DE LEUGEN VAN HET NU – Over narratief, welvaart en de illusie van permanentie

DE LEUGEN VAN HET NU – Over narratief, welvaart en de illusie van permanentie

Beste Lezer,

Bijgaand tref je een essay dat begon met een simpele observatie: waarom worden kinderen altijd expliciet genoemd in oorlogsnarratieven?

Wat volgt is geen moreel betoog, maar een analyse van hoe verhalen functioneren als overlevingsmechanisme. Niet alleen propaganda of ideologie, maar ook rechtsstaat, wetenschap en instituties komen aan bod — niet om ze te ontkrachten, maar om hun voorlopigheid te benoemen.

Mijn weerstand richt zich niet op een specifieke stroming, maar op de claim van permanentie. Op het idee dat het huidige morele en culturele klimaat vanzelfsprekend, absoluut en eindstation zou zijn.

Dit stuk probeert die vanzelfsprekendheid los te wrikken.

Benieuwd hoe jij het leest.

Peter Koopma

DE LEUGEN VAN HET NU

Over narratief, welvaart en de illusie van permanentie

Het kind in het puin

Wanneer een raket inslaat in een stad, lezen we zelden alleen: 29 doden.
We lezen: 29 doden, waaronder 7 kinderen.

Dat is geen toevallige toevoeging. Het is framing. Het is activering. Het is narratieve precisie.

Kinderen functioneren als morele detonator. Niet omdat zij biologisch zeldzaam zijn. Niet omdat zij kwetsbaarder zijn dan een verlamde oudere of een psychotische patiënt in een TBS-kliniek. Maar omdat het woord kind onmiddellijk een interne simulatie triggert: mijn kind.

Hier werkt geen kosmische moraal, maar neurobiologische zelfreferentie. Het brein internaliseert het bericht. Het maakt het persoonlijk. Wat abstract was, wordt nabij. Wat ver weg was, wordt eigen.

Dat is geen leugen. Het is een mechanisme.

Maar daar begint het probleem.

Want zodra framing effectief wordt, wordt het ook inzetbaar. Narratief is geen verslag van werkelijkheid. Narratief is selectie. Ordening. Emotionele prioritering. Het is de manier waarop een complexe wereld hanteerbaar wordt gemaakt voor een cognitief beperkt organisme.

De vervalsing zit niet in het feit dat het kind wordt genoemd.
De vervalsing zit in de suggestie dat dit de volledige werkelijkheid is.

Mensen leven in geconstrueerde werkelijkheden

Rechtsstaat. Mensenrechten. Natie. Wetenschap. Democratie. Gender. Markt.
Geen van deze begrippen bestaat in de natuur.

Er bestaan lichamen. Hormonen. Territoria. Energie-uitwisseling.
De rest is coördinatie.

Mensen zijn het enige dier dat in staat is om grootschalig samen te werken met onbekenden op basis van gedeelde ficties. Geld is papier met vertrouwen. De rechtsstaat is geweld dat wordt uitgesteld en gereguleerd. Wetenschap is een afgesproken methode om systematische denkfouten te minimaliseren.

Dat zijn geen metafysische waarheden. Het zijn functionele constructies.

Zodra een constructie succesvol is, begint het tweede proces: heiligverklaring.

Wat werkt, wordt norm.
Wat norm wordt, wordt moraal.
Wat moraal wordt, wordt identiteit.
Wat identiteit wordt, wordt onaantastbaar.

En dan gebeurt iets gevaarlijks: het tijdelijke wordt gepresenteerd als absoluut.

De mens kan niet leven met permanente contingentie. Dus hij vertelt zichzelf dat zijn huidige ordening logisch, juist en duurzaam is. Dat dit het eindpunt is. Dat de geschiedenis nu tot rust is gekomen.

Dat is de leugen van het nu.

Welvaart als drukverlaging

Elke cultuur beweegt binnen een krachtenveld van druk.

Hoge druk – schaarste, oorlog, fysieke dreiging – selecteert op directe dominantie, fysieke kracht, hiërarchie en snelle besluitvorming. Lage druk – veiligheid, welvaart, institutionele buffering – selecteert op regulatie, proces, zorg, identiteit en morele verfijning.

Dat is geen ethisch oordeel. Dat is systeemdynamica.

In een welvarende niche verschuiven dominante gedragsdistributies. Fysieke agressie verliest economische waarde. Netwerkintelligentie en symbolische macht nemen toe. De nadruk verschuift van territoriale expansie naar interne optimalisatie van welzijn.

Wat sommigen “vaginalisering” noemen, is in analytische termen een verschuiving in adaptieve optimalisatie binnen een veilige omgeving.

Niet hormonen regeren de wereld.
Prikkels doen dat.

Wanneer overleving minder urgent is, ontstaat ruimte voor identiteitsexperiment, morele gevoeligheid, inclusieve retoriek en zelfexpressie. Niet omdat biologie wordt ontkend, maar omdat de niche verandert.

Druk neemt af. Spanning daalt. De pendule beweegt.

En dan komt de gevaarlijkste fase.

De absolutisering van comfort

Geen enkele cultuur bezwijkt primair aan haar vijanden. Ze bezwijkt aan haar zelfbeeld.

