EEN PARADIGMA – DE MENS ALS EFFICIËNT SYSTEEM

EEN PARADIGMA – DE MENS ALS EFFICIËNT SYSTEEM

Geachte lezer,

Dit essay vertrekt niet vanuit waarden, bedoelingen of idealen, maar vanuit een eenvoudige, ongemakkelijke observatie:
de mens functioneert primair als een energie-efficiënt systeem dat zich aanpast binnen grenzen.

Van daaruit wordt niets gespaard — niet bewustzijn, niet wil, niet moraal, niet identiteit.

U zult hier geen pleidooi aantreffen voor hardheid, discipline of zelfredzaamheid. Evenmin is dit een aanklacht tegen zorg, compassie of betekenis. Het is een beschrijving van wat er gebeurt wanneer een organisme moet functioneren onder schaarste: schaarste aan energie, aandacht, tijd, herstel en sociale erkenning.

Dit essay laat zien:
– waarom mensen zoeken naar wat werkt, niet naar wat waar is
– waarom leren onvermijdelijk leidt tot specialisatie én kwetsbaarheid
– waarom functies atrofiëren zodra hun onderhoud niet langer loont
– waarom herstel geen recht is, maar een investering
– waarom wil tijdelijk, duur en contextafhankelijk is
– waarom het ‘ik’ geen kern is, maar een sociaal verhaal
– en waarom mensen bereid zijn het lichaam op te offeren wanneer het verhaal meer rendement belooft dan het leven zelf

Strijd verschijnt hier niet als conflict of agressie, maar als iets fundamentelers:
de voortdurende allocatie van schaarse middelen binnen begrensde mogelijkheden.

Wie dit leest in de hoop op oplossingen, morele richting of troost, zal die niet vinden.
Wie wil begrijpen waarom mensen doen wat zij doen — ook wanneer dat destructief, illusoir of zelfopofferend is — krijgt hier een samenhangend kader aangereikt.

Dit essay vraagt geen instemming.
Het vraagt alleen dat u bereid bent uw aannames niet te verdedigen terwijl u leest.

Peter Koopman

“Niet om te vernietigen, maar om te horen wat hol klink.”

Waarom we doen wat werkt – en waarheid, vooruitgang en behoud bijzaak zijn

1. De hardnekkige misvatting

De mens houdt van het idee dat hij handelt op basis van inzicht. Dat hij keuzes maakt omdat hij begrijpt wat waar is, wat goed is, wat verstandig is. Dit zelfbeeld is diep verankerd in onderwijs, zorg, politiek en persoonlijke identiteit. Het verklaart gedrag achteraf, legitimeert falen en verleent betekenis aan succes.

Maar wie gedrag observeert zonder deze verklaringen vooraf serieus te nemen, ziet iets anders. Niet een waarheidszoeker, maar een organisme dat zich gedraagt binnen grenzen. Niet een moreel subject, maar een functionerend systeem. Niet gericht op waarheid, maar op voortbestaan tegen minimale kosten.

De vraag is dus niet: waarom doen mensen wat ze doen?
De vraag is: wat levert het op, en wat kost het?

Zodra die vraag serieus wordt genomen, valt een groot deel van onze vanzelfsprekende verklaringen stil. Ze blijken niet fout, maar overbodig.

2. Aanpassing is geen vrijheid

Het vermogen tot aanpassing wordt vaak verward met vrijheid. Wie zich kan aanpassen, zo luidt het impliciete verhaal, kan ook kiezen. Maar aanpassing is geen open veld; het is een bandbreedte. Die bandbreedte is biologisch, ontwikkelingsmatig en contextueel begrensd.

Niet alles kan worden geleerd. Niet alles kan worden hersteld. Niet iedereen kan zich aanpassen aan elke eis die een omgeving stelt. Dat geldt voor spieren, voor cognitie, voor emotionele regulatie en voor sociale rollen.

Het falen van aanpassing is daarom geen moreel tekort en geen psychologisch mysterie. Het is een structurele eigenschap van levende systemen. Buiten de bandbreedte stopt optimalisatie. Dan volgen compensatie, vereenvoudiging of uitval.

Dit inzicht alleen al ondergraaft een groot deel van het hedendaagse maakbaarheidsdenken. Niet omdat inspanning zinloos zou zijn, maar omdat mogelijkheid voorafgaat aan motivatie.

