Waarom ben je nu al opgewonden?
Beste Lezer,
Sta me toe een brutale vraag te stellen: wie is hier eigenlijk de baas? Jij… of je hormonen?
Je denkt misschien dat je seksuele verlangens een kwestie van smaak zijn, een kwestie van vrije wil. Maar laten we eerlijk zijn: je brein verzint de excuses pas achteraf. Biologie, conditionering en een flinke dosis illusie doen het echte werk.
In mijn nieuwste essay duik ik in de oorzaken van seksuele opwinding. Van dopamine tot Damasio, van porno tot Pavlov—alles komt voorbij. Want als we écht snappen waarom we opgewonden raken, kunnen we misschien eindelijk ophouden met doen alsof we het onder controle hebben.
Nieuwsgierig? Uiteraard. Je kunt het essay hier lezen: [link naar artikel]
En wees gerust, je hoeft er niet over te liegen. Zelfs als je zegt dat je het “voor de wetenschap” leest, weet ik wel beter.
Met prikkelende groet,
Peter Koopman
12 mrt. 2025
Tel.: 06 8135 8861
De Oorzaken van Seksuele Opwinding: Biologie, Psychologie en Fantasie
Inleiding
– Het overvolle bed
Stel je voor: een wereld waar overpopulatie een climax bereikt. Mensen vechten niet meer om voedsel of water, maar om ruimte in bed. Lust als evolutionaire motor is té succesvol gebleken. Terwijl je dit leest, worden er duizenden kinderen geboren, aangedreven door hetzelfde oermechanisme dat jij dacht te beheersen…
– De iPhone generatie
Je zit op de bank naast je partner, beiden verdiept in je scherm. De wereld ligt aan je voeten – of beter gezegd, in je hand. Seks? Misschien later, als je dit TikTok-filmpje af hebt. Of morgen. Of… nooit. Ironisch genoeg heeft de technologie die ooit porno toegankelijker maakte, libido de nek omgedraaid. Gefeliciteerd, je bent onderdeel van de eerste generatie die minder seks heeft dan zijn ouders.
– De paradox van de moderne mens
We leven in een tijd van overvloed: meer stimuli, meer prikkels, meer toegang tot alles. Maar als het op seks aankomt, lijken we in een collectieve vertraging te zitten. Hoe kan het dat een samenleving die doordrenkt is van erotische beelden, minder écht opgewonden raakt? Misschien is seksuele opwinding minder een kwestie van ‘meer prikkels’ en meer een vraag van ‘juist genoeg
Seksuele opwinding (geilheid) is een complex fenomeen dat ontstaat op het snijvlak van fysiologie, psychologie en culturele conditionering. Hoewel we onszelf graag beschouwen als rationele wezens die controle hebben over onze lustgevoelens, wijzen wetenschappelijke inzichten erop dat dit idee een illusie kan zijn. Dit essay onderzoekt de mechanismen achter seksuele opwinding en stelt de vraag in hoeverre vrije wil hier überhaupt een rol speelt.
1. Het Organisme als Drijfveer
Als de fysiologische respons op een prikkel voorafgaat aan het bewuste verlangen, dan betekent dit dat het organisme (de verzameling van biochemische processen) bepaalt wat we willen, en niet een autonoom, rationeel brein. Dit sluit aan bij de ideeën van Antonio Damasio (Descartes’ Error), die stelt dat emotie en lichamelijke signalen ons gedrag sturen vóórdat bewuste rationalisatie plaatsvindt.
In wezen is de drift naar seksuele opwinding dan net zo autonoom als honger of dorst: het is een mechanisme van overleving en voortplanting, gestuurd door eeuwen van evolutionaire conditionering. Schopenhauer zag de menselijke wil als een blinde, instinctieve kracht die ons voortstuwt, onafhankelijk van onze bewuste intenties.
Daarnaast speelt hechting en vroege ervaring een cruciale rol. De manier waarop iemand zich als kind veilig of onzeker voelt in relaties kan van invloed zijn op latere seksuele voorkeuren en opwinding. Dit sluit aan bij de theorieën van Bowlby en Ainsworth over hechtingsstijlen en hoe deze doorwerken in volwassen seksualiteit.
2. De Rol van Fantasie en Associatief Leren
Als seksuele opwinding deels wordt aangewakkerd door fantasie, rijst de vraag: waar komt die fantasie vandaan? Hier komen twee cruciale krachten samen:
- Associatief leren: Seksuele voorkeuren en fantasieën ontwikkelen zich door conditionering en ervaring. Wat als prikkelend wordt ervaren, wordt deels gevormd door vroege ervaringen, cultuur en subliminale boodschappen (denk aan de invloed van media, mode en sociale normen).
- Neurale plasticiteit: Het brein is een patroonherkenner en zoekt associaties tussen prikkels en beloning. Dit verklaart hoe mensen specifieke fetisjen of voorkeuren ontwikkelen.
De ironie is dat deze fantasieën worden ervaren als iets “eigens”, terwijl ze in wezen grotendeels extern zijn gevormd. Lacan zou dit omschrijven als een spiegelbeeldige constructie: we verlangen niet naar het object zelf, maar naar het idee van dat object binnen een sociaal en psychologisch kader.
