Waarom rust ons niet redt
Beste lezer,
We leven in een tijd van ongekende veiligheid, comfort en overvloed.
En toch is de onrust overal.
We zoeken spanning, betekenis en betrokkenheid, maar bij voorkeur zonder risico, zonder verlies en zonder echte inzet. Wanneer die spanning niet meer uit het leven zelf komt, creëren we haar via verhalen, moraal en collectieve verontwaardiging.
Dit stuk is geen aanklacht en geen oplossing.
Het is een poging om zichtbaar te maken wat er gebeurt wanneer echte inzet verdwijnt, maar de behoefte aan bestaan blijft.
Lees het niet om het eens te worden.
Lees het om te voelen waar het schuurt.
Peter Koopman
Spanning zonder inzet
Waarom rust ons niet redt
De mens wil rust.
En hij verdraagt haar niet.
Hij optimaliseert zijn bestaan naar energiezuinigheid, comfort, voorspelbaarheid.
En zodra hij dat bereikt, raakt hij onrustig.
Niet omdat er iets ontbreekt, maar omdat er niets meer op het spel staat.
Rust zonder inzet is geen rust.
Het is afwezigheid.
Spanning is daarom geen afwijking van homeostase, maar haar motor.
Zonder verstoring geen correctie.
Zonder frictie geen gevoel van bestaan.
De mens wil niet gelukkig zijn.
Hij wil voelen dat hij bestaat.
Aandacht is daarin geen luxe, maar bewijs.
Niet aandacht van dieren of objecten, maar van andere sapiens.
Wezens die terugkijken.
Die beoordelen.
Die spiegelen.
Wie niet wordt gezien, verdwijnt.
De eerste aandacht is totaal.
Moederlijk.
Onvoorwaardelijk.
En juist daarom slijt zij.
Wat vanzelfsprekend is, draagt geen spanning.
Wat geen spanning draagt, bevestigt niets.
Dus begint de zoektocht opnieuw.
Niet naar liefde, maar naar verovering.
Niet naar rust, maar naar bevestiging die iets kost.
Men klimt bergen.
Rent rondjes tot het lichaam protesteert.
Gaat op een podium staan.
Laat zich bekijken.
En wie dat niet kan, leent aandacht.
Via clubs.
Idolen.
Ideologieën.
God.
Aandacht by proxy.
Maar ook dat slijt.
Want in overvloed verdwijnt het verschil.
En zonder verschil verdwijnt euforie.
Wat overblijft is conformering.
Aansluiten.
Meebewegen.
Niet omdat mensen dom zijn, maar omdat volgen goedkoop is.
Denken kost energie.
Afwijken kost status.
De groep beloont aansluiting, niet inzicht.
Overdaad creëert geen vrije mensen.
Zij creëert goed gevoede volgers.
En wanneer zelfs volgen leeg wordt, verschijnt de verdoving.
Alcohol.
Drugs.
Suiker.
Schermen.
Series zonder einde.
Geen spanning.
Geen aandacht.
Alleen demping.
Niet leven.
Maar ook niet verdwijnen.
En dan is er de wachtkamer.
Niet als bijzaak van zorg, maar als sociaal ritueel.
Een plek waar men mag zitten.
Waar men wordt genoteerd.
Waar iemand luistert.
De klacht als toegangsbewijs tot bestaan.
“Ik voel iets, dus ik ben.”
Hoe diffuser de samenleving, hoe voller de wachtkamer.
Maar ook dit is niet genoeg.
Want een samenleving kan niet volledig verdoofd raken.
Zij heeft spanning nodig.
En als echte schaarste ontbreekt, wordt zij geproduceerd.
Niet materieel.
Symbolisch.
Niet door oorlog, maar door het verhaal van oorlog.
Niet door gevaar, maar door betrokkenheid.
“Het is ook onze oorlog.”
Geen oproep tot handelen.
Een oproep tot voelen.
