Essay 2 — Waarom je jezelf niet dapper kunt oefenen met nepgevaar

Essay 2 — Waarom je jezelf niet dapper kunt oefenen met nepgevaar

Het lijf beslist, het verstand verzint er later een reden bij

Vier essays over opwinding, angst en de grenzen van voorbereiding

Waarom een achtbaan je nergens op voorbereidt

 

Beste lezer,

Deel twee van de reeks. Vorige keer ging het over waar opwinding vandaan komt, deze keer over waarom je hem niet kunt trainen met nepgevaar. Je schrikreflex is in dertig milliseconden klaar, ruim voordat je brein er iets van heeft gezien, en geen hoeveelheid meditatie of horrorfilms verandert daaraan iets. Wat een achtbaan je wel en niet leert, en waarom soldaten en freeclimbers dat allebei beter weten dan de gemiddelde zelfhulpgoeroe.

Essay 2: Waarom je jezelf niet dapper kunt oefenen met nepgevaar.

Veel leesplezier,

Peter Koopman

 

Essay 2 — Waarom je jezelf niet dapper kunt oefenen met nepgevaar

Een hard, onverwacht geluid en je ogen knipperen voordat je licht ziet vallen. Dat is de acoustic startle reflex, en hij is een van de snelste schakelingen die het zoogdierbrein bezit. Het signaal loopt van de cochlea naar een kern in de hersenstam, de nucleus reticularis pontis caudalis, rechtstreeks naar de motorneuronen in het ruggenmerg. Bij mensen zit de eerste spiercontractie in het ooglid binnen dertig tot veertig milliseconden na de trigger, ruim voordat er ook maar iets van bewuste verwerking heeft plaatsgevonden. Dit circuit is hardbedraad. Er zit geen deur waar oefening, wilskracht of jarenlange meditatie doorheen komt.

Dat laatste is precies getest. Paul Ekman onderzocht, in het kader van gesprekken met de Dalai Lama, een zeer ervaren tibetaans-boeddhistische mediteerder met een onaangekondigd hard knalgeluid. De ooglidreflex trad nog steeds op, ondanks decennia praktijk. Wat wel verschilde was de rest van de cascade: minder uitslag in de overige gezichts- en lichaamsspieren, en veel sneller herstel van hartslag en huidgeleiding. Dit is oud, single-subject werk uit een periode met lossere standaarden, dus trek er geen dik touw aan, maar het beeld dat het schetst klopt met alles wat we verder weten. De reflex zelf blijft intact. Alleen de golf erna kan getemperd worden.

Waarom traint een achtbaan of een horrorfilm dan blijkbaar niets voor het echte leven, ook al voelt het als moed opdoen? Het antwoord zit in hoe angst en veiligheid worden opgeslagen. Mark Bouton toonde met zijn onderzoek naar het renewal effect aan dat veiligheid die in de ene context is aangeleerd niet automatisch meereist naar een andere context. Iets wat je lijf als veilig heeft leren herkennen in de bioscoopstoel, met een popcornbak op schoot en een uitgang binnen handbereik, blijft daaraan gekoppeld. Gregory Bateson noemde het al in 1955 het play frame: mens en dier sturen elkaar voortdurend het metasignaal dit is niet echt, en precies dat signaal zorgt ervoor dat het brein de ervaring apart archiveert van reële dreiging. De achtbaan is zo gebouwd dat je lijf weet dat hij nep is. Dat is de reden dat je er een tweede keer voor in de rij gaat staan, en tegelijk de reden dat hij je op straat niets oplevert.

Er is wel een categorie waar het anders ligt, en dat onderscheid maakte socioloog Stephen Lyng in zijn onderzoek naar wat hij edgework noemt. Skydiven, freeclimben, undercoverwerk, activiteiten met reële kans op letsel of dood, worden door beoefenaars anders beleefd dan een pretparkrit, en hun verhalen over gewonnen zelfbeheersing houden bij nader onderzoek gedeeltelijk stand. In de militaire psychologie laten James Driskell en Eduardo Salas met hun onderzoek naar stress exposure training zien waarom: getrainde stress draagt alleen over naar echte crisissituaties als de dosis en onzekerheid van de training operationeel relevant zijn. Een simulatie die te veilig aanvoelt levert amper transfer op. Een simulatie met echte fysieke belasting en een onzekere afloop wel.

De praktische consequentie is minder vleiend dan de meeste zelfhulpboeken je willen doen geloven. Exposuretherapie werkt niet omdat je went aan een gevoel, hij werkt omdat je brein leert dat een specifieke context nu veilig is, en die winst blijft plakken aan die context tenzij je hem herhaalt in genoeg andere omgevingen om hem te laten generaliseren. Als je jezelf moediger wilt maken voor iets dat er werkelijk toe doet, helpt geen enkele hoeveelheid griezelfilms. Je hebt iets nodig waarbij de afloop, al is het maar een beetje, ook echt onzeker is.

 

Literatuurlijst

Essay 2, waarom je jezelf niet dapper kunt oefenen met nepgevaar

Davis, M. (1992). The role of the amygdala in fear-potentiated startle: implications for animal models of anxiety. Trends in Pharmacological Sciences, 13, 35-41.

Goleman, D. (2003). Destructive Emotions: How Can We Overcome Them? A Scientific Dialogue with the Dalai Lama. Bantam. (verslag van Ekman’s onderzoek naar de startlereflex bij ervaren mediteerders)

Sokolov, E.N. (1963). Perception and the Conditioned Reflex. Pergamon Press.

Groves, P.M. & Thompson, R.F. (1970). Habituation: a dual-process theory. Psychological Review, 77(5), 419-450.

Bouton, M.E. (2002). Context, ambiguity, and unlearning: sources of relapse after behavioral extinction. Biological Psychiatry, 52(10), 976-986.

Bateson, G. (1955). A theory of play and fantasy. In: Steps to an Ecology of Mind (1972). University of Chicago Press.

Lyng, S. (1990). Edgework: a social psychological analysis of voluntary risk taking. American Journal of Sociology, 95(4), 851-886.

Driskell, J.E. & Johnston, J.H. (1998). Stress exposure training. In: Cannon-Bowers, J.A. & Salas, E. (red.), Making Decisions Under Stress. American Psychological Association.

 

 

Ook interessant voor jou!