Voorspellen als Ritueel, Niet als Vaardigheid

Voorspellen als Ritueel, Niet als Vaardigheid

De Illusie van Vooruitzicht: Over Mens, Macht en Morele Gijzeling

Beste lezer,

“Het is ook onze oorlog.”
“Dit is de juiste kant van de geschiedenis.”
“De toekomst vraagt offers.”

Zinnen die klinken als inzicht, maar functioneren als instructie.
Ze voorspellen niets, ze sturen.

In het bijgevoegde essay fileer ik de mens als anticiperend wezen dat zelden begrijpt wat hij beweert te zien aankomen. We noemen het vooruitdenken, maar bedrijven vooral ritueel: woorden uitspreken om chaos te bezweren, leiders volgen om verantwoordelijkheid te vermijden, zekerheid veinzen waar probabiliteit de enige eerlijke optie is.

De vraag “Hoe is het?” blijkt sociaal behang.
De vraag “Hoe wordt het?” daarentegen legt iets bloot wat we liever vermijden: onwetendheid, onzekerheid en eigen rol.

Dit stuk is geen geruststelling.
Geen moreel kompas.
Geen handleiding voor de toekomst.

Het is een ontmaskering van de behoefte daaraan.

Lees het als u wilt begrijpen waarom voorspellingen zo overtuigend klinken en zo zelden kloppen.
Of laat het liggen, dat is ook een vorm van anticipatie.

Met groet,
Peter Koopman

De Toekomst Verklaard door Mensen die Haar Niet Kunnen Lezen

“Hallo, hoe is het?”
Een reflexmatige groet, sociaal smeermiddel, auditieve vulling. Zelden een vraag, vrijwel nooit een uitnodiging. De bereidheid om daadwerkelijk consequenties te verbinden aan het antwoord – financiële steun, sociale inzet, intellectuele betrokkenheid of zelfs seksuele nabijheid – nadert in de meeste gevallen de nul. Men informeert niet; men bevestigt slechts dat de sociale interface nog functioneert.

Een veel interessantere vraag zou zijn: “Hoe wordt het?”
Die vraag veronderstelt iets gevaarlijks: toekomst, onzekerheid, verantwoordelijkheid. De mens als voorspellend organisme, gedwongen zich te verhouden tot waarschijnlijkheden in plaats van beleefdheden. Dáár snijdt het hout. Dáár begint frictie.

In plaats daarvan hebben we via cultuur een decor gebouwd waarin regels, normen, waarden, ethiek en moraal fungeren als cognitieve krukken. Ze schetsen een illusie van stabiliteit en beheersbaarheid, terwijl ze in werkelijkheid vooral dienen om de blik af te wenden van de fundamentele chaos. Geen waarheid, maar demping. Geen inzicht, maar gedragssturing.

Die geconstrueerde zekerheid werkt uitstekend voor massamanagement. Ze sust, structureert en verdooft. Niet omdat de wereld voorspelbaar is geworden, maar omdat we collectief hebben afgesproken om de onvoorspelbaarheid niet meer onder ogen te zien. “Hoe is het?” past perfect in dat script. “Hoe wordt het?” ondermijnt het.

En precies daarom wordt die laatste vraag zelden gesteld.

De mens is een anticiperend organisme, dat klopt. Maar anticiperend betekent nog niet bekwaam. Het merendeel van die anticipatie is lui, naïef en structureel overschat. We noemen het vooruitdenken, maar het is meestal niets meer dan het recyclen van vertrouwde verhalen, geruststellende aannames en aangeleerde scripts. De toekomst wordt niet geanalyseerd, maar ingevuld met wensdenken en angstmanagement.

Biologisch gezien is dat verklaarbaar. Het brein is geen waarheidsmachine, maar een energiebesparend voorspelapparaat. Het gokt liever snel fout dan langzaam juist. Complexiteit kost calorieën, twijfel veroorzaakt stress, en echte onzekerheid ondermijnt het gevoel van controle. Dus vereenvoudigt de mens. Hij gelooft liever een slecht verhaal dan géén verhaal.