Culturele verschillen spelen hierbij een grote rol. In individualistische, westerse samenlevingen wordt seksuele expressie en experimentatie vaak aangemoedigd, terwijl in collectivistische culturen zoals in veel Aziatische landen seksuele opwinding meer verborgen en gesublimeerd wordt. Dit beïnvloedt zowel de bewuste als onbewuste triggers voor lust.
3. Controle versus Automatisme
Als seksuele opwinding dus voortkomt uit een combinatie van fysiologische reflexen en cultureel-geconditioneerde fantasieën, dan is de vraag in hoeverre “ik” überhaupt controle heb over “mijn” opwinding. Dit raakt direct aan Daniel Wegner’s theorie van de illusie van bewuste wil: we rationaliseren achteraf onze verlangens en acties, maar de initiële impuls ontstaat buiten ons bewuste controlemechanisme.
Dit past ook in Baumeister’s ego depletion-theorie: zelfcontrole is als een spier die moe wordt, en in een staat van mentale vermoeidheid (zoals onder invloed van alcohol, drugs of stress) neemt de controle af en komt de onderliggende drift sterker naar voren. Hierin schuilt de paradox: we houden onszelf voor dat we rationele seksuele keuzes maken, maar in realiteit spelen evolutionaire en conditionerende krachten de hoofdrol.
Een bijkomende paradox is dat seksuele remming de lust juist kan versterken. Onderdrukking en taboes vergroten het verlangen, iets wat zichtbaar is in sterk religieuze culturen waarin seksuele restricties leiden tot clandestiene obsessies en ontladingen.
4. De Fysiologische Component: Hormonen en Neurotransmitters
Naast psychologische en associatieve factoren, speelt de fysiologie een cruciale rol in seksuele opwinding. Belangrijke spelers in dit proces zijn:
- Testosteron: Dit hormoon is direct gelinkt aan libido en speelt een sleutelrol bij zowel mannen als vrouwen in seksuele motivatie.
- Dopamine: Het beloningssysteem van de hersenen wordt geactiveerd bij seksuele prikkels, wat leidt tot een gevoel van anticipatie en verlangen.
- Epinefrine (adrenaline): Dit stresshormoon verhoogt de fysieke opwinding en kan bijdragen aan de intensiteit van seksuele ervaring.
- Geur en feromonen: Hoewel het bij mensen minder expliciet is dan bij dieren, hebben geurstoffen een onbewuste invloed op seksuele aantrekking. Onderzoek suggereert dat mensen biologisch geneigd zijn partners te kiezen met een immuunsysteem dat complementair is aan het hunne, wat deels wordt gedetecteerd door geur.
Het interessante hier is dat dezelfde mechanismen ook werken bij andere vormen van beloning en verslaving. Dit verklaart waarom pornografie en masturbatie compulsief kunnen worden: de neurochemische beloning wordt herhaaldelijk geactiveerd, zonder dat er een reële biologische uitkomst (voortplanting) aan verbonden is.
5. Porno en Masturbatie: Verslaving of Bijproduct?
Volgens Paul Bloom is pornografie een evolutionair bijverschijnsel: het simuleert seksuele prikkels zonder daadwerkelijke reproductieve waarde. Desmond Morris zou hieraan toevoegen dat het evolutionair ongezond is, aangezien het leidt tot fysieke uitputting zonder voortplantingssucces.
Toch is het de vraag of het juiste label hier ‘verslaving’ is of eerder ‘coping-mechanisme’. Sommige onderzoekers, zoals David Ley, beweren dat het probleem niet de pornografie zelf is, maar de onderliggende psychologische noodzaak om te ontsnappen aan stress, verveling of sociale onzekerheid.
6. Conclusie: Wie is hier de baas?
Als opwinding een combinatie is van biologische drift en cognitieve conditionering, dan is het de vraag of vrije wil op dit vlak meer is dan een narratief waarmee we ons gedrag achteraf verklaren. Wat we opwindend vinden, is grotendeels gevormd door externe prikkels en interne associaties die zich door de jaren heen hebben vastgezet.
Het idee dat “wij” onze lustgevoelens beheersen, is waarschijnlijk een post-rationalisatie. Het organisme wil, en het brein vindt daar achteraf een verhaal bij.
Referenties en Literatuurlijst
Wegner, D. M. (2002). The Illusion of Conscious Will. MIT Press.
Baumeister, R. F. (2002). Ego depletion: Is the active self a limited resource? Psychological Inquiry, 7(1), 1-15.
Bloom, P. (2016). Against Empathy: The Case for Rational Compassion. HarperCollins.
Damasio, A. (1994). Descartes’ Error: Emotion, Reason, and the Human Brain. Putnam.
Ley, D. J. (2012). The Myth of Sex Addiction. Rowman & Littlefield.
Morris, D. (1967). The Naked Ape: A Zoologist’s Study of the Human Animal. McGraw-Hill.
Schopenhauer, A. (1818). Die Welt als Wille und Vorstellung. Brockhaus.