De voorlichter

De voorlichter

Trouwe lezer,

Een vlieg slaan lukt niet. Dat wist u al, maar de reden is vervelender dan traagheid: het dier heeft zijn ontsnapping al berekend en uitgevoerd voordat uw hand op de helft was, en het heeft daarbij ook nog een afweging gemaakt. Door niemand.

Dit stuk gaat over wat er in u de beslissingen neemt die u vervolgens aan uzelf toeschrijft. Het antwoord is dat er niemand is, en dat de stem die u voor uzelf houdt de functie heeft van woordvoerder: hij zat niet in de vergadering, hij hoort achteraf wat er is besloten, en hij legt het uit met een stelligheid die hem zijn baan kost zodra hij die verliest.

Aan het eind beken ik dat de Nederlandse grammatica mij dwingt te schrijven wat ik in het hele essay probeer te ontkennen. Daar kan ik niets aan doen. U leest het met dat voorbehoud.

Peter Koopman

Voormalig sportdocent, maar vooral amateur-antropoloog van de menselijke illusie — gespecialiseerd in de kruising tussen biologie, gedrag, macht, zelfbedrog en ons absurde verlangen naar validatie.

 

De voorlichter

 

Een vlieg wegslaan lukt zelden. Je hand is nog niet halverwege of het beest zit op het plafond, en jij staat daar met een uitgestoken arm en een verklaring waar niemand om heeft gevraagd.

De cijfers zijn vernederend. Een vlieg heeft aan enkele duizendsten van een seconde genoeg om van naderende schaduw naar vertrek te gaan, via een zenuwvezel die vrijwel rechtstreeks op de vleugelspieren staat. En het dier doet meer dan wegwezen. Het bepaalt vooraf uit welke hoek de dreiging komt, verzet zijn poten, kantelt zijn lijf de goede kant op en vertrekt in een bocht. Nadert je hand langzaam, dan kiest het een tragere route die nauwkeuriger mikt. Snelheid tegen precisie, afgewogen en al, door niemand.

Wie meent dat hij dit dier de baas is omdat hij bewustzijn heeft, mag het proberen met een theelepel.

Te laat om te beslissen

Neem iets waar ik meer verstand van heb. Een directe stoot legt van dichtbij zijn weg af in ongeveer honderd milliseconden. Een eenvoudige visuele reactietijd zit rond de tweehonderd. Dat is geen krappe marge, dat is een vonnis: wie de stoot waarneemt en daarna besluit te reageren, ligt op de grond voordat het besluit rond is.

Toch worden stoten ontweken. Avond aan avond, door mensen die achteraf keurig kunnen navertellen dat ze hem zagen aankomen. Ze zagen hem niet. Ze lazen de man: de schouder die een fractie eerder inzakt, het gewicht dat verschuift, de adem die stokt. Dat lezen gebeurt zonder dat er iemand thuis is, en het beste bewijs daarvoor is dat geen enkele vechter het kan uitleggen. Vraag een goede verdediger hoe hij het doet en je krijgt een verhaal. Vraag het hem tijdens het gevecht en je krijgt een knock-out.

Vijftig jaar lang heb ik mensen zien doen wat ze niet konden benoemen. Ik heb ze het jarenlang laten benoemen, want zo doen coaches dat.

Wie besliste dan?

Als de handeling al is uitgevoerd voordat het bewustzijn erbij kon zijn, wat doet dat bewustzijn dan wel?

Het duidelijkste antwoord komt van mensen bij wie de twee hersenhelften chirurgisch zijn gescheiden. Geef de zwijgende helft een opdracht waar de sprekende helft niets van weet, en die sprekende helft ziet zijn eigen lichaam iets doen wat hij niet heeft bevolen. Hij trekt daar niet wit van weg. Hij komt onmiddellijk met een reden, en hij gelooft hem. Kwade wil is er niet bij: hij beschikt over dezelfde informatie als een willekeurige toeschouwer en doet daarmee wat iedere woordvoerder doet met onvolledige gegevens.

Vandaar de voorlichter. Het is een nauwkeuriger functieomschrijving dan het woord waarmee wij onszelf gewoonlijk aanduiden. Een voorlichter zit niet in de vergadering. Hij hoort achteraf wat er is besloten, of hij leidt het af uit wat het bedrijf vervolgens doet, en hij maakt er een verhaal van dat sluit. Liegen doet hij niet; hij weet het niet en vult in.

