Even snel: bent u echt evenveel waard als uw buurman?
Beste lezer,
Mocht u vandaag nog niets gedaan hebben dat uw wereldbeeld licht beschadigt, dan bij deze een bescheiden voorstel.
Er bestaat een hardnekkige overtuiging dat alle mensen evenveel waard zijn. Een prachtige gedachte — vooral omdat niemand ernaar hoeft te handelen. Het is moreel comfortabel, sociaal veilig en uitermate geschikt om gesprekken voortijdig af te kappen.
In het bijgaande hoofdstuk, Gelijkheid als Afweermiddel tegen Denken, wordt deze overtuiging niet weerlegd (dat zou te makkelijk zijn), maar ontleed:
langzaam, zakelijk en zonder morele verdoving.
Vragen die u onderweg kunt tegenkomen:
- Wat bedoelen we eigenlijk met “waarde”?
- Wie bepaalt die waarde, en wanneer verandert zij?
- Waarom zijn sommige mensen levend lastig en dood ineens onschatbaar?
- En waarom doen samenlevingen structureel het tegenovergestelde van wat ze hardop beweren?
Dit stuk biedt geen oplossingen, geen troost en geen juiste mening om over te nemen. Wel de garantie dat u na afloop iets minder achteloos zult instemmen — en iets alerter wordt zodra iemand “gelijkheid” roept.
Leest u dit liever niet, dan raad ik aan snel door te scrollen.
Leest u het wel, dan kan ik niets beloven behalve lichte jeuk achter de ogen.
Met vriendelijke groet,
Peter Koopman
P.S. U bent vrij dit te delen. Ongemak vermenigvuldigt zich zelden vanzelf.
< 0 >
De Grote Ficties
Gelijkheid als Afweermiddel tegen Denken
Inleiding – de spreuk die denken vervangt
Zodra een gesprek ongemakkelijk wordt, zodra verschillen zichtbaar worden, zodra iemand onbedoeld begint te rekenen, klinkt daar het collectieve noodsignaal:
Mensen zijn evenveel waard.
Niet als conclusie, maar als afsluitformule.
Niet om iets te onderzoeken, maar om het onderzoek te beëindigen.
Zoals “dit gesprek is niet constructief” nooit over constructiviteit gaat, gaat “gelijke waarde” nooit over waarde.
Het is geen stelling. Het is een sluitzegel.
1. Waarde bestaat niet – toekenning wel
Waarde is geen eigenschap. Geen molecuul. Geen zielseenheid.
Waarde is altijd een relatie tussen:
- schaarste
- functie
- context
- belangen
- macht
Zuurstof is waardeloos tot hij opraakt.
Goud is waardeloos tot genoeg mensen erin geloven.
Water is gratis tot Dorst verschijnt.
Wie over “menselijke waarde” spreekt alsof die intrinsiek, universeel en tijdloos is, doet aan metafysisch smokkelwerk. Hij vervoert moraal vermomd als natuurwet.
2. De biologische werkelijkheid negeert gelijkheid
In biologische termen is de mens geen moreel subject, maar:
- een drager van genen
- een energie-investering
- een reproductieve gok
Een gezond, sociaal ingebed, voortplantingscapabel individu heeft biologisch meer waarde voor groepscontinuïteit dan een terminaal zieke, sociaal isolerende, destructieve actor.
Dat oordeel is niet wreed. Het is ecologisch.
Wie hier “maar iedereen is even belangrijk” tussen roept, voert geen argument aan maar een bezwering tegen Darwin.
3. Economische waarde: het rekenblad dat men niet wil openen
Elke samenleving rekent. Openlijk of heimelijk.
Mensen kosten:
- onderwijs
- zorg
- veiligheid
- justitie
- infrastructuur
Mensen leveren:
- arbeid
- innovatie
- stabiliteit
- voortplanting
- belasting
Tussen die twee ontstaat saldo.
En saldi kunnen negatief zijn.
Dat iemand moreel recht heeft op bescherming, betekent niet dat hij waarde toevoegt. Dat erkennen is geen genocidale neiging, maar volwassen boekhouding.
De weigering om dit te erkennen is geen menselijkheid, maar rekenangst.
4. Negatieve waarde bestaat – en iedereen handelt ernaar
We doen alsof negatieve waarde niet bestaat — maar onze instituties zijn er volledig op gebouwd:
- gevangenissen
- tbs-klinieken
- ballingschap
- sociale uitsluiting
- beroepsverboden
Waarom worden mensen opgesloten als iedereen evenveel waard is?
Waarom worden sommigen bewaakt en anderen vertrouwd?
Waarom beschermen we kinderen tegen “slechte invloeden”?
Omdat we exact weten dat niet iedereen dezelfde gevolgen heeft.
We ontkennen het alleen in taal.
5. Gelijk voor de staat: een administratieve mythe
Voor de staat is een mens geen mens, maar:
- een dossier
- een risico
- een vermogensobject
- een vervangbare eenheid
Rechtspraak is geen zoektocht naar waarheid of rechtvaardigheid.
Het is stabiliteitsbeheer met precedenten.
Schadeloosstellingen zijn geen erkenning van waarde, maar prijsbepalingen voor rust. Niet: “dit leven was zoveel waard”, maar: “dit bedrag is goedkoper dan escalatie”.
Wie dit verwart met waardigheid, verwart boekhouden met ethiek.
6. De dode mens als ideaal object
De levende mens:
- spreekt tegen
- radicaliseert
- destabiliseert
- kost geld
De dode mens:
- zwijgt
- symboliseert
- mobiliseert
- homogeniseert
Daarom zijn doden vaak waardevoller dan levenden. Niet biologisch, maar narratief.
