DE STAAT, BELASTING EN DE KUNST VAN GEÏNTERNALISEERDE SLAVERNIJ

DE STAAT, BELASTING EN DE KUNST VAN GEÏNTERNALISEERDE SLAVERNIJ

Beste lezer,

Bijgaand essay is geen oproep tot verzet, geen pleidooi voor hervorming en geen alternatief beleidsvoorstel. Het is een ontleding.

Wat volgt, is een poging de staat niet moreel te beoordelen, maar structureel te begrijpen: wat zij is, hoe zij ontstaat, en waarom belasting, zorg en onderwijs niet de uitzonderingen zijn die haar legitimeren, maar juist de mechanismen die haar bestendigen.

Dit stuk vertrekt niet vanuit verontwaardiging, maar vanuit volgorde: eerst geweld, dan taal, dan moraal. Wie die volgorde omdraait, vertelt een geruststellend verhaal. Wie haar volgt, komt op ongemakkelijk terrein terecht.

Lezen is geen instemming. Maar ook geen vrijblijvendheid.

Peter Koopman

“Wanneer onderwerping als solidariteit wordt ervaren, heeft macht geen geweld meer nodig.”

De belasting is geen kind van mij.

Je kunt een leven lang werken, jezelf disciplineren, consumeren onder je stand en sparen met het idee iets na te laten aan je kinderen. Arbeid wordt tijd, tijd wordt geld, geld wordt toekomst. En precies op het moment dat jij biologisch ophoudt te bestaan, meldt zich een derde partij. Niet rouwend, niet dankbaar, wel dwingend. De staat wil haar deel. Alsof zij mede-eigenaar was van jouw leven.

Dat woord “staat” suggereert meer dan er is. De staat is geen organisme, geen moreel subject, geen ouderfiguur. Zij is een construct: een paar strepen in het zand die door de eeuwen heen hard zijn geworden omdat ze bewaakt werden. Eerst met geweld, later met wetten. Eerst met speren, daarna met formulieren. De essentie is niet veranderd.

Grenzen zijn nooit ontstaan uit overleg. Ze zijn altijd getrokken op basis van geweld. Iemand won, iemand verloor, en dát werd de grens. Pas daarna kwam de taal. De grens kreeg een naam. Het gebied werd “land”. De onderwerping werd “recht”. De inning werd “belasting”. En pas als laatste volgde de moraal, om het geheel te rechtvaardigen en te conserveren.

Die volgorde is fundamenteel. Macht eerst. Taal daarna. Moraal als sluitstuk. Nooit andersom. Moraal is geen bron, maar een conserveringsmiddel. Zij verschijnt wanneer een machtsverhouding oud genoeg is geworden om verdedigd te moeten worden tegen twijfel. Wat bestaat, moet goed worden genoemd om te kunnen blijven bestaan.

Wat wij nu de staat noemen, is dus geen morele entiteit maar een gestold machtsverhaal. Een verhaal dat zichzelf onderhoudt via symbolen: een vlag om het aan te wijzen, een lied om het te voelen, rituelen om het te herhalen. Zonder verhaal geen staat, slechts een bende. Met een verhaal wordt dwang plicht en plundering bijdrage.

Belasting past naadloos in dit patroon. Zij wordt gepresenteerd als solidariteit, maar solidariteit veronderstelt vrijwilligheid. Die ontbreekt hier volledig. Er is geen instemming, slechts naleving. Wie weigert, wordt niet overtuigd maar gecorrigeerd. De morele rechtvaardiging volgt pas daarna, om de dwang psychologisch verteerbaar te maken.

Hier raakt het werk van David Graeber de kern. Graeber laat zien dat geld, schuld en belasting historisch niet voortkomen uit ruil tussen gelijken, maar uit verovering en hiërarchie. Schuld is geen economisch gegeven, maar een morele technologie. Wie schuldig is, gehoorzaamt vrijwillig. Belasting fungeert als permanente schulderkenning: je bent iets verschuldigd, niet omdat je iets hebt gekozen, maar omdat je bestaat binnen een afgebakend systeem.

De moderne staat heeft deze logica verfijnd. Zij hanteert geen zichtbare slavernij meer, maar een geïnternaliseerde variant. De keten is vervangen door overtuiging. De zweep door schaamte. De meester door abstractie. De kern van slavernij is immers niet fysiek bezit, maar opeisbaarheid van arbeid. En precies dát is wat belasting structureel doet.

“De meest succesvolle slavernij is die waarin men zich vrij voelt terwijl men betaalt.”

Onderwijs en zorg worden vaak opgevoerd als weerlegging van deze analyse. In werkelijkheid zijn zij haar bevestiging. Onderwijs is geen vrijplaats voor autonoom denken, maar een oefenterrein in volgen. Het leert wat beloond wordt: conformiteit, toetsbaarheid, aanpassing. Wat wordt afgestraft is niet domheid, maar zelfstandigheid die het kader verlaat. Kritisch denken is toegestaan zolang het geen systeemvragen stelt. Zo produceert men geen vrije mensen, maar functionele burgers.