En hij doet dat met stelligheid, want een voorlichter die op de persconferentie meedeelt dat hij geen idee heeft waarom het bedrijf dit deed, is de volgende ochtend zijn baan kwijt. Daar zit de biologische clou. Een organisme dat structureel rapporteert dat het niet weet waarom het iets deed, verliest status, bondgenoten en gelegenheid tot voortplanting. Zelfverzekerd verzinnen is dus geen constructiefout; het is precies wat er is geselecteerd. Wij stammen af van wezens die goed konden uitleggen wat ze niet begrepen.

Wat er wel aan voorafgaat

Het bewustzijn gaat dus niet voorop. Voorop gaat wel iets, maar het is niemand.

Elke beweging die wordt ingezet, gaat vergezeld van een kopie van dat commando, gericht aan een intern model dat berekent wat er zo dadelijk gevoeld en gezien zal worden. Klopt die voorspelling, dan merk je niets. Klopt hij niet, dan schrik je. Daarom kun je jezelf niet kietelen: het model heeft de aanraking al aangekondigd en het alarm uitgezet nog voor de vinger aankwam.

Hetzelfde beginsel regeert je fysiologie, en daar is het minder vermakelijk. Je bloeddruk stijgt voordat je opstaat. Je cortisol piekt in de uren vóór het ontwaken, niet erna. Het lichaam wacht niet op een afwijking om die te herstellen; het wedt op de afwijking die eraan komt en verzet zijn ijkpunt alvast. Anticiperende regulatie met een bewegend ijkpunt, heet dat in de fysiologie, en de onderzoekers die het begrip bedachten zeggen er zelf bij dat voorspellen de kerntaak is.

Dat is een ander dier dan het schoolplaatje van de thermostaat. Een thermostaat herstelt een fout die al is opgetreden. Een organisme voorkomt een fout die het verwacht, en betaalt de rekening of het nu gelijk had of niet. Elke anticipatie is een inzet. Elke inzet die niet uitkomt, kost. De optelsom van al die misgelopen inzetten draagt een naam en een pathologie: het is de slijtage waaraan je uiteindelijk bezwijkt.

Het organisme is geen waarheidsmachine maar een gokker die zijn eigen lichaam inzet, en die niet kan passen.

Met opzet scheef afgesteld

Van een gokker verwacht je dat hij zo zuiver mogelijk schat. Dat doet dit lichaam niet, en dat is geen gebrek.

Stel dat het missen van een roofdier je het leven kost en dat onnodig wegrennen je drie calorieën kost. Dan levert selectie geen zuivere schatter af, maar een apparaat dat stelselmatig te vaak alarm slaat, want honderd valse alarmen zijn goedkoper dan één gemiste kat. De rookmelder die afgaat op geroosterd brood is niet defect; hij is precies goed afgesteld.

Daarmee vervalt de troostrijke gedachte dat beter voorspellen vanzelf beter overleven betekent. Wat er is geoptimaliseerd is de verhouding tussen de kosten van je twee soorten fouten, en die verhouding is zelden symmetrisch. Een systeem dat zo staat afgesteld ziet overal gezichten, patronen en opzet, ook waar niets zit.

Dat scheelt een verklaring. Bijgeloof, achterdocht, godsdienst en het vermoeden dat de buurman iets in de zin heeft, hoeven niet te worden teruggevoerd op domheid. Het is goedkope valse alarmering, betaald uit de opbrengst van die ene keer dat het raak was. De schrikachtigste van de stam was de vervelendste om mee te kamperen en de enige met kleinkinderen.

De tafel verandert tussentijds

Een gokker die het spel kent, redt zich een tijd. Het probleem is dat de tafel beweegt.

Elk lerend systeem moet één parameter afstellen die je grofweg kunt omschrijven als: hoe grillig is de wereld op dit moment. Is de wereld stabiel, dan moet je traag leren, want elke afwijking is ruis en wie daarop reageert jaagt spoken na. Is de wereld grillig, dan moet je snel leren, want elke afwijking is nieuws en wie hem wegwuift loopt achter de feiten aan. Eén instelling, en twee manieren om hem verkeerd te zetten.

Te hoog afgesteld leer je van toeval. Dat is de speler die een patroon ziet in de roulette, de vechter die de overwinning aan zijn sokken toeschrijft, het complotbedrijf in volle omvang. Te laag afgesteld leer je niets meer. Dat is de coach die zich blijft voorbereiden op de tegenstander van 1985, de onderneming die haar markt ziet kantelen en het een tijdelijke dip noemt, de man die zijn huwelijk voorspelt met cijfers van tien jaar terug.

