Het strand dat zichzelf voor de zee houdt

Het strand dat zichzelf voor de zee houdt

Beste lezer,

Een nieuwe mailinglijst-aflevering. Aanleiding was een gedachte over wat we hier op dit plekje van de wereld voor vanzelfsprekend houden, en wat er gebeurt met een organisme dat zijn meetinstrument heeft gekalibreerd op uitsluitend de eigen ervaring.

Het stuk loopt van een zondagochtend op de Zandvoortse boulevard via Elias, Foucault en Taleb naar een vechter in zijn elfde partij. Het sluit af met een vraag aan u, en met een vis die geen weet heeft van water.

Veel leesplezier

Peter Koopman

Het strand 1.png

 

Het strand dat zichzelf voor de zee houdt

Loop op een willekeurige zondag de boulevard van Zandvoort op en je weet wat het gespreksthema is. Groepen jongeren die de boel verzieken, badgasten die klagen, een horecabaas die het over verloedering heeft, een wethouder die over handhaving begint. De Zandvoorter van 2026 noemt dit overlast, soms terrorisme van het strand. Vraag eens aan een willekeurige Beiroet, een Caraqueño of een Zandvoorter uit 1650 wat hij ervan vindt. Die kijkt rond, ziet geen brandende auto’s, geen verminkte lichamen, geen schoten in de verte, geen militairen op de hoek, en loopt door. Voor hem is wat hier overlast heet de stilte tussen twee echte gebeurtenissen in.

Dat verschil is geen oordeel over de jongeren, en ook niet over de badgasten. Het is een meetfout van een organisme dat zijn instrument heeft gekalibreerd op de eigen ervaring, en daar geen andere ervaring naast kan leggen. De drempel voor wat als bedreiging telt zakt mee met de werkelijke afname van bedreiging. Wat overblijft als hoogste signaal in het systeem is wat in een ander systeem amper het meetbereik zou halen.

Tachtig jaar geen oorlog op eigen grondgebied. Geen burgerstrijd, geen bezetting, geen hongerwinter, geen militaire dictatuur, geen plaag die de helft van het dorp wegmaait. Pak een willekeurige eeuw uit de geschiedenis van enig stukje Europa en je vindt minimaal twee, vaak vier of vijf van deze gebeurtenissen. Pak een willekeurig stukje aarde buiten West-Europa en de score loopt op. Een populatie van pakweg 700 miljoen mensen leeft op dit moment in omstandigheden die voor de overige 7,5 miljard van de soort herkenbaar zijn als sprookje. Daar wonen wij. En wij ervaren het als normaal.

Dat woord, normaal, doet het zware werk in de illusie. De statisticus gebruikt normaal voor de modale toestand binnen een verdeling. Het organisme gebruikt normaal voor wat het dagelijks meemaakt. Die twee betekenissen vallen hier mijlenver uiteen. Het organisme kalibreert zijn meetinstrument op de eigen ervaring, want iets anders heeft het niet. Wie nooit honger heeft gehad ervaart een lege koelkast als ramp. Wie nooit is gemobiliseerd ervaart een belastingverhoging als onderdrukking. Wie nooit kogels heeft horen fluiten boven het eigen dak ervaart een politieagent die hem aanhoudt als geweld.

Norbert Elias zag dit in 1939 al, hoewel hij het anders noemde. Naarmate een samenleving intern gepacificeerd raakt, daalt de drempel voor wat als geweld telt. Een vechtpartij op straat in 1450 was een dinsdagmiddag. In 2026 is het stof voor een column. Het geweld is niet erger geworden, het instrument waarmee gemeten wordt is gevoeliger afgesteld. Het organisme kalibreert mee met zijn omgeving. Geen filosofisch standpunt, gewoon een meetfout met empirische voetafdruk.

Foucault leverde de zwartere variant. De staat die zijn geweldsmonopolie inzet voor zorg in plaats van onderdrukking produceert een burger die zich niet meer kan voorstellen dat het ook anders kan. Hij noemde het biopolitiek, het was geen compliment. De welvaartsstaat is geslaagd in iets dat geen propagandamachine ooit voor elkaar heeft gekregen: een burger gefabriceerd die zijn eigen voorwaarden voor natuurwet aanziet. De Nederlander van 2026 is het optimum van een lang biopolitiek experiment. Gezond, productief, voorspelbaar, en cognitief niet uitgerust om de eigen positie te zien.

Daar komt Taleb bij, die hetzelfde probleem van de andere kant binnenkomt. Systemen die langdurig geen schokken kennen accumuleren verborgen fragiliteit. De brandweerstrategie van het volledig blussen van elke bosbrand levert na vijftig jaar een bos op dat in één klap volledig afbrandt. Het ouderdomspensioen, de werkloosheidsverzekering, de ziektewet, de geweldsarme cultuur, allemaal afhankelijk van demografische, fiscale en geopolitieke condities die in stilte verschuiven. Pax Americana kraakt sinds 2022 hoorbaar, de demografische piramide staat op zijn kop, de fiscale ruimte voor de welvaartsstaat krimpt langs alle assen tegelijk. De bewoner ziet er niets van. Hij heeft geen meetinstrument voor wat hij nog nooit heeft meegemaakt.

Een vechter die tien partijen op rij wint heeft hetzelfde probleem. Hij is overtuigd van zijn talent en zijn voorbereiding. Wat hij niet kan zien is dat hij in een lichte klasse heeft gevochten, in een jaar waarin twee toptalenten geblesseerd waren, met een coach die hem precies de juiste tegenstanders koos. Vraag hem ernaar en hij vertelt je over zijn rechte directe. De winreeks voelt voor het organisme niet aan als statistiek. De winreeks voelt aan als wie hij is. Tot de elfde partij.

De Nederlander leeft in zijn elfde partij. Hij denkt dat het strand de zee is, dat de stilte het weer is, dat de winreeks de regels van het casino zijn. Vraag hem ernaar en hij vertelt je over zijn solidariteit, zijn democratie, zijn beschaving. Net zoals de bokser je over zijn rechte directe vertelt.

Stel jezelf, terwijl je dit leest, één vraag. Wat doe jij vandaag concreet om dit in stand te houden. Niet wat vind je ervan, niet waar stem je op, niet wat denk je dat anderen moeten doen. Wat doe jij. De meeste lezers komen niet verder dan een vaag gevoel dat er belasting wordt betaald en dat er gestemd is. Dat is geen onderhoud van een systeem. Dat is consumptie ervan. En het is geen verwijt. Een vis onderhoudt het water niet. Hij zwemt erin.

Er is geen bestuurder. Alleen kalibratie.

Ook interessant voor jou!