Democratie. Een drieluik, deel 1.
Geachte lezer,
Bijgaand drie essays over democratie, religie en de vraag of het systeem dat de Verlichting beloofde ooit heeft bestaan.
Essay een kijkt naar wie er stemt en wat ze geloven. Essay twee gaat terug naar Amsterdam in 1670, naar de filosofen die het systeem bouwden en wier namen werden verzwegen door de founding fathers voor een publiek dat ze had afgewezen. Essay drie sluit af in het heden, bij een beweging die zichzelf als verlicht beschouwt en de controlemechanismen heeft heringevoerd die ze beloofde te slechten.
De vraag is steeds dezelfde: stemt u op een bestuurder die in spoken gelooft?
De lezer mag zelf bepalen wie er wordt bedoeld.
Peter Koopman
Het mooiste sprookje
Ergens in de westerse beschaving is het idee ontstaan dat de massa wijs is. Dat als je genoeg mensen een hokje laat aankruisen, de uitkomst per definitie verstandig is. Volkssoevereiniteit heet dat. De wijsheid van de menigte. Prachtig concept. Een probleem: je moet dan wel kijken wie die menigte is.
In de Verenigde Staten, de zelfbenoemde bakermat van de moderne democratie, gelooft ongeveer 60% van de bevolking in engelen. Niet als metafoor. Als entiteiten die actief ingrijpen in het dagelijks leven. Een significant deel gelooft in werkende demonen, in letterlijke duivelse interventie in alledaagse beslissingen. Meer dan de helft van de bevolking neemt een boek als morele leidraad dat is samengesteld door een handvol religieus georiënteerde mannen in een tijdperk waarin schrijven een privilege was van precies die mensen. Een boek waaraan meer bloed kleeft dan er water uit een kraan komt.
En al deze mensen mogen stemmen.
Voor een rijbewijs doe je examen. Voor een hypotheek toetst de bank je. Voor een baan vraagt men referenties. Voor de keuze wie het grootste nucleaire arsenaal ter wereld beheert, hoef je niets aan te tonen. Warm, levend en aanwezig is voldoende.
De kandidaten weten dit
Vandaar dat atheïst zijn in de Amerikaanse politiek electorale zelfmoord is. Niet vanwege de inhoud van het atheïsme, maar vanwege wat het signaleert aan het electoraat: deze man gelooft niet in onze verhalen. Weg ermee. Een kandidaat die zegt dagelijks met God te spreken wint het van een kandidaat die zegt dagelijks de krant te lezen. De data ondersteunen dit consequent, verkiezing na verkiezing.
Presidentskandidaten overtreffen elkaar in ostentatieve vroomheid. Gebedsbijeenkomsten, bijbelcitaten, de vinger omhoog naar de hemel na een geslaagde speech. Het is politiek theater in de meest letterlijke zin: een opvoering voor een publiek dat weet dat het theater is maar het toch wil zien. De kandidaat die het spel weigert te spelen verliest. Niet omdat zijn ideeën slechter zijn, maar omdat hij de stamemotie niet voedt.
Dan de geboden, want die staan inmiddels in marmer gebeiteld voor rechtbankgebouwen in meerdere Amerikaanse staten. Beleid geworden. Laten we ze even langslopen.
Gij zult niet doden
Het land dat dit in steen laat beitelen beheert het grootste militaire budget in de menselijke geschiedenis, voerde sinds 1945 in vrijwel elk decennium een gewapend conflict en exporteert wapens aan iedereen die betaalt. Militaire begrafenissen worden voorzien van dezelfde vlag die hangt voor het rechtbankgebouw waar het gebod in marmer staat. Niemand lijkt dit merkwaardig te vinden.
Gij zult niet begeren
De economie die dit gebod onderschrijft is gebouwd op begeren. Reclame-industrie, consumentenkrediet, de hele infrastructuur van het kapitalisme is één groot georganiseerd begeermechanisme. Prosperity gospel, de Amerikaanse variant van het christendom die het hardst groeit, heeft dit keurig opgelost door rijkdom te herdefiniëren als goddelijke goedkeuring. God wil dat je rijk bent. Begeren is dus vroomheid. Aristoteles noemde dit pleonexia: de onverzadigbare wil om meer te hebben dan je deel is, en hij zag het als de wortel van politieke corruptie. Twee en een half duizend jaar later is het een denominatie geworden met een eigen televisiekanaal.
