Beste lezer,
Zet een man op X met tweehonderd volgers en laat hem een titelgevecht duiden. Zijn oordeel klinkt zekerder dan dat van de vechter die de klappen net incasseerde en toch overeind bleef. Vreemd is dat niet. Verontrustend wel.
Vandaag graven we in de biologie en de speltheorie achter dat verschijnsel: van jagers-verzamelaars die roddel als sociale controle gebruikten, via een econoom over dure signalen, tot Babylonische bouwwetten die een bouwmeester onder zijn eigen dak lieten sterven. Overal dezelfde regel: praten zonder prijs is geen kennis, het is geluid.
Wie denkt dat dit stuk alleen de pundit-klasse ontmaskert, leest te snel. Ook wie zelf wél iets op het spel heeft staan, blijkt die eigen inzet graag te gebruiken als vrijbrief om elke criticus zonder builen bij voorbaat het zwijgen op te leggen, ook als die toevallig gelijk heeft.
Lees het met je eigen huid in de spiegel. Niemand ontsnapt hier helemaal aan.
Tot morgen,
Peter Koopman
Oordelen zonder builen
Wie nooit een klap kreeg, oordeelt het hardst
Zet een man op X met tweehonderd volgers en laat hem een titelgevecht duiden. Slap, tikt hij, hij had door moeten vechten met die gebroken rib. Zelf heeft hij nog nooit een directe geïncasseerd, laat staan een rib gekraakt gezien op een scan, maar zijn oordeel klinkt zekerder dan dat van de vechter die er net twee opliep en drie ronden overeind bleef. Dat is geen uitzondering op een zaterdagavond. Dat is de standaardinstelling van een dier dat leerde oordelen zonder ooit de rekening te betalen zodra het oordeel fout blijkt.
Een Amerikaanse essayist en voormalig optiehandelaar werkte dat gegeven in 2018 uit tot een heel boek. Zijn stelling: wie geen risico draagt bij een verkeerd oordeel, zou ook geen stem moeten hebben over het oordeel zelf. Klinkt vanzelfsprekend. Wordt vrijwel nergens toegepast, van de sportzuil op X tot de talkshowtafel.
Dat we dit zo makkelijk vergeten is geen slordigheid, het zit dieper. De mens bracht het grootste deel van zijn bestaan door in bandjes van hooguit een paar honderd soortgenoten, waar de roddelaar en het slachtoffer van de roddel elkaar de volgende ochtend gewoon weer tegenkwamen bij de jacht. Antropologisch onderzoek naar egalitaire jagers-verzamelaars laat zien dat roddel juist daarom werkte als effectief controlemechanisme: de roddelaar liep zelf het risico roddelobject te worden. Praten had een prijs, liegen kostte status, en status was letterlijk overlevingskapitaal.
Schaal die dynamiek op naar drie miljard anonieme accounts en de rekening verdwijnt terwijl het oordeel blijft schallen. Niemand houdt bij of de kooivechter-commentator ooit gelijk had, er is geen ochtend bij de jacht waarop hij zijn woorden moet waarmaken. Onderzoek naar de trefzekerheid van veelgevraagde politieke experts liet decennia geleden al hetzelfde patroon zien op een heel ander terrein: hun voorspellingen presteerden gemiddeld nauwelijks beter dan een dobbelsteen, en toch werden de zelfverzekerdste onder hen het vaakst opnieuw uitgenodigd. Zekerheid wordt beloond. Accuratesse niet. Geen storing in het systeem, dat is het systeem.
In de speltheorie bestaat er een net begrip voor praten zonder kosten: cheap talk, een boodschap die niets kost om te versturen en dus niets bewijst over wie hem verstuurt. Een econoom die in de jaren zeventig onderzocht waarom werkgevers wél waarde hechten aan een universitair diploma, ook al leert dat diploma zelden iets bruikbaars voor de baan zelf, kwam tot een verwante conclusie: een signaal is alleen geloofwaardig als het de zender iets kost. Een oordeel zonder consequentie is precies zo’n gratis signaal. Het klinkt als kennis en is niets meer dan geluid.
