Doomscrollen: het rookmelderprincipe van de eenentwintigste eeuw

Doomscrollen: het rookmelderprincipe van de eenentwintigste eeuw

Beste lezer,

Vandaag een essay over een reflex die zich vermomt als verantwoordelijkheidsgevoel. Iemand die om middernacht voor de vijftiende keer hetzelfde nieuwsbericht ververst denkt dat hij waakzaam is. Onderzoek na de aanslag op de Boston Marathon liet iets anders zien: wie het nieuws urenlang volgde, werd gestrester dan wie er middenin stond.

De lijn loopt van Randolph Nesse’s rookmelderprincipe, via het automatische alarmsysteem dat Öhman en Mineka in het brein blootlegden, naar drie decennia onderzoek van Roxane Cohen Silver naar rampen op afstand: 9/11, de Boston Marathon, de eerste covidgolf. Telkens hetzelfde patroon, telkens een ander scherm.

De adder onder het gras: dit stuk pleit niet vrijuit tegen nieuwsconsumptie, en het is ook geen lofzang op onwetendheid als deugd. Het wijst iets ongemakkelijkers aan. De industrie die van je aandacht leeft weet precies welke knop ze indrukt, en die knop is toevallig dezelfde die de evolutie al tienduizenden jaren geleden installeerde.

Wie denkt dat hij het nieuws volgt om voorbereid te zijn, mag zich hier voorbereiden op een ontnuchtering.

Veel leesplezier,

Peter Koopman

 

Doomscrollen: het rookmelderprincipe van de eenentwintigste eeuw

Iemand ligt om elf uur ’s avonds in bed, telefoon binnen handbereik, en ververst voor de veertiende keer die avond hetzelfde nieuwsbericht. Er verandert niets aan de inhoud. Er verandert niets aan wat diegene ermee kan. Toch voelt stoppen als een risico, alsof het scherm loslaten betekent dat het gevaar ongezien dichterbij sluipt. Niemand heeft die persoon ooit geleerd dat dit gedrag helpt. Het gebeurt gewoon, avond na avond, bij miljoenen mensen tegelijk, en het heeft inmiddels een naam die de Merriam-Webster-woordenboekredactie serieus genoeg vond om op te nemen: doomscrollen.

De gangbare verklaring is karakterzwakte. Te weinig zelfdiscipline, te veel schermtijd, een generatie die de kunst van het loslaten is verleerd. Die verklaring is comfortabel, want ze suggereert dat een asceet met genoeg wilskracht dit probleem gewoon niet zou hebben. Ze is ook fout. Het scrollende brein doet precies waarvoor het is gebouwd, alleen dan in een omgeving die niets meer lijkt op de omgeving waarin het is gebouwd. Er zit geen zwakke bestuurder achter het stuur die de verkeerde afslag neemt. Er zit helemaal geen bestuurder. Er zit een alarmsysteem dat reageert op een signaal, zonder dat er iemand binnenin zit die het signaal op waarde kan schatten.

Het rookmelderprincipe

Randolph Nesse gaf dat systeem in 2001 een naam die inmiddels een vaste plek heeft in de evolutionaire psychiatrie: het rookmelderprincipe. Een rookmelder die alleen bij echte brand afgaat, is een slechte rookmelder, want een gemiste brand kost een huis en een leven. Een rookmelder die tien keer onterecht afgaat bij aangebrand toastbrood, kost alleen irritatie. De optimale instelling van een alarmsysteem hangt dus niet af van hoe vaak het gelijk heeft, maar van de verhouding tussen de kosten van een vals alarm en de kosten van een gemist alarm. Zolang die verhouding scheef genoeg is, bouwt de natuurlijke selectie een systeem dat liever te vaak paniekeert dan één keer te weinig.

Angst, stress, hoesten, walging: het zijn allemaal defensiesystemen die volgens ditzelfde principe zijn gekalibreerd, en ze voelen daardoor stelselmatig overdreven aan voor wie ze van buitenaf bekijkt. Dat is geen storing. Dat is precies de bedoeling.

