De Grote Illusie van de Mens

De Grote Illusie van de Mens

Alles wat je dacht te weten over jezelf is een leugen

Beste Lezer,

Maak je borst maar nat: “De Grote Illusie van de Mens” gaat alles wat je over jezelf dacht te weten, genadeloos slopen.

Geen zachte landing, geen feel-good moraal – alleen de harde werkelijkheid: wij zijn overlevingsmachines met een dun laagje vernis. Jouw altruïsme? Slim verpakte zelfzucht. Jouw moraal? Een sociaal toneelstuk dat vooral jezelf moet overtuigen.

Lees het stuk, lach zuur, en vraag jezelf af: “Ben ik echt beter dan de rest – of gewoon handiger in mijn zelfbedrog?”

Met een vette knipoog,
Peter Koopman

De geschiedenis van Homo sapiens is jonger dan ons ego ons wil doen geloven. Niet 600 miljoen jaar, maar een schamele 300.000 jaar geleden zette de eerste mens zijn voet op aarde1. Onze soort splitste zich toevallig af van de familie der mensapen — niet door goddelijke interventie of moreel plan, maar door mutaties en selectie2. Sindsdien zijn er naar schatting 120 miljard mensen geboren3. Niemand van hen leeft nog. Geen enkele. Het leven is een one way street, en de uitgang heet dood.

Vandaag bevolken ruim 8 miljard exemplaren deze planeet. Elke dag sterven er ongeveer 180.0004. Je leest dit, je haalt je schouders op, en gaat koffiezetten. Want zolang jij niet één van die 180.000 bent, voelt het abstract. We leven alleen. We sterven alleen. Alles daartussen is decor.

Strijd onder Broeders

Elk organisme streeft ernaar om in aantal toe te nemen. Dit is geen morele keuze, maar een biologisch bevel: overleef, reproduceer, laat je genen achter. De strijd met de omgeving is onvermijdelijk, maar de felste concurrentie is altijd binnen de soort5. Jouw grootste vijand is geen leeuw, geen virus, geen klimaat — het is de ander die op jou lijkt. Jullie willen hetzelfde territorium, hetzelfde voedsel, dezelfde partner.

De mens onderscheidt zich van andere dieren niet door de strijd te vermijden, maar door hem te professionaliseren. Wij hebben het moorden geïndustrialiseerd en ideologiseren het vervolgens: religies, nationalismen, utopieën6. Geen enkel ander dier vermoordt soortgenoten omdat zij in een andere mythe geloven. Geen enkel hert bouwt een concentratiekamp.

De Hypocriete Samaritaan

En toch — wij vinden onszelf moreel superieur. Wij spelen graag de barmhartige Samaritaan, maar alleen als het ons uitkomt. Altruïsme is selectief en strategisch: we helpen wie onze genen draagt (inclusive fitness7), wie ons reputatiepunten oplevert (costly signaling8), of wie de groepsveiligheid versterkt9.

De rest is pose.

Onze liefdadigheid is vaak een vorm van sociale pornografie: we doneren om onszelf goed te voelen, we “helpen” vluchtelingen op voorwaarde dat het niet onze wijk is die erdoor verandert, we ondertekenen petities om de illusie te voeden dat we deel zijn van een morele avant-garde. De socialist die roept “wij moeten helpen” bedoelt zelden “ik offer iets op”, maar meestal “jij moet betalen”. Het is moraal op andermans rekening, een koopje in ethische zelfverheerlijking.

Wanneer er écht iets gevraagd wordt — een materiële opoffering zonder zichtbaar applaus — verdampt de barmhartigheid pijlsnel10. Wat overblijft is de kale waarheid: veel “altruïsme” is lafheid, een aflaat, een spiegeltruc. Het is makkelijker om je geweten te sussen met een donatie dan met een eerlijk gesprek over je eigen overlevingsdrang.

Strategie van de Soort

De populatiedynamiek van de mens volgt hetzelfde principe als die van elk ander organisme. In een wereld met hoge kindersterfte produceert een soort veel nakomelingen (r-strategie). Zodra sterftecijfers dalen en zorg toeneemt, verschuift de soort naar een investeringsmodel (K-strategie)11. De mens zit daar nu middenin: minder kinderen, maar massieve investeringen in elk kind.

Dit is geen moraal, dit is strategie. En de strategie faalt uiteindelijk altijd. Elk individu gaat dood. Elke soort sterft uit. Wij ook. Onze enige “unieke” eigenschap is dat we dit weten — en dat we ondertussen een groot deel van ons leven besteden aan het verdringen van dit besef12.

De Onvermijdelijke Eindbalans

De mens is een biologisch project dat zijn eigen uitfasering in zich draagt. We rationaliseren, moraliseren en idealiseren ons gedrag, maar onder de streep blijft het overlevingsdrang en genenegoïsme13. Altruïsme is zelden meer dan een slim verpakte investering. Moraal is meestal groepsstrategie.

De rest — religie, ideologie, politiek, sociale media — is illusie. Mooie, soms nuttige illusie, maar illusie nonetheless.

Dus kijk nog eens goed in de spiegel. Vraag jezelf af: “Voor wie doe ik dit? Voor de ander, of voor het verhaal dat ik mezelf wil vertellen?”

Het antwoord is pijnlijk eenvoudig.

Nawoord – De Uitdaging

Durf nu nog eens te zeggen dat je moreel superieur bent. Als je eerlijk bent, weet je dat je hulp en barmhartigheid zelden kost wat het werkelijk zou moeten kosten. Je bent een overlevingsmachine, getraind om te concurreren, te pronken en te overleven – niet om heilige te spelen. Kijk nog eens in de spiegel. Glimlach gerust, maar lieg niet tegen jezelf.

Annotaties en Literatuur


Voetnoten:

  1. Stringer & Andrews (2011) – The Complete World of Human Evolution. Overzichtswerk dat de datering van Homo sapiens op ±300.000 jaar plaatst. 
  2. Darwin (1859) – On the Origin of Species. De basis van het idee dat evolutie blind en zonder doel is. 
  3. Haub (2023) – Population Reference Bureau, schatting van ±120 miljard mensen die ooit hebben geleefd. 
  4. WHO (2023) – Wereldgezondheidsorganisatie, globale sterftecijfers ±70 miljoen per jaar. 
  5. Darwin (1871) en Lorenz (1963) – Over intraspecifieke competitie en agressie. 
  6. Arendt (1963) – Eichmann in Jerusalem. Over de “banaliteit van het kwaad” en de bureaucratisering van moord. 
  7. Hamilton (1964) – Theorie van inclusive fitness: verwanten helpen omdat hun genen ook de jouwe dragen. 
  8. Zahavi (1975) – Handicapprincipe: altruïsme als signaal van overvloed en kwaliteit. 
  9. Bowles & Gintis (2011) – Over coöperatie als groepsselectie-mechanisme. 
  10. Trivers (1971) – Reciprocal altruism: samenwerking verdwijnt als de terugbetaling uitblijft. 
  11. MacArthur & Wilson (1967) – The Theory of Island Biogeography. Grondleggers van de r/K-selectie-theorie. 
  12. Becker (1973) – The Denial of Death. Over de psychologische strategieën waarmee de mens zijn sterfelijkheid verdringt. 
  13. Dawkins (1976) – The Selfish Gene. Genen gebruiken organismen als voertuigen voor hun eigen replicatie. 

Ook interessant voor jou!