Vandaag gaan er miljoenen mensen iets kopen wat niets oplevert
Beste lezer,
Vandaag zijn de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen. Honderden miljoenen dollars aan campagnes, miljoenen mensen in de rij, en de kans dat jouw stem iets beslist ligt ergens tussen verwaarloosbaar en niet te onderscheiden van nul. Dat is geen reden om thuis te blijven, wel een reden om te kijken wat je dan eigenlijk koopt. Het volgende stuk gaat over kiezers als supporters, over overtuigingen die gratis zijn en daardoor kwalitatief verwilderen, en over de vraag of er dan iemand in dat proces zit die kiest.
Peter Koopman
Voormalig sportdocent, maar vooral amateur-antropoloog van de menselijke illusie
De stem die niets weegt
De kans om vandaag een Amerikaanse verkiezing te beslissen is voor de gemiddelde kiezer klein, in het gunstigste geval in de orde van één op tien miljoen. Toch trek je een jas aan, sta je in de rij en voel je iets wat je plicht noemt. Vraag een kiezer waarom hij zo zeker is van zijn standpunt over belastingen, migratie of het buitenland, en hij somt argumenten op met het gezag van iemand die er geld op heeft gezet. Hij heeft er geen cent op gezet. Dat is het punt. Waar een fout niets kost, hoeft een overtuiging niet te kloppen, alleen te bevallen. Een stem is een kaartje voor de tribune, en op de tribune wordt zelden de waarheid verkocht.
De economen zagen het al in 1957. Anthony Downs merkte op dat stemmen niet loont, en Riker en Ordeshook probeerden het in 1968 te repareren met een formule: de opbrengst is de kans dat je beslist maal het belang van de uitkomst, min de kosten, plus een restpost. Die restpost, plichtsgevoel, expressie, erbij horen, doet vrijwel al het werk. De eerste term is te klein om mee te rekenen. Gelman, Silver en Edlin schatten in 2010 voor presidentsverkiezingen een kans van gemiddeld ongeveer één op zestig miljoen; wie in een wankele staat woont, komt in de buurt van één op tien miljoen. Bij een congresrace in een krap district valt het gunstiger uit, maar het blijft een getal met veel nullen. De rekening klopt dus alleen als je de uitkomst uit de som haalt.
Geoffrey Brennan en Loren Lomasky trokken die conclusie in Democracy and Decision (1993). Kiezers zijn geen beslissers maar supporters. Wie in een stadion “vooruit” roept, doet dat niet om de wedstrijd te beïnvloeden; hij doet het omdat roepen iets uitdrukt, en uitdrukken kost niets. Een stem is goedkope expressie, en goedkope expressie kiest niet de beste overtuiging maar de prettigste.
Bryan Caplan maakte daar in The Myth of the Rational Voter (2007) een scherper model van, rationele irrationaliteit. Elk geloof heeft een prijs, de verwachte kosten van ernaar handelen en ernaast zitten. In de supermarkt is die prijs hoog: wie gelooft dat het brood gratis is, betaalt aan de kassa. In het stemhokje is de kassa weggehaald. Wat overblijft is consumptie: je kiest de overtuiging die het fijnst voelt, bij je groep past en je morele zelfbeeld niet beschadigt. Caplan wijst op een patroon dat economen en publiek in enquêtes van elkaar scheidt, en dat steeds dezelfde kant op wijkt: wantrouwen tegen markten, tegen buitenlanders en tegen het idee dat besparen banen kost, en een hardnekkig pessimisme over de toekomst. Het publiek vergist zich niet willekeurig, het vergist zich in de richting van wat goed voelt.
Taleb zou het een variant op zijn eigen thema noemen. In Skin in the Game (2018) is het probleem steeds de asymmetrie tussen wie beslist en wie de rekening ontvangt. De kiezer is daar het bijzondere geval: hij beslist niet echt, en hij ontvangt de rekening ook niet persoonlijk, want die wordt omgeslagen over iedereen. Hij hoort zowel bij de beslissers als bij de slachtoffers en is geen van beide. Zijn oordeel wordt daardoor nergens gekalibreerd. Philip Tetlock liet in Expert Political Judgment (2005) zien wat dat met experts doet: wie niet wordt afgerekend, blijft zelfverzekerd fout. Voor de kiezer geldt het in dubbele mate, want niemand stelt na afloop vast dat hij het mis had.
