De leugen van gelijkwaardigheid

Waarom je naïviteit je grootste vijand is (en hoe je dat kunt omarmen)

Beste Bovenbaas,

Wist je dat de wereld eigenlijk één groot theaterstuk is waarin jij, zonder dat je het doorhebt, een zorgvuldig geregisseerde rol speelt? En dat de regisseurs – laten we ze de ‘sterken’ noemen – allang hebben begrepen dat brute kracht passé is? Tegenwoordig draait alles om beïnvloeding, manipulatie en de kunst van het acceptabel maken van verhalen.

Goed nieuws: je hoeft niet per se de sabeltandtijger te zijn om te overleven. Maar je wilt natuurlijk ook niet eindigen als een schaap dat vrolijk blaat terwijl het richting de slachtbank wordt geleid. Daarom heb ik iets voor je: een artikel dat je laat zien hoe macht écht werkt, waarom gelijkheid een strategische leugen is, en hoe homeostase ervoor zorgt dat de zwakkeren altijd nét genoeg krijgen om geen revolutie te ontketenen.

 Lees het artikel: Antagonisme en Homeostase: De Dynamiek van Macht en Overleven

Als je ooit hebt gedacht dat eerlijkheid, rechtvaardigheid en verdienste de wereld besturen, bereid je dan voor op een gezonde reality check. Dit artikel laat je niet alleen glimlachen om de absurde spelregels van het leven, maar geeft je ook een strategie om het spel beter te spelen.

Laat me weten wat je ervan vindt – of blijf gewoon geloven dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Je keuze. 

Met een knipoog,
Peter Koopman

21 mrt. 2025   

Tel.: 06 8135 8861

Antagonisme en Homeostase: De Dynamiek van Macht en Overleven

1.   Antagonisme als Motor van Evolutie

Antagonisme is een drijvende kracht in zowel biologische als sociale evolutie. In de natuur zien we roofdier-prooi-relaties, seksuele selectie en competitie om hulpbronnen. Dit geldt ook voor menselijke samenlevingen, waarin macht, status en invloed voortdurend worden bevochten. Het idee van gelijkheid en gelijkwaardigheid is in deze context een strategie van de zwakkeren om een betere machtspositie te verwerven. Dit betekent niet dat gelijkheid per se een illusie is, maar eerder een dynamisch concept dat door tijd en context wordt gevormd. Sterkere entiteiten zullen altijd zoeken naar methoden om een voordelige situatie te creëren en behouden, terwijl zwakkeren strategieën ontwikkelen om de balans te kantelen.

Een illustratief voorbeeld hiervan is de sabeltandtijger en het schaap. De sabeltandtijger heeft honger en ziet het schaap, waarop het schaap tegen de sabeltandtijger zegt: “Wat vind je van democratie en gelijkwaardigheid?” De sabeltandtijger is uitgestorven, maar het schaap, dat geen enkel wapen heeft om zich te verdedigen behalve blaten en zich verstoppen in de groep, bestaat nog steeds. Dit laat zien dat brute kracht niet altijd de enige of beste strategie is voor overleving; samenwerking, reproductie en aanpassing kunnen minstens zo effectief zijn. Kracht blijft echter de dominante factor, zij het in verschillende vormen: fysiek, strategisch, economisch of mentaal.

2.   Homeostase als Dynamisch Evenwicht

Homeostase wordt vaak verkeerd begrepen als een statische toestand, terwijl het in werkelijkheid een constant proces van aanpassing en reactie is. Zowel op biologisch als maatschappelijk niveau werkt homeostase als een regulerend mechanisme: te veel ongelijkheid leidt tot opstand en instabiliteit, terwijl te veel gelijkheid het systeem kan verzwakken. Dit principe is goed gedocumenteerd in de sociologie en politicologie. Zo stelt de econoom Thomas Piketty, dat extreme economische ongelijkheid leidt tot sociale onrust en politieke instabiliteit. Aan de andere kant kan een te grote gelijkheid innovatie en motivatie remmen, wat het systeem op de lange termijn verzwakt.

Primum vivere deinde philosophari

(“eerst leven, dan filosoferen”) – Thomas Hobbes

Het idee dat een zekere mate van inspraak en acceptabele welvaart maatschappelijke rust kan creëren, is echter niet nieuw. Thomas Hobbes, een van de belangrijkste politieke denkers van de 17e eeuw, betoogde al in zijn werk Leviathan (1651) dat mensen uit eigenbelang een sociaal contract aangaan om chaos te voorkomen. In de “natuurtoestand” (state of nature), waar geen centrale macht bestaat, is het leven volgens Hobbes “eenzaam, arm, afstotelijk, bruut en kort”. Om dit te voorkomen, geven individuen een deel van hun vrijheid op in ruil voor veiligheid en stabiliteit, geregeld door een soeverein. Dit sociaal contract zorgt ervoor dat conflicten worden beperkt en dat er een zekere mate van orde heerst.

