De betaalde schrik

De betaalde schrik

Beste lezer,

Vandaag een essay over mensen die twintig euro betalen om doodsbang te worden en daarna zeggen dat het gezellig was.

In het kort. Een spookhuis is een oefenruimte voor gevaar: het lichaam schrikt zich rot, terwijl het hoofd weet dat er niets kan gebeuren. In dat gat zit het genot, en onderzoek laat zien dat het op een vast punt zit; een beetje schrik verveelt, te veel verpest het. De reden die mensen zelf geven, “gewoon leuk”, wordt vaak achteraf bedacht. Een beroemd experiment met een wiebelige hangbrug liet zien hoe opwinding voor verliefdheid kan doorgaan. Het tegenargument is dat bezoekers niet worden gefopt: ze weten dat het nep is, en dat weten stuurt de schrik bij. Het verhaal in het hoofd doet dus meer dan toekijken.

De conclusie: het lichaam wil oefenen, de mens noemt het uitgaan, en de rekening voor dat verschil betaal je zelf.

Ga dit weekend naar een spookhuis en let op wie er schreeuwt, jij of je verklaring.

Peter Koopman

Voormalig sportdocent, maar vooral amateur-antropoloog van de menselijke illusie 

  

De betaalde schrik

 

Dertig mensen staan in de rij bij een spookhuis, en ze hebben er twintig euro per hoofd voor betaald. Binnen wordt een man met een kettingzaag zonder ketting op ze losgelaten, en ze schreeuwen alsof het hun laatste dag is. Hart op 140, pupillen wijd, cortisol omhoog, de spieren al half onderweg naar de uitgang. Dan komt de uitgang, ze lachen, ze omhelzen elkaar en ze zeggen “wat een avond”. Niemand zegt dat hij net een uur lang zijn eigen stresssysteem heeft gehuurd. Een gazelle die dit deed, zou een biologisch raadsel zijn. Bij ons heet het Halloween.

Laten we eerst kijken naar wat er gebeurt. Marc Andersen en collega’s volgden in 2020 bezoekers van een Deens spookhuis met hartslagmeters en vroegen daarna hoe leuk ze het vonden. Het verband tussen schrik en plezier bleek een omgekeerde U: te weinig verveelt, te veel verpest het, het genot zit in de buurt van de rand. Dat is geen vrolijke eigenschap, dat is een afstelling.

Waarom heeft het organisme die afstelling? Antti Revonsuo opperde in 2000 dat dromen een simulator zijn: achtervolgingen, valpartijen en aanvallen zijn veel te frequent in onze nachten om toeval te zijn, dus het brein oefent dreiging op een plek waar het niets kost. Een spookhuis is het wakkere neefje daarvan. Dezelfde training, nu met een kassa, een man met een masker en een gratis foto bij de uitgang.

En wat zegt de bezoeker zelf? “Gewoon leuk.” Dat antwoord is het interessantste onderdeel. Michael Gazzaniga liet bij split-brainpatiënten zien dat de linkerhelft vlot een reden verzint voor handelingen die ze niet heeft aangestuurd. De patiënt loopt omdat de rechterhelft een opdracht kreeg, en zegt dat hij een cola wilde halen. De verteller heeft altijd een verklaring klaar, en die klinkt altijd redelijk.

De echte reden is vaak minder netjes. Dutton en Aron lieten in 1974 mannen op een wiebelige hangbrug door een vrouw interviewen, en die belden haar achteraf vaker dan de mannen op een stevige brug. Opwinding zoekt een etiket, en “aantrekking” is dichterbij dan “schrik”. Zillmann en collega’s vonden in 1986 hetzelfde bij horrorfilms: jongens genoten meer als het meisje naast hen bang was, meisjes meer als de jongen onbewogen bleef. Wat “plezier” heet, is deels paarvorming met adrenaline als katalysator.

Paul Rozin noemt het benign masochism. Het lichaam krijgt de sirene, het hoofd krijgt de geruststelling dat er niets aan de hand is, en het genot ontstaat in het gat ertussen. Dat gat is te koop. Tinbergen liet al zien hoe dat werkt: scholeksters bebroeden liever een reuzenei van gips dan hun eigen ei, en meeuwenkuikens pikken harder naar een rood stokje met strepen dan naar de echte snavel. Een spookhuis is een reuzenei. Meer dreiging dan de savanne in één avond bood, zonder het risico dat bij die dreiging hoorde.

Wie ooit een ring is ingestapt, kent de machinerie. Sparren is gedoseerde dreiging, met dezelfde droge mond en hetzelfde gezoem in de benen. Het verschil zit in het verhaal achteraf. Daar heet het discipline, ontwikkeling en karakter, hier heet het gezelligheid. Het organisme maakt het niet uit. De verteller is degene die een etiket nodig heeft, en die kiest het etiket dat bij het podium past.

Halloween zelf is intussen een omzetmodel. Pretparken en bioscopen verkopen de schrik als seizoensproduct, de rij staat er vrijwillig, en de klant voelt zich bij het betalen vrijer dan ooit. Het organisme heeft geen kaartje nodig. De bestuurder wel, want die moet het aan iemand kunnen uitleggen.

Literatuur

Bron Waarvoor
Andersen, Schjoedt e.a. (2020), Playing with fear: a field study in recreational horror, Psychological Science Omgekeerde U tussen schrik en plezier, gemeten met hartslag in een spookhuis
Clasen, Andersen & Schjoedt (2019), Adrenaline junkies and white-knucklers, Poetics Verschillende profielen van angstbeheer bij bezoekers
Clasen (2017), Why Horror Seduces Overzicht en evolutionair kader voor horror
Revonsuo (2000), The reinterpretation of dreams, Behavioral and Brain Sciences Threat simulation theory van dromen
Domhoff, o.a. The neurocognitive theory of dreaming (2018) Kritiek op Revonsuo
Rozin e.a. (2013), Glad to be sad, and other examples of benign masochism, Judgment and Decision Making Genot van negatieve prikkels in veilig kader
Zillmann (1983), Transfer of excitation in emotional behavior Opwindingsoverdracht
Zillmann, Weaver, Mundorf & Aust (1986), JPSP Gezelschap en horror: genot als sociale functie
Dutton & Aron (1974), Some evidence for heightened sexual attraction under conditions of high anxiety, JPSP Hangbrugstudie, foutieve attributie van opwinding
Schachter & Singer (1962), Psychological Review Opwinding plus context bepaalt het etiket
Gazzaniga (1998), The Mind’s Past, en eerdere split-brainwerk De interpreter die redenen verzint
LeDoux (2015), Anxious Overlevingscircuit versus bewust gevoel van angst
Scrivner e.a. (2021), Pandemic practice, Personality and Individual Differences Horrorfans scoren beter op psychische veerkracht (correlatie)
Tinbergen (1951), The Study of Instinct; Barrett (2010), Supernormal Stimuli Reuzeneieffect

Aansluitend op je eerdere werk: Nisbett & Wilson (1977) voor confabulatie van redenen, en Seth, Being You (2021), als je het angstgevoel als gecontroleerde hallucinatie wilt behandelen.

 

Ook interessant voor jou!