Goed nieuws! Jij mag weer betalen.
Beste Medeburger,
Hoera! De economie kraakt, de wereld staat in brand en de bestuurders heffen hun glazen. Geen zorgen, jij hoeft alleen maar te werken, belasting te betalen en te geloven dat het ‘voor ons allemaal’ is.
In dit artikel duiken we in de machinaties van instituties, manipulatie en angstpolitiek. Waarom jij braaf je deel doet, terwijl anderen de winsten verdelen. Waarom ‘we’ altijd offers moeten brengen, terwijl ‘zij’ nooit lijken in te leveren. Waarom jij juicht als ‘we’ een gouden medaille winnen, terwijl de elite je tegelijkertijd een nieuwe belastingverhoging cadeau doet.
Benieuwd hoe de wereld écht werkt? Lees dan het essay.
Maar pas op: als je dit eenmaal hebt gelezen, wordt het lastiger om zonder cynische grijns naar het journaal te kijken. Eenmaal gezien, kun je het niet meer ont-zien. Maar ach, je wist waarschijnlijk toch al dat ‘we’ nooit winnen.
Veel leesplezier, of sterkte.
Peter Koopman
13 mrt. 2025
Tel.: 06 8135 8861
DE ARCHITECT (van de wereld)
Ga rustig zitten en kijk eens om je heen. Alles wat je ziet—de straten, de wetten, de schermen vol informatie—zou het resultaat moeten zijn van rationele planning en menselijk vernuft. Maar de waarheid is minder flatterend: de wereld is eerder een verzameling ongelukken, tradities en geïmproviseerde structuren die zichzelf, ondanks hun evidente disfunctionaliteit, in stand weten te houden.
Veel van wat er bedacht is en wordt, is wat men serendipiteit noemt, zoals Viagra oorspronkelijk een medicijn tegen hartproblemen was, Ozempic een medicijn voor de behandeling van Diabetes Mellitus type 2, en de lijm van post-its tijdens het zoeken naar een superkrachtige lijm voor de lucht- en ruimtevaart ontdekt werd. En wat te denken van penicilline? Veel van wat er bestaat is niet het resultaat van vooraf diepgaand doordacht denkwerk, maar van het benutten van puur toeval.
Het beeld van de vooruitziende en rationele ontwerper brokkelt af. In werkelijkheid is de mens geen architect, maar een opportunistische klusjesman, die achteraf betekenis toekent aan willekeurige vondsten. Zoals Nassim Nicholas Taleb betoogt in The Black Swan, geloven we graag dat we onze wereld begrijpen en beheersen, terwijl de grote doorbraken en veranderingen meestal voortkomen uit toeval, crisis of brute noodzaak.
Deze slordige, toevallige manier van ‘bouwen’ geldt niet alleen voor fysieke objecten, maar ook voor de structuren waarin we leven. Onze instituties—ziekenhuizen, scholen, verzorgingstehuizen, koningshuizen—zijn het resultaat van eeuwenlange sociale bricolage, waarin het verleden met plakband en ijzerdraad is omwikkeld tot iets dat op orde lijkt.
De moderne mens leeft in een bouwwerk van instituties, opgezet door onzichtbare architecten die hem vertellen wat goed voor hem is. Niet omdat ze het beter weten, maar omdat ze er belang bij hebben dat hij gehoorzaamt.
Instituties: de logge kaders van het verleden
Instituties—of het nu gaat om de overheid, onderwijs, zorg of justitie—zijn als oude, scheefgezakte gebouwen: ooit gebouwd met een doel, maar inmiddels verworden tot bureaucratische doolhoven die zichzelf belangrijker achten dan de mensen die ze dienen.
De industriële revolutie heeft deze structureringsdrang in een stroomversnelling gebracht. Waar ooit het dorp en de familie de primaire zorgstructuren waren, kwamen daar plots ziekenhuizen, kindertehuizen en bejaardentehuizen voor in de plaats. Dit alles onder het mom van vooruitgang, maar in werkelijkheid vaak een mechanistische, onpersoonlijke benadering van de mens als productiemiddel. In een fabrieksschool leren kinderen met bewegingsdrang stil te zitten en rijtjes op te dreunen. Niet om te denken, maar om een plek in de machine te vinden. Zoals Foucault beschreef in Surveiller et punir, is onderwijs niet primair bedoeld om kennis over te dragen, maar om lichamen te disciplineren en in een economisch nuttige vorm te persen.