Daar komen leiders in beeld. Volksvertegenwoordigers, staatslieden, generaals, opiniemakers. Mensen die met rechte rug en ernstige blik verklaringen afleggen over “de toekomst”, “de juiste kant van de geschiedenis” en “wat onvermijdelijk is”. Het groteske detail: dezelfde mensen blijken structureel niet in staat het weer van morgen te voorspellen, laat staan economische cycli, geopolitieke escalaties of sociale neveneffecten van hun eigen beleid. De voorspellende capaciteit is beschamend, maar het zelfvertrouwen onaantastbaar.

En dat is geen bug, dat is de functie.

De uitspraak “het is ook onze oorlog” is exemplarisch. Een semantisch meesterwerk in morele gijzeling. Net zo leeg als “hij is ook voor jouw zonden gestorven”, maar aangepast aan een seculier publiek dat nog steeds hunkert naar schuld, offer en verlossing. De boodschap is helder: jouw individuele afstand tot het conflict is irrelevant. Jij bent moreel ingelijfd. Twijfel wordt lafheid. Afzijdigheid wordt schuld.

Angst is daarbij het primaire smeermiddel. Niet de rauwe paniek van een direct gevaar, maar de diffuse, chronische onrust die vraagt om richting, leiderschap en simplificatie. De massa hoeft niets te begrijpen, alleen te volgen. Wie vragen stelt, “snapt de complexiteit niet”. Wie niet meebuigt, “staat aan de verkeerde kant”. Denken wordt verdacht zodra het niet convergeert.

De ironie is pijnlijk. De mens noemt zichzelf rationeel, vooruitziend, moreel ontwikkeld. In praktijk gedraagt hij zich als een cognitief gemakzuchtig dier dat zijn toekomstbeeld uitbesteedt aan mensen met microfoons en vlaggen. Anticipatie wordt vervangen door imitatie. Vooruitkijken door napraten.

En zo ontstaat een cultuur waarin men de toekomst denkt te beheersen door haar hardop te benoemen. Niet om haar te begrijpen, maar om haar te bezweren. Woorden als zekerheidsspreuken. Scenario’s als rituelen. Beleidsnota’s als talismans tegen chaos.

De vraag “Hoe wordt het?” zou dit alles ontregelen. Ze dwingt tot probabiliteit, tot bescheidenheid, tot het erkennen van onwetendheid. Ze vraagt niet om geloof, maar om inschatting. Niet om gehoorzaamheid, maar om verantwoordelijkheid.

Precies daarom blijft ze ongewenst.

De naïviteit van de mens zit niet in zijn vermogen om te voorspellen, maar in zijn bereidheid om te geloven dat iemand anders het wél kan.

De toekomst is geen project dat gemanaged kan worden, maar een onverschillige consequentie van gedrag. Wie haar claimt te kennen, liegt. Wie beweert namens haar te spreken, manipuleert. En wie dat gelooft, doet precies wat van hem verwacht wordt: volgen, vrezen en zich moreel superieur wanen. De vraag “Hoe wordt het?” blijft liggen, omdat het eerlijke antwoord te weinig richting geeft en te veel verantwoordelijkheid vraagt.

De mens wil geen toekomst begrijpen. Hij wil haar horen aankomen, aangekondigd door iemand met gezag, zodat hij zelf niet hoeft na te denken. Dat noemen we vooruitzien. In werkelijkheid is het uitbesteed bijgeloof.

>

Inleidend vervolg – Waarom dit hoofdstuk volgt

Het voorafgaande essay liet zien hoe alledaagse taal, beleefdheidsrituelen en morele frasen functioneren als sociale demping. Vragen worden gesteld zonder bereidheid tot handelen, woorden uitgesproken zonder consequenties, zekerheid gesuggereerd zonder kennis. Wat resteert is een cultuur waarin communicatie niet dient om de werkelijkheid te begrijpen, maar om haar hanteerbaar te houden.

Dat mechanisme stopt echter niet bij het intermenselijke. Het schaalt probleemloos op.

Waar de individuele ontmoeting verzandt in beleefdheid, daar verhardt het collectieve domein tot ritueel. Dezelfde mens die “hoe is het?” zegt zonder interesse, luistert naar voorspellingen over oorlog, economie en toekomst met een opmerkelijke gretigheid. Niet omdat ze kloppen, maar omdat ze richting geven. Niet omdat ze verklaren, maar omdat ze ontlasten.