3. Energie als stille regisseur

Binnen die bandbreedte opereert een eenvoudig maar meedogenloos principe: energie-efficiëntie. Gedrag dat meer kost dan het oplevert, verdwijnt. Gedrag dat hetzelfde oplevert tegen lagere kosten, wordt herhaald. Gedrag dat een hogere opbrengst belooft, wordt tijdelijk gefinancierd.

Dit principe werkt onder de radar. Het presenteert zich niet als keuze, niet als intentie, niet als moraal. Het presenteert zich als voorkeur, als gemak, als vanzelfsprekendheid.

Daarom wint routine het van reflectie. Daarom is terugval geen afwijking maar de norm. Daarom is volhouden uitzonderlijk en tijdelijk. Het organisme zoekt niet naar het beste gedrag, maar naar het goedkoopste voldoende gedrag.

Wie dit ontkent, moet verklaren waarom vrijwel elk menselijk systeem – van het brein tot instituties – uiteindelijk dezelfde richting uit beweegt: minder variatie, meer automatisme, lagere kosten.

4. Leren als optimalisatie

Leren wordt graag voorgesteld als verrijking. Als uitbreiding van mogelijkheden. Als groei. In werkelijkheid is leren primair reductie. Het vermindert onzekerheid, elimineert alternatieven en maakt handelen voorspelbaarder.

Een geleerde vaardigheid is goedkoper dan een onderzochte mogelijkheid. Een routine is goedkoper dan een keuze. Een overtuiging is goedkoper dan twijfel.

Daarom voelt leren prettig. Niet omdat de waarheidswinst oplevert, maar omdat het energetische rust geeft. Het systeem hoeft minder te rekenen, minder te corrigeren, minder te twijfelen.

Maar elke reductie heeft een prijs. Wat efficiënter wordt, wordt ook specifieker. En wat specifieker wordt, verliest toepasbaarheid buiten de context waarin het is gevormd.

Hier ligt de kiem van kwetsbaarheid. Niet in onwetendheid, maar in succes.

5. Wanneer efficiëntie tegen je werkt

Een systeem dat goed werkt, wordt afhankelijk van de omstandigheden waaronder het goed werkt. Dat geldt voor een spiergroep, een cognitief patroon, een professionele vaardigheid en een moreel kader.

Zolang de context stabiel blijft, is dit geen probleem. Integendeel: specialisatie loont. Maar zodra de context verschuift, blijkt efficiëntie een last. Het systeem is snel, maar inflexibel. Accuraat, maar blind voor afwijkingen.

Wat wij veroudering noemen, is voor een groot deel dit proces: perfect afgestemd zijn op een wereld die niet meer bestaat. Dat geldt lichamelijk, cognitief en cultureel.

Daarom zie je dat hooggeoptimaliseerde systemen disproportioneel hard falen wanneer omstandigheden veranderen. Niet ondanks hun optimalisatie, maar vanwege hun optimalisatie.

6. Atrofie is logisch

Functies kosten onderhoud. Dat geldt voor spieren, geheugen, initiatief en sociale competenties. Onderhoud wordt alleen gepleegd zolang het rendement oplevert. Zodra een functie niet langer nodig is, wordt zij afgebouwd.

Dit is geen bewuste beslissing, maar een gevolg van prioritering. Het systeem investeert waar de opbrengst verwacht wordt. Wat geen bijdrage levert, verliest zijn budget.

Een omgeving die taken uitbesteedt – rekenen, navigeren, onthouden, beslissen – ontneemt niet actief vermogens. Zij maakt hun onderhoud onrendabel. De afbouw die volgt, noemen we achteraf achteruitgang.

In dit licht verschijnt een groot deel van cognitieve en functionele achteruitgang niet als mysterie, maar als uitgestelde logica.

7. Ziekte en falen zonder moraal

Wanneer functies afnemen, wordt dat vaak geïnterpreteerd als falen: van het individu, van de zorg, van de discipline. Maar falen is hier geen oorzaak, het is een signaal. Het signaleert dat onderhoud niet langer wordt gefinancierd.

Ziekte verschijnt zo niet als willekeurige ramp, maar als het moment waarop afbouw zichtbaar wordt. Niet omdat het systeem niet meer kan, maar omdat het niet meer loont.

Dit betekent niet dat ziekte triviaal is, of dat lijden irrelevant is. Het betekent dat morele verklaringen – schuld, nalatigheid, gebrek aan wil – naast de kern grijpen.

