Mijn lichaam heeft me in de steek gelaten

Mijn lichaam heeft me in de steek gelaten

Geachte lezer,

Bijgaand een nieuw essay: ‘Mijn lichaam heeft me in de steek gelaten. Of hoe je vijftig jaar lang iets kunt gebruiken zonder het ooit te kennen.’

Het begint persoonlijk en eindigt biologisch. Sapolsky, Blackburn en Damasio leveren de wetenschappelijke onderbouwing. De conclusie is minder vleiend dan de titel doet vermoeden.

Met vriendelijke groet,

Peter Koopman

AfafA Gym, Zandvoort

 

Mijn lichaam heeft me in de steek gelaten

Of hoe je vijftig jaar lang iets kunt gebruiken zonder het ooit te kennen

Het begon ergens. Niet met een klap, niet met een diagnose, niet met het dramatische moment waarop sportfilms altijd eindigen. Het begon met een subtiele storing in de output. De machine deed het nog, maar iets klopte niet meer. Je herkende het gevoel niet meteen, want je had nooit geleerd dat gevoel te lezen. Je had alleen geleerd wat het lichaam kon produceren.

Dat is waar het mis is gegaan. Lang voordat het lichaam het opgaf.

De gebruikersrelatie

Ergens in de evolutionaire boekhouding heeft de natuur een merkwaardige constructie bedacht: een organisme dat zijn eigen draagstructuur volkomen negeert zolang die structuur functioneert. Pijn is het alarmsysteem. Geen pijn, geen signaal. Geen signaal, geen aandacht. Je loopt dus jarenlang rond in iets dat je geen seconde serieus neemt, en je noemt dat gezondheid.

In de gym zie je dit patroon elke dag. Jonge lichamen die zichzelf uitputten met de serene arrogantie van iemand die nooit heeft geleerd dat rekeningen worden verstuurd. Herstel? Dat is voor mensen met minder wilskracht. Slaap? Overgewaardeerd. De machine loopt, dus de machine is goed. Zo werkt dat. Totdat het niet meer werkt.

Robert Sapolsky beschreef in Why Zebras Don’t Get Ulcers hoe chronische stress het lichaam sloopt via cortisol, insulineresistentie en telomeerverkorting. Zebra’s staan vijf minuten onder maximale stressrespons, schudden het daarna letterlijk van zich af en gaan verder grazen. Mensen houden de stressrespons aan terwijl ze in de file staan, slecht slapen, te veel trainen en dan ook nog eens vinden dat ze zich er niet door moeten laten kennen. Het organisme registreert dit alles netjes. Het factureert later.

Wat de biologie al wist

Hier is het cynische deel, en het is wetenschappelijk onderbouwd: het lichaam heeft jou nooit in de steek gelaten. Het heeft precies gedaan wat het moest doen. De slijtage is geen storing; het is het systeem dat werkt zoals ontworpen. Ontworpen door drie miljard jaar evolutie die precies nul belang heeft bij jouw atletische ambities na je reproductieve hoogtepunt.

Elizabeth Blackburn, Nobelprijswinnaar en onderzoeker van telomeerbiologie, toonde aan dat celveroudering versnelt onder oxidatieve stress, slaaptekort en chronische ontsteking. Alles wat een serieuze duursporter of vechttrainer zijn carrière lang opbouwt, staat keurig op die lijst. De prijs voor het goede lichaam in de spiegel wordt betaald in moleculair klein geld, jarenlang, op een rekening die je niet kunt inzien. Tot de afschrijving zichtbaar wordt.

En dan is er nog de mitochondriale achteruitgang. Na het veertigste jaar neemt de mitochondriale dichtheid in spiercellen af, de VO2max daalt gemiddeld tien procent per decennium, de satellietcellen die spierweefsel repareren reageren trager. Dit is geen falen. Dit is gewoon wat er staat in het contract dat je bij geboorte hebt getekend, zonder het te lezen. Niemand leest het. De advocaat van de natuur heeft geen pro-bono praktijk.

De spiegel als misverstand

Het goddelijke lichaam in de spiegel was altijd iets anders dan je dacht. Het was geen bewijs van jouw prestatie. Het was een momentopname van een thermodynamisch proces, een toestand die het systeem tijdelijk kon handhaven gegeven de input van die periode. Testosteron op zijn piek, spiereiwitsynthese op volle toeren, herstelcapaciteit intact. Je zag het resultaat en noemde het jezelf.

Dat is begrijpelijk. Het is ook volledig fout.

Het organisme heeft geen eigenaar. Het heeft een gebruiker. En gebruikers behandelen dingen anders dan eigenaren. Een eigenaar onderhoudt. Een gebruiker gebruikt. De meeste mensen in de gym zijn gebruikers die denken dat ze eigenaren zijn, totdat de lease afloopt.

