Hobby’s, Lust en de Leugen van Betekenis
Beste Lezer,
Bijgaand een essay dat geen nieuw gedrag beschrijft, maar een oud mechanisme blootlegt.
Waarom noemen mensen sporten een hobby, maar masturberen niet?
Waarom legitimeert competitie alles wat zij aanraakt?
Waarom bestaat pornografie overal, maar de gebruiker nergens?
Dit stuk gaat niet over sport, seks of moraal, maar over toonbaarheid: over wat een cultuur toestaat dat hardop gezegd wordt — en wat zij alleen kan verdragen zolang het verzwegen blijft.
Geen oproep tot eerlijkheid.
Geen pleidooi voor bevrijding.
Alleen een beschrijving van het dier zoals het functioneert.
Lees het niet als u gerustgesteld wilt worden.
Lees het alleen als u bereid bent uw eigen antwoorden op de vraag “wat zijn uw hobby’s?” niet meer vanzelfsprekend te vinden.
Met vriendelijke groet,
Peter Koopman
Hobby’s: de Gecertificeerde Leugen van Genot
“Niemand Kijkt Porno (en Iedereen Sport)”
Opening
De mens vraagt zelden wat waar is.
De mens vraagt: wat kan ik hierover zeggen zonder gezichtsverlies?
Dat verschil verklaart waarom “sporten” een hobby heet en masturberen niet. Niet omdat het eerste nobeler is, gezonder of rationeler, maar omdat het vertelbaar is. Wie sport, kan praten. Wie masturbeert, zwijgt. En zwijgen is in sociale zin altijd verdachter dan liegen.
1. Wat een hobby werkelijk is
Een hobby is geen activiteit.
Een hobby is een sociaal gecertificeerde vorm van genot.
Het criterium is niet vrijwilligheid, tijdsbesteding of plezier. Het criterium is eenvoudiger en meedogenlozer:
Een hobby is gedrag dat men hardop mag noemen zonder morele, sociale of statusmatige schade.
Zodra gedrag geen sancties kent, geen schaamte oproept en geen uitleg vereist, krijgt het het predicaat “hobby”. Dat label zegt niets over de handeling zelf, maar alles over de culturele toestemming die eraan is verleend.
2. Sport als narratief veilig genot
Sport is het schoolvoorbeeld van gecertificeerd genot. Niet omdat bewegen uitzonderlijk is, maar omdat sport perfect aansluit bij dominante waarden: discipline, zelfbeheersing, verbetering, competitie.
Maar wie eerlijk kijkt, ziet iets anders.
Sport is genot met publiek.
Zonder publiek is er beweging. Met publiek ontstaat identiteit.
Hier is geen sprake van sublimatie in verheven zin, maar van verplaatsing. Sigmund Freud zou dit geen morele verheffing noemen, maar drift met een alibi. Het plezier zit niet in de spier, maar in de spiegel. Niet in de inspanning, maar in de erkenning.
Sport is mentale masturbatie — mits gezien.
3. Waarom masturberen geen hobby mag heten
Masturbatie voldoet aan alle formele criteria van een hobby: vrijwillig, repetitief, intrinsiek belonend, vaak tijdrovend. Het faalt op één punt: het produceert geen narratief.
Geen groei.
Geen gemeenschap.
Geen offer.
Geen betekenis.
Alleen genot.
En genot zonder rechtvaardiging is cultureel onverdraaglijk. Daarom wordt het:
- geprivatiseerd
- gebagatelliseerd
- gemoraliseerd
- of pathologiseerd
Niet omdat het schadelijk is, maar omdat het niets ondersteunt.
4. Competitie als morele witwasser
Het mechanisme wordt glashelder zodra competitie verschijnt.
Zodra er:
- wedstrijden
- ranglijsten
- kampioenschappen
- vlaggen
aan een activiteit worden toegevoegd, verhuist zij automatisch naar het hobbyrek — of zelfs naar het erepodium. De handeling verandert niet. De betekenis wel.
