3 De zekerheid die alles kost – Over de motor onder elke hechting

3 De zekerheid die alles kost - Over de motor onder elke hechting

Beste lezer,

Er is een geluid dat oude mannen maken wanneer ze hun vrouw verliezen. Het is geen huilen. Het is een soort interne verzakking die je aan hun lichaam afleest voordat ze hem in woorden krijgen. Wat ze verliezen is niet alleen haar. Wat ze verliezen is de structuur waarin ze wisten wat ze van uur tot uur deden.

Dit derde essay gaat over die structuur, en over waarom we haar nodig hebben. Het organisme is geen wezen dat handelt op basis van waarneming. Het is een wezen dat voorspelt, en dat zijn voorspellingen moet ankeren in objecten die niet ineens verdwijnen. Annexatie is geen luxe. Ze is operationele noodzaak.

De paradox is dat dezelfde behoefte aan zekerheid die ons rechthoudt, ons ook tot zelfvernietiging brengt. Wie sterft voor een idee, voor een vlag, voor een god, faalt niet als systeem. Hij draait het systeem precies zoals het is ontworpen, alleen ten koste van het lichaam dat hem droeg.

En er volgt iets uit dat zelden hardop wordt gezegd. Wij zijn een open wired soort. Aanpasbaar. Programmeerbaar. Dat is hoe we hier zijn gekomen. Dat is ook hoe we weer kunnen verdwijnen. De evolutionaire bonus en de existentiële kwetsbaarheid zijn dezelfde eigenschap, vanuit verschillende hoeken bekeken.

Dit is het zwaarste van de drie essays. Het hoort ook bij de andere twee. Wie eerst eerlijkheid begrepen heeft, en daarna annexatie, kan dit derde stuk dragen.

Met hartelijke groet,

Peter Koopman

 

 

De zekerheid die alles kost

over de motor onder elke hechting

 

Iemand die ik kende verloor zijn vrouw na drieënveertig jaar. Twee maanden later was hij vermagerd, slecht slapend, en in zijn doen iemand die ik niet meer herkende. Niet alleen verdrietig, dat had ik verwacht. Iets erger. Zijn hele dagindeling was instabiel geworden. Hij wist niet meer hoe laat hij moest eten. Hij wist niet meer waarom hij ‘s avonds de televisie aan moest zetten.

Wat hij verloor was niet alleen haar. Wat hij verloor was de structuur waarin hij wist wat hij van uur tot uur deed. Zij was niet alleen aanwezig geweest in zijn leven. Zij was de kalibratie van zijn dagen. Met haar viel ook zijn toekomstmodel om.

Dat fysiek effect, de versnelde achteruitgang, het verlies van structuur, het vermagerde lichaam, is zo systematisch dat het in de literatuur een naam heeft.[1] Het widowhood effect. Cortisol, ontstekingsmarkers, sterfteverhoging in het jaar na het verlies. Geen sentimentele uitkomst. Een meetbare. Een gedeelte van het voorspellende systeem heeft zijn referentie verloren en heeft niets om zijn werking aan op te hangen.

De pijn van verlies is niet sentimenteel. Ze is de cognitieve en fysiologische rekening van een model dat in reparatie moet, zonder dat duidelijk is met welk vervangend ankerpunt.

Het organisme als voorspeller

Wat hier ondergronds zit is een eigenschap van het organisme die de cognitiewetenschap pas in de afgelopen drie decennia helder heeft gekregen.[2] Het brein werkt niet als een orgaan dat de wereld waarneemt en dan reageert. Het werkt als een orgaan dat de wereld voorspelt en zijn waarneming aan die voorspelling toetst. Wat klopt, wordt bevestigd. Wat afwijkt, wordt verwerkt als prediction error en kost het organisme energie.

Voorspellingsfout is niet alleen onaangenaam. Ze is metabolisch duur. Allostase, het systeem dat het organisme stabiel houdt, werkt onder anticipatie.[3] Anticipatie werkt alleen wanneer het model min of meer klopt. Elke bedreiging van die modelovereenkomst is een existentiële bedreiging in de letterlijke zin, niet pas wanneer het lichaam in gevaar is, maar al ver daarvoor, op het moment dat het model zelf wankelt.

