“DE GROTE FICTIES – HOOFDSTUK XI” De Contradictie van de Mens

DE GROTE FICTIES – HOOFDSTUK XI

Beste lezer,

Je kent het wel: de moderne mens die braaf roept dat iedereen gelijk is, terwijl hij ondertussen met embryo-screening, personal trainers, cognitieve enhancers en een beetje strategisch paren zijn eigen DNA probeert op te poetsen. Het ene verhaal voor de bühne, het andere voor in de slaapkamer.

Omdat ik vermoed dat je inmiddels wel toe bent aan iets eerlijkers dan de gebruikelijke morele suikerlaag, stuur ik je hierbij een hoofdstuk dat geen ontsnappingsluikjes meer biedt. Geen verzachtende narratieven. Geen “ja maar dat ligt genuanceerd”. Nee: de mens opengewerkt op de operatietafel van zijn eigen evolutie.

Het gaat over selectie die niemand wil toegeven, over variatie die niemand durft te benoemen, over de bizarre schizofrenie van een soort die tegelijkertijd god en slachtoffer wil zijn. En ja, ook over sport — onze favoriete circusvorm van eugenetica waar iedereen vrolijk naar zit te kijken alsof het om “wilskracht” gaat.

Voor de beeldvormers: ik heb er een Caravaggio-achtige scène bij laten maken.
De mens die zichzelf opensnijdt, onder dramatisch licht, precies zoals hij evolutionair al millennia doet — maar dan eerlijker in beeld.

Durf je nog?

Veel leesplezier,
Peter Koopman

De Contradictie van de Mens 

Selectie Willen Zonder Selectie Te Willen

Er zijn van die waarheden waar de mens een allergische reactie van krijgt. Niet omdat ze onwaar zijn, maar omdat ze te waar zijn. De natuur is een onverschillige boekhouder: alles is variatie, selectie, omgeving en tijd. De mens daarentegen is een verhalenmakende solist die denkt dat hij met een goed discours de zwaartekracht kan afschaffen. En zo ontstaat onze belangrijkste fictie: het idee dat je vooruitgang kunt willen zonder selectie, dat je prestatie kunt verheffen zonder ongelijkheid, dat je de soort wilt verbeteren terwijl je tegelijkertijd ontkent dat sommige lichamen, breinen en temperamenten simpelweg beter passen in de arena van het bestaan dan andere.

In dit hoofdstuk dissecteer ik de contradictie van de mens. Niet met zachte handschoenen. Met de scalpel.

1. De Mens als Zelf-Angstige Selectiemachine

De mens wil verbeteren. Optimaliseren. Versterken.
Niet alleen in sport, maar in geneeskunde, techniek, oorlog, reproductie en cultuur.
We passen implantaten toe omdat het lichaam niet voldoet.
We gebruiken medicijnen omdat onze biologie niet toereikend is.
We bouwen bommen omdat dominantie ons evolutionaire cv opkrikt.
We sturen kinderen naar onderwijsinstellingen die lijken op gedrild talentmanagement.

Kortom: de mens is geobsedeerd door boven zichzelf uitstijgen.

Maar dezelfde mens zegt luidkeels:

“Alle mensen zijn gelijk.”
“Gelijke kansen.”
“Je kunt alles bereiken als je maar hard werkt.”
“Talent is overschat.”

Dat laatste is natuurlijk koala-poëzie voor volwassenen: schattig, troostend, en totaal onwaar.

De realiteit is dat variatie altijd ongelijkheid creëert.
En selectie altijd richting geeft.

Maar de mens kan die twee waarheden niet verdragen.
Dus ontwijkt hij ze met een moreel rookgordijn.

2. Darwin en de Ongemakkelijke Conclusie van Variatie

Darwin zelf was voorzichtig, maar niet blind. Tijdens zijn observaties van geïsoleerde eilandpopulaties (Galápagos, Patagonië, St. Helena) zag hij hoe verschillen in omgeving, voeding, predatie en isolatie tot totaal andere biologische profielen leidden.

Variatie + Selectie + Tijd = Nieuwe eigenschap.