Öhman en Mineka voegden er in hetzelfde jaar een doorslaggevend detail aan toe. Het angstsysteem dat op evolutionair relevante dreiging reageert, spinnen, slangen, boze gezichten, is niet alleen overgevoelig. Het is ook grotendeels ontoegankelijk voor bewuste controle. Het activeert automatisch, het verwerkt informatie voordat de bewuste geest er iets van meekrijgt, en het laat zich met een simpel “rustig maar, er is niks aan de hand” niet uitschakelen. Wie tegen zichzelf zegt dat scrollen geen zin heeft en gewoon door blijft scrollen, is geen hypocriet. Die persoon praat tegen een systeem dat doof is voor argumenten, want het systeem is niet gebouwd om te luisteren. Het is gebouwd om te reageren, snel en zonder overleg met de rest van het brein.

Vergelijk het met een huisalarm dat niet met de bewoner overlegt voor het afgaat. Dat is geen gebrek. Dat is de enige manier waarop een alarm zijn werk kan doen binnen de tijd die telt.

Drie rampen, één patroon

Het venijnige aan het rookmelderprincipe in een mediarijke wereld is de schaal waarop het misvuurt. Roxane Cohen Silver en collega’s hebben dat drie keer met verschillende rampen aangetoond, en de herhaling is wat het overtuigend maakt. Na de aanslagen van 11 september 2001 volgde Silver met co-auteurs een landelijk representatieve steekproef van bijna 2.729 Amerikanen, en ontdekte dat de mate van posttraumatische stress niet simpelweg samenhing met hoe dichtbij iemand de aanslagen had meegemaakt. Coping-strategieën en mediaconsumptie voorspelden de symptomen beter dan fysieke nabijheid.

Twaalf jaar later herhaalde zich het patroon rond een kleinere, lokalere ramp. Na de aanslag op de Boston Marathon in 2013 ondervroegen Holman, Garfin en Silver ruim 4.675 volwassenen, met steekproeven uit Boston zelf, New York en de rest van het land. Mensen die zes uur per dag of meer aan bomgerelateerde media consumeerden in de week na de aanslag, rapporteerden meer acute stress dan mensen die fysiek bij de finish hadden gestaan toen de bommen afgingen. Lezen over het gevaar bleek erger dan het gevaar zelf hebben meegemaakt.

En in 2020, bij de eerste golf van de coronapandemie, trokken Garfin, Silver en Holman de conclusie die inmiddels voorspelbaar was geworden: herhaalde mediablootstelling aan een collectieve crisis versterkt angst, houdt stressreacties in stand die doorwerken op de fysieke gezondheid, en drijft mensen naar verkeerd gerichte hulpzoekgedrag, tot en met het overbelasten van zorgvoorzieningen door mensen die vooral gerustgesteld willen worden. Drie rampen, drie decennia uit elkaar, en telkens dezelfde handtekening: het scherm doet meer schade dan de gebeurtenis waar het scherm over bericht.

Er is een verschil tussen de steekproef van 2001 en die van 2020 dat de cijfers zelf niet laten zien, en dat is de snelheid waarmee herhaling nu mogelijk is. De respondenten na 9/11 moesten naar een televisie lopen of een krant openslaan. Er zat wrijving tussen de mens en het volgende alarm. Wie in 2026 wakker ligt, heeft die wrijving weggeorganiseerd. Het scherm ligt al in de hand, de melding staat al aan, en de afstand tussen impuls en bevrediging is teruggebracht tot de tijd die een duim nodig heeft om een paar centimeter te bewegen. Hetzelfde rookmelderprincipe, maar met een knop die honderd keer per dag binnen bereik ligt in plaats van drie keer per week.

Waakzaamheid die zichzelf voedt

Waarom stopt niemand dan gewoon? Thomas Borkovec beschreef in zijn cognitieve vermijdingstheorie van piekeren een mechanisme dat hier akelig goed op past. Piekeren, en scrollen is in wezen piekeren met een duim, is overwegend verbaal en abstract van aard, en juist dat abstracte karakter onderdrukt de levendige, beeldende voorstelling van het gevreesde scenario. Wie in beelden zou denken aan wat er werkelijk kan gebeuren, zou een golf van lichamelijke angst voelen. Wie in plaats daarvan blijft hangen in woorden, headlines, korte fragmenten, houdt die lichamelijke golf net onder de oppervlakte. Dat voelt op de korte termijn als controle. Op de lange termijn houdt het de angst juist in leven, omdat het brein nooit de kans krijgt om de dreiging volledig te verwerken en af te sluiten.

