SEKS IS BETEKENIS

SEKS IS BETEKENIS

De betekenis is een constructie.
De verontwaardiging is een bekentenis.
Seks is betekenis

Beste Lezer,

Hierbij het essay Seks is betekenis.

Het is geen stuk over moraal, trouw of seksuele voorkeuren, maar over wat er werkelijk geraakt wordt wanneer relaties ontsporen. Mijn vertrekpunt is eenvoudig, maar ongemakkelijk: niet de seksuele handeling zelf is de breuklijn, maar het verlies van exclusieve aandacht en daarmee van symbolische positie.

Ik heb geprobeerd seks los te trekken uit het romantische en morele domein en haar te bekijken als wat zij functioneel is: een zwaarbeladen vorm van sociale betekenisgeving. Dat levert een ander perspectief op vreemdgaan, jaloezie en relationele erosie — minder geruststellend misschien, maar wel consistenter met wat mensen feitelijk doen.

Seks is geen primair genotsmechanisme maar een sociaal-signalerend systeem, waarin aandacht, status, exclusiviteit en zelfregulatie worden gemanaged. Biologie levert het substraat, cultuur het script, het ego de kwetsbaarheid.

Seks is geen bijzaak van betekenis,
seks is het 
anker waaraan betekenis zich vastklampt

Lees het wanneer het uitkomt. Geen haast, geen verwachting. Mocht het iets losmaken, dan hoor ik dat liever dan instemming.

Hartelijke groet,

Peter Koopman

Over exclusieve aandacht, symbolische ordening en waarom relaties niet sterven aan seks

De hardnekkigste misvatting over seksualiteit is dat zij primair over seks gaat. Over lust, genot, frequentie, techniek, mismatch. Dat verhaal is aantrekkelijk omdat het tastbaar is, meetbaar, bespreekbaar zonder het zelf werkelijk te raken. Maar het klopt niet. Seks is zelden de oorzaak van relationele ontbinding; zij is hooguit de plaats waar iets zichtbaar wordt wat elders al lang aan het schuiven was. Seks is geen oorsprong, maar een symptoom. De kern ligt dieper, in het domein van betekenis, aandacht en symbolische ordening.

Als men relaties ziet stranden, wijst men graag naar libido-verschillen, sleur, verleiding, verwaarlozing. Dat zijn observaties, geen verklaringen. De verklarende laag bevindt zich niet in het lichaam, maar in het sociale zelfmodel. De mens is een organisme dat betekenis construeert om zichzelf stabiel te houden in een onverschillige wereld. Seks is daarin geen biologisch curiosum, maar een zwaarbeladen signaaldrager. Wie dat negeert, blijft praten over handelingen terwijl het om posities gaat.

Biologisch gezien is seks triviaal. Mechanische stimulatie, neurochemische respons, ontlading, herstel. Geen enkele handeling is eenvoudiger te reduceren tot fysiologie. Dat geldt voor copulatie, masturbatie, orale seks en alles daartussen. In die zin verschilt seks principieel niet van een handdruk of een massage. Het organisme registreert prikkel en gevolg. Klaar. Dat deze constatering weerstand oproept, zegt weinig over de handeling en veel over de projectie die erop rust.

De betekenislaag ontstaat pas wanneer de mens seks uit het biologische domein tilt en haar integreert in sociale afspraken. De mens is de enige soort die copulatie tot sociaal gedrag heeft verheven en voortplanting tot bijzaak heeft gedegradeerd. Dat is geen decadentie, maar een logisch gevolg van bewustzijn, taal en narratief zelf. Waar dieren seks hebben om genen te verspreiden, heeft de mens seks om posities te bevestigen, rollen te markeren en exclusiviteit af te bakenen.