Spanning zonder inzet.
Affect zonder agency.
Morele urgentie is ideaal.
Zij bindt.
Zij verdeelt.
Zij kost niets.
En precies daarom werkt zij.
De mens consumeert spanning zoals hij alles consumeert.
Snel.
Collectief.
Herhaalbaar.
Niet om te begrijpen, maar om te positioneren.
Niet: is dit waar?
Maar: waar hoor ik hiermee?
En zodra het werkt, slijt het.
Wat gisteren urgent was, is vandaag ruis.
Wat vandaag “onze strijd” heet, wordt morgen vervangen.
Niet omdat het probleem is opgelost,
maar omdat de euforie is uitgewerkt.
Het systeem moet blijven schudden.
En nu keert alles terug naar het begin.
Niet het gebrek aan waarheid is het probleem.
Maar het gebrek aan echte inzet.
Betekenis die niets kost, verdwijnt snel.
Hoe sneller zij verdwijnt,
hoe grotesker de volgende prikkel moet zijn.
De mens zoekt geen vrede.
Geen stabiliteit.
Geen waarheid.
Hij zoekt een voelbaar bestaan.
En wanneer dat niet langer kan via lichaam, arbeid, risico of creatie,
dan via verhaal, moraal en collectieve verontwaardiging.
Tot ook dat niet meer werkt.
En dan blijft er geen conclusie over.
Alleen een ongemakkelijke positie.
Niet voor de auteur.
Maar voor de lezer.
Leef ik in echte spanning
—
of consumeer ik haar
zolang zij mij niet raakt?
Literatuurlijst
Baudrillard, J. (1981). Simulacres et simulation. Paris, France: Éditions Galilée.
(Engelse editie: Simulacra and Simulation. Ann Arbor, MI: University of Michigan Press.)
Baudrillard, J. (1995). The Gulf War Did Not Take Place. Bloomington, IN: Indiana University Press.
Becker, E. (1973). The Denial of Death. New York, NY: Free Press.
(Existentiële bevestiging, symbolische onsterfelijkheid.)
Buss, D. M. (2019). Evolutionary Psychology: The New Science of the Mind (6th ed.). New York, NY: Routledge.
(Surplusgedrag, seksuele strategieën, contextafhankelijkheid.)
Foucault, M. (1977). Discipline and Punish: The Birth of the Prison. New York, NY: Pantheon Books.
(Disciplinering, internalisering, subjectproductie.)
Foucault, M. (1978). The History of Sexuality, Volume 1: An Introduction. New York, NY: Pantheon Books.
(Macht, verlangen, discours.)
Illich, I. (1976). Limits to Medicine: Medical Nemesis. London, UK: Marion Boyars.
(Zorg als aandachtseconomie, pathologisering.)
Illich, I. (1973). Tools for Conviviality. New York, NY: Harper & Row.
(Autonomie versus institutionele afhankelijkheid.)
Kahneman, D. (2011). Thinking, Fast and Slow. New York, NY: Farrar, Straus and Giroux.
(Aandacht als schaars goed, cognitieve economie.)
Sapolsky, R. M. (2004). Why Zebras Don’t Get Ulcers (3rd ed.). New York, NY: Henry Holt.
(Stress, acute versus chronische spanning.)
Sapolsky, R. M. (2017). Behave: The Biology of Humans at Our Best and Worst. New York, NY: Penguin Press.
(Context, dreiging, gedrag, morele illusies.)
Taleb, N. N. (2012). Antifragile: Things That Gain from Disorder. New York, NY: Random House.
(Spanning als noodzakelijke verstoring.)
Twenge, J. M. (2017). iGen. New York, NY: Atria Books.
(Overbescherming, afgenomen spanningscapaciteit.)
Williams, G. C. (1992). Why We Get Sick: The New Science of Darwinian Medicine. New York, NY: Vintage.
(Trade-offs, regulatie, geen “optimale” toestand.)
——–
