De rekening van het blauwe oog – Waarom je blauwe oog niet gaat over zelfverdediging

De rekening van het blauwe oog - Waarom je blauwe oog niet gaat over zelfverdediging

Waarom je blauwe oog niet gaat over zelfverdediging

Beste lezer,

Vandaag een essay over een advocaat die drie avonden per week ribben laat kneuzen voor een aanval die nog nooit is gekomen, en waarom dat verhaal over zelfverdediging bijna nooit klopt.

De lijn loopt van een pauwenstaart en een springende gazelle, via de evolutiebioloog die uitlegde waarom een handicap soms de eerlijkste boodschap is die er bestaat, naar de sportschool om de hoek waar dezelfde wiskunde in mensen wordt uitgevoerd. Onderweg komt een econoom langs die luxehorloges ontleedt en twee psychologen die aantoonden dat we onze eigen motieven ons straal voorliegen.

De adder: dit stuk gaat je niet vertellen dat vechtsport zinloos is of dat iedereen die traint een bedrieger is. Het vertelt je dat het verhaal dat je jezelf erover vertelt waarschijnlijk niet het echte verhaal is, en dat geldt voor jou als lezer net zo goed als voor de advocaat in de eerste alinea.

Lees door als je durft te weten wat je koopt met die blauwe plek.

Peter Koopman

 

De rekening van het blauwe oog

Een advocaat van tweeënveertig staat drie avonden per week in de sportschool, ribben blauw, knokkels open. Aan zijn collega’s legt hij uit dat hij zich wil kunnen verdedigen op straat. Hij is nog nooit aangevallen. Hij woont in een wijk waar het ergste wat gebeurt een verkeerd geparkeerde Tesla is. Wat hij koopt met zijn abonnement en zijn wekelijkse pijn is geen vaardigheid om een messentrekker af te weren, maar een handicap in de technische zin die de Israëlische bioloog Amotz Zahavi aan het woord gaf: een signaal dat precies omdat het duur is, niet te vervalsen valt.

Zahavi formuleerde het handicap principle in de jaren zeventig om een raadsel op te lossen waar Darwin zelf al op vastliep. Waarom draagt een pauw een staart die hem trager en zichtbaarder maakt voor roofdieren? Waarom springt een Thomson-gazelle bij het zien van een cheetah eerst een paar keer overdreven hoog de lucht in, in plaats van meteen te vluchten? Het antwoord is even simpel als tegendraads: precies omdat het een handicap is, is het geloofwaardig. Een zwakke gazelle kan zich dat springen niet veroorloven, een sterke wel, en de cheetah leest dat verschil binnen een seconde en kiest een ander doelwit. Bluf is goedkoop. Een handicap liegt niet.

Bij mensen werkt hetzelfde mechanisme, alleen zijn de roofdieren vervangen door concurrenten om een baan, een partner of gewoon aanzien. De econoom en psycholoog Geoffrey Miller liet zien dat een fors deel van onze consumptie precies zo functioneert. Een horloge van vijftienduizend euro vertelt niets over de tijd, het vertelt dat de drager geld kan verbranden zonder om te vallen. Vechtsport is de fysieke, hardere versie van hetzelfde verhaal. Een horloge kun je lenen of namaken, een gebroken neus niet. De avonden die de advocaat niet aan zijn kinderen, zijn dossiers of zijn slaap besteedt, zijn net zo goed onderdeel van het signaal als de blauwe plek zelf.

Antropoloog Joseph Henrich onderscheidt twee routes naar status binnen een groep. Prestige verdien je door iets te kunnen wat anderen bewonderen en uit vrije wil navolgen. Dominantie leg je op door dreiging. De sportschool verkoopt zichzelf als de eerste route, zelfbeheersing, discipline, gezondheid, en levert in de praktijk vaak de tweede: een hiërarchie waarin degene die het hardst kan slaan het laatste woord krijgt, ook buiten de mat. Wie voor prestige denkt te trainen, oefent ondertussen dominantie, en precies dat verschil is wat de deelnemer zichzelf niet wil toegeven. Kijk naar wie in zo’n gym na een half jaar de meeste aanzien geniet. Niet de trouwste bezoeker, niet de vriendelijkste. Degene tegen wie niemand meer wil sparren.

