Dit essay wordt voorafgegaan door twee inleidingen, omdat rol en positie bepalen hoe dezelfde werkelijkheid gelezen wordt.
U bent uitstekend getraind. Dat is het probleem.
Beste lezer,
U sport.
U volgt regels.
U beweegt correct.
U functioneert.
Dat is geen toeval. Dat is training.
Of beter gezegd: dressuur.
In het bijgevoegde essay wordt geen aanval gedaan op sport, maar op wat sport doet. Niet incidenteel, maar structureel. Niet slechtbedoeld, maar efficiënt.
U leest over:
· waarom beginners worden getemd
· waarom toppers minder hoeven te werken
· waarom “veilig trainen” vaak leervernietiging is
· waarom burn-out, blessures en vroegspecialisatie geen ongelukken zijn
· en waarom sport een uitstekende voorbereiding blijkt op bureaucratie, management en politiek
Met dank aan Ivan Illich, Jean Baudrillard en Robert Sapolsky – niet als autoriteiten, maar als medeplichtigen aan het ontmantelen van illusies.
Dit is geen oproep tot hervorming.
Geen pleidooi voor “andere regels”.
Geen veilig alternatief.
Het is een observatie:
dat wat wij training noemen, vaak conditionering is.
Dat wat wij volwassenheid noemen, vaak geslaagde domesticatie is.
Wie zich hier comfortabel bij voelt, heeft niets te vrezen.
Wie zich licht geïrriteerd voelt, zit goed.
Wie boos wordt, herkent iets.
Lees het wanneer u tijd heeft.
Of wanneer u merkt dat alles soepel loopt, maar niets meer schuurt.
Met sportieve groet,
(en dat bedoel ik dit keer niet geruststellend)
Peter Koopman
Gefeliciteerd. Uw training werkt perfect.
Beste trainer,
Uw lessen zijn veilig.
Uw technieken correct.
Uw groep gedisciplineerd.
Uw gevorderden ontspannen.
Dat is geen toeval. Dat is succes.
U heeft bereikt wat elk systeem nastreeft:
lichamen die doen wat u verwacht,
op het moment dat u het verwacht,
zonder u te verrassen.
U heeft chaos geëlimineerd.
Variatie teruggebracht.
Angst functioneel ingezet.
En nu het slechte nieuws:
precies daardoor leert niemand meer vechten.
In het bijgevoegde essay wordt geen beginnersromantiek verdedigd en geen anarchie verkocht. Het beschrijft simpelweg wat er gebeurt wanneer vorm belangrijker wordt dan inferentie, en veiligheid belangrijker dan leren.
U leest onder andere:
· waarom beginners “gevaarlijk” zijn (en waarom dat leerzaam is)
· waarom toppers minder inspanning leveren (en waarom dat geen compliment is)
· waarom herhaling efficiënt maakt, maar fragiel
· waarom blessures, burn-out en vroegspecialisatie systeemlogisch zijn
· en waarom u geen vak overdraagt, maar gedrag normaliseert
Dit is geen persoonlijke aanval.
Het is structurele anatomie.
Zoals Ivan Illich al wist:
instituties gaan onderwijzen hoe men zich moet gedragen binnen henzelf.
Zoals Jean Baudrillard liet zien:
als de simulatie goed genoeg werkt, wordt de werkelijkheid hinderlijk.
En zoals Robert Sapolsky zou zeggen:
het organisme kiest altijd de weg van minste weerstand — ook dat van u.
Als u zich hier ongemakkelijk bij voelt: goed.
Als u boos wordt: uitstekend.
Als u denkt “zo bedoel ik het niet”: dat denkt iedereen.
Lees het stuk niet om het ermee eens te zijn.
Lees het om te controleren of uw gezag berust op bekwaamheid
of op het feit dat niemand u nog durft te verrassen.
Met sportieve groet,
(u weet inmiddels wat dat betekent)
Peter Koopman
Vechten als Inferentieel Vak, Sport als Vormpolitie
Over simulacra, conditionering en de infantilisering van bekwaamheid
Abstract
Wat in de moderne vechtsport doorgaans ‘training’ heet, blijkt bij nadere analyse geen ontwikkeling van gevechtsbekwaamheid, maar een systeem van gedragsconditionering. Binnen strak gereguleerde sportcontexten worden voorspelbaarheid, vormcorrectheid en energie-efficiëntie structureel beloond, terwijl inferentie, adaptiviteit en autonomie worden ontmoedigd of bestraft.
Aan de hand van een concreet praktijkvoorbeeld laat dit essay zien hoe beginners vroegtijdig worden genormaliseerd, hoe creativiteit wordt onderdrukt onder het mom van veiligheid, en hoe sport zich ontwikkelt tot een simulacrum dat niet langer naar vechten verwijst, maar uitsluitend naar zichzelf.
Deze dynamiek heeft fysiologische en psychologische consequenties: trainingsarmoede aan de top, ‘onverklaarbare’ blessures, burn-out en vroegtijdige uitval zijn geen incidenten, maar systeemlogische uitkomsten. De analyse wordt vervolgens geëxtrapoleerd naar bureaucratie, management en politiek, waar dezelfde mechanismen van voorspelbaarheid, statusbescherming en gedragsdisciplinering werkzaam zijn.
Het essay betoogt dat sport in haar huidige vorm infantiliserend werkt: zij traint gehoorzaamheid waar volwassen oordeelskracht nodig is. Niet als moreel verwijt, maar als structurele constatering.
Hoofdstuk 1. Het praktijkvoorbeeld
Herkent u dit?
De beginner staat tegenover een hoog gegradueerde.
Andere band. Andere status. Andere spanning. Andere stilte in de zaal.
Hij is gespannen. Hij beweegt onhandig. Zijn bewegingen zijn stijf, ongecoördineerd, zoekend. Niet omdat hij agressief is, maar uit onzekerheid. Hij niet weet wat hij moet verwachten. Zijn lichaam tast af, probeert, gokt. Zonder grammatica. Hij beweegt niet “fout” — hij beweegt zonder model. Hij heeft nog geen model. Alleen een probleem: iemand tegenover zich die hem kan raken.
De geoefende ziet het onmiddellijk.
Niet als leerfase, maar als risico.
Binnen seconden volgt de correctie:
een harde, schone, zuivere, onmiskenbare dreun.
Niet per se om te scoren.
Maar om te temmen, om te ordenen.
Het effect is onmiddellijk en voorspelbaar:
· schrik
· angst
· vernauwing
· passiviteit
De zaal ontspant. De beginner durft niets meer te proberen.
De zaal ademt weer rust.
De hiërarchie is hersteld.
Men noemt dit veilig trainen.
In werkelijkheid is het iets anders: de eliminatie van afwijking.
Wat hier werkelijk gebeurt (en wat men niet wil zien)
Dit moment is geen incident.
Het is een rite.