Dit hoofdstuk verplaatst de analyse daarom van het persoonlijke naar het institutionele. Van de sociale interface naar de machtsstructuur. Van vrijblijvende woorden naar woorden met gewicht, gezag en dwang. Het onderzoekt hoe voorspellen verandert van een cognitieve poging tot een rituele handeling zodra onzekerheid toeneemt en verantwoordelijkheid te zwaar wordt.

De centrale vraag is niet of de toekomst te voorspellen valt. Die vraag is triviaal en reeds beantwoord. De werkelijke vraag is waarom mensen blijven luisteren naar voorspellingen van actoren die structureel falen, en waarom dat falen hun legitimiteit niet aantast maar vaak zelfs versterkt.

Wat volgt is geen toekomstanalyse. Het is een ontleding van het verlangen naar voorspellingen. Niet van wat er komt, maar van waarom men zo graag wil dat iemand anders zegt wat er komt.

Daarmee vormt dit hoofdstuk geen breuk, maar een logische voortzetting: van sociale beleefdheid naar collectieve gehoorzaamheid, van kleine leugens naar grote rituelen, van “hoe is het?” naar de gevaarlijkere variant: “dit is wat er gaat gebeuren”.

>

Voorspellen als Ritueel, Niet als Vaardigheid

De Toekomst Verklaard door Mensen die Haar Niet Kunnen Lezen

Stelling

De mens presenteert zichzelf als een anticiperend, rationeel wezen, maar gebruikt voorspellingen primair als sociaal ritueel en machtsinstrument, niet als cognitieve vaardigheid. Voorspellen dient zelden om de toekomst beter te begrijpen en vrijwel altijd om gedrag in het heden te sturen.

Premisse 1 – Anticipatie is biologisch, bekwaamheid niet

De mens is evolutionair uitgerust om te anticiperen. Niet om accuraat te voorspellen, maar om snel te reageren met minimale energetische kosten. Het brein is geen waarheidszoeker, maar een probabilistisch gokapparaat dat liever een samenhangend verhaal produceert dan een correcte analyse. Onzekerheid is biologisch onaantrekkelijk; vereenvoudiging is adaptief.

Gevolg: anticipatie wordt automatisch overschat. Men verwart het vermogen om een toekomst te verbeelden met het vermogen om haar juist te voorspellen.

Premisse 2 – Cognitieve luiheid is de norm

Werkelijke toekomstinschatting vereist statistisch denken, scenario-analyse en het verdragen van onzekerheid. Dat is cognitief duur en emotioneel onbevredigend. De gemiddelde mens kiest daarom niet voor analyse, maar voor narratief. Niet voor waarschijnlijkheden, maar voor zekerheden die goed klinken.

Dit is geen moreel falen, maar een structurele eigenschap van het organisme.

Premisse 3 – Leiders voorspellen niet, zij verklaren

Volksvertegenwoordigers, politieke leiders en militaire gezagsdragers presenteren uitspraken over “de toekomst” met grote stelligheid, ondanks een aantoonbaar falend voorspellingsrecord. Economische crises, oorlogen, migratiestromen en maatschappelijke ontwrichting komen steevast “onvoorzien”.

Dit gebrek aan voorspelkracht ondermijnt hun positie echter niet. Integendeel. De functie van hun uitspraken is niet descriptief, maar normatief: richting geven, gehoorzaamheid organiseren, twijfel neutraliseren.

Premisse 4 – Morele taal vervangt analyse

Uitspraken als “het is ook onze oorlog” functioneren niet als feitelijke beschrijvingen, maar als morele claims. Ze creëren betrokkenheid zonder keuze, schuld zonder daad en verantwoordelijkheid zonder handelingsruimte. De parallel met religieuze formules (“voor jouw zonden gestorven”) is structureel, niet retorisch.

Moraal fungeert hier als cognitieve snelweg: wie moreel instemt, hoeft niet meer na te denken.

Premisse 5 – Voorspellen wordt ritueel

Wanneer onzekerheid toeneemt, neemt ritueel taalgebruik toe. Scenario’s worden herhaald, slogans gereciteerd, toekomstbeelden geformaliseerd. Niet om de toekomst te begrijpen, maar om angst te dempen en collectieve coherentie te behouden.