Competitie is geen test van waarde, maar een ritueel van acceptatie. Het maakt gedrag toonbaar. En wat toonbaar is, mag bestaan.
5. Porno en de collectieve ontkenning
Hier wordt de hypocrisie compleet.
Pornografie is een van de grootste industrieën ter wereld. Massaal bezocht, dagelijks geconsumeerd. En sociaal volledig onbestaand.
Niemand kijkt porno.
Iedereen weet dat iedereen liegt.
Dit is geen individueel falen, maar een collectieve afspraak. Erving Goffman noemde dit backstage-gedrag: noodzakelijk voor het functioneren van het frontstage-verhaal, maar onbespreekbaar zonder dat het toneel instort.
De industrie mag bestaan.
De gebruiker niet.
6. Betekenis als doodsontkenning
Onder dit alles ligt een dieper motief. Ernest Becker legde het onbarmhartig bloot: betekenis is geen luxe, maar een verdedigingsmechanisme tegen eindigheid.
Masturbatie confronteert de mens met wat hij liever vergeet:
- een lichaam
- herhaling
- drift
- sterfelijkheid
Zonder heldendom. Zonder verheffing.
Sport, competitie en hobby’s bieden precies het tegenovergestelde: de illusie dat het lichaam ergens voor dient.
7. De kernstelling
De negatieve connotatie rond masturberen is volledig cultuurgebonden. Niet omdat het “laag” is, maar omdat het te waaris. Het laat zien dat genot geen rechtvaardiging nodig heeft.
En precies dat kan een betekenisverslaafd dier niet verdragen.
Slot
De mens leeft niet bij waarheid, maar bij vertelbaarheid.
Niet bij logica, maar bij waarden.
Niet bij wat hij doet, maar bij wat hij erover kan zeggen.
Hobby’s zijn geen onschuldige vrijetijdsbestedingen.
Het zijn culturele vrijbrieven voor genot.
En wie zich dat realiseert, ziet ineens waarom iedereen sport, niemand porno kijkt, en waarheid zelden een waarde is.
Niet omdat mensen dom zijn.
Maar omdat betekenis noodzakelijker is dan eerlijkheid.
Literatuurlijst
Betekenis, narratief en zelfbeeld
- The Denial of Death — Ernest Becker
Fundament onder het hele hoofdstuk: betekenis als existentieel afweermechanisme. - Escape from Evil — Ernest Becker
Over moraal, cultuur en heldendom als verdedigingsconstructies. - On the Uses and Disadvantages of History for Life — Friedrich Nietzsche
Waarheid als last, niet als waarde. Onmisbaar voor de ondertoon.
Lichaam, discipline en zichtbaarheid
- Discipline and Punish — Michel Foucault
Over het lichaam als object van regulering en normalisering. - The History of Sexuality, Volume I — Michel Foucault
Seksualiteit als discursief probleem, niet als biologisch feit. - The Presentation of Self in Everyday Life — Erving Goffman
Frontstage/backstage — essentieel voor het pornoparadigma.
Drift, genot en rationalisatie
- Civilization and Its Discontents — Sigmund Freud
Over spanning tussen drift en cultuur; lees kritisch, maar lees. - The Ego and the Id — Sigmund Freud
Nuttig voor het begrijpen van rationalisatie en zelfverhaal.
Cognitie, rechtvaardiging en hypocrisie
- Thinking, Fast and Slow — Daniel Kahneman
Coherentie boven correctheid — waarom verhalen winnen. - The Righteous Mind — Jonathan Haidt
Moraal als groepsmechanisme, niet als waarheidszoektocht.
Sport, status en symboliek
- Homo Ludens — Johan Huizinga
Spel, competitie en cultuur — nuttig juist waar het te romantisch wordt. - The Sociology of Sport — Pierre Bourdieu
Sport als sociaal kapitaal en statuspraktijk.
Aanvullende leestips (voor wie verder wil graven)
- The Human Condition — Hannah Arendt
- The Trouble with Testosterone — Robert Sapolsky
- Amusing Ourselves to Death — Neil Postman