Scrollen is dan geen falen van zelfbeheersing maar een vermijdingsstrategie die zich vermomt als betrokkenheid. Het voelt als iets doen. Het is niets doen, verpakt als actie.

Sharma, Lee en Johnson gaven dit gedrag in 2022 een meetbare vorm met een gevalideerde doomscrolling-schaal, en de resultaten bevestigen het beeld. Doomscrollen bleek een onderscheidbaar construct, nauw verwant aan wat zij online vigilance noemen, aan problematisch internetgebruik, en aan fear of missing out. Het hing samen met passief mediagebruik, gewoontematig scrollen, angst en zwakke zelfcontrole. Jongere volwassenen, mannen en politiek betrokken mensen scoorden hoger. Niet toevallig zijn dat ook de groepen bij wie status en groepslidmaatschap sterk aan opinievorming zijn gekoppeld, wat suggereert dat er onder de angst nog een laag sociale signalering zit, maar dat is een essay op zich.

Het tegenargument, en waarom het niet volstaat

De voor de hand liggende tegenwerping is dat een geïnformeerde burger een morele plicht heeft om op de hoogte te blijven, en dat wie zich afsluit van het nieuws zijn verantwoordelijkheid ontloopt. Dat argument klopt tot op zekere hoogte en houdt daarna genadeloos op. Informatie heeft alleen waarde als ze ergens toe leidt: een stemkeuze, een donatie, een aangepast reisplan, een telefoontje naar een dierbare. Voorbij dat punt is extra informatie geen burgerplicht meer maar ruis met een adrenalinesausje. Niemand wordt een betere burger van de zeventiende herhaling van hetzelfde beeld op een andere zender. De informatieplicht rechtvaardigt kennisname, geen herhaalde blootstelling tot het zenuwstelsel piept.

Er is ook een subtielere versie van het tegenargument, die stelt dat waakzaamheid zelf een vorm van solidariteit is met wie de ramp wel rechtstreeks treft. Meekijken als eerbetoon, zeg maar. Dat gevoel is oprecht en het is menselijk, maar het houdt geen rekening met wat Silvers cijfers laten zien: de meekijker die uitput, is geen steun meer voor wie het echt nodig heeft. Uitgeputte mensen bellen niet, doneren niet, organiseren niets. Ze liggen wakker. Solidariteit die zichzelf lamlegt, is geen solidariteit, het is een postuur.

De industrie die weet wat ze doet

Hier wordt het pas echt ongemakkelijk, want het rookmelderprincipe wordt niet alleen toevallig geactiveerd door de moderne informatiestroom. Het wordt actief bediend. Natasha Schüll beschreef in haar onderzoek naar gokautomaten hoe ontwerpers variabele beloningsschema’s gebruiken om gebruikers in een “machine zone” te houden, een staat van vrijwel geautomatiseerde herhaling waarin stoppen moeilijker wordt dan doorgaan. Newsfeeds en notificatiesystemen zijn met vergelijkbare precisie gebouwd: oneindig scrollen zonder natuurlijk eindpunt, onvoorspelbare beloning in de vorm van een verontrustend of juist geruststellend bericht, en een pull-to-refresh-gebaar dat qua interactieontwerp weinig verschil vertoont met de hendel van een gokautomaat. Het rookmelderprincipe zorgt voor de brandstof. Het interactieontwerp zorgt voor de motor die er blijvend op draait.

Dat is geen samenzweringstheorie, het is bedrijfsmodel. Aandacht is de grondstof, en een zenuwstelsel dat evolutionair geneigd is tien keer te veel alarm te slaan, is nu eenmaal een efficiëntere grondstofbron dan een zenuwstelsel in rust.

Het interactieontwerp is ook niet blind voor wat het aanbiedt. Brady, Crockett en Van Bavel lieten in hun MAD-model zien dat inhoud met morele verontwaardiging systematisch beter scoort op deelgedrag dan neutrale of louter feitelijke berichten, en dat aanbevelingsalgoritmes die uitkomst vervolgens versterken omdat ze geoptimaliseerd zijn op engagement, niet op waarheid of gemoedsrust. Het rookmelderprincipe zorgt dat mensen gevoelig zijn voor alarmerende inhoud. Het platform zorgt dat precies die inhoud vaker in beeld komt dan het rustige bericht ernaast. Twee systemen die elkaar toevallig perfect aanvullen, op een manier die voor geen van beide partijen toeval is: het brein selecteerde op overleving, het platform selecteert op omzet, en de twee selectiedruk wijzen exact dezelfde kant op.