Het onderwijs, ooit een nobel streven om mensen te verheffen, nu een productiefabriek waar kinderen worden getraind om gehoorzaam, voorspelbaar en economisch rendabel te zijn. Een gymnasiumleerling kan in detail uitleggen hoe fotosynthese werkt, maar zal verzuipen zodra hij belastingaangifte moet doen. Niet per ongeluk, maar omdat het systeem nooit bedoeld was om burgers zelfstandig en kritisch te maken.
Of neem de zorg. Het ziekenhuis is geen plek meer waar een arts zich bekommert om zijn patiënten, maar een spreadsheetorganisatie waarin minuten, behandelingen en kosten optimalisatie vergen. De patiënt is een dossier, een ‘casus’, een administratieve last. Gezondheid is geen recht, maar een product dat moet worden gekocht. En als je het niet kunt betalen? Dan is er altijd nog een moreel beladen campagne om het volk emotioneel te bespelen en tot ‘solidariteit’ te dwingen—lees: verder te belasten.
De politieke façade: een lachende marionet met een ijzeren vuist
En zo komen we bij de architecten van de moderne samenleving: politici, beleidsmakers en technocraten, die de illusie van controle en visie hooghouden. We zien een grimas van een lachend gezicht op tv, een staatsman die ons verzekert dat we in een ‘gaaf land’ wonen, terwijl hij ons met droge ogen belastingen verhoogt, rechten afschaft en beleid uitvoert dat slechts een selecte elite dient.
Het politieke theater heeft een voorspelbaar script. Eerst wordt ons verteld dat we ergens niet voor zullen betalen (“Geen cent naar de Grieken!”), dan wordt er een referendum georganiseerd, en wanneer de uitslag onwelgevallig is, verdwijnt dat democratische speeltje in de prullenbak. Nederland, dat kleine postzegeltje op de wereldkaart, wordt bestuurd door bureaucraten met een Napoleoncomplex, die vanuit hun ‘cockpit’ menen invloed uit te oefenen op geopolitieke krachten waar ze slechts speelballen van zijn.
Maar de echte architecten zitten elders. Niet in Den Haag, maar in Brussel, Washington, Davos en de bestuurskamers van multinationals. Zoals Chomsky al aangaf in Manufacturing Consent, is democratie in de moderne wereld een zorgvuldig geregisseerde illusie, waarin media en beleidsmakers samenwerken om een narratief te creëren dat de massa’s koest houdt.
Belasting: de perfecte misdaad
Belasting is het meest verfijnde systeem van dwang ooit bedacht. In tegenstelling tot de middeleeuwse roofridders die met getrokken zwaard langs dorpen trokken, hebben moderne overheden belastingwetten en digitale handhavingssystemen. De essentie is echter dezelfde: je werkt, de staat neemt.
Men zou kunnen denken dat belasting een eerlijke bijdrage aan de samenleving is. Maar dan zou je verwachten dat het geld op een logische manier wordt besteed. In plaats daarvan gaat het naar bodemloze putten van bureaucratie, prestigeprojecten en subsidies voor lobbygroepen die handig inspelen op de moraal van het moment.
En ondertussen wordt de belastingdruk steeds subtieler opgevoerd. Niet direct, want dat zou verzet oproepen, maar druppelsgewijs. Wat eerst een tijdelijke maatregel is, wordt permanent. Een crisisbelasting wordt nooit opgeheven. En het volk? Dat laat zich sussen met wat ‘teruggave’ en koopkrachtplaatjes—alsof je wordt bestolen en de dief je een fooi teruggeeft.
De economische machine: werken, consumeren, sterven
En werken zal je. Want hoe meer economische eenheden er zijn (lees: werkende mensen), hoe meer transacties, en hoe meer de belastingdienst kan incasseren. Ooit sprongen de blauwe vrinden nog uit de bosjes om je snelheid te meten; nu hebben ze automatisering en regelgeving om een permanente geldstroom te garanderen. Belastingen zijn niet langer een bijdrage aan de samenleving, maar een geoptimaliseerd inningssysteem, waarin de burger een permanente schuldenaar is.
Tegelijkertijd wordt het doel van arbeid steeds abstracter. De bakker bakt geen brood meer, ook hij verwerkt spreadsheets voor een multinational die weer aandelen verkoopt aan een pensioenfonds dat wordt beheerd door algoritmen. Zoals David Graeber beschreef in Bullshit Jobs, is een groot deel van de moderne arbeid nutteloos werk, bedoeld om mensen bezig te houden en een klassenstructuur in stand te houden.
Maar waartoe dient dit alles?
Nationalisme: een slimme illusie
De mens heeft een diepgewortelde behoefte aan identiteit. Het idee van een ‘land’ vervult die behoefte, maar in de kern is nationalisme een fictie: een verzonnen verhaal dat mensen verenigt rond een vlag, een volkslied en een paar historische mythes.