Dat geldt voor vinken.
Dat geldt voor schildpadden.
En ja, dat geldt ook voor Homo sapiens — een soort die biologisch gezien nog steeds gewoon een savanne-aap met een laptop is.

Maar iedere keer dat iemand voorzichtig suggereert dat verschillende menselijke populaties onder verschillende selectiedrukken hebben gestaan — kou, hoogte, tropische ziektelast, eilandisolatie, landbouwintensiteit — ontstaat er collectieve morele kortsluiting, alsof iemand heeft voorgesteld de aarde plat te verklaren.

Het ongemak komt niet door de biologie.
Het komt door het verhaal waarin de mens zichzelf heeft opgesloten.

3. Galton: De Man die zei wat Darwin dacht maar niet durfde publiceren

Waar Darwin nog diplomatiek was, was Galton — zijn neef — de man die evolutionaire logica doortrok naar menselijke eigenschappen en reproductie. De Victoriaanse variant van iemand die niet weet wanneer hij zijn mond moet houden. Hij zag wat iedereen zag:

– talent clustert
– temperament clustert
– intelligentie clustert
– agressie clustert
– fysieke eigenschappen clusteren

Niet omdat God dat zo wilde, maar omdat selectie werkt, of je het leuk vindt of niet.

Galton maakte één fout: hij koppelde een descriptieve waarheid aan een normatieve agenda.
En toen was het hek van de dam.
Niet door de biologie — maar door de moraal die het opslokte en verbrandde.

4. De Moderne Eugenetica: Iedereen Doet Het, Niemand Wil Eraan

De ironie: de mens veroordeelt eugenetica terwijl hij het dagelijks toepast.

Voorbeelden die we zonder blikken of blozen normaal vinden:

– IVF met embryo-selectie
– genetische screening op afwijkingen
– groeihormonen voor pientere doch kabouterlijke kinderen
– doping (toegepast of gedoogd)
– cosmetische chirurgie
– ADHD-medicatie als cognitieve enhancer
– selectie van soldaten op fysiek en temperament
– selectie van sporters op explosiviteit en risico-bereidheid
– partnerkeuze via datingapps: fenotypische filtering op dopaminebasis
– prenatale tests die hele erfelijke lijnen stilletjes uit de populatie laten verdwijnen

De mens doet aan eugenetica.
Hij noemt het alleen geen eugenetica, zodat hij ’s avonds rustig kan slapen.

5. Evolutie Verloopt Niet Overal Even Snel

Hier breken de meeste lezers psychologisch, omdat ze evolutie lezen als moreel oordeel.

Maar evolutie kent geen moraal.
Alleen omgeving, selectie, mutatie, drift en demografie.

Populaties die eeuwenlang:

– in berggebieden leefden
– door kou bedreigd werden
– door malaria geteisterd werden
– op eilanden leefden
– onder intense landbouwselectie vielen
– in oorlogscycli leefden
– in kastenstelsels trouwden
– onder extreme schaarste leden

ontwikkelden eigenschappen die elders niet voorkwamen, of veel minder.

Variatie in tempo is geen hiërarchie.
Het is fysica.
Het is biochemie.
Het is populatiegenetica met een andere soundtrack.

Alleen de mens raakt ervan in paniek, omdat het botst met zijn favoriete fictie:
“Gelijkheid is een natuurwet.”

Nee.
Gelijkheid is een wens.
Variatie is een natuurwet.

6. De Sport als Oorlog in Lycra – De Deep Truth

Sport is het laboratorium waar biologische variatie schaamteloos wordt uitvergroot. De strijdarena van explosiviteit, uithoudingsvermogen, agressieregulatie, motorische aanleg, spiervezelstructuur en hormonale profielen.

Sport is eugenetica met publiek.
De medaille is de fenotypische bekroning van een genetische afwijking die toevallig deze context domineert.

En de maatschappij speelt vrolijk mee:

We juichen voor freaks.
We belonen mutaties.
We verheerlijken uitzonderingen.
We verbergen de logica met praatjes als:

“Hij heeft zo hard gewerkt.”
“Doorzettingsvermogen maakt alles mogelijk.”
“Knap dat hij dit heeft bereikt.”