Zodra een samenleving haar huidige vorm als definitief beschouwt, verliest zij adaptieve alertheid. Wanneer instituties worden gepresenteerd als moreel superieur en historisch onvermijdelijk, stopt zelfcorrectie.

Dit zag je in imperia.
Dit zag je in religies.
Dit zag je in politieke utopieën.

Elke keer weer dezelfde structuur:
“Wij hebben het model gevonden.”

De inhoud verschilt. De dynamiek niet.

De rechtsstaat wordt niet onderhouden als fragiel compromis, maar gevierd als moreel eindpunt. De wetenschap wordt niet gezien als voorlopig instrument, maar als autoriteit. Democratie wordt niet behandeld als instabiel proces, maar als vanzelfsprekend.

En precies daar sluipt vervalsing binnen.

Niet omdat de rechtsstaat niet werkt.
Niet omdat wetenschap onzin is.
Maar omdat hun voorlopigheid wordt vergeten.

Narratief als overlevingsmechanisme

De mens is geen hersenloze mier.
Maar hij is ook geen autonoom, volledig rationeel wezen.

Hij is een contextgevoelig organisme met beperkte cognitieve bandbreedte. Om complexiteit te overleven, reduceert hij werkelijkheid tot verhaal.

Dat verhaal moet drie functies vervullen:

  1. Het moet samenwerking mogelijk maken.
  2. Het moet existentiële angst reduceren.
  3. Het moet interne cohesie versterken.

Daarom mobiliseren ideologieën zo krachtig. Religie, nationalisme, progressieve bewegingen, marktliberalisme, identiteitsdiscours – ze zijn allemaal coördinatiemechanismen.

Het probleem ontstaat wanneer het mechanisme zichzelf presenteert als natuurwet.

Wanneer het verhaal zichzelf niet meer als verhaal herkent.

Homeostase en terugslag

Elk systeem zoekt evenwicht.

Te veel druk leidt tot breuk.
Te weinig druk leidt tot verslapping.

Welvaart reduceert existentiële spanning. Lage spanning maakt experimenteerruimte mogelijk. Experimenteerruimte verschuift normen. Verschuiving wordt identiteit. Identiteit wordt dogma.

En dan komt correctie.
Altijd.

Correctie kan intern zijn – demografie, economische instorting, verlies van vertrouwen.
Correctie kan extern zijn – geopolitieke druk, conflict, concurrentie.

Systemen die hun eigen voorlopigheid vergeten, zijn het meest fragiel.

Niet omdat ze moreel slecht zijn.
Maar omdat ze zichzelf als absoluut beschouwen.

Wat blijft constant?

Wat constant blijft, is niet een specifieke ideologie.

Wat constant blijft, is de menselijke behoefte om zijn huidige constructie als natuurlijk, logisch en blijvend te ervaren.

Elke generatie gelooft dat zij het beter ziet dan de vorige.
Elke generatie meent dat zij moreel verfijnder is.
Elke generatie onderschat de contingentie van haar positie.

Dat is geen kwaadaardigheid.
Dat is psychologische stabilisatie.

Maar wie stabiliteit verwart met waarheid, bouwt op drijfzand.

Terug naar het begin

Het kind in het puin was geen biologisch argument.
Het was een narratieve keuze.

Die keuze activeert zorg.
Die zorg mobiliseert moraal.
Die moraal versterkt identiteit.

En identiteit wil permanentie.

Daar ligt de vervalsing.
Niet in het feit dat we verhalen gebruiken.
Maar in het moment waarop we vergeten dat het verhalen zijn.

Slot

Mensen leven altijd in geconstrueerde werkelijkheden.
Sommige minimaliseren geweld.
Sommige vergroten het.
Geen enkele is absoluut.

De echte leugen is niet ideologie.
Niet emancipatie.
Niet rechtsstaat.
Niet wetenschap.

De echte leugen is het geloof dat het huidige verhaal het laatste verhaal is.

En wie gelooft dat zijn tijd het eindpunt is, heeft meestal al opgehouden zich aan te passen.

Literatuurlijst

Arendt, H. (1963). Eichmann in Jerusalem: A report on the banality of evil. Viking Press.

Baron-Cohen, S. (2003). The essential difference: Men, women and the extreme male brain. Allen Lane.

Buss, D. M. (1994). The evolution of desire: Strategies of human mating. Basic Books.

Dawkins, R. (1976). The selfish gene. Oxford University Press.

Foucault, M. (1975). Surveiller et punir. Gallimard.

Harari, Y. N. (2011). Sapiens: A brief history of humankind. Harper.

Kahneman, D. (2011). Thinking, fast and slow. Farrar, Straus and Giroux.

Nietzsche, F. (1873/1999). On truth and lies in a nonmoral sense. In R. Geuss & R. Speirs (Eds.), The birth of tragedy and other writings. Cambridge University Press.

Sapolsky, R. M. (2017). Behave: The biology of humans at our best and worst. Penguin Press.

Taleb, N. N. (2012). Antifragile: Things that gain from disorder. Random House.

Wilson, D. S. (2002). Darwin’s cathedral: Evolution, religion, and the nature of society. University of Chicago Press.

 

Ook interessant voor jou!