Hoewel Hobbes’ theorie vooral gericht was op het voorkomen van anarchie, bevat het een belangrijke les voor machtsstructuren: zelfs de sterkste heersers moeten zorgen voor een zekere mate van welvaart en inspraak om opstand te voorkomen. Dit principe is door de eeuwen heen herhaaldelijk bevestigd. Zo stelt de historicus Eric Hobsbawm in The Age of Extremes (1994) dat sociale bewegingen en revoluties vaak het gevolg zijn van extreme ongelijkheid en gebrek aan inspraak. Aan de andere kant kunnen elites, door beperkte concessies te doen, sociale onrust indammen en hun machtspositie behouden.

In een machtscontext betekent dit dat de elite altijd een zekere mate van concessie moet doen om stabiliteit te waarborgen, maar nooit zover dat ze hun machtspositie volledig verliezen. Omgekeerd moeten de zwakkeren collectieve strategieën ontwikkelen om invloed te verkrijgen zonder het systeem volledig te ontwrichten. Dit is bijvoorbeeld te zien in de geschiedenis van de arbeidersbewegingen in de 19e en 20e eeuw, waar vakbonden en politieke partijen via collectieve actie betere arbeidsomstandigheden en sociale rechten afdwongen (Hobsbawm, 1994).

3.   De Biologische Fundamenten van Macht

Macht is geen abstract concept dat uitsluitend door filosofen of sociologen is bedacht; het is een biologisch ingebakken mechanisme dat diep verankerd ligt in de evolutionaire strategieën van overleving en reproductie. Of het nu gaat om alfamannetjes in een troep primaten, CEO’s in een bestuurskamer of influencers op sociale media—de onderliggende biologische principes blijven dezelfde.

Op neurobiologisch niveau speelt dopamine een cruciale rol in de jacht op status. Hogere status verhoogt dopaminelevels, wat een gevoel van beloning en motivatie creëert. Dit verklaart waarom macht zo verslavend is en waarom individuen die eenmaal een machtspositie bereiken, deze zelden vrijwillig opgeven. Testosteron, het hormoon dat vaak in verband wordt gebracht met agressie en dominantie, bevordert risicovol gedrag en assertiviteit—eigenschappen die vaak nodig zijn om een machtspositie te veroveren en te behouden.

Tegelijkertijd werkt cortisol als een onderdrukkend mechanisme voor hen die laag in de hiërarchie staan. Hoge cortisolniveaus, vaak te vinden bij ondergeschikte individuen binnen een groep, verhogen stress en onderdanigheid, wat onderdanig gedrag biologisch versterkt. Het is dan ook geen toeval dat elites en machtsstructuren in elke samenleving mechanismen in stand houden die de stressniveaus van de massa hooghouden—een gestreste bevolking is volgzamer.

Zelfs het zogenaamde ‘knuffelhormoon’ oxytocine speelt een dubbelrol: het bevordert groepsbinding binnen een in-groep, maar versterkt tegelijkertijd het wantrouwen tegenover buitenstaanders. Dit verklaart waarom machtige groepen, of het nu naties, bedrijven of ideologische bewegingen zijn, altijd werken met wij/zij-retoriek om hun cohesie te versterken.

Deze biologische basis toont aan dat macht geen cultureel construct is, maar een geëvolueerd mechanisme dat diep in ons zenuwstelsel en endocriene systeem verankerd ligt. Wat wij ‘politiek’ noemen, is uiteindelijk niet meer dan een moderne variant van de oeroude strijd om dominantie, verpakt in een complexer sociaal-juridisch jasje.

4.   Strategieën van de Sterken

Sterke individuen en groepen zullen altijd proberen een model te creëren dat hen het meest ten goede komt. Dit kan door controle over hulpbronnen, ideologie of regelgeving. Voorbeelden zijn economische structuren die ongelijkheid bestendigen, culturele hegemonieën die bepaalde waarden als universeel presenteren, en technologische innovatie als machtsinstrument.

Friedrich Nietzsche, een van de meest invloedrijke filosofen van de 19e eeuw, introduceerde het concept van de “wil tot macht” (Wille zur Macht), dat stelt dat de drang om macht te verwerven en uit te oefenen een fundamentele drijfveer is van alle levende wezens. Nietzsche zag deze wil tot macht niet als iets immoreels, maar als een natuurlijk en essentieel onderdeel van het leven. In zijn werk Also sprach Zarathustra (1883) stelt hij dat de mensheid streeft naar zelfoverstijging en dat de sterksten onder ons de macht hebben om nieuwe waarden te creëren die de samenleving vormgeven. Dit idee sluit aan bij mijn idee van de antagonistische dynamiek, welke in dit essay wordt beschreven: macht is geen statisch gegeven, maar een voortdurend proces van strijd en herdefiniëring.

“Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral.” – Bertolt Becht 

Niccolò Machiavelli, de beroemde Renaissance-denker, biedt een meer pragmatische benadering van macht. In zijn meesterwerk Il Principe (1532) betoogt Machiavelli dat heersers bereid moeten zijn om morele principes opzij te zetten als dat nodig is om hun macht te behouden. Hij stelt dat het beter is om gevreesd dan geliefd te zijn, omdat angst een betrouwbaarder middel is om controle te behouden. Machiavelli’s ideeën over realpolitik en de kunst van het heersen zijn nog steeds relevant in moderne machtsstructuren, waar elites vaak een balans moeten vinden tussen het tonen van kracht en het behouden van legitimiteit.