Daarmee wordt seks een vorm van aandacht. Niet zomaar aandacht, maar exclusieve aandacht. Tijd, nabijheid en lichamelijke toegang die niet vrij circuleert, maar wordt toegewezen. En precies daar ligt de gevoeligheid. Aandacht is het schaarsste goed in een sociaal systeem. Wie aandacht ontvangt, bestaat. Wie exclusieve aandacht ontvangt, bestaat méér. Seks is daarin de meest geconcentreerde vorm van bevestiging die een ander kan geven.

Dit verklaart waarom seksuele waardering zo radicaal contextafhankelijk is. Dezelfde handeling kan op het ene moment intiem, gewenst en bevestigend zijn, en op een ander moment leeg, belastend of zelfs afstotend. Het organisme is identiek; de betekenisstructuur is veranderd. Seksuele waarde zit niet in de daad, maar in de positie die zij markeert. Wie dat niet ziet, blijft zoeken naar verklaringen in hormonen en techniek.

Hier raakt dit aan status- en hiërarchiedenken zoals uitgebreid beschreven door Robert Sapolsky. Sociale systemen draaien om relatieve positie, voorspelbaarheid en controle. Exclusieve seksuele aandacht functioneert als een statussignaal: ik ben gekozen, jij niet. Zolang die keuze stabiel lijkt, voelt de relatie veilig. Zodra die exclusiviteit verwatert, ontstaat stress — niet omdat seks “heilig” is, maar omdat de rangorde onduidelijk wordt.

Vreemdgaan illustreert dit mechanisme scherp. De dominante verklaring luidt dat men gekwetst is omdat de ander seks heeft gehad. Dat is een narratief, geen analyse. De handeling zelf is biologisch betekenisloos. Wat pijn doet, is het verlies van exclusieve aandacht. Iemand anders kreeg toegang tot een domein dat als afgebakend werd ervaren. Niet het lichaam is geschonden, maar het contract. En contracten zijn de ruggengraat van het ego.

Dat verklaart ook waarom emotioneel vreemdgaan vaak als even bedreigend of zelfs bedreigender wordt ervaren dan seks zonder emotionele binding. Waar de aandacht verschuift, verschuift de betekenis. De ander investeert zijn leef-tijd elders. Dat is de echte schending. De rest is decor.

Dit raakt direct aan Erving Goffman’s roltheorie. Relaties zijn geen natuurlijke gegevenheden, maar voortdurende opvoeringen. Rollen worden bevestigd, verwachtingen worden ingelost, scripts worden herhaald. Seks is daarin geen ontsnapping aan het sociale spel, maar een van de zwaarst beladen rekwisieten. Wie het deelt buiten het afgesproken kader, herschrijft het script eenzijdig. Dat leidt niet tot morele verontwaardiging, maar tot rolverwarring. En rolverwarring is existentieel destabiliserend.

Daarom sterven relaties zelden aan seksuele mismatch in technische zin. Libido is flexibel, aanpasbaar, onderhandelbaar. Wat verdwijnt, is de symbolische spanning. De relatie verliest haar functie als betekenisgevend kader. Men wordt vanzelfsprekend. En vanzelfsprekendheid is dodelijk voor symbolische waarde. Niet uit ondankbaarheid, maar omdat schaarste voorwaarde is voor aandacht.

“Over het hek van de buren kijken” is dan geen verraad, maar een symptoom. Een test. Kan ik elders nog exclusieve aandacht oproepen? Word ik daar gezien, begeerd, bevestigd? Dat kijken ontstaat niet ondanks de relatie, maar omdat de relatie haar symbolische rendement verliest. Het organisme zoekt efficiëntie. Altijd.

Evolutionaire psychologie, onder meer bij David Buss, beschrijft jaloezie als reactie op verlies van reproductieve zekerheid of emotionele investering. Dat ondersteunt deze analyse. De emotie volgt de interpretatie van verlies, niet de handeling zelf. Waar men verlies vermoedt, ontstaat pijn. Waar geen verlies wordt ervaren, verdwijnt die pijn — zelfs als de handeling identiek is.

