De Menselijke Natuur Als Beleidsfout

De Menselijke Natuur Als Beleidsfout

De mens: moreel wezen met territoriumdrift

Beste Lezer,

De politiek behandelt de mens als rationeel wezen. De biologie lacht erom.
Nederland heeft geen woningtekort — het heeft een overschot aan mensen die een woning willen. Toch blijft de politiek geloven dat eerlijk verdelen de natuur kan overwinnen. 

In De menselijke natuur als beleidsfout fileer ik de woningmarkt, migratie en belastingmoraal met een eenvoudig uitgangspunt: de mens blijft een dier dat zijn territorium verdedigt, alleen noemt hij het tegenwoordig “solidariteit”.


Het resultaat? Een samenleving die eerlijkheid predikt, zolang ze haar niet hoeft te praktiseren.

Lees het stuk met humor — en misschien een glas wijn. 

Het helpt bij het verdragen van realiteit.

Peter Koopman

Over woningnood, solidariteit en de schijn van eerlijkheid

De mens is een territoriaal wezen dat zich graag sociaal noemt. In werkelijkheid leeft hij bij gratie van uitsluiting. Elke samenleving, hoe modern of progressief ze zich ook voordoet, is een geordend systeem van grenzen: wie binnen mag, wie buiten blijft, en wie de rekening betaalt. De rest is morele cosmetica — en dat verkoopt goed bij verkiezingen.

De woningmarkt is daarvan de zuiverste illustratie. Officieel hebben we “woningnood”. In werkelijkheid is er een overaanbod aan mensen die een woning willen. Waar de natuur bevolkingsgroei afstraft met schaarste en strijd, heeft de politiek besloten om die spanning te verdelen in plaats van op te lossen. “Eerlijk verdelen”, heet dat. In evolutionaire termen: de sterkste dwingen zijn buit te delen met de zwakste, zolang hij dat vrijwillig ‘vrij’ noemt.

De woning als territorium

De grot is vervangen door het appartement, maar de drijfveer is identiek: territorium is overleving. De woning symboliseert autonomie, veiligheid en voortplantingswaarde. Wie bezit, bepaalt. Wie huurt, gehoorzaamt.

De moderne woningmarkt is geen economisch fenomeen maar een sociaal-darwinistisch toneel: de natuurlijke strijd om ruimte, voortgezet onder de vlag van “gelijkheid van kansen”. De morele façade dat een woning een recht is, verhult slechts dat mensen fundamenteel territoriale dieren blijven (De Waal, 2009). De vraag is niet waarom er te weinig huizen zijn, maar waarom er te veel mensen zijn die er één willen — en niemand die dat durft uit te spreken.

De salonsocialist, prediker van “eerlijk wonen”, is ondertussen keurig gehuisvest in een grachtenpand. Zijn solidariteit is theoretisch, zijn hypotheek praktisch. “Skin in the game”, zou Taleb (2012) zeggen, ontbreekt structureel.

Immigratie als moreel toneel

Migratiepolitiek is de moderne variant van religieuze verlossing: het Westen koopt morele zuiverheid door de wereld te importeren. De morele elite verwart compassie met beleid en noemt het humanisme, zolang de maatschappelijke consequenties maar niet op hun stoep landen.

Maar de menselijke biologie trekt zich niets aan van idealen. Zodra territorium, hulpbronnen of status worden bedreigd, grijpt de oerangst in: wij versus zij. Sapolsky (2017) toont overtuigend hoe diep deze reflex in het limbisch systeem verankerd zit — onze hersenen zijn evolutionair niet gebouwd op abstract altruïsme, maar op groepsloyaliteit en territoriale verdediging.

De paradox is voorspelbaar: hoe universeler het morele ideaal, hoe lokaler de weerstand. De staat kan grenzen openstellen, maar de mens sluit ze instinctief weer.

Belastingen en de mythe van de ‘sterke schouders’

“De sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.” Het klinkt nobel, maar het is evolutionair onzinnig. In de natuur ondersteunt de sterkste alleen zolang het strategisch loont. Structureel altruïsme bestaat niet, slechts wederkerige ruil (Dawkins, 1976).

