De smalle marge Wat u kunt en wat het organisme onder u doet

De smalle marge Wat u kunt en wat het organisme onder u doet

De Smalle Marge, het vijfde en voorlopig laatste essay

Beste lezer,

Dit is, voorlopig althans, het vijfde en laatste essay uit de reeks die hoort bij het boek waar ik aan werk, Het Organisme aan de Roulettetafel. Het heet De smalle marge.

De vier eerdere essays beschreven elk een aspect van het mechanisme. Wat klaarstond ging over wat overblijft onder druk. De stille bouwer over wat ontstaat door herhaling. De handen van de timmerman over de wet vorm volgt functie. Repareren of vervangen over de rekensom onder het organisme. Allemaal stukken die laten zien wat er met u gebeurt, zonder dat u erbij hoeft te zijn om mee te beslissen.

Dit vijfde essay sluit de reeks anders af dan ik aanvankelijk dacht. Want na vier essays die de mechanica blootleggen, komt onvermijdelijk de vraag: wat kan ik er dan zelf nog mee. Op die vraag geeft De smalle marge een eerlijk antwoord. Niet veel. Maar niet niets.

De schets is dat er twee dingen tegelijk in u leven. Een organisme dat doet wat het doet. En een interface die ervaart, denkt en zichzelf voor bestuurder houdt. De interface heeft een smalle marge, niet nul en niet groot, waarin zij iets kan beïnvloeden. Niet op het moment zelf, wel over tijd, en alleen door blootstellingen en herhalingen anders in te richten.

Dat klinkt minder spectaculair dan de moderne zelfhulpcultuur belooft. Het werkt wel.

Leest u het op uw gemak. Reacties welkom. Met deze afsluiter is de aanloop naar het boek vrijwel compleet.

Met hartelijke groet,

Peter Koopman

 

De smalle marge

Wat u kunt en wat het organisme onder u doet

Op zondagavond besluit iemand dat hij vanaf maandag rustiger aan gaat doen. Hij meent het. Hij is gemotiveerd. Hij heeft er goed over nagedacht. Maandagochtend om kwart over negen staat hij in de file te schreeuwen tegen een vrachtwagen die zich niet aan zijn rijbaan houdt.

Een paar uur later, achter zijn bureau, voelt hij zich opgelaten. Hij had nog zo bedacht dat hij het rustiger aan zou doen. Wat is er gebeurd? De gangbare verklaringen zijn allemaal moralistisch. Hij had niet genoeg discipline. Hij meende het niet écht. Hij had een slechte nacht gehad. Hij was overmand. Hij is een drukker type. Allemaal varianten op het idee dat hij zelf de hoofdrol speelt in zijn eigen leven, en dat hij die rol op maandag niet goed heeft gespeeld.

Er is een eenvoudiger verklaring. Eén die geen moraal nodig heeft, geen psychologie, geen karakter.

Hij is een organisme. Het organisme bezit, naast handen en zintuigen, ook een zelfmodel: een interne representatie van zichzelf die zichzelf van binnenuit ervaart. Dat zelfmodel voelt vanbinnen aan als een ik dat denkt, kiest en beschikt. Niet omdat hij iemand misleidt. Maar omdat een zelfmodel dat zichzelf waarneemt, zich nu eenmaal als ervarend ik aandient. De illusie zit niet in een bedrog. Zij zit in de structuur van het waarnemen zelf.

Een organisme dat in een file plotseling cortisol afgeeft, een hartslag versnelt en een stembandcommando produceert. En een interface die op een rustig moment op de bank kan zeggen dat hij het rustiger aan gaat doen, en die op maandagochtend voorbijgereden wordt door wat het organisme ondertussen aan het doen is.

De interface dacht dat hij beschikte. Het organisme had andere plannen. Geen van beide is fout. Geen van beide is de echte hij. Hij is allebei. En het is goed om eindelijk eens te beseffen hoe deze twee zich tot elkaar verhouden, want bijna alle adviezen over zelfverbetering negeren deze verhouding en falen dus voorspelbaar.

Twee lagen, één lichaam

Wat een mens werkelijk is, blijkt opvallend lastig te bepalen. Vraag iemand wie hij is, en u krijgt een verhaal. Hij is een leraar, een vader, iemand die van wandelen houdt, iemand die het belangrijk vindt om eerlijk te zijn. Allemaal verklaringen die de spreker zelf produceert over zichzelf. Geen daarvan kan worden gewogen, gemeten of door anderen direct waargenomen.