Wie dit leest als een verhaal over kiezers die te weinig nadenken, mist de pointe. Een kiezer die zorgvuldig nadenkt over iets wat geen gevolgen heeft, is zelf de verspilling. Dan Kahan liet zien dat meer rekenvaardigheid mensen niet dichter bij de feiten brengt maar vaster in hun kamp zet; ze gebruiken hun verstand als advocaat. Dat past bij Mercier en Sperber: redeneren dient om te overtuigen, niet om te ontdekken. Het apparaat doet precies wat het kan doen, onder een prikkelstructuur die waarheid niet beloont.
Het wordt gênanter. Achen en Bartels vonden in Democracy for Realists (2016) dat Woodrow Wilson in 1916 stemmen verloor in de kustplaatsen in New Jersey waar het jaar ervoor haaien mensen hadden gedood. Healy, Malhotra en Mo toonden in 2010 aan dat een overwinning van het universiteitsteam in de dagen voor de verkiezing de zittende bestuurder ruim anderhalf procentpunt extra opleverde. Beide bevindingen zijn aangevochten en ik kom daar hieronder op terug. Maar stel dat ze overeind blijven: dan is de kiezer niet eens een goede supporter. Hij weet niet waarom hij juichte. Zijn stemgedrag is deels een afspiegeling van het weer, het voetbal en de haaien, met een redenering erachteraan.
Wat dan wel de opkomst verklaart, is nog vernederender. Gerber, Green en Larimer stuurden in 2008 vóór een voorverkiezing in Michigan brieven aan huishoudens. De brief met de stemgeschiedenis van de buren, met de belofte dat die na afloop opnieuw zou worden verstuurd, verhoogde de opkomst met ruim acht procentpunt. Een effect van die grootte haalt een beleidsargument zelden. De kiezer komt niet omdat de uitkomst ertoe doet, maar omdat zijn stam kan zien of hij kwam. Dat is een kleine-groepsmechanisme uit een wereld van honderd mensen, ingezet in een land van driehonderd miljoen.
Het organisme dat morgen in de rij staat, kiest niet tussen programma’s. Het wordt gesorteerd door wat de omgeving aanbiedt: een stembureau om de hoek, een buurman die meekijkt, een partijkleur die bij het thuisfront past. Het bestuurdersgevoel, “ik heb dit besloten”, komt achteraf, als de verklarende laag over het geheel. De uitslag is voor de kiezer niet het product maar het bijproduct. Het product is hijzelf, als iemand die erbij hoort.
Stem gerust. Maar noem het wat het is: een shirt aantrekken.
Literatuur
Let op: alle bronnen en getallen komen uit eigen kennis en zijn in deze run niet nagelopen. Controleer jaartallen en cijfers voor publicatie, vooral Gelman e.a., Healy e.a. en Gerber e.a.
- Achen, C. & Bartels, L. (2016). Democracy for Realists. Princeton University Press.
- Berinsky, A. (2018). Telling the truth about believing the lies? Journal of Politics.
- Brady, H. & McNulty, J. (2011). Turning out to vote: the costs of finding and getting to the polling place. American Political Science Review.
- Brennan, G. & Lomasky, L. (1993). Democracy and Decision. Cambridge University Press.
- Bullock, J. e.a. (2015). Partisan bias in factual beliefs about politics. Quarterly Journal of Political Science.
- Caplan, B. (2007). The Myth of the Rational Voter. Princeton University Press.
- Downs, A. (1957). An Economic Theory of Democracy. Harper.
- Edlin, A., Gelman, A. & Kaplan, N. (2007). Voting as a rational choice. Rationality and Society.
- Fowler, A. & Hall, A. (2018). Do shark attacks influence presidential elections? Journal of Politics.
- Fowler, A. & Montagnes, B. (2015). College football, elections, and false-positive results in observational research. PNAS.
- Gelman, A., Silver, N. & Edlin, A. (2010). What is the probability your vote will make a difference? Economic Inquiry.
- Gerber, A., Green, D. & Larimer, C. (2008). Social pressure and voter turnout. American Political Science Review.
- Healy, A., Malhotra, N. & Mo, C. (2010). Irrelevant events affect voters’ evaluations of government performance. PNAS.
- Kahan, D. e.a. (2012). The polarizing impact of science literacy and numeracy on perceived climate change risks.Nature Climate Change.
- Mercier, H. & Sperber, D. (2011). Why do humans reason? Behavioral and Brain Sciences.
- Prior, M., Sood, G. & Khanna, K. (2015). You cannot be serious. Quarterly Journal of Political Science.
- Riker, W. & Ordeshook, P. (1968). A theory of the calculus of voting. American Political Science Review.
- Taleb, N. (2018). Skin in the Game. Random House.
- Tetlock, P. (2005). Expert Political Judgment. Princeton University Press.