8. Schade en herstel

Schade door letsel, trauma of overbelasting introduceert een nieuwe variabele: herstel. Herstel is geen automatische reactie, maar een investering. Het kost energie, tijd en reorganisatie.

Die investering wordt alleen gedaan wanneer de verwachte opbrengst groter is dan de kosten. Daarom herstellen jonge organismen sneller en vollediger dan oudere. Daarom stagneert herstel bij cumulatieve belasting. Daarom verschilt herstel per context.

Het systeem berekent geen waarden, maar verwachtingen. Wanneer volledige reparatie te duur wordt, schakelt het over op compensatie, vereenvoudiging of acceptatie van verlies.

Herstel is dus geen recht en geen plicht. Het is een optie. En opties verdwijnen wanneer ze onrendabel worden.

9. De grens van dit deel

Tot hier is de mens beschreven als organisme. Een systeem dat leert, optimaliseert, specialiseert en afbouwt. Dat alleen al verklaart meer dan veel theorieën durven toegeven.

Maar hiermee zijn we er niet. Want de mens is niet alleen een biologisch systeem. Hij is ook een sociaal zichtbaar systeem. Een wezen dat zichzelf ervaart via anderen. Dat gedrag niet alleen afstemt op overleving, maar op betekenis.

In dat punt wordt de logica niet verlaten, maar verplaatst.

Daar begint het tweede deel:
bewustzijn, wil, het narratief zelf –
en waarom een verhaal soms meer oplevert dan een lichaam.

De mens als efficiënt systeem (Deel II)

Bewustzijn, wil en het verhaal waarvoor we bereid zijn te sterven

10. Bewustzijn als dure uitbreiding

Tot nu toe is de mens beschreven als organisme: adaptief, begrensd, optimaliserend. Maar de mens beschikt over iets extra’s: bewustzijn. Dat wordt vaak voorgesteld als kroon op de evolutie, als vrijheidsmachine, als moreel centrum. Dat beeld houdt geen stand zodra je bewustzijn functioneel bekijkt.

Bewustzijn is geen regisseur, maar een energie-intensieve uitbreiding. Het maakt simulatie mogelijk: het vooruitdenken van situaties die er nog niet zijn. Dat is nuttig in onzekere contexten, maar duur. Daarom is bewustzijn fluctuerend, fragiel en contextafhankelijk. Het verdwijnt onder stress, vermoeidheid, honger en dreiging. Niet omdat het faalt, maar omdat het wordt uitgeschakeld wanneer het rendement negatief wordt.

Bewustzijn is geen constante staat. Het is een modus.

11. Wil als uitgestelde boekhouding

Wat doorgaans “wilskracht” wordt genoemd, is niets anders dan het tijdelijk accepteren van hogere kosten in ruil voor een verbeelde toekomstige opbrengst. Afslanken, trainen, studeren, werken tegen directe beloning in: het zijn allemaal vormen van uitgestelde ROI.

Dit verklaart waarom wil geen stabiele eigenschap is. Ze vereist:
– voldoende energie
– een geloofwaardig toekomstscenario
– sociale of symbolische ondersteuning

Zodra één van die factoren wegvalt, verdwijnt de wil. Dat is geen karakterzwakte, maar systeemlogica. Wil is geen spier die sterker wordt door training; het is een investering die alleen wordt gedaan zolang het vooruitzicht loont.

12. Waarom discipline altijd leunt op structuur

Geen enkel organisme volhardt langdurig tegen zijn directe prikkelstructuur in zonder externe ondersteuning. Daarom ontstaan schema’s, rituelen, regels, toezicht en instituties. Niet om mensen te verbeteren, maar om wil goedkoop te maken.

Zodra structuur verdwijnt, keert gedrag terug naar zijn energetisch goedkoopste vorm. Dat heet terugval, maar is in feite herstel van basislogica.

Wie discipline verheerlijkt zonder haar context te analyseren, verwart effect met oorzaak.

13. Het zelf als sociaal construct

Het menselijk zelf bestaat niet autonoom. Het ontstaat, wordt onderhouden en bevestigd in sociale interactie. Het ik is geen kern, maar een knooppunt van verwachtingen: wat men denkt dat anderen zien, waarderen of afwijzen.

Identiteit is daarmee geen innerlijke waarheid, maar een extern gevoed model. Zonder sociale bevestiging desintegreert het. Dat verklaart waarom statusverlies, schaamte en uitsluiting zulke krachtige gedragsdeterminanten zijn — vaak sterker dan fysieke pijn.