In dat licht is annexatie geen luxe. Ze is operationele noodzaak. Het kind dat morgen er nog zal zijn. Het huis dat blijft staan. De god die het verhaal afmaakt voorbij de eigen dood. De natie die voortbestaat. De rol op het werk. De vriend die voorspelbaar blijft.

Stuk voor stuk objecten waarvan het toekomstige bestaan geïntegreerd is in het voorspellingsmodel van het organisme. Verlies van een van deze objecten is geen pijn over een ding. Het is een instortend deel van het toekomstmodel.

Het organisme annexeert niet uit weelde. Het annexeert omdat het zonder ankers niet kan voorspellen, en zonder voorspelling niet kan handelen.

De paradox van het sterven voor het model

De consequentie is paradoxaal en hard. Het organisme zoekt toekomstzekerheid, en is bereid zijn biologische continuïteit op te offeren om de zekerheid van zijn toekomstmodel intact te houden.

Zelfmoord voor een idee is geen falen van het systeem. Het is het systeem dat zijn voorspellingsintegriteit boven zijn fysieke voortbestaan stelt. De martelaar offert zijn lichaam op om het model heel te houden waarin zijn waarden zegevieren en zijn ware zelf voortleeft.

Vanuit het organisme bekeken is dat coherent. Het lichaam is een tijdelijke drager. Het model is wat moet doorlopen.

Ernest Becker zag dit in 1973 zonder de neurologie te hebben.[4] De hechting aan transcendente objecten is het antwoord van het organisme op de eigen vergankelijkheid. Zonder dat antwoord zou het systeem permanent in alarmtoestand staan. Wij dragen ons bewustzijn van de dood met ons mee en kunnen er niet voortdurend over nadenken zonder gek te worden. Cultuur, religie, ideologie, nationalisme, dat zijn de constructies die deze last hanteerbaar maken.

De experimentele literatuur die uit zijn werk is voortgekomen heeft het effect honderden malen bevestigd.[5] Wie aan zijn sterfelijkheid wordt herinnerd, versterkt zijn binding aan culturele symbolen, ideologieën en groepsidentiteit. Niet als bewuste copingstrategie, maar als automatische respons. De zekerheid die het organisme zoekt, vlucht omhoog wanneer de dreiging beneden voelbaar wordt.

Wat Becker beschreef is één manifestatie van een algemener mechanisme. Het organisme draait een ankermachinerie permanent, ook wanneer de dood niet acuut voelbaar is. De zekerheid van morgen is mijn kind er nog doet voortdurend werk, ook in seconden waar geen kanker, geen oorlog en geen filosofie in beeld is.

Wat dit verklaart

Een aantal raadsels lost hierdoor op. Waarom mensen aan stervende ideeën vasthouden ook wanneer alle evidentie ertegen spreekt. Het opgeven van het model is duurder dan de cognitieve verbuiging die nodig is om het overeind te houden. Festinger documenteerde dit al in 1956 met zijn studie van een doomsday-cult.[6] De profetie kwam niet uit. Het resultaat was niet ontnuchtering. Het was intensivering van het geloof.

Waarom ouderen vaak rigide worden. Het model heeft tientallen jaren in ankers geïnvesteerd. De kosten van herziening lopen exponentieel op.

Waarom mensen in chaotische omgevingen kiezen voor autoritaire leiders en simpele ideeën.[7] Niet uit domheid. Uit een rekensom. In onzekere omgevingen betaalt het predictieve systeem onevenredig hoge premies voor zekerheidsleveranciers. Karen Stenner heeft empirisch aangetoond hoe de autoritaire predispositie niet altijd actief is, maar wel onder druk wakker wordt. De onverbiddelijke logica is dat juist mensen met diepe zekerheidsbehoefte het meest vatbaar zijn op precies het moment dat zekerheid het schaarst is.

Waarom religies zo taai zijn ondanks de epistemische zwakte van hun claims. Ze leveren toekomstzekerheid op een schaal waarop niets anders kan concurreren. De kosten van afvalligheid, het verlies van het model, overstijgen voor de meeste gelovigen verre de epistemische kosten van geloven.