Kijk naar dezelfde persoon van buitenaf, vanuit een neurobiologisch perspectief, en u ziet iets anders. Een organisme van een paar tientallen kilo’s, dat ongeveer 20.000 ademhalingen per dag doet, een specifieke hormonale staat heeft, een metabolisme dat voortdurend energie verdeelt over weefsels, een brein met miljarden verbindingen die zonder bewustzijn voortdurend voorspellen wat er gaat komen. Dat organisme heeft een geschiedenis, een huidige staat en een vermoedelijke toekomst. Geen daarvan vereist zelfreflectie om te bestaan.

Beide zijn er. Beide zijn echt. Maar ze hebben niet dezelfde status.

Het organisme draait wanneer u slaapt. De interface staat dan grotendeels uit. Het organisme draait onder narcose. De interface is dan volledig afwezig. Het organisme draait wanneer u in coma ligt na een ongeluk. De interface is dan onbereikbaar voor uw familie aan het bed. Zodra het organisme stopt, sterft u. De interface verdween al eerder.

Dit is geen filosofische voorkeur. Het is een neurobiologische waarneming. De interface is een product van het organisme, niet andersom. Zij komt en gaat. Het organisme is er zolang u leeft.

Waarom de interface bestaat

Een eencellige heeft geen interface. Een mossel heeft een rudimentaire. Een hond heeft een aanzienlijke. Een mens heeft de meest uitgebreide die op deze planeet voorkomt. De interface is geen toevallige toevoeging. Zij is een evolutionair antwoord op één specifiek probleem.

Sociale dieren moeten kunnen rapporteren over zichzelf. Een aap die met zijn groep mee wil eten, moet kunnen aangeven dat hij honger heeft. Een vroege mens die wilde samenwerken in de jacht, moest kunnen zeggen wat hij van plan was. Een moderne mens die in een ingewikkelde samenleving leeft, moet voortdurend uitleggen waarom hij doet wat hij doet.

Om dat te kunnen, heeft het organisme een zelfmodel nodig. Een interne representatie van zichzelf, die toegankelijk is voor verbale rapportage. Dat zelfmodel is wat wij ervaring noemen. Het voelt vanbinnen aan als een ik dat dingen wil en doet. Maar functioneel is het een communicatie-apparaat. Een rapportagedienst voor het organisme, gericht op andere organismes.

De Duitse filosoof Thomas Metzinger heeft dit het zelfmodel-paradigma genoemd. De ik die u in uzelf ervaart, is geen entiteit. Het is een model dat uw brein continu produceert, voornamelijk om met andere breinen te kunnen communiceren. Een nuttig model. Voor sommige doeleinden onmisbaar. Maar niet de bestuurder die hij zich voelt te zijn.

Dat verklaart ook waarom de interface voortdurend verklaringen produceert voor wat zij niet zelf heeft veroorzaakt. Wanneer iemand schreeuwt in de file, en de interface komt drie seconden later met de gedachte ‘die idioot reed me bijna van de weg’, dan voelt die gedachte als de oorzaak van de boosheid. Zij is dat niet. De boosheid was er al voordat de gedachte kon worden geformuleerd. De gedachte is een rationalisatie achteraf, een coherent verhaal dat de interface bouwt over wat het organisme net heeft gedaan. Voor anderen klinkt dat verhaal logisch. Voor de spreker zelf voelt het als de waarheid. Maar het is een rapportage, geen oorzaak.

Michael Gazzaniga toonde dit experimenteel aan met patiënten van wie de twee hersenhelften chirurgisch waren gescheiden. Wanneer hij de niet-sprekende hemisfeer een instructie gaf om iets te doen, en de sprekende hemisfeer daarna vroeg waarom de patiënt dat had gedaan, kwamen er telkens vlotte, plausibele verklaringen. Geen daarvan klopte. De sprekende kant had geen toegang tot de werkelijke oorzaak. Maar zij verzon een verklaring met hetzelfde gemak waarmee u verklaart waarom u boos was in de file.

De smalle marge

Tot zover de slechte boodschap. Als de interface niet bestuurt, wat dan? Hebben we geen invloed? Zijn we een organisme dat zichzelf aan het verklaren is en verder niets?

Niet helemaal. Er is een smalle marge waarin de interface effect heeft. Niet op het moment zelf, maar over tijd. Niet door wilskracht, maar door consistente blootstelling.

Drie dingen kan de interface.