De casus die het dichtstbij komt

Wie twijfelt of dit alles ver van zijn bed staat, hoeft alleen naar de beelden te kijken die dagelijks uit actuele conflictgebieden en rampzones over sociale media rollen. Voor iemand die er middenin zit, is het beeldinformatie over een dreiging die om een concrete reactie vraagt: vluchten, schuilen, hulp organiseren. Voor de toeschouwer op drieduizend kilometer afstand is exact hetzelfde beeld een trigger zonder uitlaatklep. Er is niets te vluchten, niets te verdedigen, alleen een systeem dat vuurt zoals het altijd heeft gevuurd, in een omgeving waar het vuren geen enkele functie meer dient. Precies dat verschil, tussen degene die kan handelen en degene die alleen kan kijken, is waar Silvers bevindingen op uitkomen: de kijker raakt soms gestrester dan wie er middenin stond, want de kijker mist het enige waar het zenuwstelsel eigenlijk om vroeg. Een uitweg.

Wie dus ’s avonds voor de zoveelste keer ververst uit een gevoel van plicht, moet zich afvragen welk deel van dat gevoel plicht is en welk deel een rookmelder die niet weet dat het brood allang is aangebrand.

Waar dit naartoe gaat

Het onderzoeksveld beweegt zich inmiddels voorbij de vraag of doomscrollen bestaat, dat is met de schaal van Sharma, Lee en Johnson wel beantwoord, naar de vraag wat je eraan doet zonder te doen alsof mensen hun eigen ontwerpfout zijn. De regelgeving rond aanbevelingsalgoritmes, zoals de Europese Digital Services Act die platforms verplicht inzicht te geven in hun aanbevelingslogica, is een eerste, houterige poging om de motor te raken in plaats van de brandstof de schuld te geven. Media-educatie die kinderen leert wat een variabel beloningsschema met hun duim doet, hoort in datzelfde rijtje, naast interfaceontwerp dat vertraging inbouwt in plaats van wrijving weg te halen. Geen van die maatregelen doet iets aan het rookmelderprincipe zelf, dat blijft, want het zit in de bekabeling. Wat wel kan veranderen, is hoeveel knoppen er binnen handbereik van dat alarm liggen.

Literatuurlijst

Borkovec, T. D., & Sibrava, N. J. (2006). The cognitive avoidance theory of worry. In G. C. L. Davey & A. Wells (Eds.), Worry and its psychological disorders: Theory, assessment and treatment (pp. 239–256). Wiley.

Brady, W. J., Crockett, M. J., & Van Bavel, J. J. (2020). The MAD model of moral contagion: The role of motivation, attention, and design in the spread of moralized content online. Perspectives on Psychological Science, 15(4), 978–1010.

Garfin, D. R., Silver, R. C., & Holman, E. A. (2020). The novel coronavirus (COVID-2019) outbreak: Amplification of public health consequences by media exposure. Health Psychology, 39(5), 355–357.

Holman, E. A., Garfin, D. R., & Silver, R. C. (2014). Media’s role in broadcasting acute stress following the Boston Marathon bombings. Proceedings of the National Academy of Sciences, 111(1), 93–98.

Nesse, R. M. (2001). The smoke detector principle: Natural selection and the regulation of defensive responses. Annals of the New York Academy of Sciences, 935(1), 75–85.

Öhman, A., & Mineka, S. (2001). Fears, phobias, and preparedness: Toward an evolved module of fear and fear learning. Psychological Review, 108(3), 483–522.

Schüll, N. D. (2012). Addiction by design: Machine gambling in Las Vegas. Princeton University Press.

Sharma, B., Lee, S. S., & Johnson, B. K. (2022). The dark at the end of the tunnel: Doomscrolling on social media newsfeeds. Technology, Mind, and Behavior, 3(1).

Silver, R. C., Holman, E. A., McIntosh, D. N., Poulin, M., & Gil-Rivas, V. (2002). Nationwide longitudinal study of psychological responses to September 11. JAMA, 288(10), 1235–1244.

Ook interessant voor jou!