Het voor de hand liggende tegenargument is dat mensen echt bang zijn en zich daarom willen kunnen verdedigen. Dat argument houdt geen stand tegen de cijfers. In de meeste West-Europese landen daalt geweldscriminaliteit al decennia, terwijl het aantal zelfverdedigingscursussen en vechtsportabonnementen juist groeit. Angst voor een dalend risico verklaart geen groeiende markt. Wat wel groeit is de behoefte aan een verhaal waarmee je jezelf serieus kunt nemen, in een wereld die opvallend weinig fysieke beproeving meer biedt uit zichzelf.

Er is een nuance nodig, want het verhaal ligt anders naargelang wie er tegenover je op de mat staat. Een cursus die specifiek aan vrouwen wordt verkocht, leunt vaker terecht op een reëel dreigingsprofiel; wie het risico op straatgeweld of intimidatie voor mannen en vrouwen naast elkaar legt, ziet dat het patroon niet symmetrisch is. Maar zodra de instructeur wisselt van een uurtje weerbaarheid naar een jarenlang abonnement met gordelsysteem en toernooien, verschuift het motief mee, en verschuift het bij mannen sneller en verder dan bij vrouwen. Het signaal is dan niet langer gericht aan een hypothetische dader, maar aan de andere mannen in de zaal.

Waarom vertelt dan bijna niemand het eerlijke verhaal? Omdat vrijwel niemand er toegang toe heeft. De psychologen Richard Nisbett en Timothy Wilson toonden in klassiek onderzoek uit 1977 aan dat mensen op grote schaal de eigen motieven verzinnen zodra die motieven ongemakkelijk liggen, en het verzinsel vervolgens met volle overtuiging voor waarheid houden. Zelfverdediging is een sociaal toegestaan motief. Statussignalering aan andere mannen in de kooi is dat niet. Dus levert het brein het eerste antwoord en verstopt het tweede, niet uit oneerlijkheid maar uit een gebrek aan innerlijke transparantie waar geen leugendetector doorheen komt, ook niet de eigen. Vraag de advocaat waarom hij drie jaar geleden precies deze sport koos, en niet hardlopen of zwemmen, allebei goedkoper en met minder kans op hersenschade, en hij zal een reden verzinnen die klinkt als overweging. Onderzoek naar keuzeverklaringen laat consequent zien dat zulke antwoorden achteraf worden geconstrueerd, niet vooraf geraadpleegd.

Dat mechanisme voorspelt iets voor de komende jaren, in een economie waarin fysiek risico bijna volledig vrijwillig is geworden. Hoe veiliger en comfortabeler het bestaan, hoe groter de markt voor betaalde ongemakken die als bewijs van karakter kunnen dienen: koude douches en kooigevechten voor de camera, steeds met dezelfde boodschap verstopt onder een laag gezondheid of zelfverbetering. De vraag voor wie dit gedrag bestudeert is niet meer of het signalering is, die vraag is beantwoord. De vraag is welke pijn de volgende generatie kiest zodra vechtsport, net als hardlopen en koud douchen daarvoor, gewoon en dus goedkoop is geworden. De marketingafdelingen zijn er al mee bezig: elke sport die begint als niche en eindigt als hobby van de middenklasse verliest zijn signaalwaarde binnen een decennium, en wordt vervangen door iets nog ongemakkelijkers. Wat vandaag Muay Thai is, is over tien jaar misschien onderwaterworstelen of vasten op hoogte. De vorm verandert. De rekening blijft.

De volgende keer dat iemand zijn blauwe oog verklaart met een verhaal over veiligheid, helpt ongelovig kijken niet; vragen naar de rekening wel. Die rekening is altijd hoger dan het verhaal doet vermoeden, en die betaalt niemand voor een ander.

 

Literatuur

  • Zahavi, A., & Zahavi, A. (1997). The Handicap Principle: A Missing Piece of Darwin’s Puzzle. Oxford University Press.
  • Miller, G. (2009). Spent: Sex, Evolution, and Consumer Behavior. Viking.
  • Henrich, J., & Gil-White, F. J. (2001). The evolution of prestige: Freely conferred deference as a mechanism for enhancing the benefits of cultural transmission. Evolution and Human Behavior, 22(3), 165-196.
  • Nisbett, R. E., & Wilson, T. D. (1977). Telling more than we can know: Verbal reports on mental processes. Psychological Review, 84(3), 231-259.
  • Trivers, R. (2011). The Folly of Fools: The Logic of Deceit and Self-Deception in Human Life. Basic Books.

 

Ook interessant voor jou!