Wat hier plaatsvindt is geen techniekoverdracht, maar modeldisciplinering. De beginner leert niet hoe hij moet bewegen, maar hoe hij niet mag bewegen.
De les luidt:
· verras niet
· wijk niet af
· experimenteer niet
· blijf leesbaar
Dit is geen vechtsportlogica, maar institutionele logica.
Hier zou Ivan Illich rechtop in zijn graf gaan zitten, want dit is exact wat hij beschreef:
instituties die hun oorspronkelijke functie verraden om zichzelf te behouden.
Waarom dit paradigma niet werkt
Het dominante trainingsparadigma steunt op drie aannames:
1. Er bestaat een juiste vorm
2. Die vorm is overdraagbaar
3. Afwijking is gevaarlijk
Maar vechten werkt niet zo.
Vechten is geen reproductieprobleem.
Het is een inferentieprobleem.
Scoren ontstaat niet door correcte uitvoering, maar doordat de ander te laat begrijpt wat er gebeurt. Verrassing is geen bijzaak, maar het mechanisme zelf.
Een beginner die “rommelig” beweegt:
· doorbreekt verwachtingspatronen
· injecteert prediction error
· creëert onverwachte treffers
Dat maakt hem pedagogisch waardevol, maar status-technisch onacceptabel.
En precies daarom wordt hij gecorrigeerd.
Procrustes in karatepak
De mythe is oud. De methode ook.
Procrustes had een bed.
Wie te groot was, werd afgezaagd.
Wie te klein was, werd uitgerekt.
De moderne variant draagt een karatepak en zegt:
· “Zo doen wij dat hier”
· “Doe normaal”
· “Techniek eerst”
· “Anders is het gevaarlijk”
Het bed is:
· de stijl
· de traditie
· de esthetiek
· het examenprogramma
Het lichaam moet zich aanpassen.
Niet andersom.
Persoonlijke eigenschappen — lengte, timing, durf, motorische voorkeur, waarnemingsstijl — worden afgevlakt ten gunste van voorspelbaarheid.
Dat is geen leren.
Dat is normaliseren.
Waarom dit vooral de geoefenden dient
Dit paradigma werkt uitstekend…
voor wie er al is.
· De trainer behoudt zijn gezag
· De gevorderde behoudt zijn status
· De stijl blijft herkenbaar
· De hiërarchie blijft intact
Wat sneuvelt:
· creativiteit
· adaptiviteit
· inferentieel vermogen
· echte gevechtsbekwaamheid
De beginner wordt veilig gemaakt.
De sport wordt schoon.
Het vak wordt uitgehold.
Het ongemakkelijke antwoord aan de aanhangers
Aan wie dit verdedigt met “veiligheid”, “respect” of “traditie” is het antwoord eenvoudig:
Veiligheid die exploratie verbiedt, is geen veiligheid maar beheersing.
Respect dat verrassing strafbaar stelt, is geen respect maar rangbescherming.
Traditie die variatie niet verdraagt, is geen vak maar folklore.
Of scherper:
Wie verrassing uit training bant, bant het scoren uit het vechten.
Wat overblijft is choreografie met blessurerisico en moreel gezag.
Overgang (naar de rest van het essay)
Van hieruit moeten we verder kijken:
· naar waarom trainers dit niet kunnen zien
· naar hoe voorspelling en intentie werkelijk getraind worden
· naar alternatieve trainingsvormen
· en naar de institutionele belangen die dit blokkeren
Maar één ding is nu helder:
Vechten in sport is geen natuurtoestand. Het is een kunstmatig selectiekader.
Vechten is een inferentieel vak.Sport heeft het gedegradeerd tot vormpolitie.
Illich mag weer gaan liggen.
Voorlopig heeft hij gelijk gekregen. Regels zijn geen randvoorwaarden, regels zijn het spel.
Stelling:
Moderne vechtsport traint geen gevechtsbekwaamheid, maar conditioneert gedrag binnen een regelsimulatie die status, voorspelbaarheid en energie-efficiëntie bevoordeelt boven inferentie, adaptiviteit en autonomie.
Energie-economie is geen keuze, geen mentaliteit en geen cultuurproduct.
Zij is het directe gevolg van homeostase: het fundamentele biologische principe dat organismen streven naar interne stabiliteit met minimaal energieverlies.
Klassiek geformuleerd door Walter Cannon.
Wat sport doet, is niet tegen dit principe ingaan, maar het instrumentaliseren:
· regels reduceren onzekerheid
· herhaling reduceert variatie
· status beschermt stabiele posities
· angst corrigeert afwijking
Het systeem beloont precies dat gedrag dat homeostatisch goedkoop is.
Hoofdstuk 2. Regels zijn gedragsdeterminanten, geen bureaucratische bijlage
Een wedstrijdreglement bepaalt:
· wat telt als “succes” (scoring)
· wat verboden is (sancties)
· welke tijd- en ruimtevensters bestaan
· welk materiaal wel/niet mag
· welke risico’s je wel/niet mag nemen
Dat is evolutionair gezien een selectieomgeving: je krijgt een “fitnessfunctie” opgelegd. Het organisme past zich aan. Punt.
Dus ja: binnen mijn mensbeeld is sport simpelweg een mini-maatschappij met een strak afgebakende moraal. Vandaag is een tik op het hoofd een punt, morgen een misdrijf, overmorgen een reclamecampagne.
De opgave is niet “word beter”, maar “win binnen dit score-algoritme”
De kernzin die ik hier eigenlijk neerzet:
Training is het optimaliseren van je persoonlijke specificiteit tegen een specifieke opgave in een gedetermineerde context.
En daar hoort meteen bij:
· “Beter worden” zonder opgaveanalyse is fitnessporno.
· Techniek trainen zonder scorelogica is esthetiek.
· Hard trainen zonder spelbegrip is arbeidsmoraal met handschoenen aan.
Het bandensysteem: kleur als disciplinair instrument
Het bandensysteem in karate vormt een van de meest efficiënte disciplinerende mechanismen in de sportwereld. Het fungeert gelijktijdig als statusmarker, gedragsregelaar, motivatie-instrument en hiërarchische ordening.
De impliciete boodschap is helder: vooruitgang betekent vormcorrectie, afwijking betekent onkunde, gezag is zichtbaar en kleur bepaalt legitimiteit.
De karateka leert niet primair hoe hij moet vechten, maar hoe hij moet lijken op iemand die mag vechten.
Kata, examens en vaste technieken produceren een lichaam dat herkenbaar, voorspelbaar en esthetisch correct is. Inferentie, improvisatie en contextgevoelig handelen verdwijnen naar de marge.
Het bandensysteem:
· beloont gehoorzaamheid
· bestraft experiment
· maakt correctie sociaal onontkoombaar
Wie afwijkt, valt op.
Wie volgt, stijgt.
Dat dit systeem wereldwijd standhoudt, heeft weinig te maken met effectiviteit in strijd en alles met institutionele stabiliteit. Het is Procrustes, maar nu pedagogisch georganiseerd.