De zekerheid die het organisme zoekt is altijd illusie. Juist daarom kost ze hem soms alles.

De open wired mens

Hier komt de zwaarste implicatie. Wat hier voor het individu geldt, geldt ook voor de soort.

Het organisme is open wired. Aanpasbaar. Programmeerbaar door cultuur, omgeving en herhaling. Dat is de eigenschap waaraan Homo sapiens zijn opmars dankt. Een soort die zijn gedrag aanleert in plaats van erft, kan zich aan vrijwel elke ecologische niche aanpassen. Wij hebben de toendra gekoloniseerd, de tropen, de zeeën, de stad.

Maar dezelfde eigenschap die dit mogelijk maakte, maakt ons ook kwetsbaar. Een soort die zijn gedrag aanleert, kan in elke richting worden gekneed. Ook in zelfvernietiging. Het mechanisme dat hem in de toendra liet overleven, is hetzelfde mechanisme dat hem voor een vlag laat sterven. De plasticiteit kent geen voorkeursrichting. Wat hem heeft gevormd, kan hem ook ontmantelen.

Combineer dit met technologie waarvan de reikwijdte planetair is geworden. Het organisme kan nu, op één moment, gevolgen veroorzaken die zijn affectieve repertoire niet kan dragen. Günther Anders noemde dit de Promethean gap.[8] De kloof tussen wat de mens kan doen en wat hij kan voelen over wat hij doet. Een drone-operator die mensen ombrengt op tienduizend kilometer afstand en daarna naar huis rijdt om brood te kopen, is geen monster. Hij is een normaal organisme in een omgeving die zijn evolutionaire kalibratie overtreft.

Bostrom heeft de filosofische uitwerking gegeven van wat hier op het spel staat.[9] Wij hebben een soort opgevoed die zich aanpast aan elke omgeving die wij scheppen, en wij scheppen nu omgevingen die ons kunnen uitwissen. De evolutionaire bonus en de existentiële kwetsbaarheid zijn dezelfde eigenschap, vanuit verschillende hoeken bekeken.

Wat de Verlichting niet zag

De Verlichting heeft de cirkel van morele zorg uitgebreid van clan naar mensheid. Dat is empirisch waar over bepaalde tijdvakken. Wat consequent wordt onderschat is dat dezelfde plasticiteit die deze uitbreiding mogelijk maakte, haar net zo gemakkelijk weer ongedaan maakt. Weimar werd Berlijn 1933 in tien jaar.

Dat is geen anomalie. Dat is het materiaal waarvan wij zijn gemaakt. De richting van de kneding is niet door het mechanisme zelf bepaald. Ze wordt bepaald door welke cues en welke verhalen op een moment dominantie krijgen. Een eeuw vooruitgang kan binnen een halve generatie ongedaan worden gemaakt wanneer de zekerheidsleveranciers veranderen.

Pinker, Singer en Harari leggen de nadruk op de uitbreiding van de morele cirkel, op de civilisatie die ons milder maakt, op de rationaliteit die de wereld verbetert. Daar zit waarheid in over bepaalde domeinen en tijdvakken. Maar wat ze structureel onderschatten is dat dezelfde kneedbaarheid die ons in de Verlichting plaatste, ons net zo makkelijk weer eruit kan kneden.

Wij zijn niet veiliger geworden omdat we beter zijn geworden. We hebben tijdelijke condities gehad die ons mildere kanten faciliteerden. De condities zijn niet eeuwig. De kanten zijn dat ook niet.

Wat dit betekent

Drie dingen. Eén: ken het mechanisme. Niet om eraan te ontsnappen, dat gaat niet, maar om te zien wat er met je gebeurt wanneer het opspeelt. Wie weet dat onzekerheid zijn predictief systeem aan het knagen is, kan begrijpen waarom hij in die periode kwetsbaarder is voor simpele verhalen, voor sterke leiders, voor groepen die hem opnemen. Niet immuun, maar minder argeloos.

Twee: wantrouw de zekerheidsleveranciers. De ideologie die je morgen voorspelbaar maakt, de leider die de chaos terugdraait, de verklaring die alles sluitend maakt. Het is geen toeval dat juist die producten in onzekere tijden hun grootste markten vinden. De vraag is altijd wie er baat heeft bij jouw zekerheid, en niet zelden ben je dat niet.