Waarom voelt iemand zich meer verbonden met een wildvreemde landgenoot dan met een vreemdeling uit een ander land? Omdat hem dat is aangeleerd. De schapen scharen zich gewillig onder de vlag, marcheren in de pas, vieren ‘nationale trots’ en laten zich tegen andere schapen opzetten wanneer het nodig is.
Het mooiste aan nationalisme? Dat het een perfect mechanisme is om gehoorzaamheid af te dwingen. Of het nu gaat om oorlog, religieuze of economische offers, het volk zal zich vrijwillig laten scheren zolang het denkt dat het ‘voor het grotere goed’ is. De ironie is dat diezelfde natiestaat geen enkele loyaliteit heeft naar zijn burgers. Belangen van multinationals, geopolitieke spelletjes en de grillen van financiële markten gaan altijd voor.
De besmetting van het eergevoel
Er bestaat een merkwaardig fenomeen dat ‘eergevoel’ wordt genoemd. De Amerikaanse filosoof en psycholoog William James zei het al: “Het idee, de overtuiging, is dodelijker dan het zwaard.” In onze tijd hebben nieuwe religies hun intrede gedaan – niet gebaseerd op goden, maar op symbolen die onze loyaliteit verraden: voetbalclubs, artiesten, merken, woke, groene stroom. De drang naar inclusie werkt als een virus.
Het verlangen om ergens bij te horen, om erkenning te krijgen, is een instrument geworden in handen van instituties, media en elites. Nationalisme, identiteitspolitiek, consumentisme, solidariteit – allemaal mechanismen om het individu te laten opgaan in een collectief narratief, zorgvuldig geconstrueerd in het voordeel van degenen die de regels bepalen.
De tragedie?
Weinig mensen willen dit onder ogen zien. De illusie biedt troost. Niemand geeft graag toe slechts een pion te zijn in een spel waarvan hij de spelregels niet kent.
Media: de fabrikant van werkelijkheid
In een wereld waarin mensen slechts beperkt waarnemen en interpreteren, is degene die de informatie beheerst, degene die de werkelijkheid vormgeeft. De media zijn al lang geen neutrale verslaggevers meer, maar de machines die de realiteit cureren, filteren en manipuleren.
Wat gisteren belangrijk was, is vandaag vergeten. Wat vandaag wordt gehypet, wordt morgen doodgezwegen. Een politieke crisis? Even een grote sportfinale pushen. Onrust over immigratie? Een human interest-verhaal over een schattig vluchtelingenkind op de voorpagina. Zoals wederom Chomsky schreef in Manufacturing Consent: de media zijn er niet om de macht te controleren, maar om haar te dienen.
En de consument? Die klikt, deelt en discussieert, niet beseffend dat hij slechts een marionet is in een script dat anderen voor hem schrijven.
Manipulatie en angstpolitiek: de stok en de wortel
Angst is het ultieme controlemechanisme. Geef mensen het idee dat er voortdurend gevaar dreigt, en ze zullen vrijwillig hun vrijheden inleveren voor ‘veiligheid’.
Of het nu gaat om terrorisme, een pandemie of geopolitieke dreiging, de strategie is altijd hetzelfde: vergroot het gevaar uit, herhaal het in de media, bied een ‘oplossing’ en zorg dat de uitzonderingsmaatregelen permanent worden.
Vrijheid is nooit abrupt afgeschaft. Het wordt stukje bij beetje ingeperkt, telkens met een plausibele rechtvaardiging. Identificatieplicht? Tegen terrorisme. Digitale surveillance? Tegen fraude. Censuur? Tegen desinformatie.
En het volk? Dat went eraan. Net zoals de kikker in de langzaam opwarmende pan water, merkt het pas wat er gebeurt als ontsnappen niet meer mogelijk is.
De illusie van gedeeld offer
Elke oorlog, crisis of economische ineenstorting wordt verkocht als een collectieve strijd. “We moeten allemaal een stap terug doen.” “Het is een tijd van offers.” “We moeten samen vechten voor onze toekomst.” Maar als er offers worden gebracht, is het volk de betalende partij. De elite blijft buiten schot, beschermd door privilege, connecties en macht.
Kijk naar economische crisissen:
- De gewone burger betaalt met inflatie, hogere belastingen en bezuinigingen.
- Grote bedrijven worden gered met belastinggeld.
- Banken die gokken en verliezen, krijgen steun. Burgers die hun huis kwijtraken? Eigen schuld.
Kijk naar oorlogen:
- De jeugd vecht, de elite verdeelt de winst.
- Contracten voor wederopbouw worden gegund aan bevriende bedrijven.