Waarom dit werkt:
– Het koppelt status expliciet aan vorm
– Het maakt domesticatie zichtbaar
– Het is herkenbaar voor vrijwel elke lezer
Analyse vóór training: de logische keten
Dit is de volgorde (en vrijwel iedereen doet hem omgekeerd):
1. Regels en scoringmodel
2. Opgaveprofiel van de discipline
3. Tegenstander-typologieën en metagame
4. Jouw specificiteit (fysiek, cognitief, emotioneel, technisch)
5. Gap-analyse
6. Trainingsdesign
7. Periodisering en toetsing
8. Bijstellen op data
De “gedegen analyse” waar ik op hamert is dus geen luxe, maar het fundament. Anders ben je gewoon druk.
Specificiteit is niet alleen fysiek, maar ook inferentieel
Jouw specificiteit bestaat uit meer dan:
· lengte, kracht, snelheid, conditie
Het bestaat óók uit:
· waarnemingssnelheid
· patroonherkenning
· stress-tolerantie
· timing-gevoeligheid
· bereidheid tot risico
· motorische flexibiliteit
Dat zijn precies de kwaliteiten die het vormpolitie-paradigma vroeg smoort, terwijl ze in het score-algoritme vaak doorslaggevend zijn.
Waar het huidige paradigma faalt, ook binnen regels
Het oude paradigma zegt:
· “Eerst perfecte techniek, dan toepassing”
Maar binnen een reglementaire context is dat vaak verkeerd omdat:
· de wedstrijd vraagt geen perfecte techniek, maar punten-efficiënt gedrag
· timing en ruimtebezetting winnen van schoonheid
· “netjes” bewegen kan voorspelbaar worden binnen de metagame
· de beste techniek is soms de techniek die het minst verraadt
Dus ja: regels determineren, maar binnen die determinatie wint nog steeds degene die binnen het toelaatbare de verwachtingen kan manipuleren .
Praktisch: wat betekent dit voor trainingsinvulling?
Een trainer die dit snapt, maakt geen standaard les. Die bouwt een ecosysteem.
Je traint dan niet “trappen”, je traint bijvoorbeeld:
· scoren onder specifieke afstandsregels
· punten pakken met minimale risico-exposure
· clinch-management binnen tijdlimieten
· herstelstrategieën binnen ronde-structuur
· het uitlokken van strafbare reacties bij de ander (als dat loont)
· werken met materiaal dat het reglement bevoordeelt
En alles daarvan moet passen bij dit “model”: jouw lichaam, jouw zenuwstelsel, jouw stijl.
Extrapolatie naar de grote mensenmaatschappij
In de maatschappij is het identiek:
· regels bepalen wat “succes” is (geld, status, diploma’s, likes)
· instituties bepalen wat verboden is
· tijd- en ruimteconstraints (agenda, huur, infrastructuur)
· materiaal (middelen, netwerk, toegang)
Mensen optimaliseren binnen het systeem.
En noemen dat vervolgens “vrijheid”.
Sport is eerlijker: het reglement liegt minder.
Voorlopige conclusie
Wie geen opgaveanalyse doet, traint niet voor winnen maar voor zelfbeeld.
Wie zijn specificiteit niet kent, traint niet voor ontwikkeling maar voor imitatie.
En wie regels ziet als bijzaak, wordt in de wedstrijd gecorrigeerd door de realiteit, meestal via de jury én via pijn.
Hoofdstuk 3. Vechtsport als botsing van voorspellers
Homeostase: waarom het systeem vanzelf deze vorm aanneemt
De beschreven energie-economie is geen culturele afwijking, maar een rechtstreeks gevolg van homeostase: het biologische principe dat organismen interne stabiliteit nastreven door fluctuaties te minimaliseren en energieverbruik te beperken.
Het zenuwstelsel is niet ontworpen om maximaal te leren, maar om niet te ontsporen.
Binnen een voorspelbare sportcontext gebeurt daarom iets structureels. Zodra een bewegingspatroon betrouwbaar leidt tot succes binnen het reglement, wordt het neurologisch en fysiologisch bevoordeeld. Variatie, onzekerheid en exploratie zijn energetisch duur en worden alleen getolereerd zolang zij noodzakelijk zijn.
Zodra stabiliteit is bereikt, wordt afwijking biologisch onnodig en institutioneel ongewenst.
De topsporter die “moeiteloos” beweegt, is geen bewijs van superieure inzet, maar van homeostatische optimalisatie. Zijn lichaam en zenuwstelsel hebben geleerd exact datgene te doen wat voldoende resultaat oplevert tegen minimale interne verstoring.
Dit verklaart waarom:
· toppers minder relatieve inspanning leveren
· trainingsprikkels afvlakken
· creativiteit verdwijnt naarmate het niveau stijgt
· en waarom het systeem zichzelf als vanzelf stabiliseert
Homeostase maakt het organisme meewerkend aan zijn eigen begrenzing.
De sportcontext benut dit principe maximaal. Door regels, herhaling en status te combineren, ontstaat een omgeving waarin biologisch logisch gedrag samenvalt met institutioneel gewenst gedrag. Het lichaam wordt niet gedwongen, maar uitgenodigd om zich aan te passen.
Dat deze aanpassing ten koste gaat van adaptiviteit, robuustheid en inferentieel vermogen is geen fout in het systeem, maar een bijproduct van succesvolle stabilisatie.
Sport infantiliseert niet omdat zij te streng is, maar omdat zij perfect aansluit bij de diepste biologische neiging van het organisme:
blijf waar je bent, verander zo weinig mogelijk, verspil geen energie.
Een geoefende vechter is geen betere waarnemer, maar een betere voorspeller.
De elite-atleet:
· anticipeert
· reduceert prediction error
· beweegt binnen bekende attractor-landschappen
· spaart energie
· minimaliseert verrassingen
De beginner:
· heeft geen stabiel motorisch model
· produceert ruis, geen intentie
· beweegt buiten conventionele patronen
· is dus statistisch gevaarlijk
Niet omdat hij goed is.
Maar omdat hij niet leesbaar is.
Waarom beginners gevaarlijk zijn (en dat niets met lef te maken heeft)
De klassieke misvatting:
“Beginners zijn onvoorspelbaar.”
Correctie:
Beginners zijn model-loos.
Volgens predictive processing:
· Vaardigheid = vernauwen van het voorspellingen-spectrum
· Meesterschap = extreme precisie binnen dat spectrum
· Creativiteit = gecontroleerde afwijking, niet willekeur
De beginner:
· genereert beweging zonder voorafgaande probabilistische verwachting
· breekt timing, afstand, ritme
· veroorzaakt onverwachte treffers
· verhoogt blessurerisico voor de geoefende
Dat maakt hem evolutionair gezien een slecht trainingsobject, maar een uitstekende stoorzender.
Het sterkste tegenargument (en waarom het niet klopt)
Het meest gehoorde verweer luidt:
“Zonder voorspelbaarheid is sport gevaarlijk. Onvoorspelbaarheid hoort niet in training.”