Geen andere goden voor mijn aangezicht
In een cultuur die van geld een fetisj heeft gemaakt, van celebrities levende heiligen, van de natie zelf een sacrale entiteit met eigen rituelen en martelaren, is dit gebod zo grondig overtreden dat de overtreding onzichtbaar is geworden. De Superbowl is een religieuze plechtigheid. De presidentiële inauguratie is een inwijdingsritueel compleet met eed op het heilige boek. Je ziet de kooi niet meer als je er lang genoeg in zit.
Gedenk de sabbat
Beschikbaar voor wie het zich kan veroorloven. De rest werkt zondag.
Het lichaam als politiek terrein
Elke religie reguleert seks. Dat is geen bijkomstigheid van religieuze systemen; het is een van hun kernfuncties. Seks is reproductie, reproductie is groepsaanwas, groepsaanwas is macht. Wie de seksualiteit van zijn leden controleert, controleert de demografische toekomst van de groep. De tien geboden raken er zijdelings aan met het verbod op echtbreuk, maar de uitgebreide regelgeving in Leviticus en Deuteronomium laat zien waar de werkelijke obsessie zit: met wie, wanneer, in welke positie, met welke rituele reinheidsvereisten ervoor en erna.
Dit is geen toeval en geen puriteinse uitwas. Het is structureel. Michel Foucault analyseerde hoe macht zich in lichamen inschrijft, hoe seksuele regulering een van de meest effectieve vormen van sociale controle is precies omdat ze zo persoonlijk is, zo moeilijk te onttrekken, zo diep verweven met identiteit en schaamte. Een geloofsgemeenschap die bepaalt wat seksueel toegestaan is legt haar gezag neer op het meest intieme terrein dat er is. Dat gezag is daarna moeilijk te betwisten zonder het gevoel te hebben je eigen intimiteit te betwisten.
De democratische kandidaat die ‘door God is geroepen’ brengt dit hele complex mee. Abortusverboden zijn seksuele regulering. Anti-sodomiewetten zijn seksuele regulering. Het verzet tegen seksuele voorlichting op scholen is bescherming van het recht om die regulering onbetwist aan te brengen bij de volgende generatie. De kiezer die op religieuze gronden stemt koopt een pakket, en seksualiteit zit altijd in dat pakket.
Het stamritueel
Democratie werkt niet als rationeel keuzesysteem omdat mensen niet rationeel kiezen. Kahneman heeft dit zo grondig aangetoond dat het ondertussen bijna saai is om te herhalen, maar het wordt nog steeds genegeerd door iedereen die democratisch beleid ontwerpt. Systeem 1 wint. Altijd. De snelle, intuïtieve, emotioneel gevoede reactie verslaat de langzame, beredeneerde, feitelijk onderbouwde analyse bij vrijwel elke beslissing onder tijdsdruk en sociale druk. Een stemhokje is beide tegelijk.
Haidt liet zien dat morele redenering de intuïtie volgt, niet andersom. Mensen beslissen eerst wat ze voelen en construeren daarna het argument. De kiezer die zegt te stemmen op basis van economisch beleid heeft dat beleid niet gelezen. Hij heeft gevoeld of de kandidaat op hem lijkt, of hem vertrouwen inboezemt, of hij de juiste vijanden heeft.
Een verkiezing is een stamritueel waarbij mensen stemmen op wie het best hun emoties weerspiegelt, hun angsten benoemt, hun jaloezie legitimeert en hun hebzucht zegent. De kandidaat die wint is niet de meest competente. Het is de beste stamleider. Stamleiders hebben altijd goden gehad, en die goden hebben altijd een mening over seks gehad.
Rousseau had het mis
De Verlichtingsfilosofen dachten dat onderwijs dit zou oplossen. Tweehonderd jaar later heeft de best opgeleide generatie in de menselijke geschiedenis sociale media uitgevonden om de tribale emoties sneller en efficiënter te verspreiden dan ooit tevoren. De smartphone is een stamtrom met een touchscreen. Het nieuws dat viraal gaat is niet het meest accurate. Het is het meest emotioneel geladen, het meest verontwaardigend, het meest bevestigend voor wat de stam al geloofde.
Jefferson, die zelf slaven hield terwijl hij over vrijheid schreef, was misschien eerlijker dan hij dacht: de verlichte democratie was altijd al een project voor mensen die al verlicht waren, uitgevoerd door mensen die al vrij waren, ten koste van mensen die geen van beide waren.
Welkom in de beste staatsvorm die we hebben.
(wordt vervolgt)