Voorspellingen werken dan zoals gebeden: niet omdat ze kloppen, maar omdat ze rust geven en gedrag synchroniseren.

Conclusie

De toekomst is geen project dat gemanaged kan worden, maar een onverschillige consequentie van gedrag. Wie haar claimt te kennen, liegt. Wie beweert namens haar te spreken, manipuleert. En wie dat gelooft, doet precies wat van hem verwacht wordt: volgen, vrezen en zich moreel superieur wanen. De vraag “Hoe wordt het?” blijft liggen, omdat het eerlijke antwoord te weinig richting geeft en te veel verantwoordelijkheid vraagt.

De mens wil geen toekomst begrijpen. Hij wil haar horen aankomen, aangekondigd door iemand met gezag, zodat hij zelf niet hoeft na te denken. Dat noemen we vooruitzien. In werkelijkheid is het uitbesteed bijgeloof.

Aanvullende literatuurlijst

Voorspellen als Ritueel, Niet als Vaardigheid

Mens als voorspellend maar feilbaar organisme

  • Kahneman, D. (2011). Thinking, Fast and Slow.
    Over structurele overschatting, illusie van voorspelbaarheid en narratieve misleiding.
  • Gigerenzer, G. (2007). Gut Feelings.
    Wanneer intuïtie werkt – en vooral wanneer niet.
  • Taleb, N.N. (2007). The Black Swan.
    De toekomst als domein van het onvoorstelbare, ondanks zelfverzekerde voorspellers.
  • Taleb, N.N. (2010). The Bed of Procrustes.
    Aforistische ontleding van intellectuele arrogantie en schijnzekerheid.
  • Tetlock, P. (2005). Expert Political Judgment.
    Empirische sloop van politieke en geopolitieke voorspellingen.
  • Tetlock, P. & Gardner, D. (2015). Superforecasting.
    Interessant juist omdat het laat zien hoe uitzonderlijk echte voorspelvaardigheid is.

Voorspellen als macht, moraal en ritueel

  • Arendt, H. (1969). On Violence.
    Macht versus waarheid; overtuiging als instrument.
  • Weber, M. (1922). Wirtschaft und Gesellschaft.
    Legitimiteit, gezag en de rol van profetische taal.
  • Bourdieu, P. (1991). Language and Symbolic Power.
    Woorden als sociale wapens.
  • Foucault, M. (1975). Discipline and Punish.
    Discours als sturingsmechanisme.
  • Foucault, M. (1976). The History of Sexuality, Vol. I.
    Waarheid als product van macht, niet als ontdekking.

Angst, massa en morele gijzeling

  • Canetti, E. (1960). Crowds and Power.
    Klassiek werk over massa, richting en gehoorzaamheid.
  • Le Bon, G. (1895). The Crowd.
    Verouderd maar nog steeds raak in massapsychologie.
  • Becker, E. (1973). The Denial of Death.
    Angst als motor van cultuur en geloofssystemen.
  • Sapolsky, R.M. (2017). Behave.
    Context, stress en moraliteit als biologie-in-actie.

Religieuze en seculiere parallellen

  • Girard, R. (1977). Violence and the Sacred.
    Offer, schuld en collectieve geruststelling.
  • Girard, R. (1986). The Scapegoat.
    Morele projectie als groepsmechanisme.
  • Illich, I. (1971). Deschooling Society.
    Institutionalisering van geloof in systemen.
  • Eliade, M. (1959). The Sacred and the Profane.
    Ritueel denken in seculiere vermomming.

Moderne kritiek op vooruitgangsmythes

  • Gray, J. (2002). Straw Dogs.
    Menselijke irrationaliteit zonder humanistisch decor.
  • Gray, J. (2007). Black Mass.
    Politieke ideologieën als seculiere eschatologie.
  • Bauman, Z. (2000). Liquid Modernity.
    Onzekerheid vermomd als flexibiliteit.
  • Haidt, J. (2012). The Righteous Mind.
    Moraal als intuïtief, groepsgebonden en narratief gestuurd.

Ook interessant voor jou!