Dit bezwaar lijkt redelijk, maar berust op een foutieve gelijkstelling.
Voorspelbaarheid is geen synoniem voor veiligheid.
Variatie is geen synoniem voor chaos.
Een systeem dat veiligheid bereikt door gedragsvernauwing, verplaatst risico’s in de tijd. Het elimineert geen gevaar, maar verzamelt het. Wat niet geoefend mag worden, wordt ook niet begrepen.
Echte veiligheid ontstaat niet door het uitsluiten van onzekerheid, maar door het leren hanteren ervan. Dat vraagt gecontroleerde variatie, asymmetrische situaties en bescherming van exploratie — precies datgene wat het huidige sportparadigma afstraft.
Wat als veiligheid wordt gepresenteerd, is in werkelijkheid hiërarchische stabiliteit.
De paradox van vaardigheid: hoe beter je wordt, hoe kwetsbaarder je bent
De geoefende vechter:
· leest het lichaam van de ander
· anticipeert micro-signalen
· investeert minimaal (energetisch elegant)
· vertrouwt op herkenning
De beginner:
· liegt met zijn lichaam
· zendt valse signalen
· heeft geen ritme om te lezen
· forceert botsingen
Dit is exact waarom:
· ervaren boksers niet graag sparren met beginners
· judoka’s een hekel hebben aan “trekkers”
· worstelaars zenuwachtig worden van stijfheid
Niet uit arrogantie, maar uit zelfbehoud.
MMA: het vrije gevecht onder strak toezicht
MMA wordt vaak gepresenteerd als het tegenvoorbeeld: het domein waar vechten nog “echt” zou zijn. Die veronderstelling houdt geen stand. Ook MMA is een sterk gereguleerd ecosysteem, zoals vormgegeven door organisaties als de UFC en nationale atletische commissies.
Rondes, handschoenen, gewichtsklassen, verboden technieken en jurycriteria reduceren onzekerheid en standaardiseren afstand, timing en risico. Inferentie blijft noodzakelijk, maar uitsluitend binnen vooraf vastgelegde kaders.
De MMA-vechter leert optimaliseren voor:
· rondes
· juryperceptie
· energiebeheer
· dominante posities die zichtbaar scoren
Niet voor langdurige ambiguïteit.
Dat verklaart het ontstaan van dominante meta’s: wrestle-heavy gameplans, jab-controle, cage-dominantie. Het verklaart ook waarom onorthodoxe vechters soms snel succes hebben, maar even snel verdwijnen zodra zij zijn “gelezen”.
Het systeem tolereert verrassing slechts tijdelijk. Zodra zij kan worden genormaliseerd, verdwijnt zij uit de top.
MMA is daarmee geen vrij gevecht, maar een hooggeoptimaliseerde simulatie waarin variatie voortdurend wordt gereduceerd onder het mom van veiligheid en eerlijkheid.
Waarom dit werkt:
– Het voorkomt het standaardbezwaar “maar MMA dan?”
– Het laat zien dat regulering ≠ inferentie
– Het bevestigt jouw punt dat alle sporten dit doen
Angst als pedagogisch wapen: Procrustes in trainingspak
En dan komt de cruciale observatie.
De geoefende sporter deelt een enorme dreun uit zodat de beginner niets meer durft te proberen.
Dat is géén techniek.
Dat is modeldisciplinering.
Wat hier gebeurt:
· angst vernauwt het gedragsrepertoire
· exploratie wordt onderdrukt
· variatie verdwijnt
· predictability neemt toe
· de hiërarchie stabiliseert
Met andere woorden:
De beginner wordt gevormd tot een voorspelbaar object, zodat de meerdere zijn superioriteit kan blijven demonstreren.
Welkom bij Procrustes: niet het bed aanpassen aan het lichaam, maar het lichaam aan het bed.
Sport als anti-leersysteem
Binnen dit raamwerk zou je zeggen:
· leren = voorspellingen bijstellen
· fouten = noodzakelijke informatie
· exploratie = voorwaarde voor vaardigheid
Maar de sportpraktijk zegt:
· fouten zijn gevaarlijk
· verrassing is ongewenst
· hiërarchie gaat vóór leren
· veiligheid van de elite > ontwikkeling van de novice
Hier faalt het impliciete optimisme. (Anil Seth, Being You)
Niet het brein, maar het instituut blokkeert leren.
Waarom creativiteit sneuvelt in gyms
Creativiteit in vechtsport vereist:
· tolerantie voor ruis
· gecontroleerd risico
· asymmetrische sparvormen
· bescherming van exploratie
Wat vaak gebeurt:
· “Doe normaal”
· “Niet zo raar”
· “Zo doen wij dat hier”
· “Anders krijg je er één”
Dat is geen coaching.
Dat is cultuurbehoud door intimidatie.
Pijn als leermechanisme? Ja. Maar selectief.
Laat één misverstand sneuvelen:
Pijn kan leren ondersteunen.
Maar:
· alleen als hij informatief is
· alleen als hij doseerbaar is
· alleen als hij begrepen wordt
Een onverwachte dreun:
· leert geen techniek
· leert geen timing
· leert geen structuur
· leert slechts: stop met proberen
Dat is geen motorisch leren.
Dat is conditionering door angst.
Hier zou Nikolai Bernstein grijnzen:
“Repetition without variation is not learning.”
Conclusie (zonder sportromantiek)
Wat ik hier beschrijft is geen incident, maar een structureel mechanisme:
· Meesterschap vereist voorspelbaarheid
· Beginners verstoren die voorspelbaarheid
· De hiërarchie corrigeert via pijn
· Exploratie wordt opgeofferd
· Het systeem blijft intact
Of in biologische termen:
Sport beschermt niet primair leren, maar status en lichamelijke kapitaalinvesteringen.
Seth verklaart hoe het brein voorspelt.
De dojo laat zien wie daarvan profiteert.
Hoofdstuk 4. Simulacra in de vechtsport – waarom niemand nog weet wat echt vechten is
De sport als simulacrum van vechten
Hier moeten we onverbiddelijk zijn.
Wat vandaag “vechtsport” heet, is geen afspiegeling meer van vechten, maar een simulacrum in de zin van Jean Baudrillard:
een systeem dat niet langer naar een werkelijkheid verwijst, maar alleen nog naar zichzelf.
De sport:
· imiteert vechten
· verwijst naar eerdere sportvormen
· legitimeert zichzelf via regels
· en noemt dat realiteit
Niemand kent nog de werkelijkheid.
Niet de beginner. Niet de trainer. Niet de bond. Niet de kampioen.
Men kent het model.
Regels als gedragsdeterminanten
Laat één misverstand verdwijnen: regels zijn geen randvoorwaarden.
Regels produceren gedrag.
Het reglement bepaalt:
· wat telt als score
· wat risico is
· wat loont
· wat afgestraft wordt
· welk lichaam optimaal is
Daarmee creëert sport een gedetermineerde ecologie.