Dit alles maakt de populaire morele framing van trouw problematisch. Trouw is geen seksuele discipline, maar een symbolische afspraak. Een overeenkomst over aandacht, investering en exclusiviteit. Zodra die afspraak niet langer gevoed wordt door wederzijdse erkenning, asymmetrie en spanning, verliest zij haar kracht. Dan wordt trouw een lege regel, geen gedragen structuur.

De ongemakkelijke consequentie is dat veel relationeel lijden niet voortkomt uit seksueel gedrag, maar uit het instorten van een zelfbeeld. Men ontdekt vervangbaar te zijn. Dat besef wordt zelden zo benoemd, omdat het het ego rechtstreeks raakt. Het is veiliger te spreken over verraad dan over verlies van unieke positie.

Seks is in die zin geen romantisch mysterie en geen puur genotsmechanisme. Zij is een sociaal regulatie-instrument met een biologisch substraat. Zij ordent nabijheid, hiërarchie en zelfwaarde. Wie haar moreel verheft, verdoezelt haar functie. Wie haar reduceert tot lust, mist haar impact.

Relaties verliezen hun binding niet wanneer seks verdwijnt, maar wanneer betekenis verdwijnt. Seks volgt. Altijd. Wie dat begrijpt, kan nog steeds kiezen voor exclusiviteit, monogamie of trouw — maar niet langer in de illusie dat het om de daad gaat. Het gaat om aandacht. Altijd al gegaan.

Literatuurlijst 

Buss, D. M. (1994). The evolution of desire: Strategies of human mating. New York, NY: Basic Books.

Buss, D. M. (2000). The dangerous passion: Why jealousy is as necessary as love and sex. New York, NY: Free Press.

De Waal, F. (1996). Good natured: The origins of right and wrong in humans and other animals. Cambridge, MA: Harvard University Press.

Dunbar, R. I. M. (1998). Grooming, gossip, and the evolution of language. Cambridge, MA: Harvard University Press.

Fisher, H. (2004). Why we love: The nature and chemistry of romantic love. New York, NY: Henry Holt.

Fisher, H. (2016). Anatomy of love: A natural history of mating, marriage, and why we stray. New York, NY: W. W. Norton & Company.

Foucault, M. (1978). The history of sexuality, volume I: An introduction (R. Hurley, Trans.). New York, NY: Pantheon Books. (Original work published 1976)

Goffman, E. (1959). The presentation of self in everyday life. New York, NY: Anchor Books.

Goffman, E. (1967). Interaction ritual: Essays on face-to-face behavior. Garden City, NY: Anchor Books.

Kahneman, D. (2011). Thinking, fast and slow. New York, NY: Farrar, Straus and Giroux.

Lieberman, D. (2013). Social: Why our brains are wired to connect. New York, NY: Crown Publishers.

Miller, G. (2000). The mating mind: How sexual choice shaped the evolution of human nature. New York, NY: Doubleday.

Morris, D. (1967). The naked ape: A zoologist’s study of the human animal. London, UK: Jonathan Cape.

Sapolsky, R. M. (2004). Why zebras don’t get ulcers (3rd ed.). New York, NY: Henry Holt.

Sapolsky, R. M. (2017). Behave: The biology of humans at our best and worst. New York, NY: Penguin Press.

Sartre, J.-P. (1956). Being and nothingness (H. E. Barnes, Trans.). New York, NY: Washington Square Press. (Original work published 1943)

Taleb, N. N. (2012). Antifragile: Things that gain from disorder. New York, NY: Random House.

Trivers, R. (1972). Parental investment and sexual selection. In B. Campbell (Ed.), Sexual selection and the descent of man (pp. 136–179). Chicago, IL: Aldine.

Vohs, K. D., & Baumeister, R. F. (2016). Handbook of self-regulation: Research, theory, and applications (3rd ed.). New York, NY: Guilford Press.

——

Ook interessant voor jou!