die zekerheid ruikt niet naar wetenschap. Die ruikt naar iets anders.
De priesters en hun verdienmodel.
In 1847 stierf Ignaz Semmelweis aan een infectie in een Weense inrichting, nadat hij jaren had geprobeerd zijn collega’s ervan te overtuigen dat ze hun handen moesten wassen. De collega’s waren experts. Ze wisten hoe ziekenhuizen werkten. Semmelweis paste niet in het model, dus verdween Semmelweis.
De experts van het klimaat hebben een vergelijkbaar probleem, maar omgekeerd. Semmelweis had gelijk en werd genegeerd. Het klimaatcomplex heeft deels gelijk en wordt niet genegeerd; het wordt gesponsord, geprezen en uitgenodigd op conferenties waar vierhonderd privéjets op de vliegvelden staan.
Het IPCC is geen wetenschappelijk instituut in de zin dat het hypothesen test en falsificeert. Het is een politiek instituut dat wetenschappelijke consensus samenvat en vertaalt naar beleidsaanbevelingen. Dat is een andere activiteit. Het overlevingsbelang van zo’n instituut ligt bij de continuering van de urgentie, niet bij de nuance.
Subsidiestromen naar onderzoeksgroepen die het narratief bevestigen zijn groter dan naar groepen die het bevragen. Dat is geen complot; dat is een systeem dat zichzelf in stand houdt via gedeelde financiering en gedeelde vijanden. De tabaksindustrie deed hetzelfde, maar dan andersom. Het mechanisme is identiek.
Gore vliegt business class naar zijn eigen klimaatfilm. Thunberg zeilt de oceaan over en twittert daarna over de dieselauto die haar crew terugbrengt. Dit is geen hypocrisie in de morele zin. Het is iets subtieler: het zijn mensen die heilig geloven in het narratief, maar die zichzelf ervan uitgezonderd hebben omdat ze de boodschapper zijn. Priesters eten ook vlees.
We meten wat we kennen.
In 1975 bestond internet niet in een vorm die bruikbaar was. In 1985 had niemand een mobiele telefoon. In 1995 wist niemand wat sociale media zouden doen met het politieke discours. In 2005 bestond ChatGPT niet.
Elk klimaatmodel van de komende vijftig jaar is gebouwd op variabelen die nu meetbaar zijn. De variabele die alles verandert, de technologische doorbraak die niemand ziet aankomen, zit per definitie niet in het model. Malthus voorspelde in 1798 hongersnood door overbevolking. Hij had gelijk over de logica en ongelijk over de timing, omdat hij de industriële revolutie niet zag aankomen.
De volgende Malthus zit nu ergens een rapport te schrijven zonder de variabele die alles verandert. Dat is niet zijn schuld. Hij weet niet wat hij niet weet. Het probleem is dat hij spreekt alsof hij het wel weet.
Dertig jaar geleden was zure regen het onoverkomelijke probleem. Het klootjesvolk moest uit de auto. Totdat de economische consequenties te groot bleken, en zure regen langzaam uit het publieke debat verdween. Niet omdat het probleem was opgelost, maar omdat de oplossing te duur was en er iets nieuws aankwam.
Het gat in de ozonlaag sloot nadat er betaalbare alternatieven voor CFK’s waren. De crisis verdween zodra de industrie een product had om te verkopen. Patroon: urgentie zolang er geen economische uitweg is, stilte zodra die er is of de kosten te hoog worden.
De echte variabele.
Acht miljard mensen willen elk meer dan hun ouders hadden. Dat is geen aanklacht; dat is een mechanisme. Organismen doen wat organismen doen. Ze groeien, consumeren en koloniseren totdat het systeem terugduwt. Altijd. Zonder uitzondering.
Dit is het ongemakkelijke gesprek dat niemand voert. Niet omdat het verboden is, maar omdat de conclusie ondraaglijk is: wij zijn het probleem, en wij gaan er niets aan doen. Elke politicus die dit hardop zegt is zijn carrière kwijt voor het woord ‘maar’ komt. Democratie optimaliseert voor herverkiezing, niet voor waarheid. De ongemakkelijke conclusie is daarmee structureel uitgesloten van het publieke debat; niet door censuur, maar door stemgedrag.
Plastic in de oceaan is het scherpste bewijs. Niet omdat het het grootste klimaatprobleem is, maar omdat het zichtbaar is. Je kunt het fotograferen. Er zwemmen vogels in. Het is de metafoor die werkt omdat abstracties als CO2-concentraties niet te zien zijn met het blote oog.
Zwemmen in Brak Water is de toestand waarin geen van de oude categorieën meer klopt. Zoet noch zout. Het klimaatdebat is precies dat: het is geen wetenschap meer, maar ook geen pure politiek. Het noemt zichzelf wetenschap om politieke consequenties af te dwingen, en het noemt zichzelf politiek zodra de wetenschap lastige vragen stelt. Brak water. Niets groeit er goed in, behalve wat er al aan gewend is geraakt.
Becker schreef in 1973 dat mensen civilisaties bouwen als verdediging tegen de wetenschap van hun eigen eindigheid. Die civilisaties hebben de neiging zichzelf op te blazen zodra ze complex genoeg zijn. Niet ondanks de complexiteit, maar erdoor. Zelfvernietiging ligt altijd op de loer, ingebakken in de aard van het beestje. Freud noemde het de doodsdrift, wat zijn slechtste concept was qua falsificeerbaarheid en zijn scherpste observatie qua richting.
De regendans.
Laten we vandaag beginnen met een regendans. Dat kost niets, het werkt even goed als de meeste beleidsvoorstellen, en de kostuums zijn leuker dan een klimaattop in Davos.
De kuifmangabey is inmiddels drie dagen vrij. De verzorgers staan klaar met een verdovingspijl. Ze weten nu dat hij kan zwemmen. Ze weten nog niet wat hij daarna gaat doen, of wat zijn soortgenoten ervan leren.
Dat is het eerlijke antwoord op de meeste grote vragen: we weten het niet. De temperatuur stijgt, dat is meetbaar. Wat er over vijftig jaar is, inclusief de technologie die er dan bestaat, de politieke orde, de bevolkingsomvang, de energie die beschikbaar is; dat weet niemand. Wie zegt het wel te weten, verkoopt iets.
De aap had geen narratief te verdedigen. Daarom zat hij aan de overkant.
Literatuur
Becker, E. (1973). The Denial of Death. Free Press.
Kawai, M. (1965). Newly acquired pre-cultural behavior of the natural troop of Japanese monkeys on Koshima Islet. Primates, 6(1), 1-30.
Kuhn, T.S. (1962). The Structure of Scientific Revolutions. University of Chicago Press.
Malthus, T.R. (1798). An Essay on the Principle of Population. J. Johnson.
Tomasello, M. (1999). The Cultural Origins of Human Cognition. Harvard University Press.
Kahneman, D. (2011). Thinking, Fast and Slow. Farrar, Straus and Giroux.
Koopman, P. (2025). Het Organisme aan de Roulettetafel: Over gedrag zonder bestuurder. Ongepubliceerd manuscript, v95.55.
Koopman, P. (2026). Zwemmen in Brak Water. Ongepubliceerd manuscript.