Een kunstmatige selectieomgeving.
Binnen die context is de sporter geen vrijvechtend organisme, maar een optimalisatie-algoritme: hij leert precies dat gedrag dat binnen het scoremodel rendeert.
Dat is geen kritiek. Dat is een constatering.
Het probleem ontstaat wanneer men deze kunstmatige logica verwart met de werkelijkheid van vechten.
De specifieke opgave, niet het algemene ideaal
Elke discipline kent een specifieke opgave:
· ruimte
· tijd
· materiaal
· scoring
· sancties
Wie daar niet eerst een analyse van maakt, traint blind.
De logica is simpel:
1. Reglement → gedragsselectie
2. Opgave → succescriteria
3. Atleet → specificiteit
4. Training → optimalisatie
Maar de sportwereld doet het omgekeerd:
· men begint bij techniek
· verheft die tot ideaal
· en dwingt elk lichaam erin
Daar verschijnt hij weer: Procrustes in karatepak.
Olympische judo: wanneer inferentie wordt vervangen door jurisprudentie
Olympische judo laat bij uitstek zien hoe een vechtsport zichzelf loszingt van vechten en volledig opgaat in haar eigen simulatie. Onder regie van de International Judo Federation is het reglement in de afgelopen decennia systematisch aangepast: beenaanvallen werden verboden, gripgevechten ingeperkt, passiviteit streng bestraft en wedstrijden versneld.
De officiële rechtvaardiging luidt steevast: veiligheid, spektakel en begrijpelijkheid. De feitelijke uitkomst is voorspelbaar. Het bewegingsrepertoire vernauwt, ambiguïteit verdwijnt en de judoka leert handelen binnen een strak juridisch kader.
De moderne judoka hoeft niet langer langdurig intenties te maskeren, energie te doseren over onzekerheid of te opereren in onduidelijke grip-situaties. Hij leert scoren binnen korte tijdvensters, handelen vóór de scheidsrechter ingrijpt en risico’s vermijden die niet reglementair lonen.
Wat resteert is geen inferentieel robuuste vechter, maar een punt-geoptimaliseerde judoka.
Dat Olympische judoka’s buiten hun context vaak moeite hebben met niet-gereguleerd gripwerk, langdurige clinches of onorthodoxe tegenstanders is geen persoonlijke tekortkoming. Het is een logische consequentie van een systeem dat vechten heeft vervangen door bewegende jurisprudentie.
Judo vecht niet meer tegen een tegenstander, maar tegen het reglement — en wint.
Waarom dit werkt:
– Het maakt simulacrum concreet
– Het toont reglementaire selectie in actie
– Het vermijdt nostalgie (“vroeger was het beter”)
– Het bevestigt jouw these zonder moreel oordeel
Vorm als statussysteem
Waarom blijft dit paradigma bestaan?
Omdat status eraan hangt.
· Trainers ontlenen gezag aan herkenbare vormen
· Gevorderden ontlenen status aan voorspelbaarheid
· Bondssystemen ontlenen macht aan uniformiteit
Een beginner die rommelig beweegt maar tóch scoort:
· ondermijnt de esthetiek
· verstoort de hiërarchie
· stelt de expertise ter discussie
Dus wordt hij:
· gecorrigeerd
· genormaliseerd
· geïntimideerd
Niet om te leren, maar om het systeem leesbaar te houden.
Hier staat Ivan Illich inderdaad rechtop in zijn graf: dit is institutionalisering in zijn zuiverste vorm. Leren wordt toegestaan zolang het de structuur bevestigt.
Inferentie verdwijnt, vorm blijft over
Vechten als vak draait om:
· intentieherkenning
· timing
· ambiguïteit
· verrassing
Scoren impliceert verrassen.
Altijd.
Maar verrassing is:
· gevaarlijk voor gevorderden
· bedreigend voor trainers
· oncontroleerbaar voor systemen
Dus wordt zij uitgebannen.
Wat overblijft:
· nette beweging
· correcte techniek
· veilige voorspelbaarheid
Dat is geen inferentieel vak meer.
Dat is choreografie met competitie-elementen.
Blessures, ironisch genoeg
De ironie is pijnlijk.
Het paradigma dat zegt “dit doen we voor de veiligheid”:
· produceert juist blessures
· omdat het mensen leert bewegen volgens vaste patronen
· die falen zodra de context afwijkt
Een lichaam dat alleen binnen één model mag bestaan, breekt zodra het model faalt.
Niet omdat het zwak is.
Maar omdat het ontleerd is om te interpreteren.
Simulacra tot het einde
De sportwereld leeft inmiddels volledig binnen het simulacrum:
· techniek verwijst naar techniek
· stijl verwijst naar stijl
· examens verwijzen naar examens
· kampioenen verwijzen naar rankings
De vraag “werkt dit in een werkelijk gevecht?” is:
· ongepast
· irrelevant
· zelfs verdacht
De werkelijkheid stoort het model.
En dus kent niemand haar nog.
Slot – een beuk, geen knikje
Vechtsport is geen training in vechten.
Het is training in functioneren binnen een regelsimulatie.
Dat is niet erg.
Maar doe dan niet alsof je het vak onderwijst.
Wie vorm verwart met bekwaamheid,
wie veiligheid gebruikt om status te beschermen,
wie verrassing uitbant en het toch vechten noemt,
leert mensen geen strijd, maar gehoorzaamheid in sportkleding.
Vechten is een inferentieel vak.Sport heeft het vervangen door vormpolitie.
En zolang niemand dat durft toe te geven,
blijft de sportwereld vechten tegen een werkelijkheid
die zij zelf al lang heeft afgeschaft.
Trainingsbelasting: waarom toppers minder hoeven te werken
In een voorspelbare context gebeurt iets onontkoombaars:
· het organisme leert anticiperen
· variatie neemt af
· foutcorrectie wordt minimaal
· energieverbruik daalt
Dit is geen mentale luiheid, maar biologische efficiëntie.
Het zenuwstelsel is erop gebouwd om arbeid te minimaliseren.
De geoefende sporter:
· herkent patronen vroeg
· hoeft minder spiermassa te activeren
· kiest zuinige bewegingsoplossingen
· vermijdt energetisch dure onzekerheid
Resultaat:
Hoe hoger het niveau binnen een stabiel systeem, hoe lager de relatieve inspanning.
Dat voelt als meesterschap.
En fysiologisch is het dat ook.
Waarom herhaling vanzelf lichter wordt
Herhaling binnen een vaste context leidt tot:
· motorische automatisering
· reductie van co-contractie
· betere timing
· lagere neurale kosten
Met andere woorden:
· dezelfde output
· tegen minder metabolische prijs
Daarom lijken toppers:
· ontspannen
· “moeiteloos”
· koel
· superieur
Niet omdat ze harder werken,
maar omdat ze binnen het simulacrum perfect geoptimaliseerd zijn.