- De media verkopen het verhaal: “heldenmoed”, “plicht”, “vrijheid verdedigen”—maar de zoon van de minister wordt niet opgeroepen.
De soldaten sterven in de modder, terwijl de generaals in marmeren zalen hun strategie bespreken—met een goed glas wijn in de hand en een comfortabele afstand tot het slagveld.
Dit patroon is zo oud als de mensheid. De heersende klasse heeft altijd begrepen dat het echte gevecht niet op het slagveld wordt beslist, maar in de geesten van de massa. Angst, plichtsbesef, patriottisme—het zijn de valuta’s waarmee leiders betalen voor de opofferingen van anderen.
Wat is een land anders dan een paar willekeurige strepen in het zand, een vlag, een liedje en een verzonnen verhaal? Een meisje loopt een rondje op een sintelbaan en we juichen: “We hebben gewonnen!” Maar wie is ‘we’? Wat hebben we werkelijk gewonnen?
Het nationalistische sentiment wordt ingezet als bindmiddel om de burger gehoorzaam te houden. Net als de honden van Pavlov kwijlen we zodra de media een bepaalde boodschap herhalen. “Het is ook onze oorlog”, wordt ons ingeprent, en de massa herhaalt het braaf, niet beseffend hoe ze gemanipuleerd worden door dezelfde verdeel-en-heersstrategieën die al millennia worden toegepast. Machiavelli wist het al: “Het is beter gevreesd dan geliefd te zijn.”
En zo draait de machine verder, zonder duidelijke architect, maar met een continue stroom van belanghebbenden die hun stukje macht verdedigen.
Het bordeel van de macht
Terwijl de werkende klasse zich afvraagt hoe de energierekening betaald moet worden, proosten de bestuurders in hun achterkamertjes. Kaviaar en champagne worden geserveerd, deals worden gesloten, belangen gewaarborgd. Politici, CEO’s, lobbyisten—de rollen verschillen, maar het spel blijft hetzelfde.
De tragedie?
Veel mensen willen dit niet zien. De leugen en de illusie is comfortabeler.
Wil je nog dieper in op de mechanismen van controle? Bijvoorbeeld hoe propaganda psychologie gebruikt om gehoorzaamheid te versterken? Of de historische parallellen tussen oude en moderne machtsstructuren?
Slotgedachte
Dit is de wereld die we hebben gebouwd. Niet door een visionaire architect, maar door een web van toevalligheden, machtsstructuren en slimme manipulatie. Het idee van een rationele architect is een illusie. We leven in een constructie die zichzelf perpetueert, waarin macht, geld en controle de werkelijke drijfveren zijn. De instituties die ons zouden moeten dienen, dienen zichzelf. Belasting is een geoptimaliseerd afpersingssysteem. Nationalisme is een handige leugen. Media creëren de illusie van objectiviteit. Angst wordt ingezet als politiek gereedschap.
Maar de echte vraag blijft: doe je mee aan het spel, kijk je toe, of durf je het bouwwerk te ontmantelen? Ben je een pion, een toeschouwer of een saboteur? Of laat je je liever keer op keer scheren? Béé, béé…
NOOT: Toen ik dit artikel in AI importeerde om er een illustratie bij te laten maken, werd het resoluut geweigerd. Te confronterend, oordeelde het algoritme. Zelfs het algoritme waakt over onze gedachten en stuurt ons gedrag. Je bent gewaarschuwd!
Literatuurlijst
- Arendt, H. (1951). The Origins of Totalitarianism. Harcourt, Brace & Co.
- Bernays, E. (1928). Propaganda. Ig Publishing.
- Chomsky, N., & Herman, E. (1988). Manufacturing Consent: The Political Economy of the Mass Media. Pantheon Books.
- Graeber, D. (2011). Debt: The First 5,000 Years. Melville House.
- Harari, Y. N. (2014). Sapiens: A Brief History of Humankind. Harper.
- James, William (1897). The Will to Believe and Other Essays in Popular Philosophy
- Kahneman, D. (2011). Thinking, Fast and Slow. Farrar, Straus and Giroux.
- Machiavelli, N. (1532). Il Principe (The Prince).
- Orwell, G. (1949). 1984. Secker & Warburg.
- Piketty, T. (2014). Capital in the Twenty-First Century. Harvard University Press.
- Taleb, N. N. (2012). Antifragile: Things That Gain from Disorder. Random House.
- Turchin, P. (2006). War and Peace and War: The Life Cycles of Imperial Nations. Plume.
- Zuboff, S. (2019). The Age of Surveillance Capitalism: The Fight for a Human Future at the New Frontier of Power. PublicAffairs.