Eén. Zij kan kiezen waaraan zij het organisme blootstelt. Wie weet dat het glas wijn op zaterdagavond zijn slaap verstoort, kan de fles niet kopen. Dat is een keus op een rustig moment in de supermarkt, niet op het moment van inschenken. De interface kan op zaterdagochtend, in het stille gangpad van de Albert Heijn, beslissen dat er deze week geen wijn in huis komt. Wat het organisme zaterdagavond doet, hangt vervolgens af van wat er in huis is. De interface heeft daarmee, indirect, invloed op het zaterdagavondgedrag. Niet door op zaterdagavond te beslissen. Door op zaterdagochtend de blootstelling in te richten.

Twee. Zij kan iets herhalen of niet. Wie zes maanden lang elke ochtend tien minuten wandelt, ongeacht hoe hij zich voelt, bouwt geleidelijk een vorm in het organisme die wandelen makkelijker maakt. Hormonen schuiven. Neurale paden versterken. De gewoonte stolt. Op een gegeven moment loopt diezelfde persoon zonder erover na te denken zijn schoenen aan en gaat. De interface had de afspraak vastgehouden. Het organisme had zich aangepast.

Drie. Zij kan reflecteren. Niet om iets te veranderen op het moment zelf, maar om de blootstellingen voor de volgende keer iets anders in te stellen. Wie merkt dat hij altijd boos wordt in de file, kan reflecteren over zijn werktijden. Misschien kan hij een uur eerder of later vertrekken. Misschien kan hij thuis werken op de drukste dagen. Misschien is podcast luisteren behulpzaam. Niets van die overwegingen helpt op de file zelf. Maar de week erna staat hij misschien minder in dezelfde situatie.

Meer dan dit kan de interface niet. Zij kan reflexen niet veranderen. Motivatie niet aanzetten. Karakter niet wijzigen door erover na te denken. Metabole status niet sturen. Op het moment zelf heeft zij vrijwel geen invloed. Pas over weken, maanden, jaren ontstaat verschil, als zij consistent is geweest in haar smalle marge.

Dat is de werkelijke vrijheid die de mens bezit. Niet de vrijheid om in het moment te beslissen wie hij is. De vrijheid om over tijd iets anders bloot te stellen aan een organisme dat zich daar dan, of niet, aan aanpast.

Functioneren, vegeteren, denken te beschikken

De interface kan op drie manieren met haar smalle marge omgaan. Drie modi die de meeste levens schreven of beheersen.

In de eerste modus functioneert zij. Zij weet wat haar marge is. Zij gebruikt hem. Zij kiest blootstellingen die het organisme dienen. Zij herhaalt wat goed werkt. Zij reflecteert om de volgende blootstelling beter in te richten. Niet als heldhaftige zelfbeheersing. Wel als geduldige, weinig dramatische arbeid. Het is de interface op haar effectiefst. Iemand die zo functioneert is niet bijzonder gedisciplineerd. Hij heeft begrepen dat discipline op het moment zelf nauwelijks bestaat, en dat consistentie over tijd het enige is dat werkt.

In de tweede modus vegeteert zij. Zij drijft mee met wat het organisme toevallig produceert. Blootstellingen accepteren die voorbijkomen, zonder zelf te kiezen. Geen consistentie creëren. Geen reflectie inzetten. Dit is wat veel mensen de meeste tijd doen, in een groot deel van hun leven. Dit is geen ramp. Het organisme draait door. Maar de marge wordt niet benut, en wat er geleidelijk wordt ingesleten is wat de omgeving toevallig aanbiedt. Wie in een omgeving met goede gewoontes vegeteert, wordt iemand met goede gewoontes. Wie in een omgeving met slechte gewoontes vegeteert, wordt iemand met slechte gewoontes. De interface heeft daar nauwelijks invloed op, want zij gebruikt haar marge niet.

In de derde modus denkt zij te beschikken. Dat is de gevaarlijkste. De interface die zichzelf overschat. Die meent dat zij keuzes maakt op het moment zelf, dat haar karakter een product is van haar wil, dat haar falen aan haar morele kracht ligt. Deze modus produceert zowel grootheidswaan als zelfveroordeling. De grootheidswaan zegt: ik ga het vanaf morgen anders doen. Het werkt twee dagen. Dan komt het organisme terug en blijkt de transformatie illusoir. De grootheidswaan slaat om in zelfveroordeling: ik ben zwak, ik kan niets, het lukt mij nooit. Beide oordelen, zowel het ophemelen als het neersabelen, zijn even onjuist. Beide negeren de werkelijke architectuur van wie de mens is.