Het paradoxale gevolg: trainingsarmoede aan de top
En hier keert het zich tegen zichzelf.
Omdat:
· de context voorspelbaar is
· de bewegingen strak gereguleerd zijn
· de tegenstanders hetzelfde model belichamen
neemt de trainingsprikkel af.
De sporter:
· beweegt veel
· zweet
· maar belast zichzelf nauwelijks nog adaptief
Wat overblijft is:
· onderhoud
· niet ontwikkeling
· volume zonder verrassing
De training wordt energetisch goedkoop,
maar informatief arm.
Waarom dit juist beginners en creatieven treft
De beginner:
· verbruikt veel energie
· omdat alles onzeker is
· elke beweging kost aandacht
· elke actie vraagt volledige betrokkenheid
Dat is precies wat leren is.
Maar zodra hij:
· genormaliseerd wordt
· strak gestuurd
· angstig gemaakt
verliest hij:
· variatie
· exploratie
· leerpotentieel
Hij wordt sneller “efficiënt”,
maar te vroeg.
De energetische economie wordt bereikt
voordat de inferentiële rijkdom is opgebouwd.
De verborgen statuswinst voor gevorderden
Dit verklaart ook iets ongemakkelijks:
De gevorderde die pleit voor:
· “rustig trainen”
· “controle”
· “techniek boven alles”
doet dat niet alleen uit zorg,
maar ook omdat:
deze context zijn energiek voordeel maximaliseert.
Hij hoeft:
· minder risico te nemen
· minder onverwachte belasting te verdragen
· minder te investeren
Zijn status blijft intact tegen lage fysiologische kosten.
Dat is geen kwaadaardigheid.
Dat is organismisch opportunisme.
Simulacrum + energie-economie = gesloten systeem
Nu valt alles samen:
· sport als simulacrum
· vorm als statussysteem
· regels als gedragsdeterminanten
· herhaling als energiereductie
Het resultaat is een gesloten ecologie waarin:
· toppers weinig leren
· beginners vroeg worden ingeperkt
· creativiteit wordt afgestraft
· en “belasting” wordt verward met “arbeid”
Men traint veel.
Maar ontwikkelt weinig.
De harde consequentie
In zo’n systeem geldt:
· wie zich het best heeft aangepast aan de simulatie
· levert de minste inspanning
· en wordt het meest bewonderd
Tot het systeem verandert.
Of de context breekt.
Of de werkelijkheid zich aandient.
Dan blijkt:
· het lichaam economisch
· maar inferentieel arm
· technisch correct
· maar contextueel naïef
De topsporter in een voorspelbaar systeem is geen harder werker, maar een beter geoptimaliseerde spaarder.
Efficiëntie wordt aangezien voor superioriteit, terwijl de rekening elders ligt.
Overbelasting en “onverklaarbare” blessures
Wanneer efficiëntie informatie vernietigt
De sport verklaart blessures graag met:
· pech
· overbelasting
· “te weinig herstel”
· “verkeerde belasting-opbouw”
Dat is comfortabel. En grotendeels onwaar.
Wat hier werkelijk gebeurt in een voorspelbaar, gereguleerd systeem:
· het bewegingsrepertoire vernauwt
· dezelfde patronen worden eindeloos herhaald
· variatie verdwijnt
· adaptieve ruis wordt geëlimineerd
Het organisme wordt efficiënt, maar fragiel.
Een lichaam dat:
· altijd binnen dezelfde hoeken beweegt
· dezelfde timing herhaalt
· dezelfde krachten verwerkt
bouwt geen robuustheid op, maar lokale optimalisatie.
De blessure is dan geen toeval, maar een statistisch onvermijdelijk gevolg van:
· herhaling zonder exploratie
· belasting zonder informatiewinst
Of scherper:
De blessure verschijnt precies daar waar het systeem het minst geleerd heeft.
Dat men dit “onverklaarbaar” noemt, zegt alles over het kennisniveau van het paradigma.
Burn-out in de topsport
Als efficiëntie ook subjectief leegloopt
Burn-out wordt vaak psychologisch geframed:
· druk
· verwachtingen
· media
· falen
Maar fysiologisch en cognitief gezien gebeurt iets anders.
In een sterk gereguleerd sportbestel:
· neemt verrassing af
· verdwijnt exploratie
· wordt leren onderhoud
· wordt spanning administratief
De sporter:
· doet wat hij al kan
· binnen bekende kaders
· met steeds minder nieuwe informatie
Dat is cognitief dodelijk.
Het organisme is geëvolueerd om:
· onzekerheid te reduceren
· maar niet om haar volledig uit te bannen
Zonder onzekerheid:
· geen betekenis
· geen urgentie
· geen leerwaarde
De burn-out is geen zwakte.
Het is een signaal van informatie-arme arbeid.
Daar zou Robert Sapolsky droog opmerken:
chronische stress zonder controle is slecht,
maar chronische voorspelbaarheid zonder betekenis is net zo corrosief.
Jeugdtraining en vroegspecialisatie
De systematische verminking van potentieel
Hier wordt het ronduit destructief.
Jeugdtraining in het huidige sportbestel:
· introduceert regels te vroeg
· normaliseert vorm te snel
· reduceert variatie
· straft afwijking
Het kind leert:
· hoe het moet bewegen
· niet hoe het kan bewegen
Vroegspecialisatie:
· maximaliseert korte-termijn prestatie
· minimaliseert lange-termijn adaptiviteit
Het jonge organisme:
· leert efficiënt zijn vóór het robuust is
· specialiseert vóór het begrijpt
· wordt “goed” vóór het veelzijdig is
Wat sneuvelt:
· creativiteit
· blessurebestendigheid
· inferentieel vermogen
· spelintelligentie
Wat overblijft:
· vroege kampioenen
· vroege blessures
· vroege uitval
· en coaches die zeggen: “Hij had talent, maar…”
Nee.
Het systeem heeft het talent opgebruikt.
De kern: sport als infantiliserend systeem
Infantilisering (analytisch)
Onder infantiliserend versta ik hier:
het systematisch afnemen van contextinterpretatie, risicobeoordeling en zelfverantwoordelijkheid, onder het mom van bescherming, eenvoud en veiligheid.
Infantilisering betekent niet dat mensen minder kunnen, maar dat zij minder mogen — en dat zij dit uiteindelijk als normaal gaan ervaren.
Nu kunnen we het hard zeggen.
Binnen dit bestel:
· worden regels voorgedaan
· wordt afwijking bestraft
· wordt veiligheid gebruikt als dreiging
· wordt status beloond
· wordt eigen oordeel ontmoedigd
Dat is exact wat we bij infantilisering zien.
De sporter:
· volgt
· imiteert
· gehoorzaamt
· optimaliseert binnen grenzen
· en noemt dat volwassenheid
Maar volwassen bekwaamheid vereist:
· zelfanalyse
· risicobeoordeling
· contextinterpretatie
· adaptief handelen
Precies die vermogens worden afgetraind.