Het zelf is geen bezit. Het is een relatie.

14. Het narratief als regulatiemechanisme

Om sociaal te functioneren heeft de mens een verhaal nodig: over wie hij is, wat hij doet, waar hij voor staat. Dat narratief reduceert onzekerheid, coördineert gedrag en maakt offers voorstelbaar.

Dit narratief hoeft niet waar te zijn. Het hoeft alleen:
– consistent te zijn
– sociaal herkenbaar
– toekomstig rendement te suggereren

Hier verschuift de optimalisatie van biologisch naar symbolisch.

15. Symbolische ROI

Symbolische opbrengsten — eer, betekenis, zuiverheid, voorbeeldfunctie, morele superioriteit — hebben één cruciale eigenschap: ze zijn oneindig schaalbaar. Biologisch rendement is eindig; symbolisch rendement niet.

Daarom kan een verhaal uiteindelijk meer “waard” worden dan het lichaam dat het draagt. Zodra die balans omslaat, wordt het lichaam ondergeschikt. Niet per ongeluk, maar consequent.

Hier ligt de sleutel tot gedrag dat men graag irrationeel noemt.

16. Opoffering als rationele uitkomst

Zelfopoffering, martelaarschap en zelfs zelfmoord zijn geen breuken met rationaliteit. Ze zijn uitkomsten van een verschuiving in grootboek. Het organisme wordt ingeruild voor het narratief dat zonder die daad niet zou overleven.

De kosten zijn direct en eindig. De opbrengst is uitgesteld en onbeperkt. Voor het narratieve systeem is dat een logische investering.

De mens sterft zelden omdat hij niets meer waard is. Hij sterft omdat hij te veel waard is binnen een bepaald verhaal.

17. Waarom dit gedrag sociaal geclusterd is

Zelfdestructief gedrag is zelden willekeurig verdeeld. Het clustert per cultuur, ideologie, tijdperk en sociale positie. Dat alleen al ondermijnt individuele verklaringen.

Het zijn niet “zwakke mensen” die zich opofferen, maar mensen bij wie het narratief systeem het biologische systeem heeft overvleugeld. De context bepaalt welke verhalen renderen.

18. Moraal als stabilisatietaal

Moraal verschijnt in dit model niet als oorzaak, maar als legitimatie achteraf. Ze rechtvaardigt offers die energetisch al zijn gemaakt. Ze stabiliseert gedrag door het moreel onbetwistbaar te maken.

Daarom wordt moraal fel verdedigd: wie het narratief aantast, bedreigt niet alleen overtuigingen, maar investeringen.

19. Implicaties voor zorg, opvoeding en beleid

Een cultuur die functies externaliseert, reduceert adaptieve bandbreedte.
Een zorgsysteem dat alles opvangt, verlaagt de ROI van zelfregulatie.
Een opvoeding die elk falen voorkomt, verhindert leren.

Dat zijn geen morele aanklachten, maar systeemgevolgen.

20. Waarom dit geen cynisme is

Dit paradigma ontkent geen lijden, geen betekenis en geen verantwoordelijkheid. Het weigert alleen ze als verklaringente gebruiken.

Het is beschrijvend, niet normatief. Het zegt niet wat de mens zou moeten zijn, maar wat hij doet wanneer hij functioneert zoals systemen nu eenmaal functioneren.

Wie dit kil noemt, verwart warmte met waarheid.

21. Slot

De mens is geen wezen dat soms efficiënt handelt.
Hij is een efficiënt systeem dat soms betekenis produceert.

Zolang we dat blijven omdraaien, zullen we ons gedrag blijven misverstaan — en onze eigen illusies blijven verdedigen alsof ze leven zelf zijn.

Want in zekere zin zijn ze dat ook.

Referentie- en literatuurlijst (selectief, dragend)

·       Charles Darwin — On the Origin of Species

·       Friedrich Nietzsche — On Truth and Lies in a Nonmoral Sense

·       William James — Pragmatism

·       Georges Canguilhem — The Normal and the Pathological

·       Émile Durkheim — Suicide

·       George Herbert Mead — Mind, Self, and Society

·       Erving Goffman — The Presentation of Self in Everyday Life

·       Ernest Becker — The Denial of Death

·       Ivan Illich — Medical Nemesis

·       Karl Friston — Free Energy Principle

·       Anil Seth — Being You

·       Nassim Nicholas Taleb — Antifragile

Ook interessant voor jou!