De illusie van controle
Beste Lezer,
Bijgaand een essay dat een ongemakkelijke vraag centraal stelt: wie of wat stuurt ons gedrag eigenlijk?
We schrijven prestaties, herstel en keuzes graag toe aan onszelf. Aan wilskracht, discipline, karakter. Maar wanneer je het systeem achter de mens ontleedt, verschuift dat beeld. Wat wij ervaren als handelen, blijkt vaak een reactie. Wat wij zien als controle, blijkt een interpretatie achteraf.
In dit essay werk ik een model uit waarin het organisme centraal staat als regulerend systeem, gericht op overleving en voortplanting. Interventies – van chirurgie tot training – worden daarin niet gezien als directe oorzaken van verbetering, maar als verstoringen die een adaptieve respons uitlokken. Het fenomeen hormesis speelt hierin een sleutelrol.
De vraag is niet alleen wat waar is, maar ook waarom we zo hardnekkig vasthouden aan een minder nauwkeurig verhaal. En wat dat ons oplevert.
Ik ben benieuwd naar je reactie.
Met groet,
Peter Koopma
De illusie van controle
Het organisme dat applaudisseert voor zijn eigen reflexen
Er wordt ergens een borstkas geopend. Een chirurg snijdt, knipt, hecht, en loopt daarna de kamer uit met de impliciete status van redder. Buiten staat familie opgelucht te knikken. Binnen begint het echte werk pas. Cellen migreren, cytokines vuren signalen af, bloed stolt, weefsel herstructureert zich. Het organisme repareert. De chirurg heeft slechts de voorwaarden gecreëerd waarin herstel kan plaatsvinden.
Maar probeer dat maar eens te verkopen op een verjaardag.
De mens houdt van verhalen waarin hij zelf de hoofdrol speelt. Hij wil handelen, ingrijpen, sturen. Hij wil oorzaak zijn. Alleen wringt dat met de biologische realiteit, waarin hij eerder een knooppunt is dan een bestuurder.
De kern is simpel en onaangenaam:
je doet minder dan je denkt, en je lichaam doet meer dan je doorhebt.
Het organisme: geen wil, wel richting
Wat wij “ik” noemen, is in de kern een regulatiesysteem. Geen romantiek, geen ziel, maar een bundel processen gericht op overleven en voortplanting. Wat daar niet direct aan bijdraagt, wordt vroeg of laat uitgefaseerd.
Walter Cannon noemde het homeostase: het handhaven van interne stabiliteit.
Karl Friston ging verder en beschreef het organisme als een voorspellingsmachine die voortdurend probeert afwijkingen tussen verwachting en werkelijkheid te minimaliseren.
Vrij vertaald: het systeem wil geen verrassingen. Verrassingen kosten energie. Energie is schaars. Dus wordt de wereld intern vereenvoudigd tot iets wat hanteerbaar is.
Daarin zit al de eerste misleiding. Niet alleen begrijpen we de wereld slecht, we móéten haar slecht begrijpen om überhaupt te kunnen functioneren.
De interventie-mythe
De moderne mens gelooft in ingrepen. Problemen zijn dingen die je oplost door iets te doen. Snijden, slikken, trainen, aanpassen.
Maar dat is een narratief, geen mechanisme.
Neem chirurgie. Het mes geneest niets. Het veroorzaakt schade, en het organisme reageert daarop. Zonder reactie geen herstel. Zonder functionerend systeem geen genezing.
Neem training. Je wordt niet sterker door te trainen. Je wordt sterker omdat je lichaam reageert op de schade die training veroorzaakt.
Dat principe heeft een naam: Hormesis.
Een lage tot matige dosis stress maakt het systeem robuuster. Te weinig stress doet niets. Te veel breekt het systeem af. Er is geen moraal, geen bedoeling, alleen een bandbreedte waarbinnen adaptatie mogelijk is.
Of concreet:
Je tilt gewichten → je beschadigt spierweefsel → je lichaam repareert en overcompenseert → jij schrijft het succes toe aan jezelf.
Het lichaam doet het werk. Jij levert de verstoring.