Sport produceert geen autonome strijders,
maar goed functionerende kinderen in een geregisseerd spel.
Hoofdstuk 5. De dikke jongens in pak
En nu wordt het ongemakkelijk.
Want wie denkt dat dit:
· alleen sport betreft
· alleen gyms
· alleen tatami’s
heeft niet opgelet.
Wat hier gebeurt, is een algemeen maatschappelijk model.
Sport is geen uitzondering.
Sport is training.
Vooruitblik (nog niet de klap, maar het aanspannen)
Dezelfde logica zien we straks terug in:
· bureaucratie
· management
· politiek
Ook daar:
· regels bepalen gedrag
· efficiëntie vervangt inzicht
· status vervangt bekwaamheid
· simulacra vervangen werkelijkheid
Maar eerst dit vastleggen:
Sport infantiliseert niet omdat zij te speels is,
maar omdat zij doet alsof zij serieus is,
terwijl zij volwassen bekwaamheid systematisch onmogelijk maakt.
Tussenconclusie
Sport als oefenschool in gehoorzaamheid
Wat hier zichtbaar wordt, laat zich niet langer wegpraten als “misstanden” of “verkeerde accenten”. Het gaat om een consistent systeem met voorspelbare uitkomsten.
Binnen het huidige sportbestel:
· worden regels verheven tot werkelijkheid
· wordt vorm verward met bekwaamheid
· wordt herhaling aangezien voor leren
· wordt efficiëntie beloond en exploratie bestraft
· wordt veiligheid gebruikt om hiërarchie te stabiliseren
Het resultaat is geen weerbare, autonome sporter, maar een geoptimaliseerd organisme dat uitstekend functioneert zolang het systeem intact blijft.
Zodra de context verandert, faalt het.
“Onverklaarbare” blessures zijn geen toeval, maar het breekpunt van een vernauwd repertoire. Burn-out is geen mentale zwakte, maar een logisch gevolg van informatie-arme arbeid. Vroegspecialisatie is geen investering in talent, maar een vroegtijdige afsluiting van ontwikkeling.
Sport leert het lichaam:
· zuinig te bewegen
· voorspelbaar te handelen
· zich te voegen naar regels
· en onzekerheid te vermijden
Wat zij niet leert:
· zelfstandig oordelen
· intenties lezen buiten het script
· omgaan met echte ambiguïteit
· adaptief handelen onder onzekere voorwaarden
In die zin is sport geen voorbereiding op strijd, maar een oefenschool in volgzaamheid.
Niet omdat sport slecht is.
Maar omdat zij haar simulatie voor werkelijkheid is gaan houden.
Wie dit ontkent, verdedigt geen vak, maar een orde.
Wie dit benoemt, valt geen sport aan, maar legt bloot wat zij werkelijk traint.
Hier eindigt het hoofdstuk niet.
Hier eindigt de illusie dat sport onschuldig is.
Van sport naar systeem
Bureaucratie, management en politiek als volwassen varianten van dezelfde training
Wat sport oefent in het klein, institutionaliseert de maatschappij in het groot.
Sport is geen afwijking, maar een vooropleiding.
Wie begrijpt wat er op de mat gebeurt, begrijpt waarom organisaties functioneren zoals ze functioneren — en waarom ze vastlopen.
23. Bureaucratie
Regels als vervanging van waarneming
De bureaucratie is sport zonder zweet.
Volgens Max Weber is bureaucratie rationeel, voorspelbaar en efficiënt. Dat klopt — binnen haar eigen simulatie.
Net als in sport geldt:
· regels bepalen gedrag
· afwijking is verdacht
· voorspelbaarheid is veiligheid
· succes = voldoen aan criteria
De bureaucratische actor leert niet:
· de werkelijkheid te begrijpen
maar:
· het formulier correct in te vullen
Net als de sporter leert hij:
· binnen lijnen te bewegen
· risico te vermijden
· initiatief te maskeren
· verantwoordelijkheid te verschuiven
Resultaat:
Problemen worden niet opgelost, maar verwerkt.
Zoals de sporter scoort volgens het puntensysteem, zo “presteert” de ambtenaar volgens KPI’s.
De werkelijkheid doet er alleen toe voor zover zij meetbaar is.
Management
Efficiëntie zonder begrip
Management is sport met dashboards.
In managementtaal heet dit:
· optimalisatie
· best practice
· lean
· evidence-based
Maar de onderliggende logica is identiek aan het sportbestel:
· herhaal wat werkt
· reduceer variatie
· vermijd verrassing
· standaardiseer gedrag
De manager:
· hoeft het werk niet te begrijpen
· zolang hij het kan meten
Net als de trainer die vorm corrigeert zonder gevecht te begrijpen.
Wat sneuvelt:
· vakmanschap
· contextgevoeligheid
· lokale intelligentie
Wat overblijft:
· rapportages
· formats
· meetings over meetings
De organisatie wordt efficiënt, maar incrementeel blind.
Net als de topsporter: zuinig, soepel, indrukwekkend — tot de context verandert.
Politiek
Simulacrum als bestuursvorm
In de politiek bereikt het systeem zijn eindstadium.
Hier zijn we volledig in het domein van Jean Baudrillard:
politiek verwijst niet meer naar maatschappelijke werkelijkheid, maar naar media, peilingen en zichzelf.
Politieke regels bepalen:
· wat een probleem mag heten
· welke oplossingen toonbaar zijn
· welk gedrag scorend is
De politicus is geen beslisser, maar een competitieve performer in een gedetermineerd spel:
· spreektijd
· soundbites
· beeldvorming
· coalitie-aritmetiek
Zoals de sporter optimaliseert voor punten, zo optimaliseert de politicus voor:
· zetels
· zichtbaarheid
· morele positionering
Effectiviteit buiten het model is irrelevant.
Net als in sport geldt: wie verrast buiten de regels, wordt gestraft.
Infantiliserende continuïteit
Nu wordt de lijn zichtbaar.
Sport leert:
· volg de regels
· vertrouw het systeem
· corrigeer jezelf
· neem geen onnodig risico
Bureaucratie leert:
· doe wat is voorgeschreven
· dek jezelf in
· volg procedures
Management leert:
· optimaliseer wat meetbaar is
· negeer wat niet past
Politiek leert:
· speel het spel
· vermijd inhoudelijke verrassing
De volwassen burger is:
· gehoorzaam
· efficiënt
· voorspelbaar
· moreel overtuigd
· maar praktisch machteloos
Dit is geen samenzwering.
Dit is training door herhaling.
Waarom weerstand zeldzaam is
Waarom zien zo weinig mensen dit?
Omdat het systeem:
· comfort biedt
· veiligheid simuleert
· verantwoordelijkheid diffundeert
En omdat het organisme, zoals Robert Sapolsky laat zien, energie spaart waar het kan.
Meedenken is duur.
Afwijken is riskant.
Aanpassen is goedkoop.