Het moderne belastingstelsel is een vorm van morele aflaat: de burger koopt met geld zijn zuiverheid. Hij betaalt om geen slecht mens te hoeven zijn. Nietzsche (1887) had hier zijn genoegen mee gehad: de staat als seculiere kerk, met de belastinginspecteur als biechtvader. Schuld is het instrument, niet de oplossing.

Wie meer verdient, betaalt niet uit compassie, maar uit angst voor sociale veroordeling — een subtiel, bureaucratisch gecodeerde vorm van kuddedwang. De politiek noemt het “solidariteit”, maar functioneel gezien is het een sociaal beheersmechanisme.

Vermogenspolitiek: schuld als sociaal wapen

Graeber (2011) beschreef schuld als de oudste vorm van sociale macht. Wie iemand moreel iets verschuldigd maakt, hoeft hem nooit meer te bevelen. De moderne verzorgingsstaat heeft die logica geïnternaliseerd: wie bezit heeft, is verdacht; wie niets bezit, is moreel rein.

De rijken worden aangesproken op hun “verantwoordelijkheid”, de armen op hun “recht” — en beiden houden elkaar gevangen in een cirkel van wederzijdse afhankelijkheid. Vermogenspolitiek is dan ook geen economische discussie, maar een morele schijnbeweging die schuldgevoel systemisch exploiteert.

De staat floreert bij deze dynamiek: hij verdeelt niet om te helpen, maar om te heersen — subtiel, efficiënt, zonder geweld, slechts met de zachte hand van moraliteit.

De natuur als vergeten realiteit

De grote beleidsfout ligt niet in de cijfers, maar in de ontkenning van de menselijke natuur. De politiek behandelt de mens als rationeel wezen, maar hij blijft wat hij altijd was: een opportunistische, angstgedreven, zelfmaximaliserende primatensoort.

Foucault (1975) zou zeggen dat macht zich juist handhaaft door het gedrag van de massa te moraliseren. De moderne mens is geen slachtoffer van onderdrukking, maar van zijn eigen gewillige gehoorzaamheid. Hij wil geloven dat eerlijkheid mogelijk is, ook al weet hij dat het in strijd is met zijn natuur.

De tragedie van de moderne samenleving is dus niet dat ze onrechtvaardig is, maar dat ze blijft doen alsof ze dat niet is.

Slot: de illusie van eerlijkheid

Eerlijkheid is een luxeproduct van overvloed. Zodra er schaarste ontstaat, verdwijnt het idealisme en keert de biologie terug in haar oorspronkelijke vorm: territorium, bezit, hiërarchie.

De mens, moreel zelfverklaard wezen, blijkt bij nader inzien een meester in selectieve ethiek: hij verdedigt zijn waarden zolang ze hem niets kosten. De woningmarkt, de belastingdruk, de immigratiecrisis — het zijn slechts symptomen van hetzelfde evolutionaire mechanisme: overleven met morele ondertiteling.

De echte uitdaging van de moderne samenleving is niet om eerlijker te verdelen, maar om eindelijk eerlijk te denken.

Verwijzingen & Aanbevolen literatuur

  • Arendt, H. (1951). The Origins of Totalitarianism. Harcourt.
  • Camus, A. (1942). Le Mythe de Sisyphe. Gallimard.
  • Dawkins, R. (1976). The Selfish Gene. Oxford University Press.
  • De Waal, F. (2009). The Age of Empathy. Harmony Books.
  • Foucault, M. (1975). Surveiller et Punir. Gallimard.
  • Graeber, D. (2011). Debt: The First 5,000 Years. Melville House.
  • Graeber, D. & Wengrow, D. (2021). The Dawn of Everything. Allen Lane.
  • Han, B.-C. (2010). Müdigkeitsgesellschaft. Matthes & Seitz.
  • Nietzsche, F. (1887). Zur Genealogie der Moral. C. G. Naumann.
  • Sapolsky, R. M. (2017). Behave: The Biology of Humans at Our Best and Worst. Penguin Press.
  • Taleb, N. N. (2012). Antifragile: Things That Gain from Disorder. Random House.
  • Žižek, S. (2012). The Year of Dreaming Dangerously. Verso.

Ook interessant voor jou!