De functie van sociale aberratie

De functie van sociale aberratie

Beste lezer,

Dit essay gaat over gedrag dat doorgaans als ongepast wordt ervaren. Niet omdat het per definitie schadelijk is, maar omdat het impliciete afspraken zichtbaar maakt die normaal buiten beeld blijven.

Ik wijk in sociale interacties soms bewust af van wat als correct, tactvol of wenselijk geldt. Niet uit baldadigheid of behoefte aan shock, maar uit fascinatie voor de vraag waarom bepaalde dingen niet gezegd mogen worden, terwijl ze wel functioneren. Wat gebeurt er wanneer het impliciete expliciet wordt? Wie verliest dan de regie — en waarom roept dat verontwaardiging op?

De functie van sociale aberratie is geen verdediging van gedrag en geen oproep tot navolging. Het is een analytische verkenning van wat er gebeurt wanneer iemand weigert mee te doen aan het stilzwijgende toneelstuk dat sociale orde heet. Ongepastheid verschijnt hier niet als fout, maar als signaal.

Lezen is op eigen risico. Niet omdat de inhoud schokkend is, maar omdat vanzelfsprekendheden dat zelden verdragen.

Met groet,
Peter Koopman

Sociale orde berust niet op waarheid, maar op coördinatie. Mensen stemmen gedrag op elkaar af via impliciete scripts die zelden expliciet worden gemaakt. Wie zich daaraan houdt, geldt als “normaal”. Wie ze benoemt, wordt “lastig”. Sociale aberratie is in dat licht geen afwijking van moraal, maar een verstoring van stilzwijgen.

De centrale these is eenvoudig: sociaal gedrag ontleent zijn betekenis niet aan de handeling, maar aan het verhaal dat haar omkadert. Dat verhaal is opportunistisch, contextueel en statusgevoelig. Hier raakt de analyse aan Michel Foucault: macht werkt via discours—via wat gezegd mag worden, en vooral via wat onuitgesproken moet blijven. Wie het impliciete expliciteert, verschuift macht.

In alledaagse interacties functioneren meerdere scripts tegelijk. Het functionele script (werk, training, zorg) loopt vaak parallel aan een esthetisch of affectief script (gezien worden, waardering, begeerlijkheid). Zolang die sferen niet botsen, blijft de orde intact. De frictie ontstaat wanneer iemand de scheiding benoemt. Niet de handeling verandert, maar de interpretatieve regie. Dat moment triggert verontwaardiging, omdat ambiguïteit wordt opgeheven—en ambiguïteit is sociaal smeermiddel.

Dit mechanisme is nauwkeurig beschreven door Erving Goffman. Interactie is toneel. Rollen werken zolang iedereen “doet alsof”. Sociale aberratie is de weigering om het “alsof” te eerbiedigen. Ze is geen impuls, maar een positie: die van de gek op het hek, de hofnar, de storingszender. De functie daarvan is niet vernederen, maar zichtbaar maken dat er scripts zijn.

Waarom wordt daarop zo heftig gereageerd? Omdat verontwaardiging geen ethisch oordeel is, maar een herstelmechanisme. Moraal verschijnt wanneer narratieve controle weglekt. Wie benoemt wat functioneel impliciet was, dwingt de ander verantwoordelijkheid te nemen voor de eigen inzet—esthetisch, affectief, symbolisch. Dat voelt als verlies van autonomie, ook wanneer er feitelijk niets is afgenomen.

Belangrijk is het onderscheid tussen daad en duiding. Sociale aberratie werkt primair via taal, niet via handeling. Taal kan niet worden gesanctioneerd zonder haar te herhalen; handeling wel. Daarom is de effectieve ontregeling precies, afgemeten en discursief. Intensiteit ondermijnt de analyse; precisie onthult de orde.

De kosten zijn reëel. Wie structureel expliciteert, verliest bescherming. Reputatie verschuift van “helder” naar “gevaarlijk”. Toegang wordt ingetrokken. Dat is geen bewijs van ongelijk, maar van systeemweerstand. Sociale systemen tolereren afwijking zolang zij spanning ontlaadt; niet wanneer zij de logica blootlegt.

Dit essay is geen verdediging en geen uitnodiging tot imitatie. Het is een instrumentele beschrijving: dit is wat er gebeurt wanneer iemand weigert impliciete hypocrisie te legitimeren. Sociale aberratie is geen deugd en geen ondeugd; zij is een functie. Ze test waar betekenis wordt gemaakt, wie haar mag benoemen, en welke stiltes noodzakelijk zijn om de orde te laten draaien.

Wie dat ziet, hoeft het niet eens te zijn. Maar hij kan niet langer doen alsof het vanzelf spreekt. Dat is voldoende.

Literatuurlijst

Foucault, M. (1975). Discipline and punish: The birth of the prison. New York, NY: Pantheon Books.

Foucault, M. (1978). The history of sexuality: Volume I – An introduction. New York, NY: Pantheon Books.

Goffman, E. (1959). The presentation of self in everyday life. Garden City, NY: Doubleday.

Goffman, E. (1967). Interaction ritual: Essays on face-to-face behavior. New York, NY: Pantheon Books.

Bourdieu, P. (1991). Language and symbolic power. Cambridge, MA: Harvard University Press.

Elias, N. (2000). The civilizing process (Revised ed.). Oxford, UK: Blackwell. (Original work published 1939)

Sapolsky, R. M. (2017). Behave: The biology of humans at our best and worst. New York, NY: Penguin Press.

Freud, S. (1905). Three essays on the theory of sexuality. Leipzig & Vienna: Franz Deuticke.

Ook interessant voor jou!