En hier komt de rekening die niemand ontloopt. Je model verstijft naarmate je ouder wordt, precies op het moment dat de wereld ongestoord doorloopt. Je bent geijkt op een tafel die intussen is opgeruimd. Ieder mens leeft langer dan zijn eigen ijking, en wat wij ouderdom noemen is voor een flink deel het verschil tussen de wereld waarin je je weddenschappen leerde plaatsen en de wereld waarin je ze nog altijd plaatst. Wij zijn daarbij de enige soort die de verandering zelf produceert waaraan zij zich niet kan aanpassen. De bever die verdrinkt in zijn eigen dam heeft die dam wel degelijk goed gebouwd.

Een bekentenis over de grammatica

U hebt intussen gemerkt wat er in dit stuk voortdurend misgaat. Het organisme wedt. Het lichaam wacht niet. De vlieg kiest een tragere route. Elke zin plaatst iemand op de stoel van de bestuurder, want het Nederlands verlangt in vrijwel elke zin een onderwerp, en wie daar iets neerzet heeft een dader aangewezen.

Onschuldig is dat niet. Talen verschillen in hoeveel daderschap ze afdwingen, en sprekers van de dwingende soort onthouden aantoonbaar beter wie iets deed, ook wanneer het een ongeluk betrof. De grammatica bepaalt mede wat er nog te zien valt.

Daar is niets aan te doen en ik ga het ook niet proberen. Daderloos Nederlands bestaat, maar het leest als een verzekeringspolis. Beschouw daarom elk werkwoord in dit stuk als geschreven onder voorbehoud. Waar staat dat het organisme kiest, moet u lezen: er kwam een uitkomst uit een systeem, en niemand koos hem.

En intussen staat de voorlichter voor de microfoons. Ontspannen, goed voorbereid, met vaste stem legt hij uit waarom het bedrijf heeft besloten wat het heeft gedaan. Hij is nooit in die kamer geweest. Hij weet niet waar ze ligt. Hij denkt dat hij de directeur is.

Literatuur

Gazzaniga, M. (2011). Who’s in Charge? Free Will and the Science of the Brain. New York: Ecco.

Nisbett, R. & Wilson, T. (1977). Telling more than we can know: verbal reports on mental processes. Psychological Review 84(3).

Wegner, D. (2002). The Illusion of Conscious Will. Cambridge: MIT Press.

Blakemore, S.-J., Wolpert, D. & Frith, C. (1998). Central cancellation of self-produced tickle sensation. Nature Neuroscience 1(7).

Wolpert, D., Ghahramani, Z. & Jordan, M. (1995). An internal model for sensorimotor integration. Science 269.

Card, G. & Dickinson, M. (2008). Visually mediated motor planning in the escape response of Drosophila. Current Biology 18(17).

Von Reyn, C. et al. (2014). A spike-timing mechanism for action selection. Nature Neuroscience 17(7).

Haselton, M. & Buss, D. (2000). Error management theory: a new perspective on biases in cross-sex mind reading. Journal of Personality and Social Psychology 78(1).

Nesse, R. (2005). Natural selection and the regulation of defenses. Evolution and Human Behavior 26(1). (Het rookmelderprincipe.)

Sterling, P. & Eyer, J. (1988). Allostasis: a new paradigm to explain arousal pathology. In: Fisher & Reason (red.), Handbook of Life Stress, Cognition and Health.

Sterling, P. (2020). What Is Health? Allostasis and the Evolution of Human Design. Cambridge: MIT Press.

McEwen, B. (1998). Protective and damaging effects of stress mediators. New England Journal of Medicine 338(3).

Day, T. (2005). Defining stress as a prelude to mapping its neurocircuitry. Progress in Neuro-Psychopharmacology 29(8). (Kritisch op het allostasebegrip.)

Behrens, T. et al. (2007). Learning the value of information in an uncertain world. Nature Neuroscience 10(9).

Mathys, C. et al. (2011). A Bayesian foundation for individual learning under uncertainty. Frontiers in Human Neuroscience 5.

Fausey, C. & Boroditsky, L. (2010). Subtle linguistic cues influence perceived blame and financial liability. Psychonomic Bulletin & Review 17(5).

Mercier, H. & Sperber, D. (2017). The Enigma of Reason. Cambridge: Harvard University Press.

Laland, K., Odling-Smee, J. & Feldman, M. (2003). Niche Construction: The Neglected Process in Evolution. Princeton University Press.

Savelsbergh, G. et al. (2002). Visual search, anticipation and expertise in soccer goalkeepers. Journal of Sports Sciences 20(3).

Klein, G. (1998). Sources of Power: How People Make Decisions. Cambridge: MIT Press.

Ook interessant voor jou!