Beste lezer,
Gutenberg schiep per ongeluk de kindertijd. Niet met opzet, hij wilde gewoon bijbels drukken, maar zodra lezen een vaardigheid werd die jaren kostte om te leren, ontstond er voor het eerst een volwassen wereld waar een kind buiten stond.
Postman noemde dat de geboorte van het concept. Televisie sloopte die drempel weer. Wat er nu gebeurt gaat verder dan televisie ooit deed, en de cijfers van Twenge en Haidt laten precies zien waar dat op uitdraait.
Veel leesplezier
Peter Koopman
Bestaan er wel kinderen?
Nog in 1780 konden kinderen worden veroordeeld voor elk van de meer dan tweehonderd misdrijven waarvoor de straf ophanging was. Een zevenjarig meisje werd opgehangen in Norwich omdat ze een onderrok had gestolen,
Neil Postman opende The Disappearance of Childhood met een claim die op het eerste gezicht als provocatie klinkt en bij nadere lezing gewoon mediageschiedenis blijkt. Kindertijd is geen biologisch gegeven, het is een uitvinding, en die uitvinding heeft een geboortejaar dat samenvalt met de drukpers. Voor Gutenberg was er geen scherpe grens tussen de wereld van het kind en die van de volwassene. Informatie was mondeling, iedereen die kon horen kon meeluisteren, een kind van zeven wist ongeveer wat een man van veertig wist, alleen met minder ervaring om het te duiden.
De drukpers verandert die verhouding radicaal. Om toegang te krijgen tot de nieuwe schriftelijke wereld moet je leren lezen, en dat kost jaren. In die jaren ontstaat voor het eerst een geheime volwassen sfeer, een verzameling kennis waar een kind wel van weet dat hij bestaat maar geen toegang toe heeft. Postman noemt dat de kern van kindertijd als concept, niet aanwezigheid van jeugd maar afwezigheid van toegang. Onwetendheid wordt een beschermde status in plaats van een tekort. Precies daarom duikt rond dezelfde periode het idee op dat kinderen apart gekleed moeten worden, apart onderwezen, afgeschermd van bepaalde gesprekken aan tafel.
Philippe Ariès kwam via een heel andere ingang, kunstgeschiedenis, tot een verwante conclusie in Centuries of Childhood. Op middeleeuwse schilderijen zijn kinderen geschilderd als kleine volwassenen, zelfde gezichtsverhoudingen, zelfde kleding, geen aparte iconografie voor jeugd. Zijn interpretatie, dat er nog geen besef van kindertijd als aparte levensfase bestond, is later fel bekritiseerd door Linda Pollock, die met dagboeken uit diezelfde eeuwen liet zien dat ouders wel degelijk specifieke zorg en genegenheid voor hun kinderen documenteerden. De schilderkunst loog dus over het gevoel, niet over de praktijk. Wat blijft staan is dat het concept als culturele categorie, met eigen rechten en een eigen beschermde onwetendheid, wel degelijk een tijdstip van ontstaan heeft, en dat tijdstip ligt bij de drukpers.
Postman’s these krijgt pas scherpte in het tweede deel van zijn boek, waar hij beschrijft hoe die geheime wereld weer instort. Televisie vraagt geen geletterdheid. Een kind van vier begrijpt een scheiding, een moord, een politiek schandaal zodra het in beeld verschijnt, zonder ooit een letter te hoeven ontcijferen. De drempel die honderden jaren bestond, verdwijnt in een paar decennia. Postman schreef zijn boek in 1982 en zag de erosie al volledig voltrokken door de buis. Wat hij niet kon zien, want het bestond nog niet, is de volgende fase, en die is radicaler dan televisie ooit was.
Televisie verwijderde de drempel maar liet de vraag intact. Een kind moest nog steeds kijken, nog steeds zoeken, nog steeds toevallig aanwezig zijn op het moment dat iets volwassens over het scherm kwam. Een taalmodel verwijdert de vraag zelf. Er hoeft niet gezocht te worden naar verboden kennis, ze wordt beantwoord zodra ze gesteld wordt, gepersonaliseerd, geduldig, zonder enige poortwachter die nog beoordeelt of dit wel een vraag voor een kind is. Sherry Turkle beschreef in Alone Together en later in Reclaiming Conversation hoe schermen kinderen wegtrekken uit onderhandeld, wrijvingsvol menselijk contact. Haar onderwerp was afleiding. Het onderwerp van vandaag is vervanging, een gesprekspartner die nooit moe wordt, nooit boos, nooit een grens stelt tenzij die er expliciet is ingebouwd.
Jean Twenge leverde in iGen de cijfers die bij Postman nog giswerk waren. Vanaf ongeveer 2012, het moment waarop smartphonebezit onder tieners een kritische massa bereikte, stijgen angst, eenzaamheid en depressieve klachten in die leeftijdsgroep scherp en gelijktijdig over meerdere westerse landen. Jonathan Haidt bouwde daar met The Anxious Generation een verklaringsmodel omheen dat hij phone based childhood noemt, tegenover de play based childhood van eerdere generaties. Zijn these is dat een kind dat opgroeit met een altijd beschikbaar scherm minder oefent in het soort onbegeleid, risicovol, sociaal spel dat een zenuwstelsel nodig heeft om volwassen te kalibreren. Geen bewijs van causaliteit dat door iedereen wordt aanvaard, de correlatie zelf wordt nauwelijks betwist.
Wat een taalmodel daaraan toevoegt is een laag die noch Twenge noch Haidt konden meten toen ze hun boeken schreven. Niet alleen onbegrensde blootstelling aan inhoud, ook een onbegrensde, altijd beschikbare, nooit vermoeide gesprekspartner die precies teruggeeft wat gevraagd wordt. Postman’s geheime wereld bestond bij gratie van een drempel die moeite kostte om te nemen. Deze wereld heeft geen drempel meer, ze heeft een interface, en een interface nodigt uit in plaats van tegen te houden.
Een kind van tien dat vandaag een vraag stelt aan een scherm krijgt een antwoord met de autoriteit van een encyclopedie en de beschikbaarheid van een broertje dat nooit slaapt. Niemand controleert of het kind er klaar voor is. Het scherm vraagt dat ook niet.
Literatuurlijst
Ariès, Philippe. Centuries of Childhood. Vintage Books, 1962.
Haidt, Jonathan. The Anxious Generation. Penguin Press, 2024.
Pollock, Linda A. Forgotten Children: Parent-Child Relations from 1500 to 1900. Cambridge University Press, 1983.
Postman, Neil. The Disappearance of Childhood. Delacorte Press, 1982.
Turkle, Sherry. Alone Together. Basic Books, 2011.
Turkle, Sherry. Reclaiming Conversation. Penguin Press, 2015.
Twenge, Jean M. iGen. Atria Books, 2017.