Ayn Rand, een van de meest controversiële en invloedrijke denkers van de 20e eeuw, biedt een radicaal ander perspectief op macht en individualisme. In haar filosofie van het objectivisme, uiteengezet in werken zoals Atlas Shrugged (1957) en The Virtue of Selfishness (1964), stelt Rand dat rational egoïsme—het streven naar het eigen belang—niet alleen moreel gerechtvaardigd is, maar ook de basis vormt voor een vrije en welvarende samenleving. Rand verwerpt collectivisme en altruïsme als destructieve krachten die individuele creativiteit en vooruitgang onderdrukken. In de context van machtsdynamieken kan Rand’s filosofie worden gezien als een pleidooi voor de emancipatie van het individu uit de greep van collectieve machtsstructuren. Haar ideeën zijn vooral relevant in discussies over de rol van de staat, economische vrijheid en de morele rechtvaardiging van zelfzucht.

Robert Nozick, een andere belangrijke denker binnen het libertarisme, bouwt voort op deze ideeën in zijn werk Anarchy, State, and Utopia (1974). Nozick betoogt dat een minimale staat, die zich beperkt tot de bescherming van individuele rechten, de enige moreel gerechtvaardigde vorm van overheidsmacht is. Hij verwerpt herverdelingsmechanismen en collectivistische interventies, omdat deze de individuele vrijheid schenden. Nozick’s ideeën over rechtvaardigheid en macht bieden een interessant tegenwicht aan de meer collectivistische benaderingen die in dit essay worden besproken.

Met de ontwikkeling van wapens en technologie heeft fysieke kracht haar alleenheerschappij verloren, en heeft macht zich verplaatst naar subtielere vormen van controle. De meest effectieve machtsinstrumenten vandaag de dag zijn beïnvloeding en indoctrinatie. Op macro- en microniveau wordt macht uitgeoefend door verhalen en overtuigingen te verspreiden die de massa in een bepaalde richting sturen. De kracht zit in het gemakkelijk acceptabel maken van een verhaal. Dit hoeft niet waar te zijn, zolang het maar aansluit bij de geloofsgretigheid van de massa. Op deze manier blijft de elite dominant zonder directe dwang, en wordt controle uitgeoefend via sociale normen, mediakanalen en economische structuren.

Een actueel voorbeeld van deze dynamiek is de rol van sociale media in moderne samenlevingen. Platforms zoals Facebook en Twitter worden gebruikt om informatie te verspreiden en publieke opinie te vormen, vaak met behulp van algoritmen die zijn ontworpen om gebruikers te engageren en te beïnvloeden (Zuboff, 2019). Deze technologieën geven een kleine groep tech-bedrijven en overheden enorme macht over hoe mensen denken en handelen.

5.   Conclusie

De dynamiek van antagonisme en homeostase vormt de kern van zowel biologische als maatschappelijke structuren. Gelijkheid, als het al bestaaat, is geen vaststaand feit, maar een dynamisch concept dat door machtsstrijd wordt gevormd. Kracht en macht nemen verschillende vormen aan: fysiek, economisch, psychologisch of ideologisch. De moderne evolutie van macht heeft geleid tot een verschuiving richting manipulatie en beïnvloeding als de ultieme strategieën voor controle. Wie dit mechanisme doorgrondt, begrijpt dat de wereld niet draait om rechtvaardigheid, maar om strategie, opportunisme en aanpassing.

Echter, dit betekent niet dat samenwerking en het gevoel van rechtvaardigheid geen rol spelen. Zoals de geschiedenis van sociale bewegingen laat zien, kunnen collectieve acties en morele overtuigingen wel degelijk verandering teweegbrengen. Het is daarom belangrijk om niet alleen de regels van het spel te begrijpen, maar ook na te denken over hoe je deze regels kunnen veranderen of gebruiken om een voor jou rechtvaardiger samenleving te creëren.

Zuboff, S. (2019). The Age of Surveillance Capitalism: The Fight for a Human Future at the New Frontier of Power. New York: PublicAffairs.

Literatuurlijst

Hobbes, T. (1651). Leviathan. London: Andrew Crooke.

Hobsbawm, E. J. (1994). The Age of Extremes: The Short Twentieth Century, 1914–1991. London: Abacus.

Machiavelli, N. (1532). Il Principe. Florence: Antonio Blado d’Asola.

Nietzsche, F. (1883). Also sprach Zarathustra. Chemnitz: Ernst Schmeitzner.

Nozick, R. (1974). Anarchy, State, and Utopia. New York: Basic Books.

Piketty, T. (2014). Capital in the Twenty-First Century. Cambridge, MA: Harvard University Press.

Rand, A. (1957). Atlas Shrugged. New York: Random House.

Rand, A. (1964). The Virtue of Selfishness. New York: New American Library.

Ook interessant voor jou!