Dat is geen motivatieposter. Dat is een biologisch feit.
De coureur die denkt dat hij rijdt
Zet een Formule 1-coureur in een auto en hij rijdt 300 km/u. Haal hem eruit en de auto doet niets. Zet een amateur erin en het systeem stort in.
Dus wie rijdt er eigenlijk?
Binnen Formule One is snelheid geen eigenschap van een individu, maar van een systeem. Motor, aerodynamica, banden, data, strategie, teamcoördinatie. De coureur is essentieel, maar niet autonoom. Hij opereert binnen de grenzen die het systeem hem toestaat.
Zelfde verhaal bij wielrennen. De winnaar van de Tour de France wordt gepresenteerd als held, maar zonder ploeg, zonder positionering, zonder energiebeheer rijdt hij nergens heen behalve de vergetelheid.
En toch applaudisseren we voor het individu.
Waarom?
Omdat systemen moeilijk te bevatten zijn en helden lekker overzichtelijk.
Het verhaal dat ons in leven houdt
Hier wordt het interessant. Want als het zo evident is dat controle beperkt is, waarom blijven we doen alsof dat niet zo is?
Omdat die illusie functioneel is.
Daniel Kahneman beschreef hoe we een narratief zelf construeren dat achteraf betekenis geeft aan gedrag.
Antonio Damasio liet zien dat beslissingen voortkomen uit lichamelijke signalen die pas later “bewust” worden gemaakt.
Met andere woorden: eerst gebeurt er iets, daarna verzinnen we waarom.
De illusie van controle verhoogt motivatie, doorzettingsvermogen en risicobereidheid. Een organisme dat denkt dat het niets te zeggen heeft, doet minder. En minder doen is evolutionair gezien vaak verlies.
Dus de misvatting blijft bestaan omdat hij werkt.
Niet omdat hij waar is.
Wanneer het systeem faalt
Dit is geen pleidooi tegen interventie. Integendeel.
Systemen hebben grenzen. Soms faalt het organisme. Soms is de schade te groot, de belasting te hoog, de adaptieve capaciteit uitgeput.
Dan heb je ingrepen nodig. Chirurgie, medicatie, externe correctie.
Maar zelfs dan blijft de logica hetzelfde:
De ingreep creëert de mogelijkheid tot herstel.
Het organisme bepaalt of herstel plaatsvindt.
Zonder systeem geen uitkomst. Met systeem soms alsnog geen garantie.
Dat is de harde rand van de biologie waar geen optimisme tegenop kan.
De wrange conclusie
De mens is geen bestuurder van zijn gedrag, maar een uitvoeringsmechanisme dat achteraf denkt dat hij stuurt.
Hij beschadigt zichzelf en noemt het groei.
Hij reageert op prikkels en noemt het keuze.
Hij wint binnen een systeem en noemt het verdienste.
En daarna staat hij op het podium, pakt de beker aan en bedankt zichzelf.
Misschien is dat de grootste ironie:
zonder die misvatting zou hij waarschijnlijk niet eens op dat podium zijn beland.
Dus ja, we jubelen voor onszelf.
Niet omdat we het verdienen.
Maar omdat we niet zonder kunnen.
Literatuurlijst
Kernconcepten organisme / regulatie
- Walter Cannon – The Wisdom of the Body
- Karl Friston – Free Energy Principle (diverse papers)
Gedrag en determinisme
- Robert M. Sapolsky – Behave
- Steven Pinker – How the Mind Works
Besluitvorming en illusie van controle
- Daniel Kahneman – Thinking, Fast and Slow
- Antonio Damasio – Descartes’ Error
Hormesis / adaptatie
- Hormesis – zie o.a. Calabrese & Baldwin (toxicology papers)
- Nassim Nicholas Taleb – Antifragile (populair, maar bruikbaar mits kritisch gelezen)
Motivatie / beloning
- Daniel J. Lieberman – The Molecule of More
Evolutionaire onderlaag
- David Buss – The Evolution of Desire
- Geoffrey Miller – The Mating Mind