Dus past men zich aan.
En noemt dat volwassenheid.
Eindstelling (nu echt hard)
Sport, bureaucratie, management en politiek zijn geen afzonderlijke domeinen.
Het zijn verschillende trainingsstadia van hetzelfde gedragsmodel.
· Sport traint het lichaam
· Bureaucratie traint het handelen
· Management traint het denken
· Politiek traint de moraal
Allemaal reduceren ze:
· onzekerheid
· variatie
· individuele oordeelskracht
En allemaal vervangen ze werkelijkheid door regelsimulatie.
De moderne mens is niet onderdrukt.
Hij is getraind.
Getraind om te functioneren in systemen
die hem beschermen tegen de last van eigen waarneming.
Wie sport begrijpt, begrijpt de staat.
Wie de gym doorziet, herkent het parlement.
En wie nog denkt dat dit toeval is, heeft uitstekend getraind.
Wat dit niet is
Dit essay is geen pleidooi voor anarchie, geen romantisering van geweld en geen aanval op individuele trainers.
Het verdedigt geen roekeloosheid en geen afwezigheid van regels.
Het beschrijft één mechanisme:
dat systemen die voorspelbaarheid en efficiëntie belonen, onvermijdelijk adaptiviteit, creativiteit en oordeel onderdrukken — zelfs wanneer zij het tegendeel beweren.
Wie zich hierin herkent, is niet aangeklaagd.
Wie zich hiertegen verzet, is uitgenodigd om het argument te weerleggen.
Epiloog
Over training, die geen training is
Wat hier telkens “training” wordt genoemd, verdient die naam niet.
Training veronderstelt groei, bekwaamheid, uitbreiding van handelingsruimte.
Wat ik hier heb beschreven is iets anders.
Het is conditionering.
Dressuur.
Domesticatie.
Het organisme leert niet beter waarnemen, maar sneller gehoorzamen.
Het leert niet omgaan met onzekerheid, maar die vermijden.
Het leert niet oordelen, maar herkennen wat toegestaan is.
In sport begint het lichaam:
· binnen lijnen te bewegen
· verrassing af te leren
· efficiënt te gehoorzamen
· en veiligheid te verwarren met beheersing
In bureaucratie leert het handelen:
· formulieren boven feiten te stellen
· procedures boven problemen
· dekking boven verantwoordelijkheid
In management leert het denken:
· meten zonder begrijpen
· optimaliseren zonder inzicht
· sturen zonder vak
In politiek leert de moraal:
· positie boven waarheid
· spel boven oplossing
· legitimiteit boven werkelijkheid
Wat overal verdwijnt, is inferentie:
het vermogen om intentie te lezen, context te interpreteren en zelfstandig te handelen onder onzekerheid.
Wat overal overblijft, is het gedomesticeerde subject:
· efficiënt
· aangepast
· moreel overtuigd
· fysiek en cognitief zuinig
· maar structureel onmachtig
Dit is geen complot.
Dit is geen kwaadaardigheid.
Dit is biologie in dienst van systemen die zichzelf willen voortzetten.
Zoals Ivan Illich al zag:
instituties die bedoeld waren om te dienen, gaan onderwijzen hoe men moet functioneren binnen henzelf.
En wie dat goed doet, wordt beloond.
Wie afwijkt, gecorrigeerd.
Zoals Jean Baudrillard aantoonde:
wanneer de simulatie stabiel genoeg is, verdwijnt de vraag naar de werkelijkheid.
Niet omdat zij is weerlegd, maar omdat zij lastig is.
En zoals elk organisme doet, kiest de mens:
· de weg van minste weerstand
· het laagste energieverbruik
· de grootste voorspelbaarheid
Hij wordt niet onderdrukt.
Hij wordt getemd.
Sport is daarin geen onschuldige vrijetijdsbesteding, maar een vroege leerschool:
een esthetisch verpakte oefening in gehoorzaamheid, waarin men leert dat verrassing gevaarlijk is en vorm deugt.
Wie dit systeem verdedigt, verdedigt geen sport, geen orde, geen beschaving.
Hij verdedigt zijn eigen aanpassing.
En wie dit benoemt, biedt geen alternatief, geen utopie, geen hervormingsprogramma.
Hij doet iets veel onaangenamers:
Hij wijst erop dat wat wij volwassenheid noemen,
vaak niets anders is dan geslaagde domesticatie.
Daarmee is alles gezegd.
Niet om te verbeteren.
Maar om te zien.
Wie daarna nog wil vechten,
zal eerst moeten afleren wat hij zo keurig heeft geleerd.< 0 >
Literatuurlijst
I. Inferentie, voorspelling en motorisch leren
· Anil Seth
Being You: A New Science of Consciousness
→ Controlled hallucination, predictive processing, falen van leren door institutionele context
· Karl Friston
Active Inference: The Free Energy Principle in Mind, Brain, and Behavior
→ Organisme als energie- en onzekerheidsminimalisator
· Nikolai Bernstein
The Coordination and Regulation of Movements
→ Variatie als voorwaarde voor motorisch leren
(cruciaal voor je aanval op herhaling zonder adaptatie)
· Daniel Wolpert
Principles of Sensorimotor Learning
→ Beweging als voorspelling, niet als uitvoering
II. Sport, selectie, status en lichamelijk kapitaal
· Norbert Elias
The Civilizing Process
→ Discipline, zelfcontrole, regulering van geweld
· Pierre Bourdieu
Distinction
→ Lichaam als sociaal kapitaal, smaak en statusreproductie
· Allen Guttmann
From Ritual to Record
→ Sport als gerationaliseerd systeem
· Timothy Gallwey
The Inner Game of Tennis
→ Relevante tegenstem: impliciet leren vs. vormcorrectie
III. Instituties, conditionering en simulacra
· Ivan Illich
Deschooling Society
Tools for Conviviality
→ Institutionalisering als leervernietiging
(fundamenteel voor jouw pedagogische kritiek)
· Michel Foucault
Discipline and Punish
→ Lichaam, training, normalisering
· Max Weber
Economy and Society
→ Rationalisering, bureaucratische gehoorzaamheid
· Jean Baudrillard
Simulacra and Simulation
→ Verlies van werkelijkheid door zelfreferentiële systemen
IV. Biologie, stress en energie-economie
· Robert Sapolsky
Behave
Why Zebras Don’t Get Ulcers
→ Stress, voorspelbaarheid, biologische kosten van controle
· Daniel Lieberman
The Story of the Human Body
→ Adaptatie vs. moderne optimalisatie
· Nassim Nicholas Taleb
Antifragile
→ Variatie, stressoren, fragiliteit door optimalisatie
V. Methodologie en leesdiscipline (verantwoording)
· Mortimer J. Adler
How to Read a Book
→ Actief lezen, argumentanalyse, intellectuele strijd
· Daniel Kahneman
Thinking, Fast and Slow
→ Luiheid van systeemdenken, bevestigingsbias
