Beste lezer,
Vorige keer schreef ik over de bezitsdynamiek achter seksueel geweld. Trivers, Buss, de evolutionaire standaardverklaring. Allemaal correct, maar onvolledig.
Want als het echt om voortplanting ging, hoe verklaar je dan orale seks, anale seks, pornografie, prostitutie, BDSM en De Sade? Het organisme heeft de koppeling tussen lust en reproductie allang doorgeknipt. Net zoals het lekker heeft losgekoppeld van voedzaam.
Wat overblijft is een beloningssysteem dat op zichzelf draait. En seks, zo blijkt, is in dat systeem vooral één ding: de meest exclusieve vorm van aandachtverwerving die beschikbaar is. Iemand die je begeert bevestigt je bestaan op een manier die geen salaris, geen diploma en geen compliment kan evenaren.
De man in Drenthe verloor geen sekspartner. Hij verloor zijn spiegel.
Bijgevoegd het vervolgessay. Reacties welkom.
Peter Koopman
Seks als ego-architectuur
Over lust, bevestiging en het organisme dat zijn eigen beloningssysteem hackte
Een vervolgessay bij ‘Jacht op de vagina’
In het vorige essay stond een 81-jarige man centraal die zijn vrouw vermoordde omdat ze geen seks meer met hem wilde. De reproductieve verklaring lag voor de hand: evolutionaire drang, asymmetrische investering, bezitsclaim op het meest begeerde biologische object. Trivers, Buss, de gebruikelijke verdachten.
Maar er klopt iets niet aan die verklaring, en dat iets is precies het interessante.
De man wilde geen kind. Hij was 81. Zijn vrouw was 72. Voortplanting speelde in geen enkel scenario een rol. Wat hij wilde was iets anders, iets dat we te weinig benoemen als we over seks praten: bevestiging. Bewijs van bestaan. Het gevoel ertoe te doen.
Seks is allang geen voortplantingsmechanisme meer. Het is ego-architectuur.
De ontkoppeling
Op een bepaald moment in de evolutionaire geschiedenis van de mens deed zich iets opmerkelijks voor: seks en voortplanting gingen uit elkaar. Niet abrupt, niet bewust, maar geleidelijk en onomkeerbaar. Het organisme behield de drang, maar koppelde hem los van het oorspronkelijke doel.
De bonobo geeft een vroeg voorbeeld. Bij geen enkele andere primaat wordt seks zo frequent en zo functioneel ingezet buiten reproductieve context. Conflictoplossing, sociale binding, statusonderhandeling, simpel gerief: de bonobo gebruikt seks zoals wij een handdruk gebruiken, maar dan met meer enthousiasme en minder kleding.
De mens deed hetzelfde, maar schaalde op. Wij voegden er taal aan toe, ritueel, kunst, technologie, economie en uiteindelijk een complete industrie. Pornografie, prostitutie, erotische literatuur, BDSM, datingapps die op algoritme de volgende candidate serveren: allemaal producten van een beloningssysteem dat zijn oorspronkelijke functie volledig heeft losgelaten en nu op zichzelf draait.
Het is precies wat er met voedsel is gebeurd. Vet en suiker waren ooit adaptief; schaars, calorisch, de moeite waard om op te jagen. Nu vullen ze een McDrive. Het organisme reageert nog steeds op het signaal, maar het signaal heeft niets meer met de oorspronkelijke context te maken. Lekker heeft voedzaam vervangen. Lust heeft voortplanting vervangen. De hardware draait door op software die voor een andere wereld werd geschreven.
Berridge en het verschil tussen willen en genieten
Kent Berridge maakte een onderscheid dat hier direct relevant is: wanting en liking zijn twee verschillende systemen in het brein, aangedreven door verschillende neurotransmitters en met verschillende gedragsuitkomsten.
Liking is het genot zelf, de subjectieve ervaring van plezier, aangedreven door opioïden. Wanting is het verlangen ernaar, de drang, de obsessie, het niet kunnen loslaten; aangedreven door dopamine. Cruciaal: de twee systemen kunnen volledig ontkoppeld raken. Je kunt iets intens willen zonder het nog te genieten. Verslaafden kennen dit fenomeen goed.
Seks werkt hetzelfde. De wanting-motor draait op dopamine en is evolutionair oud, sterk en weinig selectief. Hij werd gebouwd om voortplanting te motiveren, maar reageert op elk signaal dat het beloningssysteem activeert. Het organisme wil, ook als het niet meer geniet. Ook als de context absurd is geworden. Ook als het 81 is en zijn vrouw 72.
De man in Drenthe had waarschijnlijk allang geen intens liking meer. Wat hij had was wanting, als gewoonte, als recht, als identiteitsanker. En toen dat wanting niet meer beantwoord werd, viel de architectuur weg.
Seks als aandachtverwerving
Hier wordt het psychologisch interessant, en ook een stuk ongemakkelijker.
Seks is de meest directe en meest lichamelijke vorm van aandacht die mensen elkaar kunnen geven. Er is geen abstractere tussenlaag, geen scherm, geen protocol. Iemand wil jouw lichaam. Jij bestaat volledig in het bewustzijn van een ander. Voor de duur van het contact ben je onmiskenbaar aanwezig.