De moderne cultuur, met name de zelfhulpindustrie, moedigt vrijwel uitsluitend de derde modus aan. Wees de architect van uw leven. Manifesteer uw doelen. Kies wie u wilt zijn. Wordt de beste versie van jezelf. De boeken verkopen omdat de interface zichzelf graag hoort als bestuurder. Maar de adviezen werken vrijwel niet, omdat de premisse, dat de interface beschikt over wat het organisme doet, mechanisch onjuist is.

Wie wil weten waarom zoveel mensen jaar na jaar dezelfde voornemens hebben en steeds opnieuw falen, vindt hier het antwoord. Zij leven in de verkeerde modus. Zij worden door hun cultuur aangemoedigd om hun grootste kracht, de smalle marge, niet te gebruiken, ten gunste van een grote belofte die hun organisme niet kan waarmaken.

Hoe je dit kunt gebruiken

Een aantal concrete dingen volgen uit dit beeld.

Stop met op het moment zelf te willen beslissen wie u bent. Op het moment zelf is dat onmogelijk. Het organisme heeft al besloten voordat de interface kan inschakelen. Wat u op een willekeurig moment doet, is een gevolg van wat u eerder herhaaldelijk hebt gedaan. Een goed voornemen op zondagavond verandert niets aan het maandagochtendgedrag. Een consistente blootstelling over zes maanden wel.

Richt uw omgeving in. Want de omgeving bepaalt waaraan uw organisme wordt blootgesteld, en uw organisme reageert op blootstellingen, niet op uw plannen. Wie minder wil drinken, moet geen sterke wil opbouwen. Hij moet geen alcohol in huis hebben. Wie meer wil lezen, moet geen leesplan maken. Hij moet zijn telefoon uit de slaapkamer leggen en een boek op het nachtkastje. De interface kan de omgeving inrichten. Het organisme doet de rest.

Wees consistent over tijd. Niet heldhaftig in het moment. Tien minuten lopen, elke dag, gedurende zes maanden, doet meer dan vijf keer een uur lopen in willekeurige weken. Het organisme telt herhalingen, niet intenties.

Vergeef uzelf wat u nooit had moeten verwijten. Het idee dat u op cruciale momenten had moeten kiezen wie u wilde zijn, is een onjuiste premisse. Wat u op cruciale momenten deed, deed het organisme dat u op dat moment was. De vraag is niet of u op dat moment beter had gekund. De vraag is of u in de jaren daarvoor u had kunnen blootstellen aan andere herhalingen. Vaak niet. Vaak is uw omgeving u overkomen. Vaak is uw karakter ingelegd voordat u zelf iets kon kiezen.

Veroordeel anderen minder hard. Wat zij doen, doet hun organisme. Hun interface verzint achteraf de uitleg, net als de uwe. Wat zij hadden kunnen blootstellen, is voor de meeste mensen veel beperkter dan wij doorgaans aannemen. De moralistische cultuur die elk gedrag terugbrengt tot karakter, eigenwaarde of intentie, is grotendeels onjuist. Het is in geen enkel ander biologisch organisme zo, en het is bij de mens ook niet zo.

Wat blijft

U bent niet een geest die zijn lichaam bestuurt. U bent niet een onbestuurd organisme dat doet wat het wil. U bent een organisme met een interface erop. De interface ervaart, denkt, plant, reflecteert. Maar zij beschikt niet over wat het organisme doet. Zij beschikt over een smalle marge waarin zij iets kan beïnvloeden, indirect, over tijd, door blootstellingen en herhalingen in te richten.

Dat is geen vernedering. Het is geen verheffing. Het is gewoon hoe een organisme met een interface eraan toe is.

Wie de marge gebruikt, functioneert.

Wie hem niet gebruikt, vegeteert.

Wie hem overschat, denkt te beschikken en blijft jaar na jaar verbaasd over zichzelf.

De keuze welke modus u inneemt, neemt het organisme. Maar wat u kunt blootstellen aan dat organisme over de komende weken en maanden, dat ligt, voor zover er iets bij u ligt, in uw handen.

Begin daar.

Metzinger, T. (2003). Being No One: The Self-Model Theory of Subjectivity. MIT Press.

Gazzaniga, M. (2011). Who’s in Charge? Free Will and the Science of the Brain. Ecco.

Damasio, A. (1999). The Feeling of What Happens. Harcourt.

Wegner, D. (2002). The Illusion of Conscious Will. MIT Press.

Dennett, D. (1991). Consciousness Explained. Little, Brown and Company.

Hofstadter, D. (2007). I Am a Strange Loop. Basic Books.

Ook interessant voor jou!