Drie: erken dat het probleem niet ethisch is, maar structureel. De mens zal blijven wat hij is. Een aanpasbaar organisme dat zekerheid zoekt en daarvoor bereid is veel op te offeren. Wat we kunnen doen is omgevingen ontwerpen waarin de zekerheidsleveranciers niet de slechtste verhalen zijn. Geen utopie. Een ingenieursklus.

Voor zover dat lukt, lukt het. Voor zover het niet lukt, zien we wat we al eerder hebben gezien. Massabewegingen, opofferingen voor ideeën, zekerheden die het lichaam eisen dat ze beschermen.

De zekerheid die het organisme zoekt is altijd illusie. Wie dat begrijpt, draagt de illusie lichter. Wie dat niet begrijpt, draagt haar tot ze hem breekt.

 

Literatuur

Anders, G. (1956). Die Antiquiertheit des Menschen. C.H. Beck.

Becker, E. (1973). The Denial of Death. Free Press.

Bostrom, N. (2019). The Vulnerable World Hypothesis. Global Policy, 10(4), 455–476.

Clark, A. (2016). Surfing Uncertainty: Prediction, Action, and the Embodied Mind. Oxford University Press.

Festinger, L., Riecken, H. & Schachter, S. (1956). When Prophecy Fails. University of Minnesota Press.

Friston, K. (2010). The free-energy principle: a unified brain theory? Nature Reviews Neuroscience, 11(2), 127–138.

Holmes, T.H. & Rahe, R.H. (1967). The social readjustment rating scale. Journal of Psychosomatic Research, 11(2), 213–218.

Pyszczynski, T., Solomon, S. & Greenberg, J. (2015). The Worm at the Core: On the Role of Death in Life. Random House.

Stenner, K. (2005). The Authoritarian Dynamic. Cambridge University Press.

Sterling, P. & Eyer, J. (1988). Allostasis: A new paradigm to explain arousal pathology. In S. Fisher & J. Reason (Eds.), Handbook of Life Stress, Cognition and Health. Wiley.

 

AfafA · Peter Koopman · Zandvoort 2026

[1]De Holmes-Rahe Social Readjustment Rating Scale (1967) en honderden studies sindsdien. Verlies van partner staat structureel bovenaan. Vergelijkbare effecten worden gemeten in cortisol-niveaus, inflammatoire markers en mortaliteit.

[2]Karl Friston, The free-energy principle (2010). Andy Clark, Surfing Uncertainty (2016) werkt de implicaties uit. Het brein als orgaan dat prediction error minimaliseert.

[3]Peter Sterling & Joseph Eyer, Allostasis: A new paradigm to explain arousal pathology (1988). De allostatic load is uiteindelijk een maat voor cumulatieve voorspellingsdiscrepantie.

[4]Ernest Becker, The Denial of Death (1973). Pulitzerprijs 1974. De stelling dat menselijke cultuur in zijn diepste vorm een verdediging tegen sterfelijkheidsbesef is.

[5]Pyszczynski, Solomon & Greenberg, The Worm at the Core (2015) vat decennia onderzoek samen. Honderden studies bevestigen de robuustheid van het mortality salience-effect.

[6]Festinger, Riecken & Schachter, When Prophecy Fails (1956). Klassieke studie van een doomsday-cult waarvan de profetie niet uitkwam. Resultaat: versterking van geloof, niet verzwakking.

[7]Karen Stenner, The Authoritarian Dynamic (2005). Empirisch onderzoek naar wat zij autoritaire predispositie noemt en wanneer die wordt geactiveerd.

[8]Günther Anders, Die Antiquiertheit des Menschen (1956). Het centrale begrip is de Promethean gap: de kloof tussen wat de mens kan doen en wat hij kan voelen over wat hij doet.

[9]Nick Bostrom, The Vulnerable World Hypothesis (Global Policy, 2019). De gedachte dat technologische ontwikkeling met planetaire reikwijdte een nieuw type existentieel risico introduceert.

Ook interessant voor jou!