Martelaren zijn beheersbaar.
Levende afwijkingen niet.
Wie dit moreel walgelijk vindt, heeft gelijk — maar dat verandert niets aan het mechanisme.
7. Gelijkheid als cognitieve nooduitgang
De uitspraak “mensen zijn evenveel waard” functioneert als:
- stopwoord
- schaamlap
- moreel rookgordijn
Ze voorkomt:
- rangschikking
- verantwoordelijkheid
- consequentie
- selectie
Kortom: denken.
Niet omdat denken onmogelijk is, maar omdat de conclusies psychologisch onverteerbaar zijn.
Gelijkheid is geen beschrijving van de wereld.
Het is een verdoving tegen inzicht.
Slot – zonder moraal, zonder reddingsboei
Wie werkelijk meent dat alle mensen evenveel waard zijn:
- zou iedereen hetzelfde moeten behandelen,
- dezelfde risico’s laten dragen,
- dezelfde verantwoordelijkheden geven,
- dezelfde gevolgen accepteren.
Niemand doet dat.
Iedereen selecteert.
Altijd.
De Grote Fictie is niet dat we gelijk zijn.
De Grote Fictie is dat we dat zouden kunnen verdragen — als we eerlijk zouden denken.
En precies daarom zeggen we het.
Afsluitende aanbeveling (voor de lezer)
Lees dit niet om het eens te worden.
Lees dit om te begrijpen waarom u dagelijks ongelijkheid toepast, terwijl u gelijkheid predikt.
< 0 >
Literatuurlijst
De Grote Ficties – Gelijkheid als Afweermiddel tegen Denken
I. Waarde, ongelijkheid en macht (fundament)
Deze auteurs leggen bloot dat “gelijke waarde” geen natuurwet is, maar een politieke en sociale constructie.
- Nietzsche, F. (1887). Zur Genealogie der Moral.
Over moraal als machtsstrategie; rangorde als onvermijdelijk gegeven. - Nietzsche, F. (1886). Jenseits von Gut und Böse.
Fundamentele aanval op egalitaire zelfbedrog. - Pareto, V. (1916/1935). The Mind and Society.
Elitecirculatie, residuen, rationalisaties. - Mosca, G. (1939). The Ruling Class.
Ongelijkheid als structureel, niet accidenteel. - Michels, R. (1911). Political Parties.
De ijzeren wet van oligarchie.
II. Biologie, selectie en ongemakkelijke realiteit
Waar gelijkheid sterft bij de confrontatie met evolutie.
- Darwin, C. (1859). On the Origin of Species.
De oorspronkelijke belediging aan morele gelijkheid. - Darwin, C. (1871). The Descent of Man.
Seksuele selectie en hiërarchie. - Dawkins, R. (1976). The Selfish Gene.
Waarde als functie van replicatie, niet van intentie. - Buss, D. (1994). The Evolution of Desire.
Ongelijkheid ingebakken in voorkeuren. - Sapolsky, R. (2017). Behave.
Menselijk gedrag zonder morele romantiek.
III. Economische waarde, kosten en negatieve saldi
Wat men weet maar niet hardop wil zeggen.
- Sowell, T. (1980). Knowledge and Decisions.
Over de rampzalige gevolgen van moreel denken zonder rekenen. - Sowell, T. (2015). Discrimination and Disparities.
Verschillen ≠ onrecht. - Friedman, M. (1962). Capitalism and Freedom.
Ruwe, functionele kijk op waarde en verantwoordelijkheid. - Becker, G. (1993). Human Capital.
Mensen als investeringen — ongemakkelijk maar accuraat.
IV. De staat, recht en stabiliteit (illusies ontmanteld)
Waarom recht niet draait om rechtvaardigheid.
- Weber, M. (1922). Economy and Society.
Bureaucratie als machinerie, niet als ethiek. - Foucault, M. (1975). Discipline and Punish.
Straf als ordeningsinstrument. - Foucault, M. (1976). Society Must Be Defended.
Politiek als voortzetting van oorlog met andere middelen. - Agamben, G. (1998). Homo Sacer.
Leven zonder waarde, waarde zonder leven.
V. Massa, moraal & cognitief zelfbedrog
Waarom de fictie standhoudt.
- Le Bon, G. (1895). The Crowd.
Collectieve denkenloosheid in zijn zuiverste vorm. - Haidt, J. (2012). The Righteous Mind.
Moraal als post-hoc rationalisatie. - Taleb, N.N. (2018). Skin in the Game.
Gelijkheid zonder consequenties is immoreel. - Kahneman, D. (2011). Thinking, Fast and Slow.
Waarom slogans winnen van analyse.
VI. Symboliek, dood en moreel kapitaal
Waarom doden waardevoller zijn dan levenden.
- Becker, E. (1973). The Denial of Death.
Symbolische onsterfelijkheid als ruilmiddel. - Girard, R. (1977). Violence and the Sacred.
Slachtoffers als sociale stabilisatoren. - Elias, N. & Dunning, E. (1986). Quest for Excitement.
Geciviliseerde omgang met geweld en dood.
VII. Moderne kritische aanvullingen
Voor wie verder wil escaleren.
- Pinker, S. (2018). Enlightenment Now.
Interessant juist waar hij tekortschiet. - Murray, C. (2012). Coming Apart.
Klassen zonder moraal, maar met gevolg. - Illich, I. (1971). Deschooling Society.
Gelijkheid als institutionele fictie.
