Over hoe systemen het instinct temmen
(en waarom dat niet altijd goed is)
Terug naar de chaos – Een pleidooi voor spel zonder scripts
“We zijn geboren in een spel, maar leven in een handleiding.”
Er was een tijd dat spelen vrij was. Dat winnen geen score was, maar impact. Dat regels ontstonden tijdens het spel — uit noodzaak, uit onderlinge afstemming, uit de fysieke dynamiek van het moment. Het was de oertijd van het spel, de pre-bureaucratische fase van sport, samenleving en menselijk gedrag. Maar die tijd hebben we ingeruild voor scripts. Voor formats. Voor handleidingen die we meekrijgen nog vóór we leren lopen.
In plaats van het leven te ervaren als een reeks open situaties, zijn we het gaan beschouwen als een door anderen geschreven toneelstuk. Wie geboren wordt, krijgt zijn rol toebedeeld, zijn tekst voorgeschoteld, zijn bewegingsruimte afgebakend. En God verhoede dat je van het script afwijkt — want dan ben je ‘ongepast’, ‘lastig’, ‘ongeciviliseerd’. Dan ben je een Abidi, een linkspoot, een anarchist in een choreografie van conformiteit.
Spel zonder scripts is gevaarlijk — en dus vruchtbaar
Chaos schrikt af. Want chaos betekent risico. Chaos betekent verantwoordelijkheid. Chaos betekent dat je zelf moet denken, handelen, inschatten — zonder vangnet, zonder jury, zonder garantie. Dat is beangstigend voor het gedomesticeerde dier dat wij geworden zijn. Zoals Illich (1971) het scherp stelde: onderwijs is geen verrijking, maar een vorm van inlijving in het systeem. We leren gehoorzamen, niet begrijpen. En wie leert gehoorzamen, leert nooit echt spelen.
De vechter weet dit. Of zou het moeten weten. Want in de ring werkt het script niet. Het script faalt als de tegenstander improviseert, of weigert het spel mee te spelen. Dan pas zien we wie kan voelen, reageren, domineren. Dan komt de chaos terug — en met die chaos: leven.
Spel zonder scripts is dus gevaarlijk. Maar juist daarom is het noodzakelijk. Want alleen daar ontstaat echte vaardigheid: niet gebaseerd op modeltrouw, maar op situationeel meesterschap. Alleen daar ontstaat karakter: niet als rol, maar als reactie. En alleen daar ontstaat waarde: niet door externe beloning, maar door interne bevestiging.
De tragiek van onze moraal: empathie als schaamlap voor egoïsme
Maar we durven dat niet. We willen chaos, maar met vangrails. We willen winnen, maar zonder geweld. We willen domineren, maar beleefd. We willen egoïsme, maar noemen het ‘assertiviteit’. We willen macht, maar tonen empathie. We bouwen een wereld waarin hypocrisie niet het gevolg is van misleiding, maar van structurele zelfleugen.
Dennett (1991) noemt het de evolutionaire geboorte van ethiek: bewustzijn ontwikkelt een ‘reason-giver’ die gedrag retrospectief rechtvaardigt. Niet omdat we moreel zijn, maar omdat we het willen lijken. De moraal komt ná de daad. Niet vóór. We zijn niet ethisch, we zijn goed in het legitimeren van onze instincten. Zoals Ayn Rand’s individualisme altijd functioneerde als morele camouflage voor roofzuchtige zelfverwerkelijking: “Greed is good” — zolang je het maar weet te framen als vrijheid.
Hetzelfde zien we in sport. We willen winnen, maar alleen als het er esthetisch uitziet. We willen geld, maar alleen als het ‘verdiend’ is. We willen onderdrukken, maar slechts in dienst van het ‘team’. We willen regels overtreden, maar alleen binnen het reglement. De hypocrisie is stelselmatig. En erger: systemisch.
Een pleidooi voor gecontroleerde chaos
Wat te doen? Niet de regels afschaffen. Niet terug naar de straatgevechten van de jaren ’30. Maar wél: ruimte creëren voor het niet-voorspelbare, het ongescripte, het improviserende. In sport. In onderwijs. In mens-zijn.
Train niet op perfectie, maar op aanpassing. Train niet op het antwoord, maar op het herkennen van vragen. Leer denken buiten de categorie, slaan buiten de stijl, bewegen buiten het model. En vooral: leer kijken. Niet naar de jury. Niet naar het scorebord. Maar naar de tegenstander. Naar de ruimte. Naar het moment.
Dat is het spel. Dat is het leven. En dat is wat we kwijt dreigen te raken onder de verstikkende deken van regels die niets meer meten, maar alles beheersen.
Epiloog: De ring als spiegel
De ring liegt niet. Hij toont wie je bent. Niet wie je speelt. Niet wat je zegt. Maar wat je doet als het script verdwijnt. De ring is geen arena van sport, maar van ontmaskering. En wie daarin durft te staan — met open vizier, zonder script — speelt het enige spel dat er echt toe doet.
Niet om te winnen. Maar om te zijn.
Literatuurlijst
· Barthes, R. (1972). Mythologies. New York: Hill and Wang.
· Bernstein, N. A. (1967). The coordination and regulation of movements. Oxford: Pergamon Press.
· Bourdieu, P. (1984). Distinction: A social critique of the judgement of taste. Cambridge, MA: Harvard University Press.
· Dennett, D. C. (1991). Consciousness explained. Boston: Little, Brown and Co.
· Foucault, M. (1975). Discipline and punish: The birth of the prison. New York: Pantheon Books.
· Gigerenzer, G. (2000). Adaptive thinking: Rationality in the real world. New York: Oxford University Press.
· Goffman, E. (1959). The presentation of self in everyday life. Garden City, NY: Doubleday Anchor.
· Illich, I. (1971). Deschooling society. New York: Harper & Row.
· Kahneman, D. (2011). Thinking, fast and slow. New York: Farrar, Straus and Giroux.
· Rand, A. (1964). The virtue of selfishness: A new concept of egoism. New York: New American Library.
· Sapolsky, R. M. (2005). The influence of social hierarchy on primate health. Science, 308(5722), 648–652. https://doi.org/10.1126/science.1106477
· de Saussure, F. (1916/1983). Course in general linguistics. London: Duckworth.
· Schmidt, R. A. (1975). A schema theory of discrete motor skill learning. Psychological Review, 82(4), 225–260. https://doi.org/10.1037/h0076770
· Taleb, N. N. (2012). Antifragile: Things that gain from disorder. New York: Random House.
…