In de politiek heeft dit verschijnsel al decennia een bijnaam: de havik die zelf nooit heeft gevochten, de politicus die oorlog bepleit zonder er ooit een dag van te hebben gedragen. Hij betaalt niets als zijn voorspelling faalt, de rekening gaat naar anderen, letterlijk in lichamen. In de financiële sector speelt hetzelfde mechanisme met minder bloed en evenveel schade: handelaren streken bonussen op over de winst en lieten de verliezen achter bij aandeelhouders en, uiteindelijk, belastingbetalers. Moral hazard heet dat in economenjargon, een steriele term voor weinig steriel gedrag.
Er bestond ooit een lomp maar doeltreffend tegengif. De wetten van Hammurabi, bijna vierduizend jaar oud, schreven voor dat een bouwmeester wiens huis instortte en de eigenaar doodde, zelf ter dood werd gebracht; stortte het huis in op de zoon van de eigenaar, dan stierf de zoon van de bouwmeester. Bruter kan bijna niet, maar het principe stond als een huis, wat hier voor de verandering ook letterlijk de bedoeling was: wie het risico veroorzaakt, draagt het risico. Er is geen betere kwaliteitscontrole dan de eigen huid in het spel.
Diezelfde logica ontbreekt vandaag bij een groeiende expertklasse. Beleidsadviseurs die lockdowns aanraden zonder zelf omzet te verliezen, klimaatpanelen die per privéjet naar het volgende congres vliegen, columnisten die oorlog, ontslagrondes of bezuinigingen bepleiten vanaf een positie waar geen van die dingen ooit aan hun eigen deur zal komen. Niet elk advies van zo iemand is fout. Wel is elk advies verdacht, om de eenvoudige reden dat de adviseur nooit hoeft te proeven van zijn eigen kookkunst.
Dat maakt van skin in the game meteen ook geen vrijbrief. Wie zelf risico draagt, is daarmee niet automatisch wijs, hij is vooral gemotiveerder om zijn eigen fouten te verbergen. Bankiers met eigen kapitaal in hun fonds bliezen zichzelf net zo hard op als bankiers met andermans geld, alleen deden ze het met meer overtuiging, omdat ze dachten dat hun eigen inzet garant stond voor hun gelijk. En de redenering wordt inmiddels ook gretig misbruikt als schild: wie zelf iets op het spel heeft staan, verklaart daarmee elke criticus zonder die inzet bij voorbaat irrelevant, ook wanneer die criticus toevallig gelijk heeft. Eigen huid in het spel is een goede zeef voor wie recht van spreken verdient. Een garantie voor wat er vervolgens gezegd wordt, is het niet.
Terug naar de ring dus. De vechter die verliest, verliest zichtbaar, lichamelijk en definitief, voor een zaal vol getuigen die het zich herinneren. De man die ernaast zit te typen verliest niets, hoe fout hij ook zit; hij post morgen gewoon weer, met evenveel overtuiging over een ander gevecht. Dat verschil in blootstelling is niet oneerlijk. Het is precies waarom zijn woord zo weinig zou moeten wegen, en precies waarom het toch zo hard klinkt.
Literatuurlijst
- Taleb, N.N. (2018). Skin in the Game: Hidden Asymmetries in Daily Life. Random House.
- Boehm, C. (1999). Hierarchy in the Forest: The Evolution of Egalitarian Behavior. Harvard University Press.
- Tetlock, P.E. (2005). Expert Political Judgment: How Good Is It? How Can We Know? Princeton University Press.
- Spence, M. (1973). Job Market Signaling. The Quarterly Journal of Economics, 87(3), 355-374.
- Code of Hammurabi, wetten 229-230 (bouwaansprakelijkheid), ca. 1754 v.Chr.