Onzin.
Hard werken is de fine-tuning van een motor die al snel was.

Geen enkele hoeveelheid training maakt van een kind zonder snelle vezels een olympische sprinter.
Geen enkele hoeveelheid mental coach maakt van een angstig temperament een ringdemon.

Sport is de plek waar natuurwetten op het grote scherm zichtbaar worden —
en waar men tegelijkertijd doet alsof het allemaal mentale mindset is.

7. De Grote Contradictie: De Mens Wil Selectie Zonder Selectie

Hier komt de kern, het breekijzer, het pijnpunt.

De mens wil:
– beter, sneller, mooier, slimmer
– maar zonder iemand tekort te doen
– met gelijkheid als ideaal
– en ongelijkheid als motor

Hij wil:
– de roos zonder de doorn
– de prestatie zonder de genetica
– de vooruitgang zonder de selectie
– de kunstmatige verbetering zonder de natuurlijke consequentie
– de topprestatie zonder verliezers
– de variatie zonder ongelijkheid
– de evolutie zonder uitval

De mens is het enige dier dat een mechanisme wil gebruiken terwijl hij het tegelijkertijd ontkent.

Sapolsky zou zeggen:
“Het brein wil twee dingen die elkaar uitsluiten, en het vindt zichzelf briljant omdat het dat niet doorheeft.”

8. De Mens als Organisme dat Zichzelf Ontkent

Geen enkele andere soort vecht zo hard tegen zijn eigen biologie.
Geen enkele andere soort verzint verhalen tegen zijn eigen natuurwetten in.

Maar precies dat maakt Homo sapiens uniek:

Wij zijn de enige soort die evolutionaire processen doorziet én ontwijkt,
vervloekt én toepast, bekritiseert én maximaliseert.

De contradictie is niet een fout in het systeem.
Het is het systeem.

9. Wat Overblijft

Als je alle morele filters wegsnijdt, blijft er een verbluffend helder beeld over:

De mens is een organisme dat zichzelf voortdurend aanpast.
Niet om moreel beter te worden, maar om beter te overleven.
En soms is het overleven van het verhaal belangrijker dan het overleven van de soort.

Zo ontstaat De Grote Fictie:
de paradoxale mens, die zichzelf tegelijk ontwerper en slachtoffer noemt.
Een soort die op de operatietafel van zijn eigen evolutie ligt —
en zichzelf ondertussen toespreekt met geruststellende leugens.

Literatuurlijst

1. Evolutie, variatie en de oorsprong van selectie

Darwin, C. (1859). On the origin of species. John Murray.
Fundament van natuurlijke selectie. Onmisbaar voor het begrip dat variatie geen bijzaak is maar het ruwe materiaal van evolutie.

Darwin, C. (1871). The descent of man, and selection in relation to sex. John Murray.
Menselijke variatie, seksuele selectie en groepsverschillen: voorzichtig geformuleerd, maar conceptueel radicaal.

Galton, F. (1869). Hereditary genius. Macmillan.
Over clustering van talent en temperament. Wetenschappelijk baanbrekend, moreel explosief.

Galton, F. (1883). Inquiries into human faculty and its development. Macmillan.
De eerste systematische poging om menselijke verschillen te meten.

Wallace, A. R. (1870). Contributions to the theory of natural selection. Macmillan.
Interessant contrast: een evolutionist die mentale eigenschappen als deels “bovennatuurlijk” zag — precies de fictie die jij ontleedt.

2. Moderne populatiegenetica en verschillen in evolutiesnelheid

Fisher, R. A. (1930). The genetical theory of natural selection. Clarendon Press.
De wiskundige onderbouw van selectie en adaptatie.

Hawks, J., Wang, E. T., Cochran, G. M., Harpending, H. C., & Moyzis, R. K. (2007). Recent acceleration of human adaptive evolution. PNAS, 104(52), 20753–20758.
Laat zien dat menselijke evolutie in de laatste millennia versneld is — jouw punt in wetenschappelijke vorm.

Cochran, G., & Harpending, H. (2009). The 10,000 year explosion. Basic Books.
Controversieel, maar solide: hoe landbouw, ziekte en selectiepopulaties verschillen tussen groepen versneld hebben.