William McArdle en Frank Katch schreven in Exercise Physiology al in de jaren zeventig over de aanpassingscapaciteit van het menselijk lichaam als een systeem dat reageert op belasting, maar ook op herstel. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille. De sportcultuur heeft de belastingskant uitvergroot tot mythologie en de herstelkant weggezet als luiheid. Het resultaat is een generatie ex-atleten met kapotte knieën, slechte slaap en de verbijsterde blik van iemand wiens auto het heeft begeven terwijl de olie er al drie jaar niet in is geweest.

Misschien heb jij je lichaam in de steek gelaten

Dat is de zin die blijft hangen. En hij verdient een eerlijk antwoord.

Ja. Waarschijnlijk wel. Niet uit slechtheid, maar uit de specifieke blindheid die hoort bij het geloof dat jij de machine bent in plaats van dat jij in de machine woont. De filosofische distinctie klinkt abstract; de gevolgen zijn concreet. Wie gelooft dat hij de machine is, luistert niet naar de machine. Wie gelooft dat hij in de machine woont, let op het dashboard.

Antonio Damasio beschreef in The Feeling of What Happens hoe lichaamssignalen de basis vormen van elke beslissing, elk gevoel van identiteit. Het lichaam is geen instrument van de geest. Het lichaam is de infrastructuur waarop de geest draait. Wanneer jij de signalen van die infrastructuur jarenlang negeert omdat je training heeft of omdat je je niet door pijn laat leiden, dan heb je niet gewonnen van het lichaam. Je hebt simpelweg de meldingen uitgeschakeld.

Meldingen die uitgeschakeld zijn verdwijnen niet. Ze stapelen op.

De tweede atletiek

Er is een verschil tussen opgeven en omschakelen. Dat verschil is intelligent, maar het voelt aanvankelijk als verlies, omdat de parameters veranderen en je de nieuwe parameters nog niet kent.

Het lichaam na de top is niet het lichaam van vroeger minus prestaties. Het is een ander systeem met andere toleranties, andere hersteltijden, andere aanpassingsvensters. Wie dat systeem benadert met de trainingslogica van twintig jaar geleden, krijgt gegarandeerd blessures. Wie het benadert met de nieuwsgierigheid van een beginner die voor het eerst met een nieuw apparaat werkt, heeft een kans.

Roger Federer trainde op zijn veertigste anders dan op zijn twintigste. Niet minder serieus. Meer precies. Meer herstel, minder volume, hogere kwaliteit per eenheid inspanning. De output was kleiner in absolute termen; de efficiëntie was hoger. Dat is de enige logica die werkt voor een systeem dat niet meer op adolescente hormoonspiegels draait.

Vijftig jaar lichaamskennis opgebouwd in de gym en de ring is niet verdwenen. Het zit in de motorische cortex, in de automatische patronen, in de proprioceptie die je na decennia training hebt die de meeste mensen nooit ontwikkelen. Dat is niet niks. Dat is eigenlijk behoorlijk veel. Maar het vraagt een andere interface.

Wat er nu is

Het lichaam heeft je niet in de steek gelaten. Het heeft je eindelijk een eerlijk gesprek aangeboden. Of je dat gesprek wilt voeren, is de enige echte vraag.

Dat gesprek voeren betekent luisteren naar signalen die je eerder negeerde. Het betekent trainingsprikkels doseren in plaats van maximaliseren. Het betekent slaap behandelen als trainingscomponent in plaats van tijdverspilling. Het betekent herstel zien als het moment waarop aanpassing plaatsvindt, niet als de periode tussen echte inspanningen.

Het betekent ook: stoppen met rouwen om de machine van vroeger alsof die de enige echte versie was. Dat was een versie. Er zijn meer versies. De meeste mensen gebruiken ze nooit, omdat ze te druk zijn met terugkijken.

De biologie is cynisch. Het organisme draait gewoon door, ook als het rapport niet meer is wat je gewend was. De vraag is alleen of jij meedraait of blijft staan bij de laatste afdruk.

Literatuur

Sapolsky, R.M. (2004). Why Zebras Don’t Get Ulcers. Henry Holt and Company.

Blackburn, E. & Epel, E. (2017). The Telomere Effect. Grand Central Publishing.

McArdle, W.D., Katch, F.I. & Katch, V.L. (2014). Exercise Physiology: Nutrition, Energy, and Human Performance. Lippincott Williams & Wilkins.

Damasio, A. (1999). The Feeling of What Happens: Body and Emotion in the Making of Consciousness. Harcourt.

Lally, P. et al. (2010). How are habits formed: Modelling habit formation in the real world. European Journal of Social Psychology, 40(6), 998-1009.

Peter Koopman / AfafA Gym, Zandvoort

Ook interessant voor jou!