Dat is iets anders dan voortplanting. En het is ook iets anders dan lust in de enge zin. Het is bevestiging van bestaan. De meest primitieve en meest dringende behoefte die sociale organismen kennen: gezien worden, gewild worden, ertoe doen.
Charles Cooley noemde het al in 1902 het looking-glass self: wij construeren ons zelfbeeld voor een aanzienlijk deel uit de reflectie die anderen ons geven. Wie we zijn, hoe we bestaan, hoe waardevol we zijn; het antwoord komt grotendeels van buiten. Seks is in die constructie een van de krachtigste bevestigingsinstrumenten die beschikbaar zijn. Een partner die je begeert, bevestigt je waarde op een manier die geen compliment, geen salaris en geen diploma kan evenaren.
Vandaar de asymmetrie in pijn bij afwijzing. Iemand die nee zegt tegen seks, zegt in de beleving van het organisme niet alleen nee tegen een handeling. Die zegt nee tegen jou. Tegen jouw waarde. Tegen jouw bestaan als begeerlijk subject.
De 81-jarige verloor geen sekspartner. Hij verloor zijn spiegel.
De Sade als eindpunt
Donatien Alphonse Francois de Sade documenteerde in de 18e eeuw wat er gebeurt als het ego volledig het commando overneemt over seks. Zijn werk is geen pornografie in de conventionele zin; het is een filosofisch project over macht, autonomie en het recht van het individu op onbeperkte zelfbevrediging, ten koste van alles en iedereen.
De Sade interesseerde zich niet voor voortplanting. Hij interesseerde zich voor controle. Zijn personages gebruiken seks als instrument van dominantie, als bewijs van eigen superioriteit, als middel om de ander tot object te reduceren en zichzelf tot subject te verheffen. De ander bestaat alleen als brandstof voor het eigen ego.
Dat is geen aberratie. Het is een extreme uitvergroting van een mechanisme dat in elke seksuele interactie latent aanwezig is: de spanning tussen subject en object, tussen wie begeert en wie begeerd wordt, tussen wie de aandacht verwerft en wie haar verleent. De Sade haalt de beschaving weg en laat het skelet zien.
De meeste mensen reguleren dit mechanisme adequaat. Wederzijdsheid, empathie, sociale normen, de simpele observatie dat de ander ook een mens is: al deze factoren dempen de De Sade die in het beloningssysteem sluimert. Maar de dempers zijn niet universeel en niet permanent. Leeftijd, isolement, erosie van alternatieve identiteitsbronnen; ze slijten.
Terug naar Drenthe
De man die zijn vrouw vermoordde wilde geen kind. Hij wilde bevestigd worden als man, als subject, als iemand die ertoe doet. Zijn vrouw had dat jarenlang geleverd, bewust of onbewust, en stopte ermee. Waarom ze stopte weten we niet. Ouderdom, ziekte, onwil, autonomie; dat doet er voor het mechanisme niet toe.
Wat ertoe deed was de weggevallen bevestiging. Het organisme interpreteerde haar nee niet als een beslissing over seks, maar als een verdict over zijn waarde. En omdat hij geen andere bronnen meer had die dat verdict konden compenseren, geen carrière, geen fysieke kracht, geen maatschappelijke rol van betekenis, bleef er een ego over dat op niets meer rustte.
Iets knapte. Dat iets was niet zijn geduld en niet zijn zelfbeheersing. Het was het laatste steunpunt van zijn zelfbeeld.
De rechtbank noemde het femicide. De evolutiebioloog noemt het een datapoint. De psycholoog noemt het een identiteitscrisis met dodelijke afloop. Ze hebben alle drie gelijk, en geen van drieën vertelt het hele verhaal.
Het hele verhaal is dit: een organisme dat zijn bestaansbevestiging had uitbesteed aan een ander organisme, en niet wist wat te doen toen dat andere organisme ophield te leveren. Dat is geen monster. Dat is een mens die nooit heeft geleerd zichzelf te zijn zonder spiegel.
De bredere implicatie
Als seks primair over egobevestiging gaat en niet over voortplanting, verschuift de hele analyse van seksueel gedrag. De obsessie met lichaamsbeelden, de markt voor aandacht op sociale media, de razernij rondom afwijzing, de cultuur van conquest en bodycount: het is allemaal hetzelfde systeem. Aandacht als valuta, seks als de hoogste denominatie ervan.
Het verklaart ook waarom seksuele afwijzing zo disproportioneel pijn doet, zeker voor mensen wier zelfbeeld weinig andere pijlers heeft. En het verklaart waarom seks in zo veel culturen zo zwaar beladen is met schaamte, eer en status. Het gaat nooit alleen over het lichaam. Het gaat over wie je bent in de ogen van een ander.
De Sade wist dat. Hij vond het een reden om alle remmen los te gooien.
De man in Drenthe wist het niet. Hij dacht dat hij over seks ging.
Kent Berridge & Terry Robinson, ‘Parsing reward’ (2003).
Charles Cooley, Human Nature and the Social Order (1902).
Donatien de Sade, Les 120 Journees de Sodome (1785, posth.).
Frans de Waal, Bonobo: The Forgotten Ape (1997).
David Buss, When Men Behave Badly (2021).
Zie ook: ‘Jacht op de vagina’ (dit nummer).