Zorg werkt minder disciplinair, maar des te bindender. Zij organiseert afhankelijkheid. Autonomie wordt ingeruild voor veiligheid, zelfregulatie voor protocol. Afwijking wordt gemedicaliseerd, lijden beheerd. Zorg produceert geen gezonde individuen, maar beheersbare populaties. Dat is geen kwaadaardigheid, maar systeemlogica. Een systeem kan geen unieke mensen bedienen, alleen categorieën.

Ook infrastructuur is geen altruïsme, maar logistiek. Wegen zijn gebouwd voor mobiliteit van arbeid, goederen en controle. Dat jij er gebruik van maakt, is bijvangst. De staat investeert niet in jouw welzijn, maar in haar bereik.

Cruciaal hierbij is dit: systemen worden niet geleid door abstracties, maar door mensen. Altijd. Door een relatief kleine groep die profiteert van stabiliteit, voorspelbaarheid en continuïteit. Macht wisselt van gezicht, niet van positie. Verkiezingen veranderen bestuurders, niet de structuur.

Toch identificeren mensen zich actief met de staat. Niet alleen uit angst of conditionering, maar uit existentieel gemak. De staat fungeert als betekenis-prothese. “Wij” betalen. “Wij” zorgen. “Wij” beslissen. Dat ontlast het individu van verantwoordelijkheid en onzekerheid. Vrijheid is zwaar. Onderdanigheid is comfortabel.

Daarom zijn er mensen die zonder ironie zeggen: “Ik ben blij dat ik belasting kan betalen.” Dat is geen altruïsme, maar internalisatie. De onderwerping is zo diep verankerd dat zij wordt beleefd als vrijheid. De ketting schuurt niet meer; zij wordt verdedigd. Slavernij werkt het best wanneer zij identiteit wordt.

Hier raakt het betoog aan wat Friedrich Nietzsche slavernijmoraal noemde: moraal als verdedigingsmechanisme van de bestaande orde. Niet om waarheid te zoeken, maar om rust te bewaren. Wie zich verzet tegen deze moraal, wordt niet inhoudelijk weerlegd, maar moreel verdacht gemaakt.

Eigendom past naadloos in deze fictie. Werkelijk eigendom bestaat niet. Alles is voorwaardelijk, herroepbaar, afhankelijk van correct gedrag. Wat men bezit, is geen recht maar een concessie. Erfbelasting maakt dat expliciet: zelfs na de dood eindigt jouw zeggenschap. De staat herinnert je eraan wie uiteindelijk beschikt.

Opvallend is bovendien wat ontbreekt: een exit. Elke legitieme overeenkomst kent een mogelijkheid tot opzegging. Hier niet. Je kunt niet weigeren, niet uitstappen, niet concurreren met een alternatief zonder straf. Het sociale contract is geen contract, maar een mythe. Een contract zonder exit heet onderwerping.

Intern wordt dit systeem verkocht als zorg en solidariteit. Extern manifesteert het zich als geweld, sancties en oorlog. Dat is geen tegenstelling, maar complementariteit. Interne gehoorzaamheid maakt externe agressie mogelijk. Wie geleerd heeft te volgen, accepteert geweld als noodzakelijk.

En toch: dit inzicht bevrijdt niet. Het biedt geen alternatief, geen verlossing, geen veilige uitweg. Zien betekent niet ontsnappen. Het betekent alleen dat het verhaal zijn onschuld verliest.

De staat is geen kind van jou. Jij bent een middel van de staat. Zolang je produceert, functioneer je. Wanneer je sterft, wordt afgerekend. Dat is geen cynisme. Dat is structuur.

Wie dat benoemt, wordt kil genoemd. Onsolidair. Onmenselijk. Maar misschien is dat slechts de prijs van helderheid: de bereidheid te zien wat er is, vóórdat het verhaal begint.

Vrijheid eindigt waar dankbaarheid voor dwang begint.”

Literatuurlijst 

Graeber, D. (2011). Debt: The First 5,000 Years. Brooklyn, NY: Melville House.
— Fundamenteel voor het begrijpen van schuld, belasting en staatsvorming als machtsstructuren in plaats van economische neutraliteit.
(David Graeber)

Graeber, D., & Wengrow, D. (2021). The Dawn of Everything. New York, NY: Farrar, Straus and Giroux.
— Historische ontmanteling van het idee dat staten en hiërarchieën “natuurlijk” of onvermijdelijk zijn.

Nietzsche, F. (1887). Zur Genealogie der Moral. Leipzig: C. G. Naumann.
— Slavernijmoraal als psychologisch mechanisme ter bescherming van bestaande machtsverhoudingen.
(Friedrich Nietzsche)

Foucault, M. (1975). Surveiller et punir. Paris: Gallimard.
— Over discipline, internalisatie van macht en de verschuiving van zichtbare dwang naar zelfregulatie.

Illich, I. (1976). Limits to Medicine. London: Marion Boyars.
— Zorg als institutioneel systeem dat afhankelijkheid produceert in plaats van autonomie.

Scott, J. C. (1998). Seeing Like a State. New Haven, CT: Yale University Press.
— Waarom staten populaties moeten reduceren tot categorieën om bestuurbaar te blijven.

Althusser, L. (1971). Ideology and Ideological State Apparatuses.
— Onderwijs en cultuur als reproductiemechanismen van gehoorzaamheid.

———–

Ook interessant voor jou!