Wells, S. (2010). Deep ancestry: Inside the Genographic Project. National Geographic.
Genetische migratiepatronen en populatiegeschiedenis.

3. Antropologie en omgevingsdruk

Diamond, J. (1997). Guns, germs and steel. W. W. Norton.
Omgevingsdruk als selectiekracht. Plaatst variatie in evolutionaire context.

Henrich, J. (2016). The secret of our success. Princeton University Press.
Culturele evolutie als selectiemechanisme.

Lieberman, D. E. (2013). The story of the human body. Pantheon.
Laat zien hoe verschillende omgevingen verschillen in fysiek en metabolisme creëerden.

Boyd, R., & Richerson, P. (2005). The origin and evolution of cultures. Oxford University Press.
Cultuur als complementaire selectie.

Wade, N. (2014). A troublesome inheritance. Penguin.
Omstreden maar relevant: selectiedruk en menselijke verschillen.

4. Sportbiologie, prestatie en genetische beperkingen

Bouchard, C., & Rankinen, T. (2001). Individual differences in response to regular physical activity. MSSE, 33(6), S446–S451.
Trainbaarheid is genetisch begrensd.

Komi, P. (Ed.). (2008). Strength and power in sport. Wiley.
Explosieve kracht, vezels, myostatine en genetische limieten.

Epstein, D. (2013). The sports gene. Current.
Toegankelijke, maar wetenschappelijk stevige uitleg van talentverschillen.

Tucker, R., & Collins, M. (2012). What makes champions? BMJ, 345.
Heldere scheiding tussen talent en inspanning.

Pitsiladis, Y. P., et al. (2017). Genomics and elite sports performance. Sports Medicine.
Genetische profielen van topatleten: eugenetica zonder het zo te noemen.

5. Gedrag, zelfbedrog en de contradictie van het brein

Sapolsky, R. M. (2017). Behave. Penguin.
Het meesterwerk over de biologie van tegenstrijdigheid.

Kahneman, D. (2011). Thinking, fast and slow. Farrar, Straus & Giroux.
Waarom het brein zichzelf systematisch beliegt.

Trivers, R. (2011). The folly of fools. Basic Books.
Zelfbedrog als evolutionaire strategie. Precies jouw kern.

Dennett, D. C. (1991). Consciousness explained. Little, Brown.
Het theatermodel van bewustzijn — sluit perfect aan bij jouw mensbeeld.

Baumeister, R. F. (2005). The cultural animal. Oxford University Press.
De mens als verhalenvormend organisme.

6. Toekomst van menselijke verandering: enhancement en post-eugenetica

Savulescu, J., & Bostrom, N. (Eds.). (2009). Human enhancement. Oxford University Press.
De academische basis voor het idee dat verbetering een continuum is.

Harris, J. (2007). Enhancing evolution. Princeton University Press.
Geen morele hysterie — maar rationele argumenten voor verbetering.

Rose, N. (2006). The politics of life itself. Princeton University Press.
De biopolitiek van de moderne mens als ontwerpbaar organisme.

Kurzweil, R. (2005). The singularity is near. Viking.
Naïef op momenten, maar essentieel voor het begrip van technologische selectie.

Harari, Y. N. (2016). Homo Deus. Harvill Secker.
Kijkt cultureel naar de mens als zelf-modellende soort. Gebruik het als culturele spiegel, niet als evolutietheorie.

7. Sociale ficties, rollen en ideologische blindheid

Goffman, E. (1959). The presentation of self in everyday life. Anchor Books.
De mens als rolspeler; aansluitend bij jouw “verhalenorganisme”.

Becker, E. (1973). The denial of death. Free Press.
Waarom mensen ficties creëren om existentie te maskeren.

Foucault, M. (1975). Surveiller et punir. Gallimard.
Selectie, macht en discipline: de culturele versie van biologische selectie.

Illich, I. (1971). Deschooling society. Harper & Row.
Onderwijs als selectie — vermomd als emancipatie.

Pinker, S. (2002). The blank slate. Viking.
Weerlegging van de fictie dat de mens “ongeschreven geboren wordt”.

